Welkom op ons resort

Op Sol Andalusi, een ‘luxe woonzorgcomplex’ in Zuid-Spanje, wonen gepensioneerde Nederlanders. Er is een pianobar, een sportschool, een theater en een spa met chocoladepacking, jacuzzi’s en onderwatermassagebaden....

‘Wilkommen, bienvenu, welkom! Welkom op Sol Andalusi, ‘woonzorgcomplex’ volgens de folder, ‘Sol’ voor intimi. We zijn in Spanje, Zuid-Andalusië, niet te verwarren met de Costa Blanca. Daar hebben ze ook resorts, en daar wonen ook Nederlanders, maar het is daar toch, hoe zeg je dat, anders. Minder chic. Ze hebben daar niet de faciliteiten die wij hebben.

De faciliteiten, de faciliteiten! We laten ze u zo zien. Maar loopt u eerst even mee over de rood betegelde lanen – rijden mag ook, al onze wegen zijn rolstoelvriendelijk – via de fontein en de buitenzwembaden de ontbijtzaal van het Sol Centrum in. Kijk naar buiten en geniet van het uitzicht: de bergen, onze tropische tuinen en natuurlijk de flats. Het appartementencomplex. Hier wonen wij, de Nederlanders van Sol Andalusi. Cay, Babs, Amy, Gerard K., alleenstaanden die hier na de dood van hun partner zijn komen wonen. Daarnaast de echtparen Jan B. en Margreet, Yvonne en Jan A., Gerard D. en Diny, Louis en Lia, Nel en Jacques. Onze jongste bewoner is 54, de oudsten zijn over de 90. Maar ‘bejaard’ zeggen we liever niet. Senior is een beter woord.

We zijn hier allemaal met hetzelfde motief: oud worden in Nederland, dat wilden we niet. Dus trokken we weg. Van de regen, de files, de stress. De meesten van ons zitten al jaren in Spanje. Neem Yvonne en Jan A. Zij begonnen in Torremolinos, een gebied dat ze ooit zagen in een televisieprogramma met Patty Brard. Na die uitzending belden ze Veronica: ‘Waar is dat?’ Niet lang daarna betrokken ze er een villa. Het was er mooi, het klimaat was prima. Er kwamen alleen wel steeds meer Engelsen wonen. En die waren toch, nou ja, van een ander niveau dan Yvonne en Jan A. De Engelsen dronken en schreeuwden. Sommigen vochten. En toen werd er ook nog ingebroken. Weliswaar niet door Engelsen. Door Marokkanen. Ze namen niets mee, maar trokken wel alle laden open. Yvonne en Jan A. voelden zich niet langer veilig in hun villa in Torremolinos.

Of neem Margreet en Jan B. Hadden een huis in Pego. Met een zwembad. Jan B. had het water speciaal zout laten maken, dat was beter voor Margreets gepermanente haren. Op een dag klom Jan B. uit het zwembad om een foto van zijn vrouw te maken. Hij gleed uit en viel. Achterover. Met zijn rug op de rand, drie wervels gebroken. Waarschijnlijk had een Spanjaard de tegels niet goed droog gemaakt. Het kwam goed met de wervels. Maar het lukte Jan B. niet meer zelf het zwembad te verschonen.

En zo kwamen Yvonne, Margreet, Jan A. en Jan B. een paar jaar geleden op Sol Andalusi wonen. Want hier is het veilig. Hier hoeven we geen zwembaden te onderhouden. Hier is vierentwintig uur per dag zorg beschikbaar. En hier hebben we elkaar. Is Gerards computer kapot, komt Jan B. ’m repareren. Heeft Jan A. een lift nodig, rijdt Louis auto. Een fijn idee, want mocht er iets gebeuren...

Enfin, komt u mee? Dan leiden we u over ons complex. Kijk, dat appartement met die witte muren rechts, dat staat op naam van Ria Valk. Die viel natuurlijk ook voor onze faciliteiten. Ze is er nooit, maar wie weet komt ze hier nog wonen, ooit. En daar, dat huis is van jazzpianiste Pia Beck. Ook zij wilde hier graag wonen. Jammer dat het er niet meer van is gekomen

Maar kom kom, we lopen door. Ziet u die bomen? Daaraan groeien straks bananen. Let maar niet op al die lege huiskamers achter de stoffige ramen. Inderdaad, er staat veel te koop. De crisis raakt ook Sol Andalusi. In deze omgeving gingen de afgelopen tijd zevenhonderd makelaars failliet. Maar het trekt vast aan, hoor, op den duur trekt alles altijd aan. Die lege woning daar? Nee, die staat niet te koop. Die is van Lotti. Of nou ja, die was van Lotti.

Wacht, we laten u onze appartementen van binnen zien. Kijk, geen drempels, wel schuifdeuren, vloerverwarming, nephaard, stenen molentje, porseleinen kat, echte kat, Eftelinglaaf, zilveren kandelaar, oven, magnetron, wasmachine met droger, wit lederen stoel, wit lederen poef, Boeddha, Marokkaanse schaal, stortdouche, bubbelbad.

Dat koordje daar? Dat is voor als er iets gebeurt. Dan trekken we eraan en komen ze ons halen. Maar dat is iets waar we liever niet aan denken. Of over praten. Dus laten we naar het terras gaan! Hier geven we onze borrels. Als er iemand komt, of gaat, of jarig is, of haring uit Nederland heeft gehaald. Dan drinken we en praten we. Over de kleinkinderen en over elkaar. Of over de kat van Yvonne en Jan A. Met die kat is iets mis al weten we nog steeds niet wat dat is.

‘Schurft!’

‘Geen schurft, joh.’

‘Hij stinkt.’

‘Hij rot.’

‘Niet zo gek, zijn hele bek is weg.’

‘Kijk die tanden.’

‘Aangereden.’

‘Door een auto.’

‘Of een motor.’

‘Hé, zijn hele bek is weg!’

‘Hij stinkt ook.’

‘Misschien is het schurft?’

Of we praten over het weer in Nederland. Dat houden we bij. Regent het daar, lachen wij: ‘Het weer is daar waardeloos, hè?’

‘Het weer is weer waardeloos, ja.’

Ach, Nederland, we zijn blij dat we er weg zijn. Nederland verloedert, dat weten we zeker. We zien het in Eén Vandaag en in de Nederlandse kranten die we lezen. In Nederland kunnen meisjes niet over straat zonder voor hoer te worden uitgemaakt. In Nederland wordt ambulancepersoneel aangevallen tijdens elke dienst. In Nederland bevechten politici niet de crisis, maar elkaar. Nee, we missen niets. De kinderen komen met Kerst, we hebben satelliettelevisie en in de Nederlandse winkel verderop verkopen ze het enige Nederlandse product dat je hier niet hebt, Conimex.

De faciliteiten! Tijd voor de faciliteiten. Loop maar mee, het Sol Centrum weer in. Hier op de benedenverdieping zit de spa. Met onderwatermassages, hydrotherapie, flotarium, chocoladepacking, kruidenbad. Kost wel extra, maar dan heb je ook wat.

Kom verder, de trap op. Die witte balie, dat is de dokterspost. Voor als er iets gebeurt.

Maar, echt, meestal gebeurt er niets.

Loopt u even mee de sportschool in? De sportschool met de loopbanden, abs-machine en jacuzzi. Wacht, we zetten de jacuzzi even aan. Kijk die bubbels eens gaan! Draai je de witte knop naar boven, komen de bubbels nog hoger. Die bubbels, moet je de bubbels eens zien. Oké, eigenlijk zitten we niet zo vaak in de jacuzzi. Misschien zitten we wel helemaal nooit in de jacuzzi. En goed, als u het wilt weten: de meesten van ons gebruiken zelden het flotarium of de abs-machine. Sommigen deden aan pilates. Tot het klasje wegens te weinig animo werd opgeheven. Maar toch. Al maken we er weinig gebruik van, het is fijn dat ze er zijn, de faciliteiten.

De faciliteiten geven ons resort toch een net wat luxere uitstraling.

Wat het ook gewoon is: we hebben het te druk. Zo houden we allemaal van routjes rijden. Met de auto door de bergen, langs de amandelbomen. Uitstappen doen we niet, maar van achter de voorruit wijzen we.

‘Kijk, de amandelbomen bloeien.’

‘Ja, ze bloeien, de amandelbomen.’

En dan hebben we nog onze persoonlijke hobby’s. Gerard bouwt miniatuurtreintjes in een miniatuurlandschap, de miniatuurskilift is nu bijna af. Margreet borduurt kussens met kattenhoofden, Jan A. schildert lotussen en LottiLotti speelde tennis. Oh! En Nel heeft haar Sugar Lee Hooper-act. Het dikmaakpak kocht ze in Benidorm, de jurk heeft ze zelf van tule gemaakt. Ze deed er honderdvijftig uur over. Optreden doet Nel niet vaak – zo’n vleeskeurig hoofdkapje kost al snel 40 euro – maar ze oefent graag: Jo met de banjo, Lien met de mandoline.

En dan Yvonne. Die heeft het druk met de maandelijkse ontvangst van de Nederlandse koffieclub. Tot vorig jaar was dat Lotti’s taak.

Lotti, ach ja.

Lotti was een gegoede dame, haar man was van adel. Ze was ook een statige dame, een speciale dame. Mocht ze je niet, dan rolde ze met haar ogen als je tegen haar praatte. Maar mocht ze je wel, dan was ze er onvoorwaardelijk. Naast de koffieclub organiseerde ze ook andere activiteiten. Je zou kunnen zeggen: als een leider. En ze hield van discussies, maatschappelijk, politiek. Als het aan haar lag was het koningshuis allang afgeschaft. ‘Aan Beatrix hebben we niets.’ Ze zei het fel, maar met een lach. En in haar hand een glas whisky. Bell’s. Een ander merk wilde ze niet. Bij sommigen van ons staat nog steeds een halfvolle fles Bell’s in de kast.

Maar hé, we dwalen af. Hoe laat is het? Drie uur? Tijd voor wijn.

‘Antonio!’

Goede jongen hoor, Antonio. Lacht altijd. ‘Vino, Antonio, vino blanco.’ Hoor, nu zegt hij ‘alsjeblieft’. Past-ie zich toch aan, hè? Spaans verstaan wij ook wel, maar spreken is lastig. Het is ook niet nodig. Spaanse vrienden hebben we niet. Want ze zijn toch anders, die Spanjaarden. Niet dommer, maar langzamer. Repareren ze je kraan, vergeten ze het leertje te vervangen. Witten ze een muur, laten ze de verfblikken dagen in de zon staan. Spreek je om één uur af, komen ze kwart over twee aan. Sorry zeggen ze niet. Ze zeggen alleen: ‘Mañana.’

Het is niet zo dat we helemaal niet met Spanjaarden omgaan. De mensen die ons bedienen, kennen we allemaal bij naam. Ah, daar komt Antonio al aan. ‘Gracias, Antonio, muchos gracias!’

En kijk, de andere Nederlanders. Vanavond komen we samen, want er is muziek in de pianobar. Daar zijn Nel en Jacques, Gerard D., de weduwen: ‘Hoi Cay, dag Babs!’

Dat touwtje om hun nek? Daar hangt een plastic badge aan. Een badge met een knop. Drukken ze op de knop, gaat er een seintje naar de hulppost. Handig, voor als er iets gebeurt.

Oké. Vooruit. Nu u ernaar vraagt. Er gebeurt wel eens wat. Wat wil je? Wij zijn senioren, dan krijg je dat. Het begon met de Engelse dame. Ze viel. Midden in haar huiskamer. Alleen: het alarmkoordje hangt in de badkamer. Uren heeft ze zo gelegen, starend naar de bank. Tot er toevallig iemand langskwam. Onze weduwen waren er helemaal naar van. Toen hebben ze die badges voor om hun nek gekregen.

Daarbij hebben we natuurlijk ook onze kwaaltjes. Dingen waar we liever niet over praten. Al komen ze op avonden als deze toch vaak ter sprake. De heup van Lia, de knie van Louis, de ogen van Cay, de ogen van Gerard D., de koorts van Gerard K., de heup van Amy, de buikgriep van Nel, het looprek van de Engelse dame, de arm van Jacques.

Of erger.

Neem Kees. Het was zo’n nette heer. Zat altijd rechtop, was altijd goed gekleed, kende zijn talen: Engels, Duits, Frans. Hij kreeg een hersenbloeding. Daarna ging niets meer. Zijn Engels, Frans en Duits verdwenen. Hij kon nauwelijks bewegen, kreeg moeite met eten: zijn armen trillen te hevig. Soms knoeit hij op zijn dasje. Dan schreeuwt hij zachtjes. En proberen we hem tot stilte te manen. Of zijn vrouw. Die is nog fit hoor, die loopt als een kieviet.

Maar, nou ja. Nog een wijntje dan maar?

‘Antonio, vino blanco!’

Fit, tja. Eigenlijk zegt dat niets. Kijk maar naar Lotti. Die was ook fit. Het fitst van ons allemaal. Ze tenniste, ze reisde zelfs nog. Op cruiseschepen met cocktails en live muziek. Maar het liefst wilde ze naar Mali. Dus ging ze vorig jaar met een vriendin naar Afrika op vakantie. Voor ze vertrok, stonden we met z’n allen in deze pianobar. Lotti was zó blij. Ze zei: ‘Ik geef een rondje, want ik ga naar Mali!’ Toen ze terugkwam, was Lotti ziek. We dachten: dat is griep. Een tropische griep uit Afrika. Maar Lotti werd niet beter. De griep werd alleen maar heviger. Bij de dokter ontdekte ze pas dat de griep geen griep was. Lotti had kanker. Aan haar lever. Een paar weken later was ze overleden.

De begrafenis was hier, in Spanje. Geen typisch Spaanse begrafenis. Een Spaanse rouwstoet stopt onderweg voor koffie, maar tijdens een Spaanse dienst is er opeens geen tijd voor speeches of muziek. Zo wilde Lotti het niet. Daarom had ze alles van tevoren geregeld. Wie er zouden spreken, welke muziek ze zouden draaien. En na afloop van de dienst wilde ze voor iedereen een flinke borrel: whisky.

Bell’s Whisky.

Ja

Het is geen taboe, heus niet. Maar de dood, het is gewoon we denken er liever niet aan. Ja, op Sol Andalusi gaat de tijd snel voorbij. Sneller dan in Nederland, zeker weten. En gaat de tijd snel voorbij, dan ben je eerder bij het eind. Maar liever eerder bij het eind, dan een langzaam saai leven.

Klaar nu. Het is al laat. Tijd voor muziek, tijd voor nog wat wijn.

‘Antonio, Antonio, tinto verrano!’

Laten we lachen, laten we dansen, laten we proosten zolang het nog kan.

‘Gracias gracias, ja ja, mañana’

Kom op, we heffen de glazen. Op de Sol, op de zon.

Op de eeuwige ouderdom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden