Welkom bij de club

Iwan Brave keerde ruim een jaar geleden terug naar zijn geboorteland Suriname. Wekelijks beschrijft hij zijn ervaringen...

IWAN BRAVE

Ik was lekker uitgeslapen en het leek een doodgewone zondag te worden. Totdat een redacteur van RTL 4 belde en informeerde hoe de situatie was na de 'verijdelde couppoging'. Couppoging? Ik wist van niets. Dat moest dan wel heel laat zijn geweest, want pas half vier 's nachts verliet ik het café en de taxichauffeur had niets bijzonders te melden. Licht beschaamd moest ik de redacteur het antwoord schuldig blijven.

Voor ik op zijn verzoek een kijkje in het centrum ging nemen, zocht ik eerst op de radio de FM-band af. Wat ik hoorde, waren de gebruikelijke muziek- en praatprogramma's. Ik belde een paar kennissen en vrienden op. Niemand wist ergens van. De buren evenmin. Even later maakte de radio melding van een 'verijdelde couppoging'. Later in de middag zou de president hierover een persconferentie beleggen. 'Tot die tijd wachten we rustig af', zei de presentatrice en ze ging weer over tot de orde van de dag.

In het centrum hing een gemoedelijke sfeer en genoten dagjesmensen van de rust. Straatverkopers waren niet op de hoogte van een verijdelde couppoging.

De 'spoedpersconferentie' van president Wijdenbosch leverde geheel volgens gebruik weinig verhelderends op. 'Alles is onder controle en u kunt gerust gaan slapen', verzekerde Wijdenbosch de voltallige pers.

Ons ploegje besloot een kijkje te nemen bij de uitdeuk- en spuitinrichting waar de inval plaatsvond. Een buurtbewoonster wilde wel vertellen wat ze 'vooral gehoord' had, maar niet voor de camera. Toen ik mijn microfoon liet zakken, stootte de cameraman - die was blijven draaien - tegen mijn elleboog, zodat de microfoon weer in de buurt van de vrouw kwam. Ik liet de microfoon weer zakken, want ik wilde niet opdringerig zijn. Wederom porde de cameraman tegen mijn arm. Uiteindelijk bleef de microfoon ergens in het midden hangen.

'Je moet de microfoon gewoon bij hun mond blijven houden', zei de cameraman na afloop. 'Als ze echt niet willen, lopen ze wel weg.' We begaven ons in het gewraakte pand. In de loodsachtige ruimte, waar alles onder een dikke stoflaag lag, leek het een expositie van autowrakken. Een aapje aan een ketting krijste af en toe om aandacht. De vrouw van de gearresteerde eigenaar zei dat ze niets te melden had. Zij gaf zich echter direct gewonnen, toen ik haar de microfoon voorhield. Gedetailleerd vertelde ze over de inval. We mochten ook in de vergaderruimte kijken: sporen van worstelingen, gebroken glas en een bord met eten.

Tevreden verlieten we het pand, want de president had gezegd dat er niet was geschoten, terwijl de omwonenden spraken van 'wel een uur lang schieten'. Ook hadden we enkele namen van arrestanten weten te achterhalen. Hoewel het niet mijn stijl is, besefte ik die dag dat je voor televisie soms ongeneerd met de deur in huis moet vallen, anders krijg je weinig te horen.

Sinds mijn komst in Suriname ben ik onbedoeld bij dit medium beland. Journalistiek gezien was het geen sprong in een al te grote diepte, want de essentie blijft vragen stellen. Maar het hanteren van de microfoon vergt de nodige aandacht. Je moet er bijvoorbeeld niet te onstuimig mee omspringen. Dit om gerommel op de band te voorkomen. Je moet hem ook niet te dicht bij je mond houden, anders kraakt het. Vooral dat laatste vergeet ik steeds, zo blijkt bij het monteren. Ook die dag.

Maandag waren we weer op pad voor een follow-up. Dat hield in: straatopnamen maken en proberen te bewijzen dat er geschoten was. 'Gewoon op mensen afstappen en de microfoon onder hun mond houden', benadrukte de cameraman voor we aan de slag gingen. Zo gezegd zo gedaan. Na vier mensen te hebben aangeschoten, voelde ik me niet langer bezwaard. Degenen díe hun mening gaven, dachten eerder aan een afleidingsmanoeuvre van de regering, vanwege haar vruchteloze beleid, dan aan een serieuze couppoging.

Net toen ik de smaak te pakken had, bleek onze aanpak plotseling een keerzijde te hebben. Een dikke, ogenschijnlijk gemoedelijke man werd zo driftig dat hij de microfoon van onderaf tegen mijn mond sloeg. Ik voelde op z'n minst twee tanden losser zitten. Van schrik bleef ik verstijfd staan. De man graaide in zijn broekzak en zei: 'Als je niet oprot, steek ik je neer.' Mijn lichaam deinsde vanzelf achteruit. We dropen af.

Onderweg naar mensenrechtenactivist Stanley Rensch voelde ik of mijn gebit nog compleet was. De cameraman had de grootste lol. 'Laat je niet afschrikken, je hebt veel gefrusteerde figuren', zei hij op een welkom-bij-de-club-toon.

Na afloop van het interview gaf Rensch ons les in het herkennen van kogelinslagen. In de hal van zijn huis toonde hij ons stille getuigen van een 'mislukte moordaanslag' in 1989. Terug bij de uitdeukerij zagen we zowel buiten als binnen kogelinslagen. In een doorboorde kast was een kogel in een stapel briefpapier terechtgekomen.

Nadat ik de beelden had gemonteerd en doorgestraald naar Hilversum, bood ik ze bij een plaatselijk televisiestation aan. De dienstdoende chef bedankte echter. Toen ik vroeg waarom, antwoordde hij: 'Als de president zegt dat er niet geschoten is, dan kunnen wij geen beelden met kogelinslagen uitzenden.'

Thuis aangekomen, zo'n veertien uur later, had ik het gevoel de generale repetitie achter de rug te hebben. In ieder geval heb ik voor eens en voor al geleerd de microfoon niet te dicht bij mijn mond te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden