Welke prijs wil Israël nog betalen?

Israëliërs voeren hoogoplopend en emotioneel debat over ontvoerde soldaten...

JERUZALEM Het is een mengsel van frustratie, angst en woede, dat in Noam Shalit broeit. De kalende ingenieur is de vader van dienstplichtige Gilad Shalit, die twee jaar geleden is ontvoerd en naar de Gazastrook werd overgebracht. Onlangs sprak hij gedetailleerd over zijn gevoelens in de krant Haaretz.

‘Gilad wordt niet gegijzeld in de bergen van Tora Bora (het onherbergzame deel van Afghanistan waar Osama bin Laden zich ooit schuil heeft gehouden). Hij wordt vastgehouden op een plek die op grofweg een half uur loopafstand ligt van de Israëlische grens. De Israëlische staat, met al zijn technologie, speciale eenheden, middelen en internationaal aanzien, kan een ontvoerde soldaat niet terugbrengen. Na twee jaar is dat een schande.’

De zomer van 2006 is in Israël nog altijd niet voorbij. Eerst overmeesterden Palestijnse Hamasstrijders op 25 juni Gilad Shalit (21) op Israëlisch grondgebied en namen hem mee naar Gaza; drie weken daarna, op 12 juli, grepen Libanese Hezbollahstrijders eveneens op Israëlisch grondgebied de militairen Eldad Regev (27) en Ehud Goldwasser (32) en namen hen mee naar Libanon. Alle drie zitten ze nog vast.

De wekenlange verwoestende aanvallen die het Israëlische leger destijds op Gaza en Libanon uitvoerde – met vele honderden burgerdoden tot gevolg – konden de ontvoerders niet vermurwen. Sindsdien is de Israëlische premier Ehud Olmert met tussenpozen blijven onderhandelen over een gevangenenruil: via de Egyptische regering met Hamas, en via een door de Verenigde Naties naar voren geschoven Duitse bemiddelaar met Hezbollah.

De ontvoeringen geven momenteel in Israël aanleiding tot een hoogoplopend en emotioneel debat, omdat in beide zaken beweging lijkt te zitten. De vraag is: hoever moet Israël gaan om de gijzelaars vrij te krijgen? In het verleden zijn Israëlische regeringen keer op keer bereid geweest honderden Palestijnse of Arabische gevangenen te ruilen voor enkele Israëlische gijzelaars. Het komt voort uit de Israëlische legerdoctrine, gestoeld op Joodse tradities, dat nog geen teen van een soldaat wordt achtergelaten op het slagveld.

Maar de ruimhartigheid leidt bij sommigen tot de analyse dat Israël zo steeds nieuwe ontvoeringen uitlokt. Controversieel genoeg zei oud-chefstaf Moshe Yaalon onlangs dat soms ‘de prijs te hoog is’ en ontvoerde soldaten aan hun lot moeten worden overgelaten.

De Israëlische regering heeft deze week de legerrabbijn gevraagd te beoordelen of Regev en Goldwasser doodverklaard moeten worden. Van hen is geen levensteken meer vernomen en de inlichtingendienst vermoedt dat de twee zijn overleden aan tijdens de ontvoering opgelopen verwondingen.

Met een doodverklaring kan Israël proberen de onderhandelingen te beïnvloeden.

Maar zover is het nog niet. De Israëlische regering is eerst van plan zondag te stemmen over een akkoord met Hezbollah. De ruil komt voor zover bekend hier op neer: Regev en Goldwasser worden geruild tegen vier Hezbollah-strijders die Israël op zijn beurt in 2006 heeft ontvoerd, de stoffelijke overschotten van acht andere Hezbollahstrijders, en de Libanees Samir Kuntar, die in 1979 een beruchte terreuraanslag pleegde in de Israëlische kustplaats Nahariyya, waarbij hij een vader en zijn dochter vermoordde. Ook lijkt het erop dat Israël Palestijnen wil vrijlaten, als geste naar de VN.

Aan de andere kant zijn in de zijlijn van het staakt-het-vuren met Hamas in Gaza de onderhandelingen over Shalit weer begonnen. De Israëlische onderhandelaar is donderdag naar Egypte gereisd met nieuwe voorstellen.

Het is de bedoeling dat onderhandelaars van Hamas en Israël over een paar weken hun intrek nemen in een en hetzelfde hotel in Caïro, waar Egyptische bemiddelaars dan tussen hen zullen pendelen. Hamas eist de vrijlating van enkele honderden Palestijnse gevangenen, onder wie Hamasleden die direct betrokken waren bij de voorbereiding van zelfmoordaanslagen tijdens de tweede intifada. Over de namenlijst steggelen de partijen al anderhalf jaar. Israël heeft de duur van het staakt-het-vuren afhankelijk gemaakt van snelle voortuitgang in het overleg.

Om een en ander nog complexer te maken hangt over de twee ontvoeringszaken de schaduw van Ron Arad, een Israëlische luchtmachtkanonnier die in 1986 in Libanon een noodlanding maakte en toen is gepakt door een sjiitische militie. Onderhandelingen over zijn vrijlating zijn in 1988 mislukt en sindsdien is niets meer over hem vernomen. De familieleden van Shalit, Regev en Goldwasser vrezen een herhaling van die geschiedenis. In zijn laatste brief schreef Arad destijds: ‘Snel handelen is van het grootste belang.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden