Reconstructie

Welke prijs betalen docenten voor goed onderwijs?

Een onconventionele schooldirecteur redde een school in de moeilijkste wijk van Nederland, maar ging er zelf haast aan onderdoor.

Eric van 't Zelfde. Waar anderen meenden dat het onbegonnen werk was om deze school op te lappen, was hij optimistisch.Beeld Linelle Deunk

De steek in zijn borst diende zich aan in de zomer van 2015, zomaar op een namiddag in juli: boem!

Eric van 't Zelfde stond in de spartaans ingerichte directeurskamer van zijn Rotterdamse school en voelde een pijn alsof hij een karatetrap op zijn borst kreeg. Hij zocht steun bij zijn bureau en probeerde rustig te ademen, maar de pijn hield aan. 'Ik zweette als een bunzing', zou hij later zeggen, met zijn licht Rotterdamse tongval. Dit was niet goed, wist de 43-jarige directeur. Dit was helemaal niet goed.

Na ongeveer een kwartier kwam een van de afdelingsleiders binnen. Martin Buijtendijk keek verschrikt toen hij de directeur daar zag staan. Zal ik je naar huis brengen, vroeg hij. Van 't Zelfde keek hem aan. Waar hij normaal altijd zou antwoorden dat dat niet nodig was, zei hij nu: graag.

Naïef

De man die een zwakke zwarte school in het arme Rotterdam-Zuid in vijf jaar veranderde in een succesvolle school, arriveerde diezelfde avond nog in het ziekenhuis. Via zes stickers op zijn witte buik was hij verbonden met apparaten. Dat heb je lekker gedaan, dacht hij bij zichzelf. Je probeert goed te zorgen voor de school, voor die paar honderd kinderen en voor je personeel. Maar jezelf help je naar de donder.

'Het is dus waar', schrijft hij in zijn boek Superschool, dat deze week verschijnt. 'De revolutie verslindt haar eigen kinderen.' Hij was naïef, zou je kunnen zeggen, toen hij in het voorjaar van 2009 arriveerde op de Openbare Scholengemeenschap Hugo de Groot. Van 't Zelfde, een lange, energieke man van 35 jaar oud, had geen idee waar hij aan begon.

Dat was zijn kracht ook, want waar anderen meenden dat het onbegonnen werk was om deze school op te lappen, was Van 't Zelfde optimistisch. Voor elk probleem bestond een oplossing. Natuurlijk, hij zag hoe de school aan het Nachtegaalplein in Rotterdam-Zuid erbij lag. Stinkende toiletten, oud meubilair, hakenkruizen op de muren. Hij merkte dat docenten 'lesontvluchtend' gedrag vertoonden. Even iets kopiëren, even iets aan een collega vragen. En hup, dan hoefden ze weer tien minuten minder les te geven.

Kapotmaakfabriek

Ook viel het hem op dat de docenten geen gezag hadden. De lijst met spijbelaars was lang, het lokaal waar ze moesten nakomen leeg. Er waren intimidaties, vechtpartijen, bendes. Het was hier erger dan Schiedam-Oost, waar hij was opgegroeid. Het was hier erger dan de Schilderswijk in Den Haag, waar hij als leraar Engels Hamlet had zitten lezen met van die schoffies.

Rotterdam-Zuid was nergens mee te vergelijken. In juni 2009 werden de eindexamenresultaten van de school bekend. Die waren dramatisch, nóg slechter dan het jaar daarvoor. Op de havo was slechts 38 procent geslaagd. Dit was geen school, dacht Van 't Zelfde, dit was een kapotmaakfabriek.

Streng

Na de zomer kreeg Van 't Zelfde meteen te maken met een incident. Een receptioniste kwam overstuur op hem af. Ze was zojuist door een leerling uitgescholden voor 'vuile kankerhoer'. Van 't Zelfde vroeg aan de afdelingsleider wat voor leerling dit was. Iedereen was bang voor deze jongen, zei Buijtendijk. Hij had nog meer geflikt, ergere dingen ook, maar ze hadden hem niet weten te temmen.

We gooien hem het gebouw uit, stelde Van 't Zelfde voor. De nieuwe directeur was streng. Geen gelul over tweede kansen of moeilijke jeugd, zoals voorheen. Nee, hup, opdonderen. De school moest weer een veilige plek worden.

Daarom zette Van 't Zelfde ook een hek om de school en hing hij overal camera's op. Ze stapten op de jongen af en vroegen of het waar was wat ze van de receptioniste hadden gehoord. Wie ben jij, vroeg de jongen. Ik ben de nieuwe directeur, zei Van 't Zelfde. En jij bent vanaf nu geen leerling meer. Ze zouden de beste school op Zuid worden, hield Eric van 't Zelfde zijn personeel voor. En daarvoor zouden ze ver gaan, soms tegen het randje, en soms daar net overheen als de kinderen daar bij gebaat waren.

Flinke sprong

De nieuwe directeur zette al snel het mes in het personeelsbestand. Docenten die konden en wilden lesgeven mochten blijven. Docenten die wel wilden, maar niet meer konden hij noemde ze 'vermoeide helden' moesten weg. Dat gold ook voor docenten die niet konden én niet wilden lesgeven. Zij klaagden alleen maar, vond Van 't Zelf de, dit waren 'beroepssaboteurs'.

In totaal moesten dat jaar 34 docenten de school verlaten. Ook wilde Van 't Zelfde niets weten van nieuwerwetse fratsen als 'competentiegericht onderwijs' en 'adaptief onderwijs'. Die kinderen zaten met z'n zestigen door elkaar wat te googelen. En de leraren, pardon: coaches? Die stonden ondertussen gewoon over Feyenoord te ouwehoeren. En dus nam de directeur van de ene op de andere dag, zonder overleg, een rigoureus besluit. Coaches werden weer docent. En ze gingen weer ouderwets lesgeven in jaarklassen.

Er kwamen ook uren bij, want de achterstanden die deze kinderen hadden bij taal en rekenen moesten worden weggewerkt. Dat eerste jaar maakte de school een flinke sprong. Het verzuim nam af, de sfeer was beter en Van 't Zelfde zag de ogen van de docenten fonkelen. De examenresultaten waren nauwelijks verbeterd, maar er was weer begeisterung.

'Verrassing van de dag'

De resultaten werden in de jaren daarop steeds beter, het aantal inschrijvingen groeide, maar de Hugo de Groot bleef een school waar geregeld de vlam in de pan sloeg. Geen dag ging voorbij zonder klein incident. Ze noemden dit de 'verrassing van de dag'. En elke week was er iets groters, een 'verrassing van de week'.

Op een dag in 2012 liep Van 't Zelfde de aula binnen toen een eersteklasser zich huilend aan hem vastklampte. Zijn gezicht leek gehavend. De jongen vertelde dat drie derdejaars leerlingen hem onder handen hadden genomen. Van 't Zelfde kookte van woede. Met Martin Buijtendijk ging hij naar de controlekamer in de kelder, waar ze de camerabeelden bestudeerden. Ze zagen hoe de eersteklasser door de drie werd achtervolgd, hoe ze hem tegen de grond werkten en zich vervolgens op hem wierpen, slaand, schoppend. De jongen trok een stoel over zich heen, om zich te beschermen. Godverdomme, zei Van 't Zelfde.

Crisisteam

Hij riep het crisisteam bij elkaar, een team van kordate mensen die bij incidenten alles uit hun handen laten vallen, een team met korte lijntjes naar de politie, naar jeugdzorg en naar het meldpunt Kindermishandeling, een team dat onder meer zou samenkomen toen een jongen een andere jongen op school een vuurwapen in de mond stak, toen een meisje door loverboys was ontvoerd en toen een leerlinge was gevlucht omdat ze niet uitgehuwelijkt wilde worden.

Het crisisteam zorgde dat de drie jongens een voor een in het kantoor van de directeur verschenen. Nee hoor, zeiden ze. Zij hadden die jongen niet in elkaar geslagen. Er zijn camerabeelden, zei Van 't Zelfde. Dat waren ze echt niet, zeiden de jongens. De opgetrommelde ouders verscholen zich ook. Wie zei dat op die beelden hun kinderen te zien waren? Het viel toch wel mee met die klappen? En wat had het slachtoffer gedaan voordat dit gebeurde?

De school deed aangifte tegen de jongens bij de politie. In het eerstvolgende directieoverleg stelde Van 't Zelfde voor om ze van school te sturen. Ja, dat zou tot ellende kunnen leiden, want leerplichtige kinderen van school sturen mag alleen wanneer een andere school bereid is om ze op te nemen. Dat leek ondenkbaar met deze lui. Maar wat maakte dat uit? Dit was een principiële zaak.

Ongure mannen

Iedereen ging akkoord - zelfs de rechter die er later uitspraak over zou doen. Kort na de verwijdering van de drie jongens kreeg Van 't Zelfde onverwacht bezoek.

Hij zat laat op de avond nog te werken als laatste in het pand toen er drie mannen voor de deur van zijn kantoor stonden. Van 't Zelfde schrok. Hij was al gewaarschuwd. Toen de gemeente Rotterdam had gehoord wie hij van school had getrapt, hadden ze een beveiligingsfunctionaris bij hem langs gestuurd. Een van die drie jongens kwam uit een onprettig gezin, zei de man. Dus als Van 't Zelfde het idee had dat hij achtervolgd werd, dan moest hij direct de politie bellen. Wat kan ik voor jullie doen, vroeg Van 't Zelfde aan de ongure mannen. Op school had hij na de waarschuwingen maatregelen genomen. Hij had een paar potige mannen van een beveiligingsbedrijf besteld, die overdag de hoofdingang en de deur van zijn eigen kantoor konden bewaken. Maar die waren nu al naar huis.

We zijn op zoek naar de directeur, zeiden de mannen. Hij keek ze aan. Hoe waren ze binnen gekomen, vroeg hij zich af. Hij had toch alle deuren afgesloten? Met zijn hand voelde Van 't Zelfde onder zijn bureau, waar hij kort daarvoor met ducttape een klauwhamer had bevestigd. De directeur is er niet meer, zei hij. Ik ben bezig met de roosters. De mannen draaiden zich om en verdwenen. Toen ze weg waren, spoedde Van 't Zelfde zich naar huis.

Apetrots

Er was een band die liedjes van The Beatles speelde, er waren koks die veel te veel eten serveerden en er was genoeg te drinken voor iedereen. Want successen moet je uitbundig vieren, vindt Van 't Zelfde.

Het was de zomer van 2014 en de Hugo de Groot had een waanzinnige prestatie geleverd. De school had op de mavo, de havo én het vwo een slagingspercentage van honderd procent. Apetrots was Van 't Zelfde op zijn team. Hij vroeg veel van ze, dat wist hij. Ze moesten meer uren maken dan docenten op andere scholen, want alleen zo had hij het aantal lessen op de Hugo de Groot flink kunnen uitbreiden. En kijk eens wat er dan mogelijk is met deze kinderen, die door anderen vaak worden opgegeven.

De school had bovendien de slechte naam afgeschud. Sinds 2011 hadden ze elk jaar meer dan honderd nieuwe inschrijvingen gehad. Uit heel Nederland kwamen delegaties van scholen kijken hoe ze het hier in Charlois deden. Het was dus gelukt en meer dan dat. Ze waren niet alleen de beste school op Zuid geworden, ze waren een van de beste scholen van Nederland.

Die avond speelde de band nog lang door. De tap bleef open. En zelfs de buren kwamen proosten op het succes van de school. Op een ochtend in januari 2015 arriveerde Eric van 't Zelfde rond een uur of zes 's ochtends op school. Hij stommelde naar de kantine voor een kop koffie en zag het certificaat aan de muur hangen. 'Gezonde school', stond er.

Van 't Zelfde tussen leerlingen, allemaal geslaagd voor hun eindexamen.Beeld VPRO

Welzijn van het team

My ass, dacht Van 't Zelfde. We zijn hier helemaal geen gezonde school, niet voor het personeel in ieder geval. Kijk hoe ze door de gangen sloffen. Niks geen fonkelende ogen, niks geen begeisterung.

Zelf was hij ook niet fit. Hij was altijd moe, sliep alleen met slaappillen, ging niet meer elke ochtend fluitend naar zijn werk en werd bovendien weemoedig, weemoedig over het onderwijs in de arme wijken. Wie bekommerde zich om deze kinderen?

Met een kop koffie stiefelde Van 't Zelfde terug naar zijn kantoor en wachtte tot de overige directieleden er waren. Hij stelde ze voor om iedereen een lang weekend vrij te gunnen. Misschien zou hij op z'n flikker krijgen van de inspectie, maar dat maakte hem niet uit. Het welzijn van het team was belangrijker.

Die vrijdag was de Hugo de Groot dicht. Alleen de directie kwam naar school. Wel ging Van 't Zelfde eerder naar huis. Voor het eerst sinds jaren haalde hij op de markt een visje. Aan het einde van afgelopen schooljaar zat Eric van 't Zelfde met een dubbel gevoel. Enerzijds was daar natuurlijk die trots, omdat weer iedereen geslaagd was. Dit jaar had zelfs niemand een herkansing nodig gehad. Anderzijds was er frustratie. Waar om zaten ze nog steeds in zo'n oud koleregebouw? Waarom konden ze hier alleen goed onderwijs geven als iedereen zich kapot werkte? Waar was het geld om extra mensen aan te nemen?

Boze mail

Van 't Zelfde zag altijd oplossingen, maar nu even niet. Toen hij 's nachts een keer niet kon slapen, typte hij daarom een boze mail aan zijn leidinggevende. Hij schreef wat hem dwars zat, wat hij nodig had voor goed onderwijs op Zuid.

In die mail nam het Schiedamse straatschoffie van weleer even het woord en misschien had hij de tekst beter een paar uur kunnen laten liggen voordat hij op send drukte. De reactie was niet mals. Van 't Zelfde voelde zich in de steek gelaten, al wil hij verder niets kwijt over de kwestie. Het was rond die tijd, dat hij de druk op zijn borst voelde toenemen.

De dag nadat Eric van 't Zelfde aan de hartbewaking had gelegen, was het traditionele eindejaarsfeest voor het personeel. Het was donderdag 9 juli 2015 en hij vond dat hij geen verstek kon laten gaan. Hij moest het personeel toespreken. De artsen hadden hem de avond daarvoor naar huis gestuurd. In zijn bloed hadden ze geen stoffen gevonden die wezen op een hartaanval. Hij moest het rustiger aan doen, had een van de artsen nog wel gezegd. Ze wilden hem daar echt niet elke week zien.

Rustiger

Een docent reed hem naar school, waar hij zoals altijd met de personeelslijst in zijn hand over alle medewerkers iets aardigs zei. Ook deelde hij kisten wijn en flessen whisky uit. Daarna ging hij snel weer naar huis.

Tijdens de vakantie begon Van 't Zelfde na te denken over zijn toekomst. Wilde hij dit nog wel? Hij surfte naar een vacaturesite voor het onderwijs, klikte op de regio Rotterdam en scrolde door de verschillende functies. Zijn muis bleef hangen bij: 'Engels'. Dat leek hem fijn, om gewoon weer docent te worden, om gewoon weer Hamlet te lezen met een stel pubers. Of Bukowski. Of Raymond Carver.

Maar die banen waren er niet. En bovendien, wie zat er nou te wachten op Eric van 't Zelfde? Wie wilde die eigenwijze directeur nou als docent op zijn school te hebben? Daarom stapte hij na de zomer weer zijn spartaanse kantoor binnen, het kantoor waar de klauwhamer inmiddels verdwenen is, het kantoor waar hij zes weken eerder in elkaar zakte.

Hij doet het rustiger aan nu, hij eet beter, en na zeven uur 's avonds probeert hij niets meer te doen met de iPhone van zijn werk. Rond tien uur, half elf gaat hij naar bed. Nog steeds is hij ervan overtuigd dat goed onderwijs in moeilijke wijken draait op de goodwill van de docenten, dat de Hugo de Groot dit nooit had bereikt als ze zich met z'n allen niet over de kop hadden gewerkt.

En kijk je hem nu diep in de ogen en vraag je hem hoe groot de kans is dat hij volgend jaar nog steeds directeur is op de Hugo de Groot, dan zegt hij met zijn licht Rotterdamse tongval: 'Wat een tyfusvraag is dat.' Vervolgens pauzeert hij heel even maar en zegt: 'Ik denk nul procent.'

Boek
Deze week verscheen van Eric van ’t Zelfde bij uitgeverij Prometheus het boek Superschool. Dit verhaal is gebaseerd op het boek en gesprekken met Van ’t Zelfde en twee leden van zijn team: Martin Buijtendijk en Connie Otto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden