Welke nieuwe Duitse schrijvers doen ertoe?

Welke nieuwe Duitse schrijvers doen ertoe? Correspondent Sterre Lindhout maakt een absurdistische roadtrip door het hedendaagse literaire landschap bij de oosterburen.

Twee plaatsen zijn er, waar ik altijd besef hoe groot Duitsland is: in de trein en in de boekhandel. Als ik in de trein zit, lang in de trein zit, zie ik vakwerkstadjes langs Zuid-Duitse rivieren veranderen in het spoorviaductenmikado van het Roergebied, dan de strenge boerderijen van het noorden, naar het oosten windmolens en huilbeton uit de DDR-tijd.

In de boekhandel doe ik, flapteksten opslurpend, feitelijk hetzelfde: reizen. Maar dan door ruimte en tijd, wat het aantal reisdoelen haast oneindig veel groter maakt: het westen en het oosten, het oude en het nieuwe Duitsland, en een glimp van het Duitsland van de toekomst.

In Duitsland verschijnen per jaar ongeveer veertienduizend nieuwe romans, verhalenbundels en dichtbundels. Ik ben pas een half jaar correspondent.

De route die ik, ter ere van de Boekenweek, door het Duitse literaire landschap uitstippelde, is dus nadrukkelijk niet dé route - maar meer zo'n soort openkraswereldkaart die nu helemaal het ding is bij reislustige jonge mensen.

Ik kras een paar plekken weg en gebruik daarbij de volgende criteria: alleen boeken van de afgelopen vijf jaar, auteurs van onder de 50. Ook moeten de boeken zich, tenminste deels, in het hedendaagse Duitsland afspelen. Ik moet ze zelf met plezier hebben gelezen of ze werden me met klem aangeraden door kenners.

Op dat reisidee kwam ik door Tsjik. Tsjik van Wolfgang Herrndorf uit 2010 - nu al smokkel ik met mijn criteria, maar voor het goede doel. Tsjik beschrijft de roadtrip van twee 13-jarigen uit een Berlijnse buitenwijk, twee verschoppelingen.

De ene jongen is Maik, aan zijn lot over gelaten omdat zijn moeder zit af te kicken van haar drankprobleem en zijn vader intussen ergens op een eiland de bloemetjes buiten zet met zijn secretaresse. De andere jongen is dus Tsjik, losgeslagen zoon van 'Joodse Sigeuners' en Russische 'Wolgaduitsers' uit Walachije die na de oorlog naar Duitsland zijn geëmigreerd - hier kijkt terloops de Duitse geschiedenis even om de hoek.

Herrndorf

Naar Walachije, daar gaat de roadtrip naartoe. Hoewel Maik denkt dat het bestaan van Walachije 'bullshit' is.

'Wat er vreemd aan was is moeilijk te zeggen, want het was maar een autorit en ik had vaak in de auto gezeten. Maar het is nu eenmaal een verschil of je daarbij naast volwassenen zit die over gewassen grind en Angela Merkel praten of dat ze er juist niet zitten en niemand iets zegt. Tsjik hing aan zijn kant uit het raampje en stuurde de auto met z'n rechterhand het heuveltje op. Het leek wel of de Lada op eigen houtje door de velden reed, het was heel anders rijden, een heel andere wereld.'

Zo'n boek had ik nog nooit gelezen. Aan de ene kant is er de nogal donkere realiteit, aan de andere kant het sprookje, de hoogzomerlandschappen.

Herrndorf, die voor Tsjik striptekenaar en beeldend kunstenaar was, vlocht ze soepel in elkaar, met puntige zinnen. Afgrondelijk, bedachten Duitse recensenten als woord om dat contrast te benomen. Onderkoeld, maar ook onverholen romantisch en in die zin zeker passend in de Duitse literaire traditie.

Tsjik is ook opgenomen in de net verschenen bundel Gute Nacht Freunde - Duitsland in vijfentwintig boeken van de in Nederland levende Duitse uitgever Christoph Buchwald. Die bundel kan ik sowieso erg aanbevelen voor een gedegen chronologische route langs de literaire pleisterplaatsen van de afgelopen eeuw: Kafka, Mann, Böll, maar dus ook Herrndorf.

Twee jaar geleden heeft Wolfgang Herrndorf zichzelf door het hoofd geschoten, toen zijn hersentumor ongeneeslijk bleek. Hij liet een aangrijpend dagboek na over zijn laatste levensjaren, Leven met het pistool op tafel.

Herrndorf zal niet worden vergeten. Inmiddels weet je als literair debutant dat je goed zit als je met hem wordt vergeleken. Waaruit blijkt dat de strenge recensenten van de grote Duitse kranten absurdisme, speelsheid, citaten uit films en popmuziek tegenwoordig hoog waarderen.

Een van de schrijvers die met hem vergeleken wordt, is Karen Köhler (1974), actrice. Haar debuut heet Wir haben Raketen geangelt (2014), (Vuurpijlen vangen). Negen korte verhalen zijn het, negen monologen met een vrouwelijke protagonist die, zo ga je vermoeden, dicht bij Köhler zelf staat. Ook hier veel terloopse verwijzingen naar de explosieve Duitse geschiedenis.

'Je gaf me de zegelring van je nazi-opa met de vraag hem in zee te gooien. Of in welk water dan ook. Omdat jij het niet kon. Toen zei ik: dat doe ik niet, het is mijn klote familie niet. Trouwens, ik heb zelf genoeg lijken in de kast dus voor de jouwe is daar geen plaats.' Dit is het begin van een monoloog van een jonge vrouw tegen haar dode vriend. Hij heeft zelfmoord gepleegd.

Melancholisch

De verhalen van Köhler zijn zwaarder dan die van Herrndorf, melancholischer. Maar ze bevatten een vergelijkbaar dromerig element. De hoofdpersonen balanceren tussen droom en (jeugd)trauma. Mijn lievelingsverhaal is dat over een jonge vrouw, Kat, die uitgedroogd en beroofd in de Amerikaanse woestijn ligt en gevonden wordt door een indiaan, een indiaan in vol ornaat. Ze ijlt of droomt, denk je.

Maar dan haalt de indiaan een flesje energydrank om Kat bij bewustzijn te brengen. En daarna een whopper. En dan beginnen ook zij aan een roadtrip, naar Las Vegas. In de bijrijdersstoel droomt Kat weg naar het Duitse platteland waar ze opgroeide, zelf indiaan speelde en later werd verkracht door een van de jongens die een paar jaar eerder nog cowboy was.

De Nacht voor het feest, het internationaal bejubelde boek van Saša Stanišic, is ook een reis, maar dan een reis vanaf een plek, heen en weer stuiterend tussen het heden en talloze verledens. De plek is het stadje Fürstenfelde, in de Uckermark - een om zijn natuurschoon geroemd, maar door ontvolking geplaagd deel van Brandenburg, voormalige DDR. Angela Merkel heeft in dat gebied een vakantiehuisje.

Het wat troosteloze platteland is het decor van veel recente romans van jonge schrijvers. Maar die van Stanišic is verreweg het bekendst en onderscheidt zich van andere boeken doordat hij met de blik van een vreemdeling kijkt, een vreemdeling die in 1992 als vluchteling uit Bosnië naar Duitsland kwam en de Duitse taal als poëtische goudmijn ontdekte.

Hij vestigde zich een poosje in Fürstenwalde en ondervroeg de bevolking nauwgezet, maar meer nog bestudeerde hij hun dagelijkse leven. Het boek is een museum voor het collectieve geheugen van dat dorp - maar door Stanišics taal, observatievermogen en humor is het eerder een sprookje dan de literaire upgrade van de Heimatroman.

Het boek is een raamvertelling over de nacht voor het jaarlijkse dorpsfeest. Het is geschreven vanuit een vos, vanuit drie jonge mannen die weinig meer om handen hebben dan vissen, vanuit een man die in de DDR een betekenisvol leven had, maar zichzelf nu door het hoofd wil schieten. In plaats daarvan schiet hij een sigarettenautomaat aan flarden, omdat die zijn euromunt steeds uitspuugt.

Het meest ontroerende personage vind ik Johan, onhandig maar behoorlijk intelligent, en leerling-klokkenluider wiens depressieve moeder het dorpsmuseum, Haus der Heimat, bestiert.

'Mijn ma weegt twee keer zo veel als mijn pa. Ze weegt 130 kilo. In het voorjaar komen daar nog 30 kilo aan zware gedachten bij (zorgen, angsten, schaamte en lusteloosheid in het algemeen.) Dan gaat mijn 160 kilo zware moeder tussen de narcissen in de tuin liggen. Omdat liggend de donkere wolken circa honderdzestig centimeter verder weg zijn. Ze sluit haar ogen, we laten haar met rust. We kunnen niets doen, als echtgenoot niet, als zoon niet en als narcis niet.'

Zanger-schrijver

Das Literarische Quartett is een maandelijks televisieprogramma waarin vier zeer literaire panelleden op hoge toon een uur lang over belangrijke boeken praten - geheel in de traditie van het land van de Dichters en Denkers. Maar gevraagd naar haar favoriete boek van vorig jaar noemde panellid Christine Westermann geen bekende titel maar Sophia, der Tod und ich (2015), het debuut van Thees Uhlmann, in de jaren negentig leadzanger van de Hamburgse band Tomte. Ook dit is een absurdistische roadtrip van een man, zijn ex Sophia en de dood in hoogsteigen persoon.

Nacht voor het Feest

In 2014 werd de Nacht voor het Feest gekozen tot winnaar van de prestigieuze Preis der Leipziger Buchmesse.

Wellicht treedt Nis-Momme Stockmann daar volgende week in Stanišic' voetsporen met zijn debuut Der Fuchs (2016), de vos, dat vertaald zal worden in het Nederlands. Nis-Momme Stockmann (34) is toneelschrijver en heeft nu voor het eerst een roman gepubliceerd, die meteen op de shortlist voor de prijs in Leipzig staat.

Ook dit boek, pas een maand geleden verschenen, is een reis - een absurde en apocalyptische reis. Het is net als in het boek van Stanišic een reis vanaf een plek, het Noord-Duitse dorp Thule. Hier sluipt meteen de mythologie de realiteit binnen, want Thule, dat is natuurlijk ook het meest noordelijk gelegen eiland in de Griekse mythologie.

Hoofdpersoon Finn Schliemann zit op een dak terwijl onder hem zijn dorp door de zee wordt verzwolgen, dijkdoorbraak in de zomer van 2012. Finn Schliemann, zijn naam verwijst naar die van archeoloog Heinrich Schliemann, probeert het waarom van deze overstroming te reconstrueren.

Daarbij speelt zijn merkwaardige jeugdvriendin Katja de hoofdrol. Als kind beweerde ze dat ze een tijdreizigster was. Eerst waren ze verliefd, later zorgde Finn ervoor dat Katja in een psychiatrische kliniek terechtkwam. Ook dit boek schiet heen en weer tussen de ultranormale realiteit van een Noord-Duits dorp, en absurdisme en magie, plotseling opduikende goden en een mysterieuze afgehakte arm.

'Met dit soort waanzin moet je je maar willen inlaten', schrijft de recensent van de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Dat bedoelt hij als compliment. Of het die prijs wint of niet, Der Fuchs is een fijn boek en een goed voorlopig einddoel van deze reis langs nieuwe Duitse schrijvers die vergelijkbaar zijn in hun waardering voor het afgelegen Duitse platteland, maar vooral in hun afgrondigheid, absurdisme en - om dat cliché nog maar eens te ontkrachten - humor.

De KEUZE van Sterre Lindhout

1. Wolfgang Herrndorf (1965-2013)

Tsjik
Leven met het pistool op tafel

2. Karen Köhler (1974)

Vuurpijlen vangen

3. Saša Staniši¿ (1978)

Nacht voor het feest

4. Nis-Momme Stockmann (1981)

Der Fuchs

En ook nog

5. Kristine Bilkau (1974)

De gelukkigen
'De gelukkigen vertelt iets over deze generatie, wat eerder nergens te lezen was.'

Maren Keller, Der Spiegel

6. Daniel Kehlmann (1975)

Het meten van de wereld
'Subtiel, intelligent en onderhoudend, op een manier die in de Duitstalige literatuur zelden voorkomt.'

Hubert Spiegel, Frankfurter Allgemeine Zeitung

7. Alina Bronsky (1978)

Baba Dunjas letzte Liebe
'Een grote geschiedenis over de menselijke moed, kracht en onbuigzaamheid.'

Christine Westermann, WDR Fernsehen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden