Welke Nederlandse wielrenner wordt vandaag wereldkampioen?

De vraag is niet of een Nederlandse wielrenner vandaag de wereldtitel wint, maar wie: Marianne Vos, Anna van der Breggen of Annemiek van Vleuten? Of is drie kopvrouwen binnen een ploeg een voorbode van ellende?

Laatste training Favorieten Annemiek van Vleuten, Marianne Vos en Anna van der Breggen verkennen het parcours in de regen.Beeld Klaas Jan van der Weij

Al meer dan een jaar geleden werd Marianne Vos (30) door de organisatie van de WK in Bergen benaderd met de vraag of ze haar afbeelding, juichend in de regenboogtrui, mochten gebruiken voor de officiële posters die overal in de stad hangen. 'Ik ben vereerd dat ze mij daarvoor vroegen', zegt Vos vrijdagmorgen in het hotel van de Nederlandse equipe. 'Nu ik mezelf overal zo terugzie, voelt het toch een beetje als een thuiswedstrijd.'

Maar wat graag zou Marianne Vos voor de vierde keer in haar carrière wereldkampioen willen worden. Het zou de ultieme afsluiting zijn van een lange, moeilijke periode waarin ze met een fysieke burn-out kampte en waarin het de vraag was of ze ooit haar oude niveau zou halen. Nu is ze terug. 'En ik voel dat de vorm er is.'

Waar Vos in het verleden de enige uit te spelen troef op een WK was, zijn er nu nog twee vrouwen die azen op de wereldtitel. Annemiek van Vleuten (34) werd eerder deze week wereldkampioen tijdrijden en verkeert, dansend op de golven van euforie, in de vorm van haar leven. Ze noemt het 152,8 kilometer lange heuvelachtige parcours op haar lijf geschreven. 'Ik ben heel gretig.'

En dan is er Anna van der Breggen (27), olympisch kampioen en dit seizoen winnaar van drie voorjaarsklassiekers en de Giro Rosa. Twee jaar geleden, voor de WK in het Amerikaanse Richmond, kreeg ze van haar schoonmoeder twee handschoentjes in de regenboogkleuren cadeau. Ze mocht ze alleen dragen als ze wereldkampioen zou worden. De handschoentjes liggen ongedragen in een kast in Zwolle. Zij zegt: 'Ik heb het gevoel dat dit een heel goede wedstrijd voor me is.'

Drie vrouwen, drie kansen. Maar er kan er maar één winnen. De vraag is: wie?

Wielrenners Marianne Vos (links), Anna van der Breggen (rechtsonder) en Annemiek van Vleuten.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Totaalfietsen

In de lobby van het teamhotel vertelt bondscoach Thorwald Veneberg dat hij bewust geen kopvrouw heeft aangewezen. Hij heeft zelfs een naam verzonnen voor die tactiek: totaalfietsen, een knipoog naar het totaalvoetbal van het Nederlands elftal op het WK van 1974, waarbij verschillende posities door meerdere spelers konden worden ingevuld. 'We hebben meerdere wapens', aldus Veneberg. 'Op die manier willen we de concurrentie in verwarring brengen.'

Op elke teambespreking bij andere landen is er maar één vraag: hoe gaan we de Nederlanders afstoppen? Op de afgelopen EK, in het Deense Herning, bedacht de Italiaanse ploeg zelfs de tactiek van mandekking: elke Nederlandse vrouw werd afzonderlijk door een Italiaanse renner geschaduwd.

Van der Breggen: 'Degene die met mij mee was, verontschuldigde zichzelf zelfs. 'Sorry dat ik telkens in je wiel zit, maar het moet van onze bondscoach', zei ze. Ik dacht alleen maar bij mezelf: wat heeft dit nou voor nut?'

Een luxe zou je het kunnen noemen, drie kopvrouwen in één ploeg. Maar evengoed kan het een splijtzwam zijn. Lizzie Deignan-Armitstead, Britse, sprak de verwachting uit dat de Nederlanders elkaar in de wielen zullen rijden. Van der Breggen, nuchter: 'Ach ja, dat zou ik ook zeggen als ik haar was.'

'Wielrennen wordt vaak als een individuele sport gezien', vult Veneberg aan. 'Dat is een misverstand, het is een teamsport. Iedereen kijkt naar Anna, Annemiek en Marianne, maar we starten met acht vrouwen. Dat betekent dat je als Nederlandse vrouw een kans van één op acht hebt om te winnen. Het zal van het verloop van de koers afhangen wie de beste kansen heeft.'

Verschillende ploegen

De drie Nederlandse kopvrouwen rijden voor verschillende ploegen. Van Vleuten verlengde onlangs haar contract bij het Australische Orica-Scott met twee jaar, Anna van der Breggen stapte dit seizoen van Rabobank-Liv (nu Fortitude Pro Cycling) over naar Boels-Dolmans en Marianne Vos richtte haar eigen ploeg op: WM3 Pro Cycling.

Ze delen een verleden bij Rabobank-Liv en trekken geregeld samen op tijdens trainingskampen en wedstrijden van de nationale ploeg. Zijn ze ook vriendinnen? Van der Breggen: 'We hebben elkaar niet uitgekozen. We zijn in eerste instantie collega's, maar er zitten ook vriendinnen bij. We kennen elkaar al zo lang dat je vanzelf een bijzondere band krijgt. We weten precies van elkaar hoe de ander in elkaar zit, privé en op de fiets.'

Vos: 'Bij sommigen kom ik over de vloer. Nee, ik ga niet zeggen bij wie wel en wie niet. Met iedereen kan ik goed opschieten. Maar er zitten ook vriendinnen tussen.'

Volgens Van der Breggen is het vooral een item voor de buitenwereld. Toen Annemiek van Vleuten vorig jaar op de Zomerspelen van Rio de Janeiro, op weg naar goud in de wegwedstrijd, in een bocht een doodsmak maakte, was het Vos die met haar als eerste de beelden van de gruwelijke val bekeek. Het betekende voor Van Vleuten de eerste stap op weg naar verwerking. In diezelfde wedstrijd stak Vos juichend haar arm in de lucht toen ze op het beeldscherm zag dat Van der Breggen goud had gewonnen. Met andere woorden: ze gunnen elkaar veel.

Veneberg zegt niet bezig te zijn met 'dat vriendinnenvraagstuk'. 'We hebben het hier over werk en passie. Ik schep een heel duidelijk kader. Binnen dat kader is er de nodige speelruimte. Maar iedereen weet precies wat wel en niet kan. Daar zijn de vrouwen professioneel genoeg voor.'

Om het nog ingewikkelder te maken: het WK is de enige wedstrijd in het jaar waarin de renners voor hun land uitkomen en niet voor hun wielerploeg, die hun salaris betaalt. Dat maakt een WK-wedstrijd tamelijk ondoorgrondelijk, omdat er op de achtergrond verschillende belangen spelen. Wat te doen als een buitenlandse ploeggenoot op kop ligt?

Van der Breggen antwoordt: 'Iedereen snapt dat het dan fijner is als iemand anders haar probeert terug te halen. Maar wees gerust: als puntje bij paaltje komt, telt het belang van het land echt het zwaarst.'

Eerlijk

Vos droeg al drie keer de regenboogtrui, Van Vleuten won afgelopen dinsdag de wereldtitel bij de tijdrit. Alleen Van der Breggen werd nog nooit wereldkampioen. Zo bekeken zou het het eerlijkste zijn als zij vandaag in Bergen de volledige steun krijgt van haar gelauwerde ploeggenoten.

'Helemaal mee eens', lacht Van der Breggen. 'Er is alleen één probleem. De wereldtitel is helaas geen kwestie van eerlijk verdelen.'

Tom Dumoulin griste gisteren nog maar eens de telefoon uit zijn broekzak om de weersvoorspelling voor zondag te checken. Wat hij zag, beviel hem allerminst: 18 graden, half bewolkt en geen regen. En juist daarop had hij gehoopt: 'Ik heb een lichte voorkeur voor regen, want dan is de kans extra groot dat het een afvalrace wordt.'

5 nederlandse kampioenen

De wereldtitel is sinds de introductie van een WK wielrennen voor vrouwen, in 1958, door vijf Nederlandse vrouwen veroverd. Keetie Hage won tweemaal: in 1968 en 1976. Tineke Fopma was de sterkste in 1975, Petra de Bruin in 1979. Leontien van Moorsel, die onlangs van doping is beschuldigd door wielerarts Peter Janssen, won twee titels: in 1991 en 1993. Marianne Vos is van de Nederlandse vrouwen het vaakst de beste geweest: in 2006, 2012 en 2013.

Dumoulin ziet zichzelf niet als favoriet, maar als outsider voor de wereldtitel op de weg. 'Met een kleine groep ontsnappen is niet ideaal voor mij, omdat ik dan vrijwel altijd de traagste zal zijn, mocht het op sprinten uitdraaien. Ik ben ook niet sterk genoeg om onderweg iedereen uit mijn wiel te rijden. Daarom moet ik van een leep moment gebruikmaken om alleen weg te komen.'

De wegwedstrijd van 276,5 kilometer, verdeeld over twaalf rondjes in en rond Bergen, heeft nog het meest weg van een Vlaamse klassieker. Scherprechter in de finale is Salmon Hill, een helling van 1,5 kilometer met stijgingspercentage van 6,4 procent.

'Dat is inderdaad een beklimming waar ik zou kunnen wegspringen', aldus Dumoulin. 'Maar daar zullen anderen zich ook op richten. Ik denk dat er ook genoeg andere punten in het parcours zitten om wat te ondernemen.'

Eén ding wil de Nederlandse ploeg koste wat het kost voorkomen: aankomen met een groep met renners als Peter Sagan (Slowakije), Greg van Avermaet (België), Michael Matthews (Australië), Michal Kwiatkowski (Polen) of de Noorse favorieten Alexander Kristoff en Edvald Boasson Hagen, die allen een sterke sprint in de benen hebben.

Vandaar dat bondscoach Thorwald Veneberg vooral aanvallers heeft geselecteerd die de koers hard kunnen maken. Naast Dumoulin ziet Veneberg ook een belangrijke rol weggelegd voor Niki Terpstra en Lars Boom. Mocht het zondag toch op een sprint uitdraaien, dan heeft Nederland Danny van Poppel achter de hand.

Dumoulin moet leep zien weg te glippen

Tom Dumoulin griste gisteren nog maar eens de telefoon uit zijn broekzak om de weersvoorspelling voor zondag te checken. Wat hij zag, beviel hem allerminst: 18 graden, half bewolkt en geen regen. En juist daarop had hij gehoopt: 'Ik heb een lichte voorkeur voor regen, want dan is de kans extra groot dat het een afvalrace wordt.'Dumoulin ziet zichzelf niet als favoriet, maar als outsider voor de wereldtitel op de weg. 'Met een kleine groep ontsnappen is niet ideaal voor mij, omdat ik dan vrijwel altijd de traagste zal zijn, mocht het op sprinten uitdraaien. Ik ben ook niet sterk genoeg om onderweg iedereen uit mijn wiel te rijden. Daarom moet ik van een leep moment gebruikmaken om alleen weg te komen.'De wegwedstrijd van 276,5kilometer, verdeeld over twaalf rondjes in en rond Bergen, heeft nog het meest weg van een Vlaamse klassieker. Scherprechter in de finale is Salmon Hill, een helling van 1,5 kilometer met stijgingspercentage van 6,4procent.

'Dat is inderdaad een beklimming waar ik zou kunnen wegspringen', aldus Dumoulin. 'Maar daar zullen anderen zich ook op richten. Ik denk dat er ook genoeg andere punten in het parcours zitten om wat te ondernemen.'Eén ding wil de Nederlandse ploeg koste wat het kost voorkomen: aankomen met een groep met renners als Peter Sagan (Slowakije), Greg van Avermaet (België), Michael Matthews (Australië), Michal Kwiatkowski (Polen) of de Noorse favorieten Alexander Kristoff en Edvald Boasson Hagen, die allen een sterke sprint in de benen hebben.

Vandaar dat bondscoach Thorwald Veneberg vooral aanvallers heeft geselecteerd die de koers hard kunnen maken. Naast Dumoulin ziet Veneberg ook een belangrijke rol weggelegd voor Niki Terpstra en Lars Boom. Mocht het zondag toch op een sprint uitdraaien, dan heeft Nederland Danny van Poppel achter de hand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden