REPORTAGE

Welk lot wacht de inwoners van Kilis in de strijd tegen IS?

Aan de Turkse grens met Syrië

In de Turkse provincie Kilis is de spanning voelbaar. Hier, aan de Syrische grens, moet een begin worden gemaakt met het oprollen van IS. Welk lot wacht in die strijd de inwoners? En waar moeten de vluchtelingen heen?

Turkse pantservoertuigen patrouilleren lang de grens in de buurt van het Syrische stadje Çobanbey. Daar vond op 23 juli de schietpartij plaats waarbij een Turkse militair omkwam. Beeld EPA

De grens over. Dat is wat de chauffeurs gaan doen van de tientallen vrachtwagens die hier een geduldige sliert vormen, op een dag dat een hittegolf zuidelijk Turkije treft. Ze vervoeren bouwmaterialen, voedsel en andere humanitaire benodigdheden voor de mensen aan de andere kant van de grens, de bevolking van het door oorlog getroffen Syrië.

Langs de weg waken enkele vrouwen in lange zwarte jassen berustend over hun kinderen en stapels tassen en koffers. Syrische vluchtelingen zijn het, wachtend om door de Turkse grenspolitie te worden toegelaten, terug Syrië in, de grens over, voor dringend familiebezoek. Bij het douanekantoor staan Syrische mannen met hetzelfde doel, maar zij doen drukker, zij moeten de doortocht zien te regelen.

Spanning

'Öncüpinar', staat op de metalen boog boven het hek, de naam van deze grenspost tussen Turkije en Syrië, 6 kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Kilis. Het is nauwelijks genoteerd of een man in uniform komt opgewonden zijn hokje uit. 'Wat moet dat? Wat sta je te schrijven? Wie ben je?' Het notitieblok wordt in beslag genomen, arrestatie dreigt, tot een welkom fenomeen het laat aflopen: de sisser.

Een incidentje van niks, maar het tekent de spanning hier. Turkije staat op scherp sinds het land de oorlog heeft verklaard aan Islamitische Staat en de Koerdische PKK, maar nergens langs de Turks-Syrische grens is de nervositeit zo groot als rond Kilis. In deze buurt werd op 23 juli een Turkse legerofficier door IS met een granaat gedood.

De provincie Kilis heeft bijzondere strategische waarde voor de vorige week door Turkije en de VS uitgeroepen 'IS-vrije zone', aan de Syrische kant van de grens. Naar het westen toe loopt de zone door tot iets voorbij Öncüpinar. Dat betekent dat hier - pal over de grens - IS en andere rebellengroepen tegenover elkaar staan, dat hier de gevechten tussen hen plaatsvinden en dat hier straks een begin moet worden gemaakt met het oprollen van Islamitische Staat.

Turkmeense brigades

Wie gaat straks Islamitische Staat met luchtsteun van de VS en Turkije verjagen uit de 'IS-vrije zone'? Wie worden de 'boots on the ground'? Dat is de grote vraag. De Koerdische YPG vecht tegen IS aan de oostelijke rand van de zone, maar Turkije wil koste wat het kost voorkomen dat de gehele zuidgrens in Koerdische handen valt. Het Amerikaanse trainingsprogramma voor rebellen heeft pas zestig afgestudeerden opgeleverd. De FSA, het Vrije Syrische Leger, lijkt te zwak.

Maar wie dan? De krant Hürriyet kwam vrijdag met een nieuw geheim wapen op de proppen, de Syrische Turkmeense Brigades. Een door de Turkse krijgsmacht getraind leger van vijfduizend Syriërs van Turkse afkomst (Turkmenen) zou klaar staan om IS op te rollen uit de nieuwe zone.

De Syrische brigades zijn verbonden met de Syrisch-Turkmeense Vergadering (STA), een in december 2012 met steun van de regering-Erdogan opgerichte politieke koepel.

Een Amerikaanse woordvoerder zei deze week dat de VS nog met Turkije moeten praten over welke rebellengroepen gesteund gaan worden.

Wirwar van rebellengroepen

Resit Çelebioglu staat er altijd met zijn neus bovenop, en met zijn perskaart. De kwieke knar (67 jaar) volgt als verslaggever van nieuwsbureau DHA de Syrische oorlog vanaf de Turkse tribune. Hij met zijn camera aan de ene kant van de grens, de nieuwsfeiten aan de andere.

Enthousiast laat hij, in het DHA-kantoortje in Kilis, zijn foto's en filmpjes zien. Rookpluimen, lichtflitsen in de nacht ('links IS, rechts het Vrije Syrische Leger'), het geluid van beschietingen. 'Boem-boem-boem, ik kan het allemaal volgen.'

IS en het Vrije Syrische Leger (FSA) zijn zeker niet de enigen, aan de Syrische overzijde. Hij somt de wirwar van rebellengroepen op: Al Nusra, Ahrar al-Sham, iets naar het westen de Koerdische YPG. Duidelijk is dat het FSA - dat met Turkije op goede voet staat - net achter Öncüpinar de boel in handen heeft. Vandaar die dagelijkse stroom vrachtwagens.

Sinds ruim een week moet Çelebioglu van de militairen op grotere afstand van de grens blijven. Ook dat is een gevolg van de nervositeit. 'Het leger heeft buitengewone veiligheidsmaatregelen getroffen', zegt hij.

Twee werelden

Zo is de grens voor iedereen een moeilijker te nemen horde geworden. 'Er kan nu niemand meer bij in de buurt komen, er wordt meteen geschoten', zegt de verslaggever. En binnenkort, als de IS-vrije zone van kracht wordt, wordt de horde alleen maar hoger.

Dat geldt ook in omgekeerde richting. Zullen Syrische vluchtelingen nog onder de rode boog met 'Öncüpinar' Turkije binnen kunnen rijden of wandelen? Dat weet niemand in Kilis zeker, maar het zullen er zeker minder worden dan de (volgens een loslippige grensbeambte) drie- à vierhonderd per dag die er tot op heden in slaagden te worden toegelaten. De IS-vrije zone is immers mede bedoeld voor de opvang van vluchtelingen - dan zou het raar zijn ze toch eruit te laten, Turkije in.

Meer dan ooit zal het dan geen grens zijn tussen twee landen, maar tussen twee werelden. Aan gene zijde de rookpluimen, de jihadistische moordenaars, het boem-boem-boem van de oorlog, straks aangevuld met het gefluit van Amerikaanse aanvalsvluchten tegen IS. Aan deze zijde de glooiende groene velden van Turkijes vruchtbaarste bodem (bolwerk van de pistache) en het welvarende, prettige Kilis.

Broeders en zusters

De stad heeft 90 duizend inwoners, maar daar zijn de afgelopen jaren 80 duizend Syrische vluchtelingen bij gekomen. Verder verblijven zo'n 40 duizend Syriërs in de twee kampen die de provincie telt. Gastvrijheid kan de Turken niet worden ontzegd, het hele land herbergt 2 miljoen Syriërs.

'In het begin was het moeilijk, maar inmiddels is er geen enkel probleem', zegt Ali Oztürk. 'Wij Turken beschouwen de Syriërs als onze broeders en zusters. Onze grens is open.' Of 'was', moet hij eigenlijk zeggen, want vorige week is de grensovergang vooralsnog op slot gegaan, behalve voor vrouwen met kinderen.

Oztürk is vanuit Ankara gedetacheerd in Kilis, als speciaal gezant voor de probleemgebieden aan de grens. 'Onze kampen zijn als vijfsterrenhotels', zegt hij, 'dat kun je met eigen ogen zien.' Opnieuw een correctie: kón. Ook de kampen zijn sinds een week minder toegankelijk.

Jihadisten

Over gastvrijheid gesproken: betekent het idee van 'opvang in de IS-vrije zone' dat vluchtelingen straks vanuit Turkije worden teruggestuurd, die verdomde grens over? Uit wat bekend is over het akkoord tussen Turkije en de VS lijkt dat inderdaad het geval te zijn, maar in Kilis kan niemand zich dat voorstellen. Men lijkt de vluchtelingen aan het hart te hebben gedrukt. Oztürk kan er niets over meedelen.

Er is nog een groep voor wie de Turks-Syrische grens van levensbelang is: de jihadisten. Sinds de inname van Tel Abyad door de Koerdische YPG-militie vormen de 98 kilometers aan de noordrand van de beoogde IS-vrije zone de laatste levenslijn van IS vanuit Turkije. Via dat stuk grens moeten zij zich zien te bevoorraden, ook met kanonnenvlees.

Het is duidelijk dat het de Turkse regering inmiddels menens is met het beschermen van de grens tegen het binnensmokkelen van jihadisten. Dat is lange tijd anders geweest. Er werd niet al te streng op toegezien, tot wanhoop van de Amerikanen. Speciaal gezant Oztürk geeft toe: 'Onze grens is 911 kilometer lang, we kunnen niet alles controleren. De VS hebben hun Mexicaanse grens ook niet potdicht.'

Dat het - voor wie dan ook - niet héél moeilijk was Syrië binnen te komen, blijkt uit het relaas van de 17-jarige scholier Ibrahim. Op het terras van een theehuis in het stadje Elbeyli, 30 kilometer ten oosten van Kilis, speelt hij met vrienden een kaartspelletje dat 'Pak en ontsnap' heet.

Voor de lol

Dat is eigenlijk wat hij regelmatig deed met de Turkse politie, tijdens zijn wekelijkse smokkeltochten naar Syrië. Vier jaar lang maakte hij die, op z'n 13de begon hij al. Elke zaterdag, als er markt is in Çobanbey, het Syrische stadje 4 kilometer verderop, op een steenworp van Turkije.

Het was avontuur, vertelt hij lachend. Spannend, meer voor de lol dan voor de bijverdienste. 'Bijna alle jongens in Elbeyli deden het. Soms ging ik alleen, soms met vrienden, dat was gezelliger.' Met een auto naar de grens, daar lopend via het boerenland Syrië binnenpiepen. Een Syrische kameraad wachtte hen op in een andere auto en dan gingen ze shoppen op de markt in Çobanbey. 'Suiker, thee, auto-onderdelen, van alles. Meestal op bestelling. Syrië is heel goedkoop. In plastic tassen namen we alles mee terug.'

Çobanbey ligt in IS-gebied, maar problemen hebben de jongens er nooit mee gehad. 'Als je maar geen gekke dingen doet. Bovendien, strijders zag ik daar bijna nooit.' Mocht Ibrahim dan wel smokkelen van zijn ouders? 'Haha, die deden het zelf ook.'

Smokkelen

Tegenwoordig zijn de zaterdagen een stuk saaier. Een maand geleden is Ibrahim gestopt met smokkelen, net als de andere jongens van Elbeyli. Voorheen was het kat-en-muis met de politie, nu is het Turkse leger echt streng geworden. 'De soldaten schieten je meteen dood als ze je betrappen.'

Bij de grensovergang naar Çobanbey vond vorige week trouwens het incident plaats waarbij de Turkse militair werd doodgeschoten. Ook in Elbeyli, 4 kilometer ervandaan, is de spanning daarom voelbaar, pantserwagens rijden af en aan. De voorbereidingen van de nieuwe oorlog tegen IS zijn in volle gang, ook al peinst de Turkse regering er niet over die pantserwagens daadwerkelijk Syrië in te sturen. Ook voor de Turkse betrokkenheid in de Syrische oorlog geldt: er zijn grenzen.

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.