Welgemoed op de brandstapel

Jan Blokker werd geboren op 23 mei 1568, tijdens de slag bij Heiligerlee. Adolf van Nassau verloor er het leven - 'Graaf Adolf is gebleven/ in Friesland in den slag' -, de Nederlanders wonnen, de Tachtigjarige Oorlog was begonnen....

De zoontjes zijn zoon geworden; ze hebben zich kennelijk in Heiligerlee bekeerd: ze werden historicus. Samen met hun vader hebben ze een vaderlandse geschiedenis geschreven, van 0 tot 2000. Dat de vader de periode 1500 tot 1747 voor zijn rekening nam, is niet verwonderlijk - de Gouden Eeuw is een van de kernen van Jan Blokkers historische kennis en historisch thuisgevoel (wat een twisten en meningsverschillen!). Zoon Bas Blokker, journalist, beschreef de periode 69 tot 1477 - hij studeerde af in middeleeuwse geschiedenis. Jan Blokker jr., leraar geschiedenis en rector van een scholengemeenschap, schreef de hoofdstukken over de periode 1789-1935 - zijn studie was moderne geschiedenis.

De geschiedenis is geschreven in dertig hoofdstukken, elk hoofdstuk een wat de auteurs noemen 'halteplaats' in onze geschiedenis. De grootmeester van de 'halteplaats' is de tekenaar J.H. Isings: hij tekende 43 platen met scènes uit de vaderlandse geschiedenis, meesterwerken van tekenkunst en vooral historische beleving. Honderdduizenden hebben hun eerste (en misschien velen ook hun laatste) historische sensatie aan de wandplaten van Isings te danken (ikzelf aan de roomse variant ervan). Bij de platen hoorde het geschiedverhaal, van de onderwijzer. Alle platen staan nu in de vaderlandse geschiedenis van de Blokkers, en zij schreven het geschiedverhaal erbij. Een bijna ouderwets kijk- en leesboek.

Gelukkig zijn in de opzet de verschillen tussen de drie auteurs niet onzichtbaar gemaakt, waardoor men met drie soorten geschiedschrijving te maken krijgt. Jan Blokker schrijft geen geschiedenis, hij schrijft vaak briljante essays over de geschiedenis. Zijn lezer moet de grote zaken uit de vaderlandse geschiedenis kennen - met de slechte leerling heeft hij weinig mededogen - om de interpretatie ervan te kunnen begrijpen. Het plezier is voor de kenners. De essayist is de superieurste bemoeial uit de letteren. Blokkers essayeren is een schitterende vorm van bemoeizucht met leven en werk van de historische figuren (en hun commentatoren) die hij als tijdgenoot benadert en de maat neemt.

Het begin van Blokkers eerste hoofdstuk, '1566 - De Beeldenstorm - De godsdienst van de kleine man', is kenmerkend. Er is eerst een citaat uit Geschiedenis van het katholicisme in Noord-Nederland in de 16de en 17de eeuw, het meesterwerk van L.J. Rogier (met wie Jan Blokker meer gemeen heeft dan hij een roomse historicus zou willen gunnen). Dan staat er de mooie zin: 'De Hollandse gereformeerdheid kan er in 1947, toen de Geschiedenis verscheen, niet blij mee zijn geweest.' Het geciteerde fragment wordt vervolgens geanalyseerd, in de essayistische toon die al aangeslagen is. Het hoofdstuk is uitstekend voor wie al veel weet. Het verhaal ontbreekt, de hoofdzaak is een scherpzinnige beschouwing van het achterliggende stuk geschiedenis, in de stijl die de lezers van Jan Blokker, ook van diens columns, zeer vertrouwd is: die van geven en altijd meer terugnemen van wat hijzelf bij Rogier aanduidt als 'kwaadsappigheid', van het gebruik van veel dempende ironische woorden: 'Kort daarna brandden ze welgemoed op de brandstapel.'

Misschien is de overheersende positie van de auteur het belangrijkst - de dienstbaarheid van de historieschrijver is hem vreemd -, hij maakt alle diensten uit en ik denk dat zelfs Alva voor zijn blik en taal zou zijn teruggeschrokken.

De echte geschiedschrijver van de drie is Jan Blokker jr. Het verhaal staat voorop, de feiten worden meegedeeld en de rangschikking ervan leidt tot opinie. De glans van het essayisme, die zeer eigen wijze van verstandhouding met de lezer, ontbreekt, de lezer wordt als een leerling behandeld. Jan Blokker jr. is de echte leraar. Al meteen zijn eerste (en heel goede) hoofdstuk '1787 - Goejanverwellesluis - De enige kerel aan het stadhouderlijke hof' kan het bewijzen. Een overzichtelijk verhaal met een uitstekend slot: de latere levensloop van de hoofdpersonen wordt kort verteld. Ik denk dat '1906 - Aap, noot, Mies - De strijd om de kinderziel' het beste is: het is Blokker jr.'s hoofdstuk met de grootste informatiedichtheid en de mooiste samenhang tussen de verschillende onderdelen. Het hoofdstuk over de jaren dertig is nagenoeg even goed.

De bijdragen van Bas Blokker - met als hoogtepunten die over Jacoba van Beieren en Floris V (met een uitstekend slot over waarderingsverandering door de geschiedenis) - liggen naar opzet en stijl tussen die van Jan Blokker en Jan Blokker jr. in: geschiedschrijving met een vleug essayisme en een lichte neiging veel zinnen tot vondst en vonnis tegelijk te maken.

In het hele boek is de vaderlandse geschiedenis alleen een staatkundige. De geestelijke achter- en ondergrond van het geschiedverhaal blijft onzichtbaar. Het is enigszins dwaas dat in de afdeling Middeleeuwen de vorming van een hele cultuur door het katholicisme onzichtbaar blijft, de vorming door het calvinimse in de 17de eeuw eveneens. Buiten de soms door Jan Blokker haast handenwrijvend vertelde verhalen over godsdienstige twisten lijkt de religie niet te bestaan. Cultuur en economie blijven al evenzeer op de achtergrond. Wat de drie auteurs gemeen hebben is het vermogen heel fraaie citaten in hun teksten op te nemen. Enigszins verwonderlijk kan de frequente aanwezigheid zijn van de 19de-, 20ste-eeuwse historicus P.J. Blok. Hij lijkt de vader-historicus van de historici Blokker.

Het persoonlijk karakter van deze geschiedschrijving wordt benadrukt - terecht. In de drie slothoofdstukken nemen de auteurs eigen ervaringen met de al geschiedenis geworden tijd van hun leven als verhaalstof. Jan Blokker schreef een goed stuk over de bezettingsjaren, Jan Blokker jr. schreef, met 1968 als haltetijd, over de grote veranderingen die zich op alle gebieden in korte tijd voordeden. Uitnemend is het slothoofdstuk, 'De verzadiging', over nu; Bas Blokker schreef het: een schitterend afscheidswoord geworden karakteristiek van een tijd waarvan men zich nauwelijks kan voorstellen dat die ooit de zachte moslaag van de geschiedenis krijgt.

Het mooiste fragment: het slot van '1587 - Zeven verweesde provinciën - Om de vrijheid of om de religie?': de vogelvrijverklaring van Willem van Oranje in 1580, de afzwering van Spanje in 1581, de moord op Willem van Oranje in 1584, de verweesdheid van het land (geen vorst), het besluit tot zelf doen in 1587. De republiek der Zeven Provinciën is geboren. Een beslissend stukje geschiedenis in een paar korte alinea's.

Het vooroudergevoel is de hoofdtitel van het boek. Ik moet eerlijk bekennen met die titel, ondanks alle uitleg, weinig te kunnen beginnen. Opzet en stijl van een groot deel van het boek hadden een titel als In (kritisch) gesprek met de vorigen zeer geschikt gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden