'Weldoener Facebook? Vertrouw ze niet'

De eerste kwartaalcijfers van Facebook zijn de netwerksite op een afstraffing van beleggers komen te staan. Werk aan de winkel voor oprichter Mark Zuckerberg. Criticus Andrew Keen stoort zich aan het nobele imago van Facebook, terwijl het allemaal draait om handel in persoonlijke gegevens. 'De vloek van gratis informatie is dat wij zelf producten worden.'

'V ertrouw je bedrijven als Facebook?' Andrew Keen kijkt als een aanklager die de climax van zijn betoog bereikt. Het volume in zijn stem stijgt verder: 'Nou, vertrouw je ze?'


Het antwoord moet ondubbelzinnig 'nee' luiden, vindt de 52-jarige schrijver, een bekende criticus van de internetcultuur. 'Zij zijn de baronnen van onze tijd', zegt hij in een café in de Amerikaanse hoofdstad Washington. 'Zij zijn de nieuwe elites. En ze worden schaamteloos rijk van onze persoonlijke informatie.'


Technologie-ondernemingen als Facebook, Google, Twitter, YouTube en LinkedIn worden als inherent goede organisaties gezien, heeft Keen gemerkt. Ze worden beschouwd als weldoeners die mensen gratis met elkaar in contact brengen. Kostenloos scheppen ze 'een nieuwe wereld waarin transparantie en verbondenheid zegevieren'.


Op dat imago zette het bestuur van Facebook in met de matig verlopen beursgang in mei. Maar het is volgens Keen een riskant vertrouwen voor gebruikers en consumenten, schrijft hij in zijn nieuwe boek, De digitale afgrond, dat in oktober vertaald zal verschijnen bij uitgeverij Meulenhoff. De ondertitel: Hoe de huidige sociale online revolutie ons hulpelozer en eenzamer maakt.


De veramerikaniseerde Brit Keen staat sinds de jaren negentig bekend als een van de weinige, toegewijde sceptici in Silicon Valley, de Californische broedplaats van het internet. Al enkele jaren verkondigt hij dat Facebook en soortgenoten puur op financieel gewin uit zijn. Ze zijn niet anders dan Shell of Unilever. Net als oliebedrijven en farmaceutische giganten moet Facebook winst maken; niet alleen voor de vermogende topmanagers en miljardair-oprichter Mark Zuckerberg, maar sinds dit voorjaar ook voor aandeelhouders.


Aangezien de gebruikers van de technologie-ondernemingen niet hoeven te betalen, kan alleen adverteren geld binnen brengen. Daar zit het probleem, vindt Keen. Het 'technologisch-utopische imago van de weldoener op het beeldscherm' staat in geen verhouding tot de werkelijkheid: Facebook is gewoon een marketingbedrijf met een slim businessmodel.


Wat Facebook en Google doen is niet illegaal of immoreel, benadrukt Keen. Maar de gebruikers schijnen vaak niet te beseffen wat de nieuwe, waardevolle 'olie' is: hun persoonlijke gegevens. De gebruikers zijn zowel bron als doelgroep. De informatie die ze zonder klagen aan Facebook en LinkedIn en Google geven, wordt linea recta verkocht aan de hoogste bieder, die de gebruiker weer weet te vinden dankzij de verschafte informatie.


'Mensen vinden het raar om voor kranten, muziek, films te betalen', zegt Keen. 'Maar de vloek van gratis informatie is dat wij zelf producten worden.' Waarom verwachten mensen dat alles online gratis zou zijn, vraagt hij zich af. 'Stel, de ober komt langs met de rekening. Ik zeg hem dat ik de zakelijke aanpak van dit café niet zie zitten. Ik betaal de 20 dollar niet, besluit ik. Maar ik bied wel aan om een T-shirt te dragen met de naam van het café er op. Hij zou me voor gek verklaren. Dat is wat we elke dag op het internet doen.'


'Gratis' is gelijk aan 'betrouwbaar': Facebook heeft consumenten van die formule weten te overtuigen. 'Je moet ze juist níét vertrouwen. Tenzij je belasting betaalt en daar onderwijs of ziekenzorg voor terugkrijgt. Maar Facebook levert geen pubieke dienst, terwijl hun marketing draait om het idee dat we blij moeten zijn omdat ze een publieke dienst verlenen.'


Keen presenteert een talkshow, Keen On; gratis te zien op TechCrunch.com. Maar hij zit niet op Facebook. De helfhaftig klinkende titel 'Facebook Resister' - verzetter tegen Facebook - past binnen de boodschap die hij wil verspreiden. Keen is trouwens wel een Twitteraar met bijna twintigduizend volgers. Hij omschrijft zich op Twitter als 'de antichrist van Silicon Valley'. En toen hij op CNN.com kort geleden een essay tegen Facebook schreef, klikten twintigduizend mensen 'vind ik leuk' op Facebook. 'Toch wel leuk', zegt hij met een lach.


Als hij moest betalen, zou Keen wellicht een Facebooker zijn. 'Geven we ook maar iets om onze integriteit, dan moeten we betalen. We geven The New York Times ook geld voor kwaliteitsjournalistiek, ook online. Stel dat Facebook 10 dollar per maand rekent omdat ze nu eenmaal een winstgevende ondermening zijn, geen non-profit. Ze beloven dat ze mijn gegevens nooit zonder toestemming door zullen geven. Dat is aantrekkelijk.'


Door een financiële drempel te scheppen kan de privacy worden bewaard. Wie niet betaalt, kan niets eisen. 'De illusie van het kosteloze product corrumpeert consumenten en bedrijven.'


Keen denkt niet dat Facebook een lang leven beschoren is. De kwartaalcijfers van donderdag waren mooi. 'Maar waar zit de groei? Ik dacht altijd dat ze rond de beursgang aan een miljard gebruikers zouden komen. Dat is niet gebeurd.' De businesscycli zijn zo kort geworden dat het motto heden ten dage 'verander of sterf' is, zegt Keen. 'Hoe moet Facebook verder veranderen?


Technologiebedrijven drijven op 'een cultus van alles delen en totale openheid', oordeelt Keen. Maar volgens hem weerspiegelt het netwerk hoe we zijn geworden: geïsoleerd en mobiel, afgesneden van gemeenschappen. 'Er is nauwelijks echte verbondenheid op het internet. Het zijn kortstondige, simplistische connecties.'


De like-cultuur - met één muisklik 'vind ik leuk' zeggen - vindt Keen treurig en oppervlakkig. De schrijver vertelt dat steeds meer onderzoek zijn intuïtie bevestigt: de 'sociale' media maken mensen niet socialer, maar eenzamer en méér afgesloten.


Juist door die ontwikkeling vreest Keen voor de toekomst van de privacy in dit 'tijdperk van exhibitionisme'. 'Moet ik werkelijk alles zien van vrienden, en 'vrienden', en hun kinderen? Die kinderen is trouwens nooit gevraagd of ze hun jeugd openbaar willen maken voor vrienden en adverteerders.' En het kan niet goed zijn voor kinderen, oordeelt Keen, om alles over hun ouders te zien op Facebook.


'We woonden in dorpen, toen steden en nu online', zegt Keen. Als stadsmens waardeert hij het sociale én de mogelijkheid om anoniem te zijn. Dat kan online niet; iedereen ziet alles.


Maar hij is geen pessimist. Keen denkt dat jongeren het voortouw zullen nemen richting verandering. 'Stel dat je nu opgroeit. Iedereen loopt maar naar schermpjes te kijken. Hoe kun je rebelleren? Door het scherm kapot te maken.' Keen bedoelt het figuurlijk. Hij hoopt niet dat zijn twee kinderen de iPad met een honkbalknuppel te lijf zullen gaan. In plaats daar van vertelt hij hen en de schoolkinderen die hij toespreekt dat je beter niet te confessioneel kunt zijn. 'Schep zorgvuldig je identiteit. Let er op dat je complexiteit en mysteriën in stand blijven. Dat is de uitdaging voor de internetgeneratie.'


Onderzoekers van Microsoft melden dat dit al aan het gebeuren is. 'Zoals altijd is de jeugd meer sophisticated dan we denken', zegt Keen. Ze zijn niet meer op Facebook te vinden, want daar zitten hun ouders op: niet cool.


Amerikaanse jongeren gebruiken de microbloggingwebsite Tumblr, de fotosite Instagram of sites en techniek die nog niemand kent. Ze zijn hun digitale identiteiten met nuance en kennis aan het vormgeven, buiten Facebook om.


Keen gunt jongeren wat machines nooit kunnen bieden: het vermogen om te vergeten en vergeten te worden. 'Wat als alles wordt onthouden? Dat is Facebook.'


Andrew Keen (52) uit Londen ging na studies politicologie en geschiedenis naar de VS om te doceren. In 1995, de begindagen van het internet, richtte hij Audiocafe.com op. Met De @-cultuur: Hoe internet onze beschaving ondermijnt (2007) wierp hij zich op als beroepscriticus van de 'onlinerevolutie die de cultuur en de mens bedreigt'. Het werd in zeventien talen uitgegeven. De digitale afgrond is volgens critici opnieuw alarmistisch; volgens geestverwanten als Nicholas Carr en Sherry Turkle is het een belangrijke kritiek op de sociale media die het dagelijks leven beheersen. Het boek verschijnt 8 oktober in het Nederlands.


Beroepscriticus van de onlinerevolutie


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden