Wel of geen extra hulp voor leerling?

Vernedering

Met een meewarige glimlach lees ik het stuk van Kees de Ruiter over de school van toen (Opinie & Debat, 6 maart). Allemaal terug naar 1953, zestig jaar geleden.

Aan het beroep van de auteur te zien, was hij waarschijnlijk zelf het beste jongetje van de klas. Mocht hij als 'oudere' leerling de leuke klusjes doen, een bijzondere status.

Als je niet goed kon leren, bleef je zitten, vervelend voor het betreffende kind. Jammer dan, extra hulp voor die betreffende leerlingen was er gewoonweg niet, 52 kinderen, wat wil je? De klas waar ik in zat (eind jaren zestig), was gelukkig minder groot, maar ik herinner me wel de vernedering die steeds maar weer dezelfde leerlingen moesten ondergaan omdat ze niet goed konden leren.

Achteraf denk ik dat er wel wat kinderen gebaat waren met extra hulp, misschien zelfs een rugzakje, omdat er iets speciaals met hen aan de hand was. Die kinderen hadden meer een gevoel van eigenwaarde kunnen krijgen, in plaats van te blijven zitten.

Dat was het autoritaire onderwijs. De tijden zijn gelukkig veranderd. Vandaag staken wij in het onderwijs omdat wij ervoor willen waken dat juist die kinderen buiten de boot vallen die extra hulp nodig hebben. Zodat ze mee kunnen gaan met hun klasgenoten, dat ze mogen zijn wie ze zijn, en dat ze het gevoel hebben dat ze het, met welke beperking dan ook, goed doen, vooral in deze veelvragende maatschappij van nu.

U mag best glimlachen om de onderwijsstakingen meneer de Ruiter, maar glimlach daarbij meewarig om al die kinderen die straks buiten de boot zullen vallen.

Marianne de Groote, Koedijk

Niet voor mijn lol

Ik mag van geluk spreken dat ik nu in 5-havo zit. Als ik zonder een rugzakje de basisschool had doorlopen en geen kleinschalig onderwijs had op vmbo-t dan was ik niet verder gekomen dan een drop-out of schoonmaakster. Ik heb op de basisschool een rugzakje gehad. En niets voor niets. Ik heb namelijk een disharmonisch IQ, wat betekend dat mijn 'rekenkant' veel scheelt met mijn 'taalkant'. Het is vastgesteld dat mijn 'rekenkant' onder het gemiddelde zit en mijn 'taalkant' erboven.

Dit heeft niets te maken gehad met een nare thuis situatie of wat dan ook. Zo ben ik geboren en zo ben ik naar de basisschool gegaan, en zo kreeg ik via het rugzakje 'remedial teaching' van een heel lieve juf. Mijn eigen juf of meester kreeg van de ambulant begeleider tips hoe ze met mij moesten omgaan. De minister van Onderwijs wilt dit leerlingen en leerkrachten ontnemen. Alsof ik het leuk vond dat ik zo moeilijk kon rekenen.

Dezelfde minister vind ook dat de Citotoets heel belangrijk moet worden. Ik heb die ook gedaan, en ik had vmbo-bb lwoo-advies omdat ik vrijwel alles van rekenen fout had. Cito houdt geen rekening met leerlingen die een leerstoornis hebben. Gelukkig kon ik toch naar vmbo-t die heb ik met twee vingers in mijn neus doorlopen (in de vierde zonder wiskunde). Nu zit ik in 5-havo zonder wiskunde, want een leraar heeft er niets aan als een leerling huilend wiskunde maakt, zoals ik.

Als ik nu na het vmbo naar de havo zou gaan, moet ik wiskunde doen van de minister want die vind dat ik dan pas een deugdzaam mens ben. Zo gaat er veel intellect verloren. Het kabinet wilt sowieso veel hoogopgeleide mensen hebben en dat lukt gewoon niet als ze bezuinigen op leerlingen zoals ik.

Ik heb niet voor mijn lol een disharmonisch IQ zou ook graag willen dat ik 'gewoon' was. Toch zou ik mezelf nog 'ongewoner' voelen als ik geen havo kon doen vanwege wiskunde en schoonmaker moet worden door strenge regels van het kabinet. Ik hoop dat de minister niet aan mijn intellect twijfelt en het niet erg vind dat ik geen wiskunde heb. Heb ik ook niet nodig voor de opleidingen die ik wil gaan kiezen.

Esther Grutters (18 jaar), Cuijk

Afgrijzen

Prachtig stuk van Kees de Ruiter over de school van toen. Ook ik ben in 1953 begonnen in het onderwijs als leerling met 50 andere kinderen in de klas onder de geweldige leiding van zuster Julia. Ik heb er alles geleerd en heb het geschopt tot leerkracht basisonderwijs.

Ik begon in 1963 met 40 kleuters in september, 19 jaar oud. Ik vond het fantastisch, het was overzichtelijk, ik kon er goed lesgeven. In die tijd waren er ook kinderen met leer/aanpassingsproblemen. Wij hadden echter één keer per jaar juffrouw Steenman die van de school voor buitengewoon lager onderwijs (blo) kwam en dan vroeg naar kinderen waar iets mee aan de hand was. Zij testte hen en de lichte gevallen bleven gewoon bij je. Daar kon je ook wel wat mee, mede door de structuur in je klas.

De rest verdween veelal binnen zes weken en kwam meestal ook goed terecht. De blo- en latere (z)mlk-scholen deden het prima. Wie kon werken werd daar ook wel naartoe geleid.

Ik heb in mijn hele werkzame leven deze situatie zien veranderen naar een toestand waar ik met afgrijzen naar keek. Rugzakjes verschenen in mijn klas, je kon een kind dat alles op z'n kop zette en dat 2 jaar lang, niet meer kwijt. Hulp in de klas was er nauwelijks en niet adequaat. Vlak voor mijn pensioen maakte ik mee dat dertig directeuren en interne begeleiders naar Canada en Amerika gingen. Daar deden ze aan inclusief onderwijs. Zal wel wat gekost hebben. Wij mochten als school vertellen welke specialiteiten wij in huis hadden. We vulden van alles in, als het maar geen gedraggerelateerde stoornis was, want dan was je de klos.

Dat werkte natuurlijk ook niet, vandaar dat nu elke school alles mag opvangen. In mijn laatste jaren op school dacht ik nog wel eens aan juffrouw Steenman. Die heeft denk ik, net als ik, ook veilig haar pensioen gehaald.

J.Albers, Hoorn

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden