Wel/niet van de redactie

Het leiden van krant, tijdschrift of radio/tv vraagt wat anders dan twintig jaar geleden. Vijf hoofd-redacteuren reageren op vier stellingen over hun vak.

Een paar vijftigers, maar ook opvallend veel veertigers: dat zijn de journalistieke leiders van Nederland. Voor het vorige week verschenen boek De Hoofdredacteur werden 21 van hen geportretteerd door Groningse studenten journalistiek, onder redactie van mediahistoricus Huub Wijfjes. De Hoofdredacteur is een antwoord op een vijftig jaar oude interviewreeks in Vrij Nederland, gemaakt door Bibeb, toen nog een aanstormend interviewtalent. Ze sprak heren van wie de namen nog steeds ontzag inboezemen: Klaas Voskuil van Het Vrije Volk, Chris A. Steketee van het Algemeen Handelsblad en Joop Lücker, bijgenaamd 'het krantenbeest', van de Volkskrant.


De zorgen van toen: de opkomst van het verfoeilijke medium televisie en de kwestie vrouwen in de journalistiek, een ontwikkeling die de meeste heren hoofdredacteuren met geringschattende argwaan bezagen. Als ze nog hadden geleefd zou de huidige man-vrouwverhouding onder hoofdredacteuren hen hebben gerustgesteld: slechts twee van de voor De Hoofdredacteur geïnterviewden zijn vrouw.' Wijfjes heeft ook een hoofdstuk gewijd aan die kwestie.


Het boek gaat vooral over de inhoudelijke ontwikkelingen van het vak. De ondertitel Ondernemend leiderschap in de journalistiek zegt al wat over de uitdagingen waarvoor de huidige generatie hoofdredacteuren zich gesteld ziet: het toegenomen belang van commercie, slinkende oplagen en het met vallen en opstaan veroveren van het digitale universum


De interviews voor De hoofdredacteur vonden anderhalf jaar geleden plaats. Het woord iPad, nu een dagelijks gespreksonderwerp binnen hoofdredacties, komt in het boek, dat vooral een tijdsbeeld vastlegt, nog niet in voor.


De Volkskrant legde daarom onlangs vier thema's die in De Hoofdredacteur prominent naar voren komen, voor aan vijf hoofdredacteuren van nu (drie van hen zijn voor het boek geïnterviewd, twee niet).


De hoofdredacteur is een groot deel van zijn tijd manager, maar dat toegeven is nog altijd not done.

Barbara van Beukering (Het Parool): 'Ja, dat is waar. Dat geef ik toe. Een groot deel van mijn tijd gaat zitten in managen. Grote kranten kiezen vaak voor een oplossing waarin een persoon uit de hoofdredactie zich helemaal toelegt op managementtaken. Het Parool is niet zo groot; dus ik doe dat erbij. Het is een klein beetje corvee, geef ik toe: ik ben liever met ideeën voor de krant bezig. Het is echter ook zo dat ik goed ben in organiseren. Als ik extra geld zou hebben, zou ik er liever een goede redacteur bij nemen dan een manager.'


Peter Vandermeersch (NRC): 'Hoofdredacteuren zijn beroerde managers: dat is volgens mij een quote van Philippe Remarque. Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Ik neem beslissingen niet planmatig, maar emotioneel. Ik geloof voor honderd procent dat charisma en passie belangrijkere eigenschappen zijn voor een hoofdredacteur dan kunnen plannen. Ik ben inderdaad veel aan het managen, maar heb wel het idee dat sommige hoofdredacteuren die managementtaak overdrijven.'


Leo Hauben (L1): 'Het klopt wel. Ik denk dat ik driekwart van mijn tijd op de redactie bezig ben met managen en een kwart met inhoudelijke zaken. Er is ook een groot grijs gebied: het aansturen van de productie van een nieuw programma bijvoorbeeld. Dan doe je beide tegelijkertijd. Maar ik heb nooit een managementcursus of zo gevolgd. Gelukkig.'


Een hoofdredacteur staat dichter bij de redactie dan bij de directie.

Arendo Joustra (Elsevier): 'Dichterbij is nog zwak uitgedrukt: de hoofdredacteur is van, voor en door de redactie. Ik geloof erg in het rollenspel tussen directie en hoofdredactie. Het tegengestelde belang, de strijd tussen die twee, leidt tot het beste product.'


Paul van Gessel (BNR): 'In veel gevallen wordt de hoofdredacteur nog door de redactie benoemd; in elk geval bij alle media met oude statuten. Dat is een beetje achterhaald. Bij BNR hebben we een selectiecommissie waarin zowel de redactie als de directie is vertegenwoordigd. Dat is meer van deze tijd. Benoeming door een redactie is toch een beetje de Poolse Landdag. Vijandschap tussen redactie en directie is echt achterhaald.'


Vandermeersch: 'Als hoofdredacteur ben je nergens thuis. Ik maak deel uit van de redactie en ik zit ook in de directie. Dat is niet bij alle kranten zo. Bij De Standaard heb ik beide situaties meegemaakt: wel en niet in de directie. En ik moet zeggen, het is geen van beide perfect, maar wél is beter dan niet.


'Het is goed om aanwezig te zijn in de kamer waar de zakelijke beslissingen worden genomen. Het nadeel daarvan is dat de redactie je als een soort verrader beschouwt. En in de directie hoor je er ook niet helemaal bij. Ooit bij De Standaard kreeg ik een e-mail gericht aan 'de heren directeuren en Peter'.'


De hoofdredacteur moet nu meer knievallen doen voor de commercie dan twintig jaar geleden.

Van Gessel: 'Onzin. Twintig jaar geleden werkten media hetzelfde als nu. Hoofdredacties hebben altijd commercieel moeten denken, behalve bij de publieke omroep misschien. Je moet kwalitatief goede programma's maken, die passen bij het profiel van je publiek en je moet rekening houden met de commerciële markt: dat is een heilige drie-eenheid. Als hoofdredacteur moet je die belangen in het oog houden. Ik zie dat niet als een knieval.'


Hauben: 'Door het als knieval te betitelen, krijgt betere samenwerking tussen redactie en commercie meteen een negatieve lading. Maar uit die samenwerking kunnen heel mooie dingen voortkomen. Natuurlijk zijn er grenzen. Wij kiezen uit wat we interessant vinden om uit te zenden en zoeken daar sponsoren bij, niet andersom.'


Van Beukering: 'Dat is zonder meer waar. Het heeft vooral te maken met de slechtere advertentiemarkt. Pieter Broertjes, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, vertelde dat er begin jaren negentig weleens zo veel advertentieaanvragen waren dat advertentieverkopers even de telefoon niet opnamen. Dat is gek om te horen.


'Nu moet de redactie zelf initiatieven nemen. Zo maken wij vijf glossy's per jaar. De thema's daarvoor kiezen we in overleg met de marketingafdeling, maar voor wat betreft de invulling zijn we journalistiek onafhankelijk. Tien jaar geleden trokken sommige redactieleden daar hun neus voor op, nu niet meer. Op dat punt heeft er echt een cultuurverandering plaatsgevonden.'


Het publieke optreden van hoofdredacteuren, in televisieprogramma's en tijdens evenementen, wordt een steeds belangrijker gedeelte van hun taak.

Joustra: 'Er is niets mis met reclame maken voor je eigen titel, maar je moet als hoofdredacteur nooit bekender willen worden dan dat merk. Een hoofdredacteur heeft met een krant, tijdschrift of programma zijn eigen platform. Waarom zou je concurrerende media gebruiken om je zegje te doen?'


Van Beukering: 'Ik ben daar niet zo'n voorstander van. De trend dat hoofdredacteuren vaak bij De Wereld Draait Door of Pauw en Witteman zitten, is ingezet door Peter Vandermeersch. Hij is heel goed in dat soort optredens.


'Ik word ook wel gevraagd door die programma's, maar ik zeg alleen ja als het over Het Parool gaat of over de kranten in het algemeen. Ik voel niet de behoefte om mijn mening te ventileren over het Midden-Oosten of het Stedelijk Museum. Die optredens kosten ook veel tijd. Ik geloof niet dat hoofdredacteuren een nieuwe categorie BN'ers moeten worden.'


Vandermeersch: 'Of publiek optreden steeds belangrijker wordt, weet ik niet. Ik vind het geen schande: een hoofdredacteur is het gezicht van zijn redactie. Maar ik zeg niet altijd ja als ik gevraagd word door DWDD. Als de redactie de hoofdredacteur vaker op televisie ziet dan op de krant, gaat er iets niet goed.'


Paul van Gessel, hoofdredacteur BNR


Leo Hauben, hoofdredacteur Limburgse radio en televisiezender L1


Barbara van Beukering hoofdredacteur Het Parool


Peter Vandermeersch hoofdredacteur NRC


Arendo Joustra, hoofdredacteur Elsevier


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden