Wel katholiek maar niet rooms

Aanstaande maandag vieren de Ieren Saint Patrick's Day. Zoals meestal valt de feestdag midden in de vasten voor Pasen. Voor belangrijke feesten mocht de vasten echter altijd onderbroken worden....

Overal ter wereld wordt er op Saint Patrick's Day meer gedronken dan gegeten, hoewel de heilige hiertoe zelf geen aanleiding heeft gegeven. Het bekendste gerecht dat op zijn naamdag geserveerd wordt, is waarschijnlijk 'cabbage and corned beef'. Het is een gerecht van Ierse immigranten in Amerika.

In Ierland werd vroeger vooral gezouten varkensvlees opgediend. Tegenwoordig lijkt 'Irish stew' het meest typerend; een stoofpot van blokjes lamsvlees en aardappelen, met wortel, prei, ui en raapjes. Ierse restaurants zoals O'Shea's in Eindhoven, O'Cafeys in Den Haag, The Tara in Amsterdam en vele andere hebben Irish stew maandag op het menu staan.

Ook de aartsbisschop van de Ierse katholieke kerk, His Grace Sean Brady (hij moet nog tot kardinaal gewijd worden), krijgt maandag Irish stew. Daarbij drinkt hij geen bier, maar een glaasje wijn. Geheel in stijl met Saint Patrick, die niet Iers was, maar een Romein uit de vijfde eeuw.

Zijn vader had het Romeinse burgerschap en bezat een landgoed in Brittannië, waar Patrick is opgegroeid. Nadat de jongen op zijn zestiende ontvoerd werd, kwam hij in Ierland terecht. Als slaaf moest hij schapen hoeden. Vandaar die Irish stew. Een ander gerecht dat op Patricks naamdag geserveerd wordt, is 'shepherd's pie', herderspastei; een ovengerecht van lamsragout onder een laag aardappelpuree.

Patrick hoorde de stem van God die erop aandrong te ontsnappen. Hij vond een boot en kwam terecht in een uitgestorven land waar geen voedsel was. De bemanning verhongerde bijna, tot de heilige miraculeus een kudde zwijnen uit het bos deed verschijnen.

Dit wonder is veelzeggend. De heilige keurde varkensvlees blijkbaar zonder meer goed, terwijl veel christenen daar hun twijfels over gehad zullen hebben. Sommigen hielden nog vast aan de joodse voedselwetten van het Oude Testament. Nog geen honderd jaar eerder hadden christenen geweigerd bloedworst te eten en werden ze daarom voor de leeuwen geworpen. Veroordeeld vanwege vrome voedselwetten.

Toen Rome christelijk werd, werd het christendom rooms. Varkensvlees en bloed waren niet bijbels, maar wel Romeins. De pausen waren tegen het onderscheid tussen rein en onrein voedsel. Alleen vlees dat geslacht was op het offeraltaar van afgoden was voor christenen verboden. Patrick sloot zich hier blijkbaar bij aan.

Nadat hij gestudeerd had, keerde hij terug naar Ierland en zette, met geld van paus Leo de Grote uit Rome, een bisdom op in Armagh. Het Ierse aartsbisdom zetelt daar nog altijd (in het door de Britten bezette Ulster). Vanuit Armagh bond Patrick, met veel spektakel, de strijd aan met heidense druïden en introduceerde hij het rijke roomse leven.

Anderen hielpen op een minder hoogdravende manier mee aan de bekering van Ierland. Zij richtten kloosters op, waar een streng beleid van studie, honger en versterving werd gevoerd. Deze gemeenschappen sloten rechtstreeks aan op de bestaande ascetische colleges van druïden en ontwikkelden de strengste voedselwetten uit de geschiedenis van het christendom. In een onlangs gepubliceerd proefschrift van J. de Waardt (Voedselvoorschriften in boeteboeken) worden de verschillende geschriften vergeleken.

Er werd onderscheid gemaakt tussen rein en onrein voedsel. Vleesetende dieren als honden, katten, haviken en wezels waren onrein. Koeien en schapen waren rein, omdat ze van gras leven. Voedsel kon onrein worden als een hond erin beet, of als een kat erover kwijlde, maar zelfs wanneer een koe erin poepte bleef het rein. Het had dus niet met hygiëne te maken.

Of varkens en kippen rein waren, hing af van wat ze hadden gegeten. Als ze aas hadden gegeten (bijvoorbeeld een dode mol of rat), werden ze onrein en moesten ze eerst afvallen voor ze geslacht mochten worden. Tenzij het beest menselijk vlees gegeten had; dan kon het nooit meer rein worden. Wilde varkens die uit het bos kwamen rennen, zoals Patrick het had laten gebeuren, mochten dus niet meer gegeten worden.

Straf op overtredingen bestond meestal uit vasten op uitsluitend water en brood. De duur hing af van het vergrijp. Wie uit een put had gedronken waar een kip in verdronken was, moest veertig dagen vasten, net als wie vogels had gegeten die gestikt waren. Het eten van voedsel dat verontreinigd was door een kat, werd bestraft met vijf dagen vasten. Op onreinheid door een hond stond een jaar. De strafmaat verschilde van klooster tot klooster. In de ene orde was paardenvlees toegestaan, in een andere stond er een boete van vier jaar vasten op.

Nagelbijten, het opeten van stukjes huid, korstjes en andere deeltjes van het eigen lichaam werd bestraft met een jaar vasten, evenals het drinken van de eigen urine. Maar op het drinken van bloed of urine van een ander (of van een dier) stond zevenenhalf jaar water en brood. Daarna moest een bisschop vergeving schenken door handoplegging. De bisschop had dus nog wel enige ceremoniële taken.

Op het consumeren van sperma stond drie jaar. De strenge straffen op urine, bloed en sperma hadden waarschijnlijk te maken met heidense rituelen; urine van allerlei dieren werd in medicijnen verwerkt, sperma in liefdesdrankjes en soldaten dronken het bloed van hun vijanden. Dat was onchristelijk.

Misschien lijken de Ierse voedselwetten zelf onchristelijk. Zij komen op veel punten overeen met de spijswetten van de islam, die ongeveer in dezelfde tijd tot stand zijn gekomen. Maar dat maakt ze niet onchristelijk. In de vroege Middeleeuwen werd overal gediscussieerd over de reinheid van varkens en gestikte vogels. In Byzantium net zo hard als in Armagh. Alleen de pausen wilden er niet aan. Net als de Byzantijnse keizers hielden zij van gewurgde vogeltjes.

In de achtste eeuw kwamen Ierse missionarissen, zoals Willibrordus en Bonifatius, naar onze contreien om de barbaren te bekeren; met hun strenge voedselwetten. Bonifatius correspondeerde met de paus over dilemma's als paardenvlees en rauw spek. De paus vertelde wat hij zelf vies vond.

Er was een zekere tegenstelling tussen de katholieke strengheid van de Ierse kloosterlingen en de roomse gastronomie van pausen en bisschoppen. In die zin stond Saint Patrick voor bisschoppelijke gezag, hoewel dat, door het instorten van het Romeinse rijk, al kort na zijn dood niet veel had te betekenen.

In de twaalfde eeuw neemt de macht van de kloosters af. In het kerkelijk recht, zoals het door Rome uitgevaardigd werd, was geen plaats meer voor voedselwetten. Een overwinning voor de roomse Saint Patrick en zijn varkens. De Ieren moesten eraan geloven: het heeft geen zin katholieker te zijn dan de paus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden