Wel grappig maar niet gek

Bij het begin van het elfde seizoen van 'Koefnoen' vertellen Owen Schumacher en Paul Groot waarom hun humor mild, 'hooguit schrijnend en nooit schofterig' is en legt Groot uit waarom hij als persoon niet zo nodig grappig hoeft te zijn.

'Nee! Niet wachten op de fiscus!' Paul Groot schreeuwt in zijn mobiele telefoon en beent over de stoep van de Amsterdamse Rozengracht. Woedend maakt hij een halve draai om zijn as. 'Afstoten die handel!' Groot (45) loopt door, houdt dan tóch in, draait met zijn ogen en steekt zijn tong uit. 'Nee', zucht hij, 'opnieuw.' Groot, in een getailleerd donkerblauw pak met donkerblauwe stropdas, draait zich om en loopt weer terug naar zijn startpositie. Naast hem Plien van Bennekom, in zwarte jurk en rouwsluier. Én hele hoge, krokodillenleren hakken: 'Ik voel me net een giraffe', zegt ze, terwijl ze langs de etalage van een begrafeniswinkel loopt. Van Bennekom en Groot draaien zich weer om. 'Camera loopt', roept de regisseur. 'En drie, twee, één...actie!'

Terwijl de filmploeg buiten de take nog een keer draait, staat Owen Schumacher (45) binnen in de winkel te wachten. Hij wordt omringd door uitgestalde grafkisten, glanzende kandelaars en grote boeketten. Grijnzend tikt hij met twee vingers op een zuurstokroze grafkist; de bovenste helft staat open zodat de witte binnenvoering goed te zien is. 'Juist in tijden van crisis moet je het leven vieren', zegt Schumacher. Zijn grijns krijgt een extra verontrustende lading door het glad achterover gekamde haar en het net iets te ruim uitgevallen pak dat hij draagt.

Owen Schumacher, Paul Groot en Plien van Bennekom nemen vandaag een scène op voor een van de eerste afleveringen van het nieuwe seizoen van Koefnoen, dat vanaf aanstaande zaterdag wordt uitgezonden. De karakters Joris (Groot) en Monique (Van Bennekom) zijn een arrogant yuppenstel. Ze denken voornamelijk aan zichzelf, maar vandaag moeten ze de begrafenis voor Joris' oom Phil regelen. Als ze bij de begrafenisondernemer (Schumacher) aankomen blijkt dat ome Phil zelf een heel uitgebreid pakket voor ogen had; iets dat Joris en Monique nogal tegen de borst stuit.

'Ik heb ooit bij een uitvaart het gevoel gehad dat er een soort van morele chantage door de uitvaartondernemer plaatsvond', legt Schumacher het idee achter de scène uit. 'Je wil eigenlijk niet te krenterig zijn. Dus op een gegeven moment laat je je door zo iemand overtuigen: tja, dan is het maar 500 euro meer.' 'Het is niet echt het moment om te gaan onderhandelen', vult Groot aan, 'en daar maken die begrafenisondernemers misbruik van.'

En dus mogen Joris en Monique doen wat Groot en Schumacher zelf nooit zouden durven: keihard onderhandelen over een begrafenis. 'Luister', bijt Joris de begrafenisondernemer toe. 'Een kartonnen doos, It's Raining Men, en dan de fik erin. Betaal ik je nu 1.000 pietermannen contant, hebben we het nergens meer over.'

De scène wordt meer dan tien keer gespeeld. Om hem vanuit verschillende cameraposities op te nemen, maar vaak genoeg ook omdat Groot iets opmerkt dat hem niet zint. Als de begrafenisondernemer met twee kopjes koffie aan komt zetten voor Joris en Monique, valt het Groot meteen op dat er op een van de twee kopjes al lippenstift zit. 'Dat kan ik niet helpen', verontschuldigt Groot zich achteraf. De schmink is van de gezichten af; de nette pakken hebben plaatsgemaakt voor gemakkelijke T-shirts en spijkerbroeken. 'Ik denk dan: let er dan helemaal niemand op dat kopje?' Schumacher zag de lippenstift niet. Had hij het wel opgemerkt, dan was er nog geen probleem geweest. 'Zelfs als dat er op zou zitten in de opname, vind ik het minder erg dan Paul. Die scène wordt er niet minder grappig van.'

'Ik ben meer de paniekvogel en de kommaneuker', legt Groot de onderlinge verhoudingen uit, 'Owen ziet de grote lijnen meer, dat is grofweg de rolverdeling.'

Schumacher: 'Ik vind het ook niet erg als we in twee zinnen twee keer hetzelfde woord gebruiken. Maar Paul zegt dan: hoe kan dat er in godsnaam door geglipt zijn? Ook in de montage. Ik kan dan makkelijker zeggen: we doen dit blokje daar en dat blokje daar. Grofweg kun je zeggen dat ik meer denk in grotere structuur en Paul meer op de vierkante millimeter.'

Groot: 'Owen is ook communicatiever. Ik hou niet van telefoneren en dat soort dingen. Op zo'n draaidag moet ik natuurlijk sociaal zijn tegen de mevrouw van die winkel. Dat doe ik dan wel, maar eigenlijk ben ik veel introverter. Ik moet mezelf echt geweld aan doen om met mensen te praten.'

Koefnoen gaat zijn elfde seizoen in. Het cabareteske televisieprogramma werd voor het eerst uitgezonden in 2004 en vloeide voort uit het door Jack Spijkerman gepresenteerde Kopspijkers.

Is de koek onderhand niet zo'n beetje op?

Groot: 'Nee hoor, de actualiteit blijft zich natuurlijk ook steeds ontwikkelen. Er gebeuren steeds weer nieuwe dingen.'

Schumacher: 'Dat is ook wel voor een gedeelte je rechtvaardiging. Je merkt ook dat grappige programma's die niet op de actualiteit gebaseerd zijn, meestal na een aantal seizoenen alle varianten gehad hebben. Ik zou het moeilijk vinden om dingen te maken die voor de eeuwigheid grappig zijn.'

Wat dat betreft is de komende periode een heel dankbare, met de verkiezingen.

Groot: 'Nou, ik vind het ook wel een heel ingewikkelde tijd. Ik snap de euroscepsis, maar ik denk toch dat de enige manier om hieruit te komen voorwaarts is. Maar je kunt het bijna niet op die manier verkopen. Je kunt veel makkelijker, net zoals Wilders, fel van leer trekken en in botte bewoordingen de boel neersabelen. Dat is dankbaarder dan de nuance en de progressie zoeken.'

Schumacher: 'We weten nog niet zo veel van de nieuwe personages in de politiek. We weten nog niet zoveel van Samsom, van Van Haersma-Buma; Jolande Sap is ook niet heel kleurrijk. We konden meer met de generatie hiervoor dan met deze; dat waren uitgesprokener types.'

Groot: 'Ik heb het idee dat in de loop der tijd de lijsttrekkers mediagenieker gekozen zijn. Iedereen beseft nu dat het een factor van belang is hoe politici het doen in de media. Dat iemand als Balkenende destijds op die plek werd gezet, is eigenlijk best een klein wonder. Dat zou nu niet meer zo snel gebeuren.'

Welke politicus laat zich het best persifleren?

Schumacher: 'Wilders ligt het meest voor de hand, maar het is ook wel moeilijk. Het is een man die permanent moet worden beveiligd om wat hij zegt. En daardoor heeft hij altijd een sympathie-voorsprong.'

Groot: 'Hij gebruikt ook zoveel overdrijvingen, dat hij ons dat wapen uit handen slaat.'

Schumacher: 'Om nog overdrevener te zijn dan hij, of om nog raardere bewoordingen te verzinnen dan Martin Bosma, is bijna onmogelijk. Plus dat je die mensen die op hem stemmen daar toch niet mee bereikt, want die hebben al besloten: dat maakt ons niet uit.'

Dus zo dankbaar zijn de verkiezingen nou ook weer niet voor jullie.

Groot: 'Het is ook allemaal superingewikkeld. Met die crisis en met Griekenland. Moet je daar nou maar miljarden in blijven pompen? Dat gaat mij ook echt de pet te boven. Ik weet niet waar het einde is; ik kan de proporties van de problemen niet goed inschatten. Er worden dingen gezegd als: 'Als de rekenrente wordt aangepast, dan is het probleem uit de wereld.' Ja, het zal wel.'

Hoe bepalen jullie wat grappig is? Hoe werkt dat?

Schumacher: 'Dat weet ik niet hoor.'

Groot: 'Ik vind het grappig als je de worsteling van mensen met het leven ziet. Als je iemand ziet stumperen en dat herkent. En dat je daar vanuit de veilige beschutting van je leunstoel naar kunt kijken. En het is fijn om commentaar te geven op het nieuws. Dan bedenken we: wat zouden onze karakters hiervan vinden?'

Schumacher: 'We hebben inmiddels een heel arsenaal aan karakters waarvanuit je kunt bedenken: wat vinden zij ervan? Maar dat kun je je ook van bekende mensen afvragen. Of een actuele situatie in historisch perspectief plaatsen. Wat zouden ze er in de middeleeuwen bijvoorbeeld van vinden dat een patiënt zeven ton per jaar kost?'

Moeten jullie om elkaars ideeën kunnen lachen, willen ze geschikt zijn voor televisie?

Groot: 'We hebben meerdere schrijvers. Samen zitten we in een redactievergadering en dan komt iedereen met ideeën. Als mensen opveren en 'jaaaaa' roepen, weet je meteen of een idee goed is of niet.'

Schumacher: 'Als je er met z'n allen om moet lachen, is het meestal een goed idee. We werken eigenlijk niet met veto's, maar soms denk je wel: dit kan écht niet.'

Zoals?

Schumacher: 'Voordat we Gordon en Joling in de Hofstadgroep hadden bedacht, had een van onze schrijvers een idee: Stalin en Hitler Over De Vloer. Dat was op zich hartstikke leuk, we moesten om dat idee heel hard lachen. Maar Paul en ik zagen er allebei fysiek heel erg tegenop om verkleed als Hitler en Stalin in een dierentuin rond te lopen.

Groot: 'En, wat beweer je daarmee over Gordon en Joling? Op papier was het een heel leuk idee.'

Schumacher: 'Maar we zagen er tegen op om het echt te gaan doen. Misschien is dat ook wel typerend voor ons: dat wij nooit zo ver gaan.'

Harm Edens zei ooit over jullie: 'Ze zijn te mild om satirisch genoemd te mogen worden.'

Groot: 'We zijn misschien niet snoeihard. Dat hebben we bij Dit Was Het Nieuws destijds ook wel gemerkt. Onze humor is hooguit schrijnend, zelden tot nooit schofterig.'

En jullie typetjes? Zijn die leuker dan jullie zelf?

Schumacher: 'Dat denk ik wel. Wij zijn zelf eigenlijk iets te genuanceerd. Als je een vermomming hebt, mag je ongenuanceerder zijn. En dat is voor humor altijd leuker.'

Dan kan de rem eraf?

Schumacher: 'Ja, want dan is de boodschap: ik heb dat niet gezegd, maar mijn typetje. Dat is fijn om te doen.'

Groot: 'Om grappig te zijn moet je eigenlijk een puber blijven. En een buitenstaander. Terwijl ik het liefst zou meedoen en een evenwichtig mens wil zijn. Dat bijt elkaar. Mijn streven is eerder om een volwassen, uitgebalanceerd mens te worden dan carrière te maken als grapjas.'

Schumacher: 'Nou, dat heb ik niet.'

Groot: 'Nee?'

Schumacher: 'Nee.'

Groot: 'Nou, ik wel.'

Schumacher: 'Hahahaha!'

Associeer je grappig zijn dan met kinderachtig zijn?

Groot: 'Op een bepaalde manier wel. Onaangepast. Manisch. Ik denk dat de mensen die ik het allergrappigst vind ook een beetje een klap van de molen hebben gehad. Mensen als John Cleese, Jim Carrey of Robin Williams.'

Schumacher: 'Maar je zegt eigenlijk dat je zover wil komen in het volwassen worden, dat je de humor niet meer nodig hebt.'

Groot: 'Nee, dat bedoel ik niet.'

Schumacher: 'Want dat moeten we niet hebben.

Groot: 'Nee, maar op de vraag: zijn jullie als persoon minder grappig dan je types, dan denk ik: ja, dat is zo. Zo leuk ben ik niet.

Ja goed, maar om even terug te komen op wat je net zei: liever volwassen dan een grapjas.

Groot: 'Ik denk niet dat mensen hebben: 'Goh, die Paul Groot, daar kun je mee lachen in de kroeg!''

Hou je je dan in?

Groot: 'Ik denk dat als ik de controle meer zou loslaten, dat je harder met me zou kunnen lachen, maar dat ik per saldo een ongelukkiger leven zou hebben. Absoluut.'

Waarom dan?

Groot: 'Als ik mezelf in chaos laat afglijden, dan kun je waarschijnlijk wel heel hard om me lachen, maar dan word ik heel ongelukkig. Ik heb geleerd om een gedisciplineerd leven te leiden. En daar ben ik een gelukkiger, gebalanceerder mens door en misschien als persoon in de kroeg minder grappig. Maar dat is dan maar zo. Ik ben veel liever evenwichtig en in control.'

Schumacher: 'Dat bedoel je dus met volwassenheid.'

Groot: 'Ja.'

Schumacher: 'Ik dacht even dat je intellectualisme belangrijker vond dan nuancering of dan relativeren en ondermijnen.'

Groot: 'Nee, absoluut niet. Ik bedoel juist outrageous grappig. Zoals Hans Teeuwen outrageous grappig is.'

Is dat dan niet bijna gekte?

Groot: 'Ja, dat bedoel ik dus. Als ik Hans Teeuwen zie spelen, herken ik het gevoel van waaruit hij dat doet. En ik wéét dat je je daar niet gelukkig bij voelt. Daar hoef ik niet naar toe. Daar wil ik vandaan.'

Dat klinkt alsof je dat gevoel goed kent.

Groot: 'Ik herken dat zwartgallige, dat depressieve. Ik ken het absoluut. Hoef ik niet meer.'

Owen, ben jij ook bang voor die gekte?

Schumacher: 'Nee, daar ben ik veel te gecontroleerd voor. Ik heb die randen nooit bereikt.'

Vind je dat ook niet jammer?

Schumacher: 'Nee, ik ga daar überhaupt niet komen. Het kan best zijn dat als morgen mijn vrouw en kinderen verongelukken, ik wel gek word en die grenzen ga opzoeken. Maar het is niet iets wat ik vanuit mezelf graag doe. Ik ben bang om controle te verliezen. Ik ben ook nog nooit dronken geweest.'

Moet het origineel jullie imitaties leuk vinden?

Groot: 'Nee, het moet wel een beetje pijn doen. Je moet wel het idee hebben, als je bijvoorbeeld op een première staat: 'oh nee hè, die heb ik nagedaan. Laat ik me maar even omdraaien.'

Schumacher: 'Daarom ga ik ook liever niet naar premières. Want het werkt ook andersom: als je daar bent en iemand ontmoet die je eigenlijk wil persifleren. Maar dan praat je met hem en dan blijkt hij opeens heel aardig te zijn. Dan is het daarna veel lastiger om ze na te doen. Je kan beter niet te veel onderdeel worden van het circuit.'

Groot: 'Ik heb ooit Ivo Niehe ontmoet. Dat was heel ongemakkelijk. (Groot zet een Ivo Niehe-stem op) 'Ja mijn kinderen zeggen weleens dat ze het heel leuk vinden. Ik denk daar zelf natuurlijk anders over.' Hij was verder heel aardig hoor. Maar ik vind het altijd wel heel ongemakkelijk. Het heeft ook iets armoedigs.'

Schumacher: 'Hahaha.'

Groot: 'Ja, ik ben die parasiet die op zijn rug meelift, hahaha.'

Foto'sMorad Bouchakour

Owen Schumacher en Paul Groot leerden elkaar kennen bij het televisieprogramma Dit Was Het Nieuws. Daar werkten ze samen in de redactie en schreven ze onder andere grappen voor presentator Harm Edens. Daarna volgde het radioprogramma Spijkers Met Koppen, dat op televisie een vervolg kreeg met Kopspijkers. In 2004 maakten Schumacher en Groot de overstap van de VARA naar de AVRO en begonnen daar met Koefnoen.

Aanstaande zaterdag (21.45 uur, Nederland 1) begint het elfde seizoen van Koefnoen. In 2006 won het programma de prestigieuze Zilveren Nipkowschijf. Groot en Schumacher worden in Koefnoen bijgestaan door collega-komieken Plien van Bennekom, Bianca Krijgsman, Jeremy Baker, Martine Sandifort, Sanne Wallis de Vries, Frans van Deursen en Marjan Luif. Het woord 'koefnoen' is overigens Jiddisch en betekent zoveel als 'voor niets'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden