Bericht uitAmphia Ziekenhuis

Wel een cameraploeg op de intensive care maar geen familie: dat voelt wrang

De komende weken doet de Volkskrant regelmatig verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar verslaggever Willem Feenstra meeluistert met slechtnieuwsgesprekken, die noodgedwongen door de telefoon gevoerd worden.

De cameraman van actualiteitenprogramma Nieuwsuur trekt beschermende kleding aan zodat hij de intensive care van het Amphia Ziekenhuis in Breda kan betreden. Er zijn strikte afspraken: patiënten mogen niet herkenbaar in beeld worden gebracht.Beeld Willem Feenstra

In de tijdelijke kantine van de intensive care verorberen verpleegkundigen Simone (46) en Mieke (56) hun bruine boterhammen alsof er niets aan de hand is. Alsof het tafereel aan de overkant van de tafel — een jongeman met camera op schoot bekijkt zijn eigen shots, een journalist interviewt een journalist — een hallucinatie betreft.  

Het voelt ‘bijzonder’, zeggen ze even later. Ze bedoelen: het voelt slecht. De cameramensen zijn verdwenen, alleen deze verslaggever verstoort hun rust. ‘Bezoek kan hier nauwelijks nog komen. Maar nu lopen hier wel journalisten rond.’ 

Breng daar maar eens wat tegenin.

Sinds het begin van de coronacrisis is het voor het ziekenhuis een onophoudelijke worsteling: hoe ga je om met de overweldigende media-aandacht? Met de honderden telefoontjes over ‘de laatste cijfers’. Met de tientallen verzoeken ‘mee te lopen’ met een arts. En met die paar ‘journalisten’ die, zonder zich te melden, door de gangen dwalen op zoek naar coronaslachtoffers (echt gebeurd).

Voor de volledigheid: drie weken geleden, toen Brabant de coronahotspot van Nederland leek te worden, benaderde de Volkskrant een intensivist van Amphia. Het leek ons belangrijk te laten zien hoe het ziekenhuis met de crisis omgaat. De intensivist overtuigde een medewerker van de communicatie-afdeling. Samen overtuigden ze daarna de leiding van het ziekenhuis. Pas toen de eerste twee stukken al waren geschreven, kwam er definitief groen licht.

Ook voor het ziekenhuis, of misschien wel juist voor het ziekenhuis, zijn dit historische tijden. Nooit was de druk op de organisatie zo groot. Nooit was er zoveel verbondenheid. En niet eerder was er zoveel waardering. Bij de ingang hangt een spandoek voor ‘de helden van Breda’. Acht politieauto’s brachten afgelopen week met zwaailicht en sirenes een ode bij de spoedeisende hulp.

Hoe triest de aanleiding ook is: deze tijd moet bewaard blijven. Al is het maar als bewijsmateriaal voor het belang van de zorg.

Dus niet alleen deze verslaggever is vandaag voor de zevende keer in het ziekenhuis, maar ook een cameraploeg van Nieuwsuur en eentje van het ziekenhuis zelf. ’s Ochtends op de spoedeisende hulp, waar de coronapatiënten binnenkomen. ’s Middags op de intensive care, waar patiënten vechten voor hun leven. Met de cameraploegen is één belangrijke afspraak gemaakt: de patiënten moeten onherkenbaar blijven.

Het is een beladen onderwerp, zegt Kees Kok van de spoedeisende hulp. Nadat het verzoek van Nieuwsuur om een dag te filmen door de ballotage van de communicatieafdeling en het ziekenhuisbestuur was gekomen, had hij het als leidinggevende op zijn bordje gekregen. Hij besloot een mail te sturen naar alle medewerkers van de spoedeisende hulp met de titel: ‘Media en covid, onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook binnen Amphia’.

Stuk geschiedenis

In zijn mail schreef hij dat het management van de spoedeisende hulp het lastig vond om aan het verzoek van Nieuwsuur te voldoen, maar dat ‘ook zeker het belang wordt gezien om dit stuk geschiedenis vast te leggen’. Personeelsleden die wilden meewerken, konden zich bij hem aanmelden. ‘In deze tijd kan het werk je ontroeren’, schreef hij. ‘Ook dat mag gedeeld worden.’

Tijdens de nieuwbouw van het ziekenhuis de afgelopen jaren was er vanuit de media vooral kritiek geweest, zegt Kok. ‘Alles was klote’. Neem nou de lange wachttijden voor de ambulances. Natuurlijk niet iets waar het personeel zelf blij van werd. Kok: ‘Als dat ook nog eens breed wordt uitgemeten in de regionale media, dan doet dat veel met de mensen hier.’

Nee, dan deze tijd. Journalisten blijken onder de indruk. Hun verhalen en tv-items worden door artsen en verpleegkundigen gedeeld op sociale media. Om hun omgeving te waarschuwen voor de ernst, om te laten zien wat voor werk ze doen, of gewoon uit trots. Eerst voelden journalisten als ongewenste indringers, zegt Kok. Nu voelt het als ‘een gezamenlijke strijd’.

In de kantine van de intensive care vegen verpleegkundigen Simone en Mieke de broodkruimels van tafel. Ze snappen het wel, dat media noodzakelijk zijn. Maar zij keren zo terug naar hun patiënten, die allemaal een eenzame doodsstrijd leveren, omdat familie nauwelijks nog op bezoek mag komen. 

En dat voelt wrang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden