BESCHOUWING

Weissenbruch: ooit een geheimtip, nu breed gewaardeerd

J.H. Weissenbruch zette de toon met wit en zilverblauw, Jan Mankes nam het stokje over met flessengroen. Joost Zwagerman kijkt naar twee relatief onbekende schilders die nu pas de eer krijgen die hun toekomt.

J.H. Weissenbruch: Te Noorden bij Nieuwkoop, 1903. Foto Collectie Dordrechts Museum

De Haagse School? Dan denk je aan Jozef Israëls, Jacob en Willem Maris, Anton Mauve en Hendrik Willem Mesdag. Het zijn de namen uit de binnenste ring van de kunstenaarsgroep van weleer. Onder de kunstenaars in de tweede, buitenste ring bevond zich J.H. (Jan Hendrik) Weissenbruch (1824-1903). Opmerkelijk genoeg bleek zijn werk na verloop van tijd misschien wel invloedrijker dan van zijn bondgenoten die de kern vormden van de Haagse School. Eens was Weissenbruch een geheimtip, maar zijn werk wordt nu breed gewaardeerd. Zijn schilderijen zijn sterk vertegenwoordigd in 'Hollands op z'n mooist', de duotentoonstelling in Gemeentemuseum Den Haag en het Dordrechts Museum.

Vincent van Gogh had grote waardering voor het werk van juist deze Weissenbruch. Hij toonde zich in brieven aan broer Theo enthousiast over Weissenbruchs nét even afwijkende kleurgebruik. 'De vrolijke Weiss' werd hij genoemd en zo voerde Van Gogh hem soms ook op in zijn brieven. Die bijnaam had Weissenbruch te danken aan het wit in zijn schilderijen. Dat wit is - tja, ánders dan bij de overigen van de Haagse School. Helderder. Doorschijnender. IJler.

Zilveren schilderijen

Het stillevenelement in Weissenbruchs landschappen en interieurs bleef in zijn tijd niet onopgemerkt. In de collectie van het Rijksmuseum bevindt zich Weissenbruchs Kelderinterieur (1888), gebaseerd op het souterrain van zijn woning in de Kazernestraat in Den Haag. Het doorkijkje herinnert aan de genre-taferelen van Johannes Vermeer en Pieter de Hooch, zij het dat bij Weissenbruch de werkende vrouw diep naar de achtergrond is geplaatst, zodat alle aandacht uitgaat naar de stille atmosfeer in het in grijstinten gehulde souterrain. Het wonderlijke is: het is een wármgrijs interieur. Bij Weissenbruch kan de kleur grijs warmte verspreiden. Kunstcriticus Loffelt schreef over Kelderinterieur: 'Weissenbruch schilderde een binnenhuis als een stilleven.'

In 1999 maakte kunstenaar Jan Andriesse voor het museum Jan Cunen in Oss een tentoonstelling rond Weissenbruchs oeuvre. Uit de tentoonstellingscatalogus blijkt dat een aantal hedendaagse kunstenaars zich nauw verwant voelt aan Weissenbruch. Sommigen zien in 'het wit bij Weissenbruch' een vooraankondiging van abstractie. Jan Dibbets roemde het 'geconstrueerde licht' bij Weissenbruch: 'Niemand in zijn tijd maakte zulke zilveren schilderijen.'

Jan Mankes: Grote uil op scherm, 1913. Foto Collectie Museum MORE

Witte zeil

Ook een jongere schilder als Robert Zandvliet (1970) voelt zich aangetrokken tot dat geconstrueerde licht. Al spreekt Zandvliet liever over Weissenbruchs 'typische schone-onderbroekenwit'. Weissenbruch vormt voor Dibbets, Zandvliet en Andriesse een van de schakels tussen Vermeer en Saenredam en sommige 20ste-eeuwse abstracte kunstenaars. In Zandvliets woorden: 'Qua licht en wit is Weissenbruch op één lijn te stellen met Piet Mondriaan en Willem de Kooning.'

Te Noorden bij Nieuwkoop (1903), nu te zien in het Dordrechts Museum, is vermoedelijk Weissenbruchs bekendste werk. In dit werk springt, in het midden van het doek, het kleine witte zeil van een boot direct in het oog. Dat driekantige zeil is in kleur exact gelijk aan het wolkje dat recht boven de kleine zeilboot wiegelt. Over Te Noorden bij Nieuwkoop en andere schilderijen van Weissenbruch schreef Van Gogh met aanstekelijk enthousiasme in zijn brieven aan broer Theo en aan een van zijn Franse schildersvrienden, Émile Bernard. Maar ook duikt Weissenbruch op in die ándere brievenbundel van een Nederlandse kunstenaar, Jan Mankes (1889-1920).

Goede ingreep

Weissenbruch figureert in enkele van Mankes' brieven als een Haagse voorbeeldfiguur. Zelf hield Mankes zich, woonachtig in Friesland, ver van kunstkringen uit de Randstad. Jan Mankes is onmiskenbaar de godfather van de bij uitstek sobere Friese landschapskunst. In het museum voor modern realisme MORE in Gorssel, dat nog geen maand na de opening in mei 10 duizend bezoekers trok, kreeg Mankes als enige kunstenaar uit de collectie een museumzaal voor zichzelf. In die zaal is een u-vormige nis opgesteld aan de wanden waarvan Mankes' schilderijen, altijd klein van formaat, zijn opgehangen. Een goede ingreep, want in een relatief grote zaal verdrinkt dit werk.

Mankes stierf jong - aan tbc. Hij liet een klein oeuvre na waarin hij verder ging, daar waar J.H. Weissenbruch ophield. Mankes dirigeerde zijn werk tot buiten de domeinen van het Hollands realisme. Zijn schilderijen lijken geënt op een particuliere droomwereld, verbeeld door een strikt afgepast aantal kleuren. Een groot deel van zijn leven woonde Mankes aan de Woudsterweg, in het Friese buurtschap De Knijpe. Die weg keert terug in een aantal schilderijen, in opnieuw die droomachtige kleurtinten. Zo is het schilderij Woudsterweg in avondschemering (1912) gehuld in een sprookjesachtige onderwaterkleur. In het droomlandschap van dit werk bevinden zich twee eenzame wandelaars, niet groter dan de vogels hoog boven de smalle bomen.

Kleine actieradius

Mankes' schilderijen zijn niet koortsig van kleur, maar ze hebben wel lichte verhoging. Het zilverblauw van Weissenbruch intensiveert zich bij Mankes tot een delicaat flessengroen. Bomenrij (1915) lijkt te zijn gebaseerd op diezelfde Woudsterweg. Hier zijn land en lucht gehuld in een onaards blauw. Ook dit 'blauwe uur' wordt bij Mankes een puur verdroomde kleur. Mankes vormde de feitelijke eikenbomen aan de Woudsterweg om tot fantasiebomen die iets weg hebben van hoog op de steel staande reuzenpaardebloemen waarvan het uitgebloeide vruchtpluis door een briesje is weggeblazen. Mankes in Wonderland.

Criticus R.N. Roland Holst noemde Mankes destijds 'Hollands meest verstilde schilder'. Die typering sloeg op zijn schilderijen, maar gaat misschien ook op voor zijn bestaan. Mankes leefde stil. Hij kwam zelden buiten zijn provincie Friesland. In zijn werk beperkte hij zich tot een kleine actieradius: het Friese polderland, een handvol straten in zijn buurtschap, de voorwerpen in zijn atelier, portretten van naasten en nu en dan een nabij dier, zoals, in 1913, een uil die hij cadeau had gekregen van een verzamelaar.

Roerloze dingen

Jan Mankes was geen vernieuwer, maar lette wel scherp op de verrichtingen van tijdgenoten die experimenteler te werk gingen dan hijzelf. Zie in dat verband 2 Grote uil op scherm uit 1913. Mankes' uil heeft een formaat van ongeveer 50 bij 30 centimeter en laboreert ten dele aan Fabritius' befaamde puttertje. De witte bef van de uil lijkt te zijn ontleend aan de tere wolk op Weissenbruchs Te Noorden bij Nieuwkoop. De uil van Mankes en de wolk bij Weissenbruch: ze zijn van een identiek wit, secuur bekruimeld met goudgele stipjes en veegjes.

Er is een stamboom van Hollandse stilteschilders samen te stellen, te beginnen bij Vermeer en Saenredam en via Weissenbruch en Mankes uitmondend bij Mondriaan en Jan Andriesse. Mankes' uil en Weissenbruchs wolk zijn roerloze dingen geworden. De uil ademt, de wolk lost op, maar wolk en uil zijn door de kunstenaars begiftigd met de solide autonomie van het onvergankelijke.

Holland op z'n mooist, in Gemeentemuseum Den Haag en Dordrechts Museum, t/m 6/9.

Scherp kijken, met achttien werken van Jan Mankes, in Museum MORE in Gorssel, t/m 31/12.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.