reportagerotterdam

Weinig winkelende Rotterdammers lijken problemen te hebben met de mondkapjesplicht

Vanaf dinsdag zijn mondkapjes verplicht in openbare binnenruimten, zoals winkels, theaters en bioscopen. In het centrum van Rotterdam blijkt zo’n verplichting vanuit Den Haag zijn effect te hebben. ‘Het is landelijk bekend, het moet, punt. Ik had veel meer discussie verwacht.’

De eerste dag van mondkapjesplicht in publieke binnenruimte. In het centrum van Rotterdam blijken er weinig weigeraars.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

De Rotterdamse mondkapjesverkoopster aan de kop van de Koopgoot weet hoe je handel aan een klant slijt. ‘Nee mevrouw, ze zitten allemaal niet lekker. We krijgen er ook allemaal uitslag van, kunnen allemaal moeilijker ademen, en lopen allemaal voor lul. Maar ’t mot.’

Die laatste twee woorden tekenen het sentiment van wie de afgelopen dagen nog snel een mondkapje kwam kopen bij de kraam, zegt de eigenaar van Beursplein Zero Rob Baan (65): ‘Dat zijn vaak de mensen die tot het laatst hebben geweigerd.’ Dus hebben ze een speciale editie van het mondkapje laten drukken, zegt hij, met de tekst ‘’t Is dat het mot!’, op zwarte stof, één voor 6,50 euro, twee voor een tientje. Ze gaan als warme broodjes over de toonbank, zegt Baan.

In een tochtige Rotterdamse binnenstad is het dinsdagmiddag een tijd voor blauwbekken, niet voor rechtsstatelijke discussies. Gelaten accepteren de laatste verzetslieden het feit dat mond-en-neusbedekking nu een verplichting is in publieke binnenruimten, tenzij iemand een medisch bezwaar kan aantonen, op straffe van 95 euro boete. 

Hoe meer ‘binnen’ de omgeving aanvoelt, hoe groter de mondkapjesdichtheid. Een schatting: op de winkelstraten draagt zo’n 10 procent van de mensen mondkapje, beneden in de koopgoot is dat al het drievoudige, in de Markthallen hangt het tegen de 90 procent aan. In de winkels zelf signaleren verkopers vrijwel geen klanten zonder mondkapje, sterker nog: ze krijgen nauwelijks klachten.

‘Ik sta er nu anderhalf uur, en ik heb pas twee mensen gehad die er iets over zeiden’, zegt een ‘gastheer’ bij de ingang van de Mediamarkt – hij wil niet met zijn naam in de krant, omdat zijn baas daar misschien niet blij mee is. ‘Eentje deed hem uiteindelijk op, de ander ging weg. Het helpt dat het vanuit de overheid is opgelegd. Het is landelijk bekend, het moet, punt. Ik had veel meer discussie verwacht.’

Afwachten

De tegenstanders van de mondkapjes, zeggen zowel mondkapjesverkoper en Koopgootkenner Rob Baan als verkopers elders in de binnenstad, kwamen de afgelopen maanden in alle soorten en maten voorbij. ‘En van alle rangen en standen’, zegt Baan, ‘dat was heel apart om te zien. Er was geen specifiek type.’

Maar op dinsdagochtend lijken al die mensen ineens – poef! – verdwenen. De vraag is waar ze gebleven zijn, zegt Fiona (50), filiaalmanager van hobbywinkel Pipoos aan het Binnenwegplein, ‘want het waren er best veel hoor, toen het mondkapje nog een advies was. Hebben al die mensen nu toch een mondkapje opgedaan, of blijven ze thuis en komen ze straks alsnog?’

Zelf heeft ze twee weigeraars gehad, deze dinsdag tussen de breinaalden en knutselpakketten. Een Engels sprekende dame die misschien niet op de hoogte was en een Nederlands sprekende dame die daarom ook weigerde. ‘We hebben haar aangesproken’, zegt Fiona, ‘maar ze wilde niet. ‘Zij heeft ook geen mondkapje op’, zei ze, wijzend naar de Engels sprekende klant.’

Fiona herhaalt wat de Raad Nederlandse Detailhandel, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, Albert Heijn, Hema en diverse andere partijen uit de winkelbranche de afgelopen dagen al zeiden: ‘We wijzen klanten erop dat het verplicht is, maar we gaan niet handhaven, daar zijn boa’s en politieagenten voor. In het ergste geval waarschuwen we de beveiliging.’

Draagvlak

De mondkapjesplicht geldt in alle publieke binnenruimten, dus ook in overdekte winkelcentra. Maar in die laatste categorie wordt de discipline aardig op de proef gesteld. De horeca zijn overal dicht, behalve voor afhalen. Buiten is het koud, nat en winderig. Dus wat doe je dan, als je net een stomende bak noodles hebt afgehaald en binnen een straal van tien meter niemand in de buurt is? Dan ga je net als Geraldine Petit (49) uit Antwerpen in een hoekje zitten, je doet je mondkapje af en begint aan de lunch.

Terwijl Rotterdam welwillend de eerste uren van de landelijke mondkapjesplicht doorkomt, blikt Petit terug op een kleine zeven maanden op en af verplichte mondmaskers in Antwerpen. Ze is kapper, dus voor haar betekende de regel dat ze vanaf mei tot begin november – toen kappers in België door een nieuwe lockdown moesten sluiten – rondliep met een mondkapje.

‘Tijdens mijn werk, in de supermarkt en vaak ook op straat’, zegt Petit. Haar conclusie: je wordt er niet gezonder van. Zijzelf niet, omdat ze constant haar eigen ‘stikstof en microben’ inademt en daardoor denkt minder lucht te hebben. En de maatschappij niet, denkt Petit, omdat, nu ja, ga maar na: ‘Wij hebben in België al vele maanden verplichte mondmaskers en de besmettingscijfers gingen vóór de nieuwe lockdown nog altijd omhoog.’

Over de effectiviteit van mondkapjes hebben epidemiologen inmiddels boekdelen volgeschreven. Op straat is de hoop vooral dat het allemaal niet zo lang zal duren. Halverwege de dinsdagmiddag meldt minister De Jonge van Volksgezondheid dat het vaccinatieprogramma vermoedelijk in januari van start gaat. Daar zitten nog een hele hoop mitsen en maren aan. Maar het vaccin is een stip aan de horizon. Wie weet blijkt het mondkapje daarmee een tijdelijk ongemak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden