Weinig vrooms in Rome

Goethe treft weinig vrooms aan in de Eeuwige Stad.

Rome, 13 januari 1787

Op het feest van Driekoningen, waarop het heil aan de heidenen is verkondigd, waren wij in het Palazzo di Propaganda Fide. Hier werd, in aanwezigheid van drie kardinalen en een groot gehoor, gedebatteerd over de vraag op welke plaats Maria de Drie Wijzen had ontvangen. In de stal? Of ergens anders?

Nadat enkele Latijnse gedichten waren gedeclameerd, traden ongeveer dertig seminaristen na elkaar op en lazen kleine gedichten, ieder in zijn eigen landstaal: Malabaars, Epirotisch, Turks, Moldavisch, Helleens, Perzisch, Colchisch, Hebreeuws, Arabisch, Syrisch, Koptisch, Saraceens, Armeens, Hibernisch, Madagascars, IJslands, Boheems, Egyptisch, Grieks, Isaurisch, Ethiopisch, etc.

De gedichten leken me voor het merendeel in de nationale versmaat geschreven en werden naar 's lands wijs gedeclameerd. Het publiek lachte onbedaarlijk om al die vreemde stemmen, en zo werd ook deze voorstelling een klucht.

Nu nog een anekdote die illustreert hoe nonchalant men in het heilige Rome met heilige zaken omspringt. Wijlen kardinaal Albani was eens aanwezig op een feestelijke bijeenkomst. Een van de discipelen begon in een vreemde tongval gnaja! gnaja! te zeggen (ganaja: 'aanbidden' in het Ethiopisch, red.), zodat het ongeveer als canailla! canailla! klonk. De kardinaal draaide zich naar zijn collega om en sprak de woorden: 'Kijk, die heeft ons door!'

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832). Ingekort fragment uit zijn Italiaanse reis; vertaling Wilfred Oranje. Boom, 1999.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden