Weinig gasten op Europees feestje met oosterburen

De officiële lancering vandaag van het Oostelijk Partnerschap belooft een lauwe aangelegenheid te worden. Slechts weinig EU-leiders worden verwacht.

Het rommelt aan de oostelijke randen van Europa. Moldavië beschuldigt EU-lid Roemenië ervan dat het achter de rellen zat die vorige maand uitbraken na de presidentsverkiezingen, terwijl Georgië zegt dat Rusland de hand had in een mislukte muiterij bij het leger.

Voor EU-voorzitter Tsjechië zijn die incidenten een extra bewijs dat het hoog tijd is de banden met de voormalige Sovjetrepublieken aan te halen. Toch ziet het ernaar uit dat de officiële lancering van het Oostelijk Partnerschap vandaag in Praag een tamelijk lauwe aangelegenheid zal worden.

De Tsjechische regering had alle regeringsleiders uitgenodigd voor de top met een zestal oosterburen, waaronder Oekraïne, Georgië, Moldavië en Wit-Rusland. Maar het ziet ernaar uit dat slechts een handjevol EU-leiders zal verschijnen , onder wie premier Balkenende en bondskanselier Merkel.

De magere opkomst is een tegenvaller voor Tsjechië, dat de lancering van het Oostelijk Partnerschap als een van de hoogtepunten van zijn EU-voorzitterschap ziet. Volgens de Tsjechische vice-premier Alexandr Vondra is het van groot belang de samenwerking met de zes landen te versterken, gezien de enorme economische problemen waarmee de landen te kampen hebben. Op den duur moet het project leiden tot een vrijhandelsakkoord en een soepeler visumregeling.

Zoals zo vaak is de EU ook over dit project intern verdeeld. Vondra beklemtoont dat het niet een eerste stap naar verdere uitbreiding van de EU is. ‘Wij zijn klaar voor verdere uitbreiding en zij zijn niet klaar om erbij te komen’, zegt hij.

Toch zien de Oost-Europese landen het project als een middel om de deur naar de EU op een kiertje te zetten. Andersom zien de tegenstanders van verdere uitbreiding het juist als een methode om de gegadigden op een nette manier buiten de EU te parkeren.

Volgens Vondra is het Oostelijk Partnerschap ‘niet tegen enig land gericht, ook niet tegen Rusland’. Maar ook al zegt niemand het hardop, de bedoeling is natuurlijk wel de ex-Sovjetrepublieken los te weken uit de greep van Moskou.

Of dat zal lukken, is nog maar de vraag. Vooralsnog heeft de EU weinig geld uitgetrokken voor het project: zo’n 500 miljoen euro over een periode van enkele jaren.

In tegenstelling tot sommige andere EU-landen hecht Duitsland wel veel waarde aan het project. Minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier zei vorige week dat Berlijn zich steeds meer zorgen maakt over de instabiele situatie in Oekraïne, waar de politieke leiders in een voortdurend gevecht verwikkeld zijn, terwijl het land wegzinkt in de economische chaos.

Maar juist Oekraïne ziet niet veel in het partnerschap, omdat het al met de EU onderhandelt over een associatieverdrag dat veel verder gaat. ‘Dit gebaar voegt daar niets aan toe’, zegt PvdA-europarlementariër Jan Marinus Wiersma, die vindt dat de EU verder zou moeten gaan, zodat het meer greep krijgt op de situatie in de regio.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden