Weinig exact

Scholen werpen vaak beperkingen op voor leerlingen die exact willen kiezen. Alleen de bollebozen mogen door, terwijl een beetje affiniteit al voldoende is....

Heb je een bril

Hou je van stilzitten en duf rekenwerk

Wil je monnik worden

Kies exact

'Beter dan Loesje kan ik het niet uitdrukken', zegt Ton Weenink, decaan op het Candea College in Duiven, wuivend met de Loesje-poster. Exact is saai. Iets voor stuudjes. Exact is uit. Van de 78 duizend havo- en vwoscholieren die vandaag beginnen aan het centraal schriftelijk examen heeft slechts 15 procent van de kandidaten een spijkerhard exact vakkenpakket.

Ze lopen geen groter risico om te zakken of lagere cijfers te halen. Wel hebben ze straks de meeste keuzemogelijkheden in het hoger onderwijs. En op de arbeidsmarkt wordt straks om hen gevochten. De ambities van de kenniseconomie rusten op deze schouders.

In weerwil van al die mooie vooruitzichten kiezen bar weinig en steeds minder kinderen exact. De meeste middelbare scholen vinden dat wel best, rapporteert de Onderwijsinspectie in het Onderwijsverslag 2002/2003 dat vorige maand werd gepubliceerd. 'Veel scholen beschouwen zichzelf als een voorsorteermachine voor b-aanleg', aldus de weinig omfloerste conclusie van het rapport. 'Als leerlingen niet spontaan blijk geven van affiniteit met exacte vakken neemt de school dit als uitgangspunt voor de verdere schoolloopbaan.'

Dat het ook anders kan, bewijst het Candea College. Daar heeft niet 17 procent (het landelijk gemiddelde), maar meer dan 25 procent van de vijfdejaars-vwo'ers gekozen voor het meest exacte vakkenpakket: het profiel natuur & techniek. 'Een bepaalde aanleg moet er wel zijn', legt scheikundeleraar Emiel de Kleijn uit, terwijl hij een grote taart aansnijdt. 'Maar met oefenen kun je heel veel bereiken. En je hoeft toch niet voortdurend achten en negens te halen?'

Inmiddels is de klas aangevallen op de taart. Evan de pupillen van De Kleijn is doorgestoten tot de eindronde van de chemieolympiade. Dat moet gevierd, vindt de docent.

Volgens de Onderwijsinspectie werpen veel scholen drempels op die de keuze voor exacte vakkenpakketten belemmeren. Het is heel gebruikelijk dat alleen leerlingen met zevens voor wis-, natuur-en scheikunde een exact profiel mogen kiezen. Op het Candea vinden ze dat onzin. 'Wij eisen 17 punten voor die drie vakken samen. Dus zelfs twee vijven vinden we toelaatbaar. Bij sommige leerlingen duurt 't wat langer voordat 't eruit komt. Of ze hebben een extra zetje nodig.'

Ook het Jan van Brabant-College in Helmond probeert de bstroom in school te vergroten. 'Kinderen die een exact pakket aankunnen, adviseren wij dat ook te doen', onderstreept rector Lamb van Genugten. 'Zo'n pakket biedt nu eenmaal de meeste mogelijkheden in het vervolgonderwijs. En we zien het ook als onze maatschappelijke taak, gezien het enorme tekort aan technici.'

De strategie van het Jan van Brabant-College is om de exacte vakken te ontdoen van hun moeilijke imago. En dat is volgens van Genugten gelukt.

'Vroeger riepen de kinderen in de onderbouw altijd: wiskunde is zo moeilijk. Dat geluid is verstomd.' De wiskundelessen zijn ingrijpend vernieuwd. 'De docent praat niet meer de hele les vol, maar zet de kinderen na een korte inleiding aan het werk. Zo houdt de docent meer tijd over om de wat zwakkere leerlingen extra hulp te bieden.'

Al in de brugklas krijgen de leerlingen op het Jan van Brabant een inleiding in de sterrenkunde en de ruimtevaart. Er zijn rondleidingen op het Natlab van Philips. En binnenkort mogen brugklassers onder leiding van Philips dvd-spelers slopen en weer in elkaar zetten. 'Zo maak je kinderen enthousiast', denkt Van Genugten.

Ondanks alle inspanningen neemt het aantal kinderen met een natuur & techniek-profiel op het Jan van Brabant-college slechts langzaam toe. 'Ze willen grote villa's en fikse salarissen', verzucht de plaatsvervangend rector, Gerard Teunissen. 'Ze gaan liever managen dan op een stoffig lab werken.' Het probleem is: de kinderen hebben gelijk. Ondanks al het gekerm van het bedrijfsleven, verdienen hoogopgeleide alfa's gemiddeld hogere salarissen dan hoogopgeleide b's.

Hoe denken de kinderen er zelf over? 'Het is de schuld van de media', vermoedt Carmen uit 4-vwo van het Candea. 'De ontdekking van een nieuw elementair deeltje haalt niet eens het Journaal.' Daar komt nog bij dat je voor de b-vakken harder moet werken, vindt Carmen. 'natuur & techniek is gewoon zwaarder. En bij cultuur & maatschappij nemen de docenten de kinderen meer aan het handje', denkt Carmen.

Maar daar denken de leerlingen van het Jan van Brabant gek genoeg heel anders over. 'Je snapt 't of je snapt het niet', vindt Femke (4-havo). 'Je hoeft er niet veel voor te leren. En gelukkig geen feitjes te stampen.'

Hoe dan ook: de middelbare school heeft een veel grotere invloed op het keuzegedrag van de leerlingen, dan ooit voor mogelijk werd gehouden. Van sommige middelbare scholen gaat 30 tot 40 procent van de leerlingen na hun examen een natuur-of techniekstudie volgen. Van andere middelbare scholen gaat niet leerling de b-kant op.

Evan de kenmerken van scholen met een grote b-doorstroomis dat zij leerlingen al in de brugklas in het praktijklokaal aan het werk zetten zodat ze zich een indruk kunnen vormen van authentiek onderzoek. Ook excursies naar technische projecten als de HSL-tunnel en Neeltje Jans blijken effectieve manieren te zijn om kinderen te winnen voor techniek. Evenals gastsprekers uit het hoger onderwijs en het bedrijfsleven. 'Laat zo'n ingenieur maar vertellen wat hij verdient. Hoe zijn dagindeling eruit ziet. En of hij zijn werk leuk vindt. Dan krijgen kinderen tenminste een realistisch beeld', vindt Van Genugten. 'Want ze realiseren zich niet dat een ingenieur ook manager kan worden.'

Scholen waar veel kinderen exacte pakketten kiezen, hebben vaker actieve, betrokken b-docenten. Op het Candea bestaat de schoolleiding zelfs grotendeels uit 'exactelingen', zoals ze het zelf noemen. Ze steken niet onder stoelen of banken dat ze een eindlijst met zesjes voor de exacte vakken hoger waarderen dan een eindlijst met achten voor de profielen economie & maatschappij of cultuur & maatschappij. Zelfs geschiedenisdocent en afdelings-directeur-vwo Rene Bruin beaamt dit. Alleen de docent Engels en schooldecaan Ton Weenink sputtert een beetje tegen.

De doorsnee b-docent is echter g decaan, of mentor of directie-lid. Ze geven lage cijfers; ze benadrukken graag dat hun vak erg moeilijk is; ze willen alleen de beste leerlingen in hun klas. En leerkrachten in de exacte vakken hebben een geringe band met de kinderen. 'Op veel scholen heerst een cultuur die belemmerend werkt om te kiezen voor de exacte vakken', luidt dan ook de conclusie van de Inspectie. Veel bdocenten nemen zelfs een 'geleerde' positie in, aldus de Inspectie.Dat is niet zo vreemd. Andere vakleerkrachten moeten knokken om hun vak te verdedigen tegen aanvallen van buiten. Neem de geschiedenisdocenten die met elke onderwijsvernieuwing uren kwijtraken. Of de ckv-docenten (culturele en kunstzinnige vorming), die nut en noodzaak van hun vak nog maar pas hebben bewezen. En dan is het handig een vinger in de pap van de schoolleiding te hebben.

Vergelijk dat eens met de onbetwiste positie van het (voor iedereen verplichte) vak wiskunde. En waar de talendocenten moeten soebatten om een bandrecordertje hebben de docenten schei-en natuurkundede luxe van dure practicumlokalen en technische onderwijsassistenten. Kortom, aan status geen gebrek in de exacte hoek.

Dat wordt nog eens versterkt door streng te cijferen. 'Daar leent het vak zich nou eenmaal makkelijk voor', verdedigt Van Groningen zich. 'Een foute som is nou eenmaal een foute som. Daar kan ik geen punt voor geven. En in een opstel kun je altijd nog wel iets moois ontdekken.'

'Kan wel wezen', roept zijn collega en docent Engels, Ton Weenink. 'Maar je hoeft toch niet driekwart van de kinderen een onvoldoende te geven voor een proefwerk. Zoiets zouden wij nooit doen.'

De natuurkundeleraar lacht toegeeflijk. 'Uiteindelijk komt het allemaal goed', sust hij.

Op veel scholen komt het geven van lage cijfers voort uit een 'selectieve habitus' zoals de inspectie het uitdrukt. Oftewel: alleen de besten zijn goed genoeg voor b. Maar niet op het Candea, bezweert natuurkundeleraar Sjef van Groningen. 'Je kunt ook heel gelukkig worden met een zesje voor onze vakken', vindt hij. 'Maar het kost ons docenten natuurlijk meer inspanning. Als je een kind een positief advies geeft voor je vak, moet het een ree kans krijgen om te slagen. En dat kost je als docent meer hoofdbrekens als je ook zesjes en vijfjes toelaat.'

Vooral meisjes beroven zichzelf al vroeg van de kans op een bcarri. Slechts 2 procent van de vrouwelijke havo-scholieren doet examen in natuur & techniek. In het vwo is dat 6 procent. Terwijl globaal een kwart van de jongens daarvoor kiest. Campagnes als Kies Exact hebben niet gewerkt. Na een lichte stijging in de jaren negentig kiezen meisjes de laatste jaren verhoudingsgewijs weer minder voor een exacte opleiding.

Dat is extra vervelend omdat er in het vwo steeds meer meisjes komen. In 1990 was nog 51 procent van de vwo'ers van het mannelijk geslacht. In 2002 was dat gezakt naar 46 procent.

Op de vraag van de Onderwijsinspectie welke scholen bijzondere activiteiten ondernemen om meisjes te stimuleren de technische kant op te gaan, meldde zich slechts school. 'De grote meerderheid lijkt zich bij voorbaat neer te leggen bij de gegroeide verhoudingen', concludeert de inspectie. In plaats van sluimerende belangstelling en verborgen talenten naar de oppervlakte te halen, overheerst in het onderwijs een 'sorteercultuur'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden