Weiland vol mosterdgas uit WO I

Bij elke oogst stuiten boeren in de streek waar in 1917 de Slag bij Passendale werd uitgevochten op mortiergranaten. Maar de vondst in de ongerepte weide van boer Devriendt slaat alles.

PASSENDALE - Toen Johan Devriendt vorige week zijn weide wilde ploegen om aardappelen te poten, verwachtte hij een paar mortiergranaten te vinden. De landbouwers in de Vlaamse Westhoek, de streek van de frontlinie tijdens de Eerste Wereldoorlog, zijn gewend aan wapentuig in de grond. Maar dit keer bleef Devriendts ploeg voortdurend haperen. Dit keer was er meer aan de hand.

In de weide van Devriendt werd een van de grootste chemische munitiedumpen van de Eerste Wereldoorlog aangetroffen. Honderden, mogelijk duizenden Duitse mortiergranaten, waarvan meer dan de helft gevuld met dodelijk mosterdgas. De ontmijningsdienst van het Belgisch leger haalde al 564 projectielen boven en schat nog drie weken nodig te hebben om alle explosieven weg te halen.

Volgens oude kaarten was de weide, op de grens van Passendale en Moorslede, honderd jaar geleden een Duitse artilleriepost. De soldaten begroeven er hun wapentuig, om het te camoufleren voor vijandelijke vliegtuigen. Maar vermoedelijk hadden ze toen ze zich moesten terugtrekken geen tijd de munitie op te graven. Sinds de oorlog was de weide nog nooit bewerkt.

Meteen na de ontdekking werd een bijzonder noodplan in werking gesteld. In gasvorm kan mosterdgas - dat ook in Syrië werd gevonden - gruwelijke brandwonden, blindheid en ademhalingsproblemen veroorzaken. In de Eerste Wereldoorlog eiste het vele levens.

Veiligheidszone

Dus is er rond de boerderij van Devriendt een veiligheidszone met een diameter van 150 meter ingesteld waarin niemand zich mag begeven, en nog een tweede veiligheidszone van 700 meter alleen toegankelijk voor bewoners. De landbouwweggetjes zijn afgezet met hekken en worden dag en nacht bewaakt door politieagenten.

Alleen de ontmijners van DOVO - de Dienst voor de Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen - mogen in de weide komen. Ze dragen extra beschermende kleding en hebben gasmaskers bij de hand. Terwijl ze voorzichtig graven, meet detectieapparatuur of er mosterdgas vrijkomt.

De buurtbewoners zelf blijven er rustig onder. 'Die perimeter is vervelend', zegt Nancy Ostyn, de echtgenote van Devriendt, aan de telefoon. 'Alles is afgezet. Als je ergens heen wil, is het hekje open, hekje dicht, hekje open, hekje dicht. Dat is niet zo makkelijk.' Verder maakt de landbouwersvrouw er weinig woorden aan vuil. Gevaarlijk? 'Daar hebben we nog niet bij stilgestaan.'

'Hier in de buurt wordt er amper over gesproken', zegt Dominique Brugghe, die vlak buiten de zone woont. 'We zijn eraan gewend, we vinden elk jaar wel een paar bommen. Als je er niet aan prutst, dan kan er niets gebeuren.'

Voor de landbouwers in de Westhoek zijn mortiergranaten even normaal als klokgelui op zondag. Obussen, noemen ze ze hier, een verbastering van het Frans. Tijdens de Slag bij Passendale in 1917 alleen al werden er 40 miljoen afgeschoten. Naar schatting 20 tot 30 procent ontplofte niet, en verdween in de zachte modder.

Elk jaar wordt er hier meer dan honderd ton munitie teruggevonden, waarvan 5 procent toxisch. Twee keer per jaar is het hoogseizoen: als de landbouwers gaan ploegen, dan volgt er een 'ijzeren oogst'. De landbouwers graven de obussen uit, en leggen ze in de berm of aan de poort van de boerderij. Een telefoontje naar de politie en een paar dagen later pikt DOVO ze op.

Gevaarlijk? 'Dat valt wel mee', zegt Kristof Blieck, wetenschappelijk medewerker van het Memorial Museum Passchendaele 1917. 'De boeren leren hier van vader op zoon welke projectielen gevaarlijk zijn. De toxische granaten hebben een blauwgrijze kop - een zoutkop, zeggen ze hier. Als een boer zoiets ziet, dan doet hij voor de zekerheid zijn handschoenen aan.'

Maar toch gebeuren er elk jaar een paar ongevallen. Een boer die met zijn rotorfrees of ploegschaar recht op het ontstekingsmechanisme terechtkomt, en de boel tot ontploffing brengt. 'Een tractor is gelukkig het ideale antimijnvoertuig', zegt Glenn Nollet, de commandant van DOVO-Poelkapelle. 'Hoog boven de grond, met die dikke wielen, het is bijna een tank.'

De ernstigste ongelukken gebeuren dan ook niet met landbouwers, maar met verzamelaars of amateur-ontmijners. In 2000 viel er een dode. 'Bepaalde granaatmodellen zijn moeilijk te vinden en verzamelaars hebben daar flink wat geld voor over', zegt Blieck. 'Dus heb je mannen die zelf een obus proberen te ontmantelen om te kunnen verkopen. Daar krijg je ongelukken van.'

Vandaar ook die strenge veiligheidszone rond de weide van Devriendt. Voor het onwaarschijnlijke geval dat een van de projectielen ontploft en het vloeibare mosterdgas in gasvorm vrijkomt. Maar evenzeer om verzamelaars op afstand te houden. Commandant Nollet: 'Honderd jaar oude projectielen weghalen, dat kun je maar beter in alle rust doen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden