Weigeryup kan het land nog vele diensten bewijzen

DE militaire kamer van de rechtbank in Arnhem heeft circa achthonderd dienstweigeraars veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden onvoorwaardelijk....

Binnenkort buigt de Hoge Raad zich over een aantal zaken, waarbij vooral wordt beoordeeld of er geen procedurefouten zijn gemaakt. Advocaat-generaal Fokkens adviseert de Hoge Raad de cassatieverzoeken van de zogenaamde 'weigeryuppen' ongegrond te verklaren. Daarmee lijkt de kans groot dat de vernoemde straffen zullen standhouden.

De dienstweigeraars deden ten onrechte een beroep op de Wet Gewetensbezwaarden. Nadat zich geen procedurele mogelijkheden meer voordeden, weigerden ze dienst. Daardoor overtraden ze de Wet Militair Strafrecht. Zij speculeerden op het ontlopen van een straf na opschorting van de opkomstplicht. De rechter heeft dit gebrek aan solidariteit met degenen die wel hun militaire dienstplicht hebben vervuld consequent met een gevangenisstraf bezegeld.

Het opleggen van een andere straf, bijvoorbeeld een geldboete of een dienstverlening, zou ongetwijfeld een aanzuigende werking hebben gehad op andere dienstplichtigen. Dit zou van onze krijgsmacht een weinig slagvaardig gezelschap maken.

De situatie is nu echter veranderd, omdat staatssecretaris van Defensie Gmelich Meijling heeft besloten dat de lichting die deze maand is opgekomen, tevens de laatste is. Van een zwaan-kleef-aan-effect is dus geen sprake meer.

Ik vind dat dit gevolgen moet hebben voor de straf voor de weigeraars. Een generaal pardon zou onrechtvaardig zijn ten opzichte van diegenen die zich wel gedurende negen maanden hebben opgeofferd om aan de hen door de wetgever opgelegde verplichting te voldoen. Maar een gevangenisstraf?

Over heel 1995 werden door de officieren van justitie in Nederland 4200 verdachten van strafbare feiten heengezonden wegens plaatsgebrek in huizen van bewaring. Daarmee zitten we nu weer onder het niveau van 1993. Dat is echter geen reden om tevreden achter over te leunen. Elke heenzending van iemand die van strafbare feiten wordt verdacht is er een te veel.

Weliswaar worden er steeds meer cellen bijgebouwd, maar de criminaliteit wordt harder en dientengevolge worden de gevangenisstraffen langer. Ik verwacht niet dat het cellentekort op korte termijn helemaal tot het verleden zal behoren.

Door de gewijzigde situatie rond de opkomstplicht voor de militaire dienst, in relatie tot het cellentekort, bestaat er voldoende aanleiding om de rechtspolitieke vraag te stellen of het tenuitvoerleggen van achthonderd maal een gevangenisstraf van zeven maanden maatschappelijk nog wel verantwoord is.

Ik meen dat een alternatieve straf in de vorm van een dienstverlening - in plaats van zeven maanden opgesloten zitten in een gevangenis - meer op zijn plaats is. Er zijn talloze maatschappelijke taken te verrichten voor deze groep dienstweigeraars, zoals het assisteren in verpleeg- en verzorgingstehuizen of in psychiatrische ziekenhuizen, waar het personeel gebukt gaat onder een hoge werkdruk met een verschraling van de zorg tot gevolg.

Volgens de wet mag een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden worden omgezet in een dienstverlening van maximaal 240 uur. De weigeraars, die vaak een betaalde baan hebben, kunnen wat mij betreft dat urentotaal invullen door in de weekenden en gedurende de vakantieperiodes, wanneer de zorgverlening in de tehuizen en ziekenhuizen op een laag pitje staat, voor de gemeenschap werken.

De weigeraars, die hun door de rechter al opgelegde gevangenisstraf daarvoor willen inruilen, zouden gratie aan de koningin kunnen vragen. De minister van Justitie, die materieel over dergelijke verzoeken beslist, zou het gratieverzoek kunnen honoreren, onder voorwaarde dat de maatschappelijke dienstverlening succesvol wordt verricht.

VOOR dié weigeraars, die ook dat aanbod van de hand wijzen of die de hen opgelegde uren niet volmaken, zou evenwel celruimte achter de hand moeten worden gehouden. Voor de zaken, die nog door de officier van justitie moeten worden vervolgd, zou het OM kunnen proberen een rechtszaak te voorkomen door met de weigeraars een overeenkomst te sluiten tot het verrichten van maatschappelijke dienstverlening.

Door een massale strafomzetting naar een maatschappelijke dienstverlening kunnen die verdachten, die voorheen als gevolg van het cellentekort werden heengezonden, in de vrijkomende cellen worden opgesloten. En zo dragen de dienstweigeraars dan indirect toch nog bij aan de veiligheid in Nederland.

Boris O. Dittrich

De auteur is justitiewoordvoerder van D66 in de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden