Wegrennen!

Kun je iets beginnen tegeN provocerende jongeren? Hoe spreek je iemand aan die ROOKT in de niet-rokencoupé? En hoe reageer je als iemand op een ander inbeukt?...

Twee jaar geleden zijn in de metro in Amsterdam twee dove meisjes van 12 en 13 jaar twintig minuten lang getreiterd en mishandeld door vijftien jongens. Ze sloegen op hun gehoorapparaten, hielden aanstekers bij hun haar, en al die tijd schoot geen van de medereizigers te hulp. In plaats daarvan keken ze weg en druppelden ze een voor een de metro uit. De meisjes huilden en klampten zich vast aan mensen, maar die rukten zich los. De laatst overgebleven passagier, een vrouw, keek zo nu en dan geërgerd hun kant op en stapte uiteindelijk ook uit. Ervan uitgaande dat het niet allemaal onmensen waren daar in die metro, trad er kennelijk iets in werking in hun geest waardoor ze dachten: 'Wegwezen.' Wat is dit voor mechanisme?

Otto Adang: 'Dit fenomeen, het zogenoemde "bystander-effect", is redelijk goed onderzocht. Je ziet het ook bij veel alledaagsere situaties. Stel dat we van tevoren aan de Volkskrant hadden gevraagd om daar in de hoek een brandje te laten ontstaan. Met z'n allen, op een na, spreken we af dat we doen of onze neus bloedt. Dan reageert die ene die van niks weet ook niet, ook al ziet hij de rook. Hij denkt: "Het zal wel zo horen." Als niemand te kennen geeft dat er een probleem is, denk je: "Ik zal het wel verkeerd hebben." Maar zelfs als je onderkent dat er iets niet klopt, is het de vraag of je je verantwoordelijk genoeg voelt om actie te ondernemen.

'Die mensen in de metro pasten allerlei rationalisaties toe: "Ach, die meisjes kennen die jongens waarschijnlijk", "Dit is vast een spelletje." Goed, die meisjes gaven duidelijke signalen dat er echt iets mis was. Maar vervolgens kijk je om je heen en niemand reageert, waardoor je weer gaat twijfelen. Hoe meer mensen er aanwezig zijn, hoe sterker dit effect. Om te beginnen zou je dus op een of andere manier de illusie moeten doorbreken dat er niks aan de hand is. En dan niet in het algemeen wat roepen, maar mensen individueel aanspreken, dat helpt.'

Jan Kloppenburg: 'Dat heb ik eens heel mooi gezien in een bbc-documentaire. Met een verborgen camera werd gefilmd hoe acteurs in de Londense metro iemand ernstig lastigvielen. Niemand deed iets, totdat één persoon in beweging kwam, toen volgde de rest.'

Emma Brunt: 'Ik denk dat ik ook steun gezocht zou hebben bij de mensen die om me heen zaten, zo van: "Moeten we niet iets doen?" Als die daar niet op ingegaan waren, denk ik dat ik er toch zelf iets van gezegd had. Tenminste, je mag hopen dat je dat doet op zo'n moment. Maar ik durf wel te zeggen dat ik niet weggelopen zou zijn. Ik ben ooit om vier uur 's nachts klemgereden in de auto door een paar jongens, die er duidelijk op uit waren om me te treiteren. Ik werd zo kwaad dat ik ben uitgestapt en als een viswijf heb staan schelden. Dat was niet verstandig, maar ze dropen wel af. Ik was opgelucht dat boosheid in mijn gedragsrepertoire zit onder dat soort omstandigheden.'

Herman Vuijsje: 'Als ik in die metro had gezeten, zou ik om te beginnen met mijn mimiek duidelijk maken dat ik die jongens in de gaten hield. Gewoon kijken, dat is al beter dan wegduiken achter je krant en je loopt er nauwelijks risico mee. En het is tegelijk een manier om je medepassagiers tot een reactie te bewegen. Overigens denk ik dat angst om klappen te krijgen niet de enige oorzaak is dat mensen zich afzijdig houden in dit soort situaties. Het is ook een psychologische angst om als bemoeial te worden gezien. In Nederland ben je al gauw een aansteller, of iemand die denkt dat hij beter is dan de rest.'

Adang: 'De algemene norm is dat we ons niet te veel met elkaar bemoeien, anders zou de maatschappij helemaal niet kunnen functioneren. Je bent dus geprogrammeerd op niet-ingrijpen. En als je dan ook nog het risico loopt om in elkaar geslagen te worden, heb je nog meer de neiging om je af te wenden of door te lopen. Bovendien hebben we het reageren op geweld grotendeels gedelegeerd aan de politie. Dat maakt het voor de burger lastig om verantwoordelijkheid te nemen.'

Brunt: 'Ik begreep dat er in die metro een vrouw geërgerd zat te kijken. Ze kon kennelijk geen onderscheid maken tussen daders en slachtoffers. Ze zag een vervelende groep jongeren, onder hen die meisjes, en dacht misschien: "Alles onder de twintig doet ook maar raak." Of ze dacht zelfs dat die meisjes het ernaar gemaakt hadden. Soms is het ook lastig om te weten wanneer er iets ernstigs aan de hand is. Ik hoorde regelmatig onder mijn raam een meisje schreeuwen en huilen, soms vielen er klappen. Ik vroeg me dan af of ik de politie moest bellen. Meestal was het een junk die met zijn eveneens verslaafde vriendinnetje ruzie had over de verdeling van de buit. Even later liepen ze geheel verzoend de straat uit, en dan was ik blij dat ik geen alarm had geslagen.'

Kloppenburg: 'De keerzijde is dat je de rest van je leven met een enorm schuldgevoel kunt blijven zitten. In diezelfde bbc-documentaire vertelde een man dat hij zeventien jaar geleden verzuimd had een vrouw te ontzetten. Daarvan had hij nog steeds last.'

Pattiselanno: 'Dat neemt niet weg dat je je van tevoren heel goed moet realiseren wat je doet. Je moet nooit op geweld reageren vanuit emotie en je bewust zijn van de mogelijke gevolgen. Ik zou het zelf, ondanks mijn vechtsportachtergrond, nooit in mijn eentje opnemen tegen een groep van vijftien jongens. Ik zou om me heen kijken of er een grote, sterke vent in de buurt was die me kon helpen. Lukt het niet om anderen te mobiliseren, dan ga ik proberen om de geweldplegers af te leiden, door aan de noodrem te trekken bijvoorbeeld.'

Vuijsje: 'Mis schien moet je wel gewoon iets heel raars doen, zodat je ze op het verkeerde been zet. Je broek uittrekken of zo'. Pattiselanno: 'Precies. Je moet hindernissen opwerpen, het geweldsscenario vertragen. Maar dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want je zit ook met je eigen angsten en emoties. Je mag je eigen veiligheid nooit uit het oog verliezen. Realiseer je dat je misschien te maken hebt met een groep die er puur voor de kick op uit is om te provoceren en onmiddellijk zal dreigen je kop van je romp te slaan zodra jij je met hen bemoeit. Vraag je af of het haalbaar is om op te treden, en als je het doet, creëer dan in elk geval een vluchtweg voor jezelf.'

Wim Robben: 'Mensen die zich verantwoordelijk voelen en bereid zijn om te helpen, vragen zich over het algemeen niet af wat hun risico is en of ze wel een vluchtweg hebben, en dat is misschien maar goed ook. Als ik een kind in het water zie liggen, spring ik erin, ook al ben ik geen beste zwemmer. Wat wij onze cursisten leren, is volgens drie stappen te proberen het geweld te deëscaleren. Diep ademen om energie op te doen, vervolgens de situatie inschatten - voor deze eerste twee stappen heb je soms maar een paar seconden de tijd - en ten slotte proberen om contact te maken met de aanvaller of de aanvallers. Dat laatste op een positieve, niet-confronterende manier. In het geval van die dove meisjes had ik voor iedereen duidelijk verstaanbaar gezegd: "Volgens mij is het niet leuk wat hier gebeurt", terwijl ik naar die jongens toe liep. Ik had ze dan aangesproken in de trant van "kennen jullie die meisjes?" De kans is groot dat er een aantal bij zijn die het zelf ook niet in de haak vinden wat er gebeurt. Dan doorbreek je de escalatie van het geweld.'

Pattiselanno: 'Dat vraag ik me af. Je moet niet onderschatten dat bepaalde etnische groepen een sterke "wij-cultuur" kennen. Dat geldt ook voor mijn eigen Molukse cultuur. Als wij erop uit zijn om iemand lekker te pesten en pijn te doen, dan doen we dat met zijn allen. De eerste de beste die zich probeert erin te mengen, heeft niet alleen een probleem met mij, maar met de hele groep. Het is dus erg riskant om plompverloren op ze af te stappen.'

Adang: 'De methode van Wim zou in bepaalde omstandigheden wel kunnen werken, maar het gevaar is dat mensen zich in hun pres tige aangetast voelen. Om dat te voorkomen, kun je, nadat je even contact hebt gehad met omstanders, ook iets heel onbenulligs vragen, zoals "heb je een vuurtje voor me?"'

Brunt: 'Geen slecht idee. Zo gun je ze een eervolle aftocht.'

Adang: 'Precies. Je moet tot elke prijs voorkomen dat ze gezichtsverlies lijden, nooit een machtsstrijd aangaan. Waarschijnlijk heeft Emma het er die keer ook goed afgebracht omdat ze vrouw is. Door vrouwen voelen mannen zich niet zo snel uitgedaagd.'

Robben: 'Ik heb weleens tegen een agressieve knaap gezegd: "Vol gens mij ben jij honderd keer sterker dan ik." Toen viel zijn agressie weg, want hij wilde alleen maar horen dat hij zo'n sterke jongen was.'

Adang: 'Zo kun je iemand inderdaad ontwapenen. Frans Denkers, de vorig jaar overleden politiepsycholoog, benadrukte altijd dat de aanpak van agressie en criminaliteit een gewoon, algemeen menselijk vraagstuk is. Door iemand in zijn waarde te laten, jezelf te zijn en duidelijkheid te geven kun je vaak al een hoop bereiken. Dat is niet specifiek voor criminele en agressieve situaties, zo ga je met mensen in het algemeen om, de hele dag door. Anders gaat het mis. In een van zijn boeken heeft Denkers beschreven hoe eens een beer van een vent dreigend op hem afkwam. Hij gaf hem een hand en stelde zich voor'.

Pattiselanno: 'Ik blijf erop hameren: de vraag is of je op zo'n moment in staat bent om dat te doen. Heb je jezelf voldoende onder controle?'

Kloppenburg: 'Wat in elk geval helpt, is van tevoren goed nadenken over hoe je zou reageren als je plotseling in zo'n situatie komt. Dan kun je achteraf ook beter voor jezelf verantwoorden dat je niet hebt ingegrepen. Zelf zou ik ook proberen mijn medepassagiers erbij te betrekken, en als dat niet lukte, pakte ik mijn gsm. Bij mij staat 112 voorgeprogrammeerd. Alle gsm's zouden eigenlijk moeten zijn uitgerust met een toets waarmee je rechtstreeks 112 kunt bellen. Je kunt nog iets heel belangrijks doen: opletten. Kijk wat er gebeurt en onthoud kenmerken van de dader. Meld je daarna als getuige bij de politie.'

In september 1997 vond in Leeuwarden Meindert Tjoelker de dood nadat hij in gevecht was geraakt met vier mannen. Ze gooiden met fietsen en hij riep: 'Moet dat nou, stelletje klootzakken?' Er vielen klappen over en weer. Op een gegeven moment lag Tjoelker op de grond, werd getrapt en stierf aan de gevolgen. Aanvankelijk werd hij in de media als slachtoffer van zinloos geweld afgeschilderd, een held die de moed had om vandalen tot de orde te roepen. Later werd het beeld genuanceerd, sommigen menen inmiddels dat er sprake was van een ordinaire matpartij, zij het met fatale afloop. Blijft de vraag of je er in het algemeen goed aan doet gehoor te geven aan de impuls om in de openbare ruimte anderen te corrigeren.

Kloppenburg: 'Ik vind van wel. Mensen moeten elkaar durven aanspreken op wangedrag. We zijn doorgeschoten in tolerantie. Maar Tjoelker heeft zich laten uitdagen om te gaan vechten en dat had hij niet moeten doen.'

Pattiselanno: 'Ik vind wel dat mensen die zich misdragen, gecorrigeerd moeten worden, anders gaan ze steeds verder hun grenzen verleggen. Maar ik heb er wel altijd enorm de pest over in als ik weer degene moet zijn die in de trein mensen aanspreekt als ze zitplaatsen bezet houden met hun koffers, of roken in de niet-rokencoupé. Je weet nooit of die ander agressief reageert, en ook al is dat niet zo, dan moet ik toch in de gaten houden of hij niet alsnog op me afkomt. Dat vreet energie. Collega's van me snappen soms niet waarom ik me druk maak, die zouden gewoon in een andere coupé gaan zitten. Maar van die fietsen had ik zeker niks gezegd als ik met mijn vrouw daar had gelopen. Tjoelker was met zijn verloofde, haar heeft hij ook in gevaar gebracht. Dat zou het me niet waard zijn.'

Brunt: 'Ik denk dat kleine vergrijpen een zaak voor de politie zouden moeten zijn. Sommige mensen wekken de indruk dat ze ervan genieten om anderen een uitbrander te kunnen geven. Ik ben zelf een tamelijk anarchistische automobilist, ik wil nog weleens van de ver keer de kant een eenrichtingsstraatje ingaan. Het ergert me verschrikkelijk als er dan zo'n ouwe lul op me afkomt die me belerend begint toe te spreken: "Dat mag niet, mevrouw. Hebt u dat bordje niet gezien? Kunt u niet lezen?" Dan denk ik: "Lazer op".'

Vuijsje: 'Ik ben altijd blij als er nog mensen zijn die dat doen. Ik zeg er zelf ook weleens wat van als iemand zijn hond laat kakken op straat. Maar niet als het een hele grote man is met een hele grote hond, of hij moet erg dom uit zijn ogen kijken. Je weegt het een beetje af, maar ik heb wel de impuls om mensen aan te spreken op hun gedrag.'

Adang: 'Het maakt een groot verschil hoe je dat dat doet. Er zit iemand te roken in de niet-rokencoupé. Je kunt zeggen: "Meneer, ziet u dat bordje daar? U mag hier niet roken", of de conducteur erbij roepen. Dat zijn onpersoonlijke manieren, waarbij de aangesprokene al snel het gevoel heeft dat hij gezichtsverlies lijdt en dan kan het uit de hand lopen. Beter dan een beroep doen op de algemene regel is het om een persoonlijk element erin te brengen, bijvoorbeeld zeggen dat je er last van hebt.

'Wat de zaak-Tjoelker betreft, daar was alcohol in het spel, beide partijen hadden gedronken. Er wordt vaak gedacht dat alcohol leidt tot meer agressie, maar dat is niet zo, het heeft alleen een versterkend effect bij mensen die ook in nuchtere toestand agressief zijn. Wat alcohol vooral teweegbrengt, is dat je reacties van anderen minder goed kunt inschatten. Met andere woorden: je gedraagt je lomp tegenover anderen en hebt niet in de gaten dat ze zich aan je storen. Je ziet dus heel vaak dat slachtoffers van geweld gedronken hebben.'

Brunt: 'Was het hier ook niet in hoge mate een kwestie van testosteron? Een jongeman die zich niet wil laten kennen?'

Vuijsje: 'Er is een tijdje geleden een heel leuk experiment gedaan: ze lieten nepdieven fietsen stelen voor een vol terras. Toen bleek dat man nen die daar in hun eentje zaten praktisch nooit ingrepen. Vrou wen, alleen of in een groepje, ook niet. Degenen die vaak wel wat deden, waren mannen met hun vriendin.'

Je bent getuige van een echtelijke ruzie die op straat wordt uitgevochten. De man is uiterst agressief. Hij slaat en schopt de vrouw. Zij ligt op de grond en de situatie vraagt om snel ingrijpen; als je de politie belt, zou het weleens te laat kunnen zijn. Wat adviseren de deskundigen de toevallige passant?

Robben: 'Het hangt van de situatie af wat haalbaar is. Als die man niet normaal aanspreekbaar is, zou je hem van achteren om zijn middel kunnen grijpen en kalmerend op hem inpraten. Al zeg je maar: "Je bent echt ontzettend woedend, hè?", dan kom je bij zijn gevoel van dat moment.'

Kloppenburg: 'Als je te maken krijgt met een gigantische, beestachtige agressie, zoals bij de man die onze zoon heeft doodgeschopt, dan kun jij wel inpakken. Zo'n jongen verstaat je niet eens, want hij is helemaal van de wereld. Dat is de ellende.'

Pattiselanno: 'Een van de fysieke kenmerken van mensen bij wie de stoppen zijn doorgeslagen, is dat ze oersterk zijn, dus dat vastpakken van achteren is sterk af te raden. Hem afleiden is het enige wat je kan proberen, maar blijf op afstand. Je kunt iets naar hem toegooien, of hem slaan met je broekriem. Maar zorg dat je kunt wegkomen. Iets roepen van een afstand en dan hard wegrennen, leidt de dader ook af.

Brunt: 'Ik wil bestrijden wat Wim een beetje suggereert, dat daders ook een soort slachtoffers zijn, dat iedereen lijdt onder geweld. Stephan Sanders heeft in De taal van het geweld beschreven wat hem als slachtoffer van geweld het ergste tegen de borst stuitte, namelijk dat die ander het zo lekker vond wat hij aan het doen was. Mensen die een kick krijgen van geweld, willen helemaal niet gekalmeerd worden.'

Adang: 'Bij daders die buiten zichzelf zijn, kan afleiden inderdaad soms helpen, maar meer kun je ook echt niet doen. Jonge mannen daarentegen die bewust op zoek zijn naar een gelegenheid om geweld uit te oefenen, zijn gevoelig voor het risico gepakt te worden. Die zijn weg zodra ze weten dat de politie eraan komt.'

Een slachtoffer van straatgeweld heeft de Stichting Meld Geweld opgericht, met als doel dat mensen die getuige zijn van geweld op straat op zijn minst 112 bellen, het signalement van de dader onthouden en zich over het slachtoffer ontfermen. Weer eens wat anders dan al die morele pleidooien voor blinde ridderlijkheid zoals 'Wees sterk, reken af met geweld', de slogan van de Stichting tegen Zinloos Geweld.

Kloppenburg: 'Meld Geweld gaat uit van het idee: "Iets doen is beter dan niets", en van het gegeven dat slachtoffers vaak een groter trauma hebben van de onverschilligheid van de omstanders dan van het geweld zelf.'

Vuijsje: 'Zo'n campagne heeft alleen zin als de politie ook snel komt en dat kan vaak niet door gebrek aan mankracht. In New York is de criminaliteit de laatste jaren enorm gedaald door een lik-op-stuk-beleid, gecombineerd met een grote uitbreiding van de politiemacht. We hebben hier in Nederland nu het slechtste van twee werelden: een sterk geïndividualiseerde maatschappij en een groot agententekort.'

Brunt: 'Je moet nu zelfs een afspraak maken op het politiebureau om je verhaal te kunnen doen als getuige of slachtoffer.'

Adang: 'Gelukkig luidt de oproep "meld geweld" en niet "grijp in", dat zou heel gevaarlijk zijn, want je moet uitgaan van je eigen mogelijkheden. Geweld is niet uit te bannen, maar conflictbeheersing is wel te leren. Er is ooit een onderzoek gedaan met rhesusapen en beermakaken. De eerste apensoort is redelijk agressief, beermakaken zijn dat veel minder. Rhesusapen werden bij hun moeder weggehaald en opgevoed door beermakaken. Je zag dat de rhesusapen in hun conflictgedrag gingen lijken op de beermakaken. Ze maakten minder ruzie en legden conflicten eerder bij. En het mooie was, dat dat effect aanhield toen de rhesusapen weer teruggeplaatst werden bij hun soortgenoten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden