Wegnemen wantrouwen blijft de grootste klus

DE TWEEDE ronde van directe gesprekken tussen Grieks- en Turks-Cyprioten is in volle gang. De tegenspelers Glafkos Klerides en Rauf Denktash ontmoeten elkaar enkele keren per week in de bufferzone van de Verenigde Naties die sinds 1974 de partijen uit elkaar heeft weten te houden....

Informatie over het verloop is schaars: officieel worden geen inhoudelijke mededelingen gedaan. Maar vanuit beide kampen wordt gemeld dat de sfeer redelijk goed is en dat de onderhandelaars geloven dat er gerede kans is dat er in juni iets van een akkoord kan worden bereikt.

Dat lijkt in tegenstelling tot de uitlatingen die beide partijen met enige regelmaat doen over de vermeende intenties van de tegenpartij. De Turks-Cypriotische leider Denktash zei twee weken geleden tegen de Volkskrant de Grieks-Cyprioten nog voor geen 2,54 centimeter ('not an inch') te vertrouwen.

Maar ook die maken van hun hart geen moordkuil: Denktash traineert de boel, alle Turkse immigranten moeten ogenblikkelijk terug naar Anatolië en nog meer vriendelijks vliegt regelmatig over de tafel.

Begrijpelijk is het wel, een vijandbeeld dat in veertig jaar zorgvuldig en hartstochtelijk is opgebouwd, valt niet af te breken met een reeks gesprekken tussen Klerides en Denktash. Niettemin heeft er een voorzichtige omslag in het denken plaatsgevonden, ofschoon het wantrouwen nog steeds als een verstikkende deken over het hele eiland ligt.

Aan Grieks-Cypriotische kant wordt steeds breder beseft dat de internationale gemeenschap Cyprus een beetje zat is. Dat er concessies moeten worden gedaan. EU-commissaris Günter Verheugen mag vorige week in Nicosia hebben verklaard dat Cyprus ook zonder een oplossing voor de deling lid zal worden van de Europese Unie, dat wil niet zeggen dat Brussel niet diep ongelukkig zal zijn als er geen akkoord komt.

Niemand zit te wachten op (nog meer) chantage door Griekenland - of door Cyprus zelf. Nicosia of Athene kunnen na toetreding van een gedeeld Cyprus roepen: 'Beste Europese Unie, het grondgebied van een lidstaat (Cyprus) wordt bezet gehouden door een vreemde mogendheid (Turkije), wat denken jullie daaraan te gaan doen?'

Ook de Turks-Cyprioten weten heel goed dat zij het meest zijn gebaat bij een EU-lidmaatschap. Dat biedt hen tenslotte de beste garantie tegen hernieuwd Grieks-Cypriotisch geweld zoals dat plaatsvond tussen 1964 en '74.

Bovendien zit het Turkse noorden geheel aan de grond. De Turks-Cyprioten weten dat hun zuiderburen het economisch heel wat beter hebben en, nog belangrijker, dat bij een akkoord heel wat euro's en dollars naar het noorden zullen vloeien.

Als de psychologische wil er is, dan is een oplossing in zicht. Veel van de kwesties - zoals schadevergoedingen over en weer - zijn op te lossen met geld. De partijen kunnen het ook zonder gesteggel eens worden over vestigingsrestricties en restricties op het gebied van werk.

Zo hoeven de Grieks-Cyprioten niet bang te zijn dat de arbeidsmarkt wordt overspoeld met goedkope Turks-Cypriotische werknemers. De Turks-Cyprioten zien hun vrees weggenomen dat de rijke zuiderburen massaal onroerend goed in het noorden gaan opkopen.

Een groot struikelblok blijven de Turkse immigranten die zich sinds 1984 op het eiland hebben gevestigd. Hun aantal wordt geschat op meer dan honderdduizend, wat inhoudt dat zij de Turks-Cyprioten in meerderheid overtreffen. Die zijn daar zeer ongelukkig mee omdat zij bang zijn dat hun identiteit wordt bedreigd door 'de buitenlanders'. Daar doet de mededeling van regeringszijde dat de immigranten 'volledig zijn geïntegreerd' niets aan af.

De Grieks-Cyprioten willen de immigranten zo snel mogelijk terugsturen naar Turkije. Weg ermee, luidt samengevat de mening van regeringswoordvoerder Michalis Papapetrou.

Europese diplomaten zeggen al die ophef niet te snappen. Juist omdat een oplossing voor Cyprus restricties zal bevatten voor vrije beweging en vestiging, zullen de immigranten slechts in Turks-Cyprus zorgenkindjes zijn, waarmee de Grieks-Cyprioten niets te maken hoeven hebben. 'Mooi niet', brieste een Grieks-Cypriotische vriend onlangs hierover. 'Het is voor mij onverteerbaar dat een Turkse vastelander blijft wonen in het dorp waaruit ik in 1974 ben verjaagd en waar mijn vader is omgekomen.'

Dat illustreert nog eens het alomtegenwoordige vijanddenken. Klerides en Denktash hebben daar hun grootste kluif aan, niet aan gebakkelei over percentages territorium.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden