Weg van iedereen

Een tussenjaar begint en eindigt voor veel backpackers in een kleine straat in Bangkok: Khao San Road. Sinds eind jaren '80 dé doorvoerhaven van door Azië reizende avonturiers uit Israël, Japan, Australië en het Westen. 'Pas op voor de malariamug!'

Middag op Khao San Road. De ogen van op stokjes gespietste sprinkhanen spatten uiteen in het vuur. 'Psssst! Sa wa dee ka!' (hallo!) Een Thaise zonder tanden begroet een groepje toegestroomde jonge mensen met dreadlocks, rolt de insekten door brandende kolen en fluistert een prijs: 20 baht per stokje, zo'n veertig eurocent. Een drukkende warmte brengt betrekkelijke rust. Op het vrouwtje na is er weinig te doen - geen handkarren, geen mannetjes met armbanden, boeddhakettingen, schilderijtjes van Thaise goden, en nog geen bedelaars langs de weg. Het is nog niet donker, maar de billboards blijven oplichten. Kentucky Fried Chicken, Daisey's Inn, Buy Kodak Camera!, Burger King, Hippie Bar - 400 meter lang, de lengte van Khao San Road.


Met de komst van de eerste reizigers in de jaren '80 veranderde de voormalige arbeiderswijk langzaam in een backpackerscentrum. Rijsthandelaren (Khao San is Thais voor onbewerkte rijst) en bakkerijen maakten plaats voor hostels, bars, internetcafés, boekwinkeltjes (pockets in Engels, Japans, Israëlisch, Zweeds), kraampjes met gedateerde Lonely Planets, goedkope T-shirts, tandenborstels, piraten-cd's, slippers, nog meer slippers, nog veel meer slippers en series ondefinieerbare koordjes, glittersteentjes en vreemdsoortige drankjes.


In het midden van de straat zit Jesse Niven (26) onderuitgezakt op een plastic stoeltje. Thaise meisjes maken vlechtjes in zijn haar. Want Jesse, bouwvakker uit Vancouver, vertrekt vannacht per vliegtuig weer naar huis en wil zijn vrienden verrassen met een Thai-coupe. Een jaar zocht Jesse naar wat hij werkelijk met zijn leven wilde doen. Hij werd duikinstructeur op het Thaise eiland Ko Samui, tourde met een scooter door de rijstvelden van het zuiden en vond de liefde in een Schotse schone (nu vriend op Facebook). Toch gaat hij terug. Want zijn geld is op. 'In Azië kun je reizen voor een prikkie', vertelt Jesse, naarstig zijn hoofd recht houdend. 'Vooral de binnenlanden zijn goedkoop. Nu ik blut ben ga ik naar huis, mijn moeder omhelzen; geld verdienen voor een reis naar Zuid-Amerika.'


Jesse vindt Khao San Road wel erg druk geworden. 'Het is een soort magneet voor backpackers. 'See you in Khao San', zeggen reizigers tegen elkaar.' Zoals Jesse straks zijn 'buddy' Martin uit Amsterdam, die hij tegenkwam in een regenwoud, zal ontmoeten in Irish pub Mulligans aan de Amstel.


Aan het eind van Khao San Road, tegenover de nog rustige Kentucky Fried Chicken, hangen taxi- en tuktukchauffeurs tegen ijzeren hekken. Ze neuriën mee met rockmuziek van The Red Hot Chilli Peppers, schallend uit een kraampje met gekopieerde cd's. Onder luid gejoel van collega's waagt één van de chauffeurs een dansje op de muziek. Een ander probeert een langslopende backpacker zijn wagen in te krijgen. 'Taxi sir? Make special price for you?' De backpacker, een Japanner in hippe skinnyjeans, schudt de North Face-tas van zijn rug, haalt een geplastificeerde kaart van Bangkok tevoorschijn en onderhandelt over de plaats van bestemming. Langs de dansende chauffeur, de in zijn kaart verdiepte Japanner en rijen tuktuks slenteren Nicolien Nusselder (21) en Marije Hulstijn (22) uit het Gelderse dorp Hengelo. Ze huren een kamertje op Khao San Road voor 350 bath per persoon per nacht, zo'n zeven Euro.


Nicolien: 'We zijn er een half jaartje tussenuit.'


Marije: 'Niemand geloofde dat we zouden gaan.'


Nicolien: 'We zijn best tuttig namelijk.'


Nicolien en Marije zijn pas afgestudeerd aan het hbo, maar wisten niet wat te doen. Werken? Verder Studeren? Het werd een trekking van acht maanden door Australië, Nieuw-Zeeland en Azië.


Marije: 'Iedereen vertelde ons: 'Als je eenmaal werkt, ben je verslaafd'. Daarom zijn we gegaan. Zullen we even de airco opzoeken?'


We banen ons een weg door een smal steegje, volbehangen met ventilatoren, afbeeldingen van de Thaise koning Bhumibol Adulyadej en olifantengoden. Geuren van verrotte vis mengen zich met die van verbrande kolen, her en der vliegt een magere kat opzij.


In de hotellobby, een betegelde binnenplaats met rieten poefs en een woest blazende airco, vervolgen de vriendinnen eensgezind hun verhaal. Dat ze niet eenzaam zijn, zo ver van huis. Want ze hebben elkaar. En dat ze online een reisdagboek bijhouden, één keer in de week. Plus facebooken en sms'en, vanaf een speciaal aangeschafte Thaise telefoon (goedkoper). Zijn ze veranderd, deze eerste drie maanden van huis?


Marije: 'We laten de dingen meer op zijn beloop. Leven een leven van 'no worries'. Alleen onze moeders worden steeds meer ongerust.'


Nicolien: 'Want we vertrekken volgende week naar Laos en Cambodja.'


Marije grinnikt. 'Mam zegt nu al: pas op voor de malariamug!'


De laatste jaren verspreidde de stroom backpackers zich ook over de straten en steegjes rondom Khao San Road. Zo vond de Finse backpacker Jussi Häll (25) een hip Thais jazzcafé in de schaduw van een oude teakboom een straatje verderop. Voorovergebogen zit hij voor zijn laptop; Norah Jones mengt zich met het ronkend straatverkeer.


Jussi is al ruim veertien maanden weg van huis. Want Jussi's relatie liep stuk. En toen trad ook nog eens de lange Finse winter in. Jussi, ex-militair en fotograaf voor nationale krant Helsingin Sanomat praat, droomt en denkt inmiddels beter in het Engels. Eén voor één steekt hij een vinger in de lucht. 'Eén: Ik mis de sauna, twee mijn vrienden, drie mijn hond, vier familie, vijf de Finse bossen.'


Voor de rest is hij gelukkig in Azië. Jussi, die het liefst door de binnenlanden reist ('het echte Thailand') en zijn baard liet groeien, is een paar dagen in Bangkok voor de gezelligheid. Want in de rest van Thailand spreken ze weinig Engels. Bovendien moest hij nog een pak op maat laten maken en laten opsturen naar zijn huis in Helsinki (in Bangkok spotgoedkoop). Over een paar dagen vertrekt hij per motorfiets richting Vietnam - tot zijn geld op is.


'Sir, your skin is sooo soft...' Een graadmagere hippie vol tribal-tatoeages beweegt zich half gebukt langs de klanten van het terras. Zegt dan, slissend tegen Jussi: 'Your skin is ssso beautiful. You should get yourself a tattoo, man.' Jussi schudt lachend het hoofd.


De hippie is de Amerikaan Josh Halfway, en noemt zichzelf de volgende dag Gareth Nashville. In de jaren '80 en '90, toen heroïne goedkoop was en enigszins werd getolereerd op de Khao San Road, bleven berooide en verslaafde backpackers als Josh (of Gareth) nog weleens hangen in de metropool. Waar Josh woont en waar hij zijn drugs vandaan haalt, wil hij niet kwijt. Wel dat hij in 1992 'tattoo-manager' werd en sindsdien in die rol backpackers met Engelse volzinnen overhaalt tattooshops binnen te gaan, in ruil voor een handjevol bath.


'We all have to do something for a livin', ay.'


Backpacker Debbie Kuthala (28), voormalig klantmanager voor de gemeente Tilburg, heeft een tatoeage laten zetten. Maar niet op Khao San Road. Een paar maanden geleden liet ze in Nieuw-Zeeland een vogel zetten aan de onderkant van haar linkerpols. Vanaf een met bloemen versierd restaurant kijkt ze een groepje Thaise vrouwen na, die zich met parasolletjes beschermen tegen de zon. Debbies baan bij de gemeente sprak steeds minder tot de verbeelding, dus spaarde ze geld voor een 'gapyear'. Ze las boeken - Paulo Coelho, Charles Dickens -, sprak met reisgenoten, zag watervallen, bergen, verlaten dorpjes, oude vrouwtjes en nog veel, veel meer van de wereld. Debbie neemt een hijs van haar sigaret. 'Als je reist ontdek je dat het leven meerdere kanten op kan gaan, dat je je leven drastisch kunt veranderen. Ik sprak een meisje wiens ouders op hun vijfendertigste hadden besloten medicijnen te gaan studeren. Vijfendertig!' Debbie blaast de rook uit. 'Misschien ga ik psychologie studeren, als ik terug ben.'


Op Khao San Road manoeuvreren Thaise jongens handig op hun op fixed gears (hippe racefietsen zonder remmen) langs een logge stroom pas gearriveerde, nog bleke backpackers. Iemand heeft met stift wenkbrauwen getekend boven de ogen van een straathond. Blaffend rent het dier achter de verse reizigers aan.


Itthichai Thammakit (20) is een van de weinigen die nooit weggaan van Khao San Road. Hij is niet op doorreis, trekt niet verder naar Cambodja, Australië of de Thaise eilanden, keert niet terug naar een ver thuisland. Itthichai, voormalig student commercie aan de Suan Sunandha University, is geboren en getogen in een straatje verderop en werkt tien meter onder de grond, als schrijver van Thaise folderteksten in de kelder van een warenhuis aan het eind van Khao San Road. Iedere vroege ochtend, wanneer de reizigers nog slapen, parkeert hij zijn motorfiets in een smal steegje, steekt zijn handen in het koele water van de wc's van het warenhuis en begint zijn werkdag. In de weekenden bezoekt hij met vrienden karaokebars in de moderne shoppingmalls van Oost-Bangkok. 'Dit is een partystreet', zegt hij in gebroken Engels. 'Voor buitenlanders met huge backpacks die veel dansen en drinken en eten.' Itthichai lacht. 'I like your lifestyle!'


OP DE FIETS

Fietsen doe je niet in Bangkok. Tenzij je kennismaakt met Co van Kessel (60). Sinds 23 jaar verzorgt de voormalig handelaar in grammofoonplaten fietstochten door de Thaise hoofdstad. Langs arbeiderswijken, overdekte markten, sloppenwijken: als er maar geen toeristen zijn. Co wil een andere kant van de stad laten zien. Op de fiets. 'Co heeft me moeten overtuigen', lacht zijn assistente Noung Phonphakdee (30). 'Ik zag de plekken waar ik zelf vandaan kwam, ontdekte allemaal rare steegjes die ik nog nooit had gezien. Het voelde als thuiskomen.'


Noung haalde haar toeristenlicentie (verplicht in Bangkok) en verzorgt sindsdien samen met Co en een team van lokale Thai tochten vanuit een kantoor in het Grand China Princess Hotel, in Bangkoks Chinatown.


Een groepje van vier Nederlanders schrijft zich in voor de tocht op lage, snel manoeuvrerende rijwielen met kleine banden. Twee reisleiders, Thaise pubers die aan de overkant van het kantoor wonen, houden buiten hun petten omhoog om het verkeer te stoppen: de tour begint. Dwars door straatjes die geen straten, zelfs geen steegjes lijken, zo klein. Over markten waar levensgrote pompoenen worden verkocht, langs een loterij, door de buurt van de automonteurs, een rammelend pontje op naar een wijk aan de overkant. Een pauze in een theehuisje vol oude vrouwtjes, een stop bij een kinderdagverblijf, een verborgen kerk en vele moskeeën en buurttempels later, staan de Nederlandse monden halfopen van verbazing: Co's 'echte Bangkok' bestaat.


HEEL ERG VORIGE EEUW

De Fullmoonparty, één van de grootste strandfeesten ter wereld, is eind jaren '80 ontsproten uit een verjaardagspartij van een backpacker op eiland Thaise Koh Pha-Ngan. Lange tijd was het the thing to do voor backpackers: bij volle maan dansen op psychedelische muziek, met beschilderde lijven, goedkope drugs, drank uit plastic emmers en vuurshows opgevoerd door henzelf en de bevolking.


De Thaise kust is inmiddels gekaapt door lawaaiige bars en massatoerisme. Tijdens volle maan strijken tussen de vijf- tot 30 duizend jongeren neer op de 170 vierkante kilometer van het eiland: het tragisch lot van veel voormalige hippie-enclaves. Elke nacht dreunen luide technobeats over de oceaan, in bars trekken grote tv-schermen je naar de tv-serie Friends, luxe resorts schieten als paddenstoelen uit de grond. Het vuur, de drugs en drank in emmers bleven. Bars huren personeel in voor het maken van bodypaints. De voorheen wat mythische fullmoonparties worden nu aangevuld met commerciële halve-maanfeesten, kwartmaanfeesten en donkeremaanfeesten, helemaal ontdaan van magie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden