Weg van de wolken

De schaarse bewoners van het uiterste zuiden van Nieuw-Zeeland moeten genoeg hebben aan zichzelf en aan het landschap. Eric van den Berg reist vanaf het Zuidereiland naar het noorden....

De buurman is anders. Laat landbouwplastic en rotzooi zomaar slingeren, heeft geen oog voor de schoonheid van de groene glooiingen, geen oor voor de roep van de tui, heeft, zogezegd, ‘niet dezelfde waarden’. Hij hoort bij de ‘andere kant’ van het dorp, niet de kant van Fergus, Mary en hun tekkel Cloudberry (bergbraambes).

Wie het in Papatowai, in het uiterste zuiden van Nieuw-Zeeland, niet kan vinden met de buren, moet genoeg hebben aan zichzelf of aan het landschap. Het dorp heeft twintig inwoners, alle kinderen meegeteld, een general store, een camping en een rariteitengalerie van De Verdwaalde Zigeuner, die zijn bus heeft volgestopt met wekkers, treintjes en schakelaars die nergens toe dienen.

The Catlins, een hoekje van het Zuidereiland waar het zout van de Stille Oceaan in de lucht zit, waar het, zo zegt men, negen maanden winter is en de overige drie maanden regent, waar de kleinste boerderij 100 hectare meet, is een gebied om in te verdwalen. Of je verdwaald te wanen. Omdat het zo leeg is, en zo onmetelijk stil: een gebied dat anderhalf keer Luxemburg beslaat, maar niet meer dan tweeduizend zielen herbergt.

Iedereen is vertrokken; al in de jaren zeventig is de leegloop begonnen toen de meeste bossen waren gekapt en de houtzagerijen hun deuren sloten. Fergus Sutherland, een zestiger, is er juist naartoe gekomen. ‘Als kind was ik al weg van de wolken, van de heuvels. Ik kwam terug om die te schilderen.’

Zijn werk hangt in de woonkamer van het zelfgebouwde huis aan de Tahakopa Baai, waar Bergbraambes blaft naar een konijn in de tuin en Mary kikkererwtensoep en zelfgebakken muffins serveert. Hier is het hoofdkwartier van de Catlins Wildlife Trackers: Fergus en Mary bieden ecotours door de Catlins. Stelregel nummer 1: ‘We zijn zuinig op het land.’

Zuinig op de zeeleeuwen (‘nog niet zo lang geleden schoot iedereen daar nog op’), zuinig op de hoiho, de geelogige pinguïn, de zeldzaamste pinguïn. Ze zijn met een beetje geluk en geduld aan het eind van de middag te zien in Roaring Bay bij Nugget Point, een uitsteeksel in de oceaan met vuurtoren, en in het Te Rere-reservaat. Daar zaten tot 1995 nog honderd exemplaren, toen brak er brand uit en nu zijn er nog maar zestig.

Fergus is de hoeder. Net zoals hij hoeder is van de bomen in Shank’s Bush, een beplant stuk grond in Papatowai. Met geld van de Pacific Heritage Trust, een fonds waarin Frankrijk geld heeft gestopt als compensatie voor de aanslag op de Rainbow Warrior in 1985, strijdt hij met een nieuw bos tegen de ontbossing. Onopvallend, iets van een liefhebber. Kinderen kunnen er speuren naar de ónnatuurlijke dingen: een wasknijper, een waterkraan, een kabouter. Fergus: ‘Als ik deze grond niet had geclaimd, had er nu een supermarkt gestaan.’

Fergus is niet van de stad. Waar je weliswaar de tui hoort fluiten, maar dat blijkt dan een beltoon op een mobiel te zijn. Je zult hem alleen als het echt moet aantreffen in de steden: Dunedin, de dichtstbijzijnde grote stad, met veel Schots bloed en straatnamen die van Edinburgh zijn overgenomen, of het kleinere Invercargill, de hoofdstad van de Southland-provincie. ‘Híer op het platteland zijn de mensen vriendelijk, behulpzaam’, zegt Fergus. ‘In de stad zou ik me verloren voelen.’

Niet alleen hij. Invercargill, een tussenstop op de Southern Scenic Route, is ook niet veel meer dan een tussenstop – ooit door een jonge en kennelijk verdwaalde Mick Jagger betiteld als the asshole of the earth. Een industriestadje met 50 duizend inwoners, dat dorpelingen enkel bezoeken als ze nieuwe meubels willen kopen of naar het ziekenhuis moeten. Toeristen komen er enkel om weer te vertrekken, naar The Catlins in het oosten, of Fiordland in het westen.

Door dus. Naar Lake Hauroko. Naar het gebied waar jaarlijks 7000 millimeter neerslag valt (dat is dus zeven meter, ongeveer negen keer zo veel als in Nederland). Naar het minder drukke gedeelte van Fiordland – de meeste toeristen komen noordelijker uit, op het meer van Te Anau, en vooral in de Doubtful Sound en Milford Sound, imposante fjorden die zijn gevormd in de laatste ijstijd.

Naar Johan, die op zijn manier zuinig is op Southland en het Fiordland National Park. Wat je niet meteen zou zeggen, want hij stuurt toeristen in zijn jetboat (‘met Lexus V8 4,2 liter motor!’) met 32 zeemijl per uur het meer op. Stuiterdestuiter: het verhaal van Johan is nauwelijks te volgen, ondanks zijn microfoon en speaker, maar in elk geval is dit the d-d-d-d-d-eeep-p-pest lake van Nieuw-Zeeland.

[Pagina R05: Van Zuider- naar Noordereiland]

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
[vervolg van pagina R01]

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
De jetboat remt af. Johan ziet aan de oever van Lake Hauroko bekenden, een groepje helicopter hunters . Ze hebben herten geschoten, de kadavers liggen naast hen. De helikopter staat klaar om ze over de bergruggen te tillen.

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
De jagers doen het voor het geld, maar hebben ook hart voor de zaak. Want er zijn te veel herten en elanden, meer dan een eeuw geleden door de Britten hier geïntroduceerd, die de inheemse flora bedreigen. Johan Groters zelf heeft zijn pijlen gericht op de hermelijn, de grootste vijand van bijvoorbeeld de grijze woudzanger, de takahe-loopvogel en de South Island-mees. Dus laat hij plots het gas los (‘hou je vast’) als een van zijn honderd hermelijnvallen in zicht komt. ‘De vlag staat omhoog! Er zit een hermelijn in! Wie wil er even van boord klimmen?’

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
Het stille, verborgen leven van het Zuidereiland: kiwi blokes, south boys in hun territorium. Of Einzelgängers als Alastair Osbourne, bijnaam Peanut (Pinda). Hij runt de afgelegen Waitutu Lodge, het eindpunt van de jetboat bij de Wairaurahiri-rivier. Peanut zet (met collie Max in zijn spoor) vallen voor buidelratten – veruit de grootste plaag van het land. Zijn grootste vangst is echter, zo vertelt hij graag aan de toeristen, een ‘ruimtebal’ die hij vond op het strand. Woog 30 kilo, helemaal hierheen gedragen. Geïdentificeerd als een brandstoftank van de Delta Two Space Rocket, gelanceerd in 1987. Die daar dus twee decennia heeft gelegen. Onopgemerkt.

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
Dat krijg je in de grote leegte van het Zuidereiland – een miljoen inwoners, maar bijna de helft van hen woont in en rondom Christchurch. Eindeloze weiden met oneindig veel schapen, wegen die de weiden doorklieven en lijken te eindigen bij een nieuwe vlakte die in The Lord of the Rings was te zien, of bij de bergtoppen in de verte. Langs meren die de besneeuwde toppen van de Cameron Mountains of de Remarkables perfect spiegelen.

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
En langs verkeersborden die waarschuwen dat je niet met 100 door de bocht mag, maar met 95. Wélke bocht? Zo keurig en geregeld is het hier.

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
Tijd voor wat leven. Queenstown. De provincie Southland net even uit, Otago in. Het land van Isengard en Lothlorien in Midden-Aarde, in werkelijkheid Glenorchy en Paradise nabij Lake Wakatipu. De helikopters die regisseur Peter Jackson en zijn crew rondvlogen, maken nu dezelfde trips met toeristen. Verder suizen er jetboats over het water, quadbikes door het bos, kun je hier vanuit een vliegtuigje een skydive maken (een freefall into paradise), en kanoën over de Kawarau-rivier, net als Sam en Frodo.

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
Het is op het Zuidereiland hollen of stilstaan. Queenstown is de actie- en adrenalinehoofdstad van Nieuw-Zeeland, en volgens sommigen zelfs van de wereld. De eerste commerciële bungeejump is hier bedacht, twintig jaar geleden. En hij bestaat nog steeds, op 43 meter boven de Kawarau. Een van 134 meter is er inmiddels ook, en een op Bob’s Peak. Wie daar de afgrond in duikt, heeft Queenstown aan zijn voeten (en even later dus onder zijn hoofd).

Zuidereiland alles keurig en geregeld; ook de adrenaline van Queenstown
Een vakantieoord eigenlijk, met vermoedelijk de jongste bevolking van het eiland. Met bars als Bardeau, Barup en Barmuda. Koffie bij Joe’s Garage, een megahamburger bij Fergburger, een zaak die zo populair is dat ze hamburgerondergoed kunnen verkopen. Het lijkt hier even een stiekeme verademing: heerlijk onverantwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.