Weg van de canon

In 'Designers in Nederland' komen driehonderd Nederlandse ontwerpers, bureau's en bedrijven uit de twintigste eeuw aan de orde. Er blijkt meer te zijn geweest dan de overbekende functionalistische ontwerpen....

Zo'n vijftien jaar geleden was het nog een stoplap waarmee onbedaarlijk de spot kon worden gedreven. Zoals Wim T.

Schippers niet naliet te doen. In zijn kolderieke radioprogramma Ronflonflon (1984-1991) introduceerde hij Henk Lap, een personage dat op de meest onwaarschijnlijke momenten een gesprek kon onderbreken voor de onzinnige terzijde: 'Leuke lamp, overigens.'

Het was de ultieme persiflage op de ultieme nietszeggendheid. Op een wufte of verveelde opmerking in een toch al niet al te verheven gesprek. Maar dat was t Inmiddels is het bon ton om desnoods een heel verjaardagsfeestje lang over de vormgeving van een lampenkap te discussin. En wanneer je als gastvrouw of -heer te horen krijgt dat je een leuke lamp hebt, overigens, is dat in negen van de tien gevallen geen signaal voor een dodelijk saaie avond, maar gewoon een compliment.

Vormgeving is een serieuze zaak geworden. 'Nooit eerder in de geschiedenis hield de Nederlandse consument zich meer bezig met het uiterlijk van producten dan de fabrikanten die de spullen maakten', stelt dr. Timo de Rijk, docent aan de TU Delft, en (met medewerking van Kunsthal-directeur Wim Pijbes) samensteller van het volgende week te verschijnen boek Designers in Nederland, een eeuw productvormgeving. TV-programma's en tijdschriften (van interieurbladen tot glossy's, van Libelle tot Blvd.) besteden ruim aandacht aan het fenomeen. Goed vormgegeven producten (nieuw tweedehands) gaan grif van de hand. En bezitten van - maar ook het etaleren van kennis over - design lijkt in toenemende mate statusverheffend.

Exemplarisch voor die ontwikkeling is het aantal overzichtswerken over vormgeving dat kort op elkaar verschijnt. In Nederland kwam drie maanden geleden het blokboekje Dutch design van de 20ste eeuw uit - het eerste overzichtswerk over Nederlandse vormgeving sinds 1987. In juni verschijnt het vuistdikke False Flat. Why Dutch design is so good, van schrijver Adam Eeuwens en NAi-directeur Aaron Betsky.Nu is daar dus ook Designers in Nederland, een overzicht waarin de carri, het werk en de betekenis van driehonderd Nederlandse ontwerpers, bureau's en bedrijven uit de twintigste eeuw worden toegelicht. Door een keur aan vormgevingspecialisten. Beginnend bij de A van Aabee Textiles, de leverancier van wollen dekens aan hele generaties Nederlanders - tot het bedrijf definitief door de centrale verwarming en het donzen dekbed werd genekt. En eindigend met de Z van Frans Zwollo senior, die met zijn art nouveau ontwerpen aan de basis stond van een Hollandse zilversmedendynastie.

De Rijk probeert zich in zijn boek los te zingen van het hardnekkige idee dat de geschiedenis van de Nederlandse vormgeving vrijwel synoniem is aan de geschiedenis van de moderne vormgeving, of zelfs aan de traditie van het functionalisme. Een idee dat kon postvatten, stelt hij, omdat veel overheidsinstanties zich na de Tweede Wereldoorlog ontfermden over het functionalistisch ontwerp door opdrachten en aankopen. Het functionalistische beschavingsoffensief van 'goede producten voor de massa' sloot immers aan bij het vooruitgangsgeloof.

Toen musea in de loop van de jaren tachtig - het vak designgeschiedenis kwam voorzichtig op - serieus werk gingen maken van een vormgevingscollectie, bouwden zij voort op dat wat zij in hun depots aantroffen: functionalistische ontwerpen die in de jaren vijftig en zestig vaak om educatieve en ideologische redenen waren aangekocht. En zo, stelt de Rijk, nestelde de canon van functionalistische ontwerpen zich 'in het collectieve geheugen van jonge ontwerpers, journalisten samenstellers van boeken over designgeschiedenis'.

De Rijk onttrekt zich aan dat dogma. Hij neemt in zijn overzicht niet alleen de conceptuele hoogstandjes van Droog Design op, maar de commerci successen van Jan des Bouvrie. Niet alleen de strakke stoelen van Friso Kramer, maar ook het kinderzitje Maxicosi van Huibert Groenendijk. Of de blikken trommels van Brabantia - een van de weinig Nederlandse bedrijven die in zijn vormgeving ook de internationale pop art in de jaren zestig, de rustieke stijlen in de jaren zeventig en het postmodernisme in de jaren tachtig en negentig meenam.

Diversiteit - dat is ook meteen het meest frisse aan Designers in Nederland. Want voor het overige wil het Nederlands design in dit boek maar niet echt gaan sprankelen. Dat heeft voor een groot deel te maken met de opbouw ervan: door de alfabetische ordening blijven de ontwerpers individuele eilandjes die lastig in tijd, stijl of opvatting met elkaar te verbinden zijn.

De onderverdeling naar ontwerpers, bureau's en bedrijven (en niet naar ontwerpen) levert bovendien vaak zouteloze biografietjes op, die de toch al schaarse tekstruimte vullen met onnodige details. Wie wil weten dat De Bijenkorf na de Tweede Wereldoorlog een onschatbare rol speelde als podium van vooruitstrevend design, moet het doen met drie zinnen - de tweeentwintig voorafgaande regels kun je gerust overslaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden