Weg uit het voorgeborchte

Een door Jan Sluijters in 1905 geschilderde vrouw heet je meer dan hartelijk welkom. Zij zit op een stenen ballustrade op de Monte Pincio in Rome....

Een schitterend portret, dat in de bijgaande tekst 'vlot geschilderd' heet, – in de minzame woorden van de kunsthistoricus. Ik was gelukkig met deze ontvangst, want ik was in de hoop op een andere Sluijters naar de Nieuwe Kerk in Amsterdam gekomen. Daar is (tot 10 augustus) de tentoonstelling Stad en land, 19deeeuwse meesterwerken uit het Stedelijk Museum. Verborgen schatten dus, want in het Stedelijk zijn ze allang onzichtbaar geworden. Rechts van de Romeinse vrouw gaan we het landschap in. Het licht van het einde van de negentiende eeuw moet nog komen. Donker is de natuur, stil vooral. Boomrijk vaak.

Bij de groten van de Haagse School komen we aan zee. Vissersschepen spiegelen zich nadenkend in het stille water. Ik kijk lang naar een heel klein duinlandschap, denk even aan Gorter en hoor achter mij een verwonderde stem: 'Waarom is dit allemaal veroordeeld tot het depot?'

Ik nader de stad. En op de grens van land en stad hangt een tweede Sluijters. Bij het zien ervan word ik niet zo maar gewoon gelukkig. Ik stijg licht op. Het schilderij heet Bar Tariban en dat is een danstent op Montmartre.

Het is een heel groot doek. Op de voorgrond wemelt een menigte dansend dooreen en erboven ontploft op magistrale wijze het nog nieuwe elektrische licht als sterren uiteen. Voor dit schilderij ben ik gekomen. Lang geleden hing het in de vaste collectie van het Stedelijk Museum. Toen zag je daar nog de moderne kunst uit de traditie groeien.

Van mijn allereerste bezoek heb ik dit schilderij van Sluijters onthouden. Bij zo veel beweging kon ik haast niet stil blijven staan. Er ging van de manier van schilderen een groot plezier uit.

Ik besloot ter plaatste Sluijters een heel groot schilder te vinden. Het verdween uit het zicht, het voorgeborchte van de depots in. Die zijn nu even ontsloten. Ik kijk naar de beweging en het licht. Het is nog altijd het meesterwerk van mijn eerste uur. Sluijters is een groot schilder gebleven.

Van Parijs ging ik Amsterdam in. Er hangen, als ik het goed heb geteld, negentien Breitners in de Nieuwe Kerk Opnieuw – Breitner was nog enkele jaren geleden op een speciale tentoonstelling in het Stedelijk te zien – is Rokin bij avond voor mij het hoogtepunt. In de wat vochtige straat weerspiegelen zich de gaslantaarns; ze geven ook licht van beneden. Het is een van de stilste Breitners. Vlakbij hangen enkele Amsterdamse schilderijen van Willem Witsen. Hij is de lyrische, stille, beschouwende compagnon van Breitner (wiens atelier hij eens overnam).

Tegen het einde van de expositie komt het licht de kunst in, – het zal niet meer wijken. Alle ramen gaan open op de nieuwe tijd. Het was voor Breitner te laat. 'Als Breitner naar het licht van het zuiden was gegaan, zou hij nu wereldberoemd zijn', heeft Chagall eens in een gesprek opgemerkt. Breitner is nu van ons gebleven. Tot mijn geluk zie ik ook enkele gloeiende schilderijen van Jacobus van Looy en in zichzelf gekeerde werken van Floris Verster. Maar het schilderij waarvoor ik was gekomen, overtrof toch alles.

In augustus gaan ze, op de Van Gogh en de Cézanne na, denk ik, weer het schemerrijk van de halflevenden in. Voor heel lang, want ook in de glamour van het Stedelijk Museum van de toekomst zal voor hem geen plaats zijn.

Op Montmartre danst men gewoon door, hoop ik. Licht genoeg.

De Romeinse vrouw zit, als ik de kerk verlaat, nog altijd in gedachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden