Weg uit dit akelige land

Emigratie lijkt weer sterk in zwang, al zijn de vertrekcijfers niet spectaculair. De motieven zijn wel interessant: onvrede en een groot verlangen naar rust en ruimte....

Televisieprogramma’s als Ik Vertrek verlopen vaak volgens een vast stramien. Eerst klagen de kersverse emigranten over het overvolle Nederland met zijn criminaliteit, zijn pietluttige regeltjes en zijn onbeschofte bevolking. Vervolgens heffen zij een lofzang aan op hun nieuwe vaderland, waar de mensen vriendelijk zijn, de vrijheid lonkt en de zon altijd schijnt. Sommige emigranten mogen dan zijn gehuisvest in een Hongaarse varkensschuur of een Spaanse bouwput, naar eigen zeggen zijn zij veel gelukkiger dan in het deprimerende Nederland.

Emigratie was een hype, getuige ook krantenkoppen als ‘Nederland loopt leeg’, ‘Waar is hier de nooduitgang?’ of ‘Talenten verlaten Nederland massaal’. In een deze week verschenen studie, Weg uit Nederland (uitgeverij KNAW Press), onderzoeken dr. Harry van Dalen en dr. Kène Henkens van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut de werkelijkheid achter deze publiciteitsgolf. Het aantal ‘echte’ emigranten is niet zo groot, concluderen zij, maar zij vormen wel een interessante groep.

Waar de klassieke emigrant naar verre landen trok op zoek naar een betere materiële toekomst, wordt de hedendaagse landverhuizer vooral gedreven door onvrede over het publieke domein. Emigranten klagen met name over het gebrek aan rust en ruimte, over de bevolkingsdichtheid, de files en het ‘verrommelde’ landschap. In iets mindere mate zijn ze ontevreden over het hoge niveau van criminaliteit en de multiculturele samenleving. Ze dromen van een rustiger, vriendelijker en overzichtelijker bestaan. Geld staat niet voorop: eenderde van de emigranten verwacht dat zijn inkomen zal dalen.

In 2006 verlieten 132 duizend mensen Nederland. Dat lijkt veel, maar het grootste deel, bijna 89 duizend, bestond uit allochtonen die waarschijnlijk naar hun land van herkomst terugkeerden. Blijven over: 42.590 autochtone migranten. Volgens vorige week verschenen CBS-cijfers daalde de omvang van deze groep in 2007 licht tot ruim 41 duizend.

De meesten van de autochtone emigranten trokken niet ver weg: 21 procent verhuisde naar België, 17 procent naar Duitsland. Vaak vestigen ze zich in de grensstreken, waardoor ze in professioneel en sociaal opzicht op Nederland gericht blijven. Het aantal werkelijke Ik Vertrek-emigranten is dan ook betrekkelijk gering.

Land te klein

Land te klein
Hedendaagse emigranten hebben heel andere motieven dan de Nederlanders die in de jaren vijftig naar landen als Australië of Canada trokken. ‘Na de Tweede Wereldoorlog zat Nederland in zak en as’, vertelt Harry van Dalen. ‘Er was armoede, woningnood en werkloosheid. Ook toen al vond men Nederland te dicht bevolkt, ook al woonden er maar 10 miljoen mensen. Maar velen waren ervan overtuigd dat het land te klein was om al die mensen een behoorlijk bestaan te kunnen garanderen, inclusief de kabinetten-Drees.’

Land te klein
In de jaren vijftig vertrokken er ongeveer 350 duizend Nederlanders. Deze stroom droogde snel op door het succes van de wederopbouw. Al in de jaren vijftig moesten gastarbeiders worden gehaald om de fabrieken draaiende te houden. Vanaf de jaren zestig was Nederland een immigratieland. Van Dalen: ‘In de jaren negentig werkte ik bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Toen schreven we dat Nederland tot in lengte van jaren immigratieland zou blijven.’

Land te klein
Tot verrassing van demografen en sociologen was het emigratiesaldo na 2003 weer positief. De emigratie nam toe, terwijl de immigratie sterk daalde. Hiermee onderscheidt Nederland zich van andere West-Europese landen. Ook elders stegen de emigratiecijfers, maar de immigratie nam minder af dan in Nederland. ‘Wij werden nieuwsgierig door die cijfers’, zegt Henkens. ‘Waarom trekken mensen weg uit een land dat door de halve wereld wordt benijd vanwege zijn welvaart?’

Lust tot avontuur

Lust tot avontuur
Volgens de klassieke theorieën wordt emigratie gestuurd door inkomensverschillen. Dat geldt nog steeds voor de Polen die naar Nederland komen om meer geld te verdienen. Later werden de theorieën verbreed. Sociologen wezen op het belang van sociale netwerken. Hoe meer immigranten van een bepaalde nationaliteit aanwezig zijn, hoe groter de kans dat zij gevolgd worden door landgenoten. Psychologen benadrukten persoonlijkheidskenmerken als doorzettingsvermogen of lust tot avontuur. ‘Al deze factoren zijn ook relevant. Maar ze zitten allemaal in het private domein’, zegt Henkens. ‘Uit ons onderzoek blijkt juist dat vooral het publieke domein belangrijk is voor veel hedendaagse emigranten.’

Lust tot avontuur
Henkens en Van Dalen vroegen (potentiële) migranten naar hun motieven. Ook gingen ze na of er iets van de emigratieplannen terechtkwam, iets wat in wetenschappelijke lectuur zelden gebeurt. Het belangrijkst bleek het verlangen naar rust en ruimte. ‘Ik voel me hier een kuddedier dat achter aan moet sluiten als je bijvoorbeeld wilt gaan wandelen in het bos. Ik wil ruimte om me heen en geen duizenden mensen!’, zei bijvoorbeeld een 53-jarige vrouw die naar Frankrijk wilde. Een 31-jarige vrouw die ook Frankrijk op het oog had, zei: ‘Ik heb behoefte om ruimer te wonen en dat is haast onmogelijk te realiseren op de plek waar we nu wonen. Ik ben nu ook op zoek naar ongerepte natuur en stilte om me heen.’

Lust tot avontuur
In veel gevallen werd de behoefte aan rust en ruimte gecombineerd met een meer politieke onvrede, vooral over de criminaliteit en de multiculturele samenleving. ‘Ik voel me hier niet meer thuis. Mijn geboortestad, mijn land, mijn regering, ze zijn er niet meer voor mij’, vertelde een 58-jarige man met bestemming Canada. ‘Ik wil niet in een moslimland wonen’, vulde zijn vrouw aan. En een 49-jarige betonpompmachinist: ‘Dit land raakt te vol met verschillende culturen. Ik zie in dit land geen toekomst meer voor mijn kinderen.’ Een 34-jarige man met bestemming Australië of Nieuw-Zeeland vatte het nog eens bondig samen: ‘Ik ben Nederland helemaal beu met zijn belachelijke wetjes, politiek en andere fratsen. De mentaliteit is helemaal naar de knoppen.’

Lust tot avontuur
Soortgelijke onvrede komt ook onder de thuisblijvers voor, maar bij emigranten is ze veel sterker. Henkens: ‘Toch zijn het lang niet allemaal Fortuyn- of Wildersstemmers. De politieke voorkeur van emigranten is een afspiegeling van die van de gehele bevolking.’

Roze beeld

Roze beeld
Hoe reëel kijken sommige emigranten tegen de wereld aan? Een zwartgallige beoordeling van Nederland wordt soms gekoppeld aan een wel erg roze beeld van het land van bestemming. Zo verhuisde een 56-jarige man uit Nederland – ‘een van de meest criminele landen ter wereld’ – naar Zuid-Afrika. De Zuid-Afrikaanse realiteit – met haar extreem hoge misdaadcijfers – leek hij nogal selectief waar te nemen: ‘Verbijsterend om 10 duizend kilometer van Nederland de normen en waarden te ervaren die wij in de vijftiger jaren hadden.’

Roze beeld
Van Dalen en Henkens hebben niet onderzocht hoe het emigranten is vergaan. De terugkeercijfers geven wel een indicatie. Na twee jaar is 20 tot 25 procent van de emigranten terug, na zeven jaar 45 procent. Hierbij zitten ook studenten en werknemers van wie al vaststond dat hun verblijf tijdelijk zou zijn. Veel emigranten beschikken dus over een lange adem.

Roze beeld
De onderzoekers weten niet precies waarom de emigratie na 2000 zo sterk is toegenomen. De beroering rond Pim Fortuyn kan hooguit het laatste duwtje hebben gegeven, denkt Van Dalen, want tussen het eerste voornemen tot emigratie en het daadwerkelijke vertrek zit gemiddeld zes jaar. De wortels van de hedendaagse emigratiegolf liggen in de welvarende jaren negentig, toen Nederland onder ‘Paars’ politiek rustige jaren beleefde. ‘Tegenwoordig is emigratie ook een teken van welvaart’, zegt Henkens. Veel emigranten hebben het geld en het zelfvertrouwen om elders een nieuw leven te beginnen. Voor mensen die in welvaart opgroeiden, is de kwaliteit van het leven vaak belangrijker dan de hoogte van het inkomen. ‘Emigratie is natuurlijk ook gemakkelijker geworden. Vervoer is goedkoper, de communicatiemiddelen zijn sterk verbeterd. Wie in de jaren vijftig emigreerde, geloofde dat hij zijn familie nooit meer zou terugzien.’

Roze beeld
Tweederde van de emigranten is van het mannelijk geslacht. Emigranten zijn relatief goed opgeleid en vooral jong. De modale leeftijd op het moment van vertrek is 26 jaar. Het ‘Zwitserleven-gevoel’ bestaat eerder in de culturele verbeelding dan in de werkelijkheid, meent Henkens. ‘Het leven als pensionado in een warm land is een lonkend perspectief voor een groot deel van de huidige werkende generatie. Maar in werkelijkheid blijven de meeste ouderen in Nederland vanwege sociale banden, vooral met kinderen en kleinkinderen.’

Roze beeld
Slechts 12 op de 10 duizend 65-plussers leeft als ‘pensionado’ in het buitenland. Het aantal gepensioneerden dat pendelt tussen Nederland en een tweede huis in het buitenland, is uiteraard groter. ‘Toch gaat het om niet meer dan 4 procent van de 65-plussers. Het zijn geen grote aantallen.’

Brain drain

Brain drain
Is het erg als er veel Nederlanders emigreren? In de jaren vijftig werd positief over emigratie gedacht. De emigrant was begiftigd met een ‘typisch Nederlandse’ ondernemingslust. Zijn vertrek illustreerde de vitaliteit van een land dat altijd al de wereldzeeën had bevaren en creëerde tegelijkertijd ruimte voor de achterblijvers. Anderzijds speelde altijd de angst voor een brain drain. Als de meest getalenteerde en ondernemende jongeren vertrekken, dreigt het in Nederland een ingeslapen boel te worden.

Brain drain
Een eenduidig antwoord op de vraag of grootscheepse emigratie erg is, kunnen Henkens en Van Dalen niet geven. Vooralsnog laten de cijfers geen alarmerend beeld zien. De aantallen emigranten zijn klein. De Nederlandse samenleving profiteert ook van emigratie. Als een wetenschapper aan een Amerikaanse topuniversiteit gaat doceren, heeft ook zijn Nederlandse netwerk daar baat bij.

Brain drain
In dit perspectief is de interna-tionale mobiliteit van Nederlandse werknemers aan de lage kant, zeker vergeleken met de Verenigde Staten. Omdat de lonen in Nederland relatief hoog zijn, worden werknemers niet gestimuleerd om elders hun geluk te beproeven. Bovendien is de houding van werkgevers en werknemers ‘provinciaals’, vinden Henkens en Van Dalen. Zij zien weinig voordeel in een verblijf in het buitenland.

Brain drain
Niettemin bieden de motieven van de emigranten stof tot nadenken, denken Van Dalen en Henkens. ‘Aan sommige dingen kan Nederland weinig doen. Het is nu eenmaal een dichtbevolkt land. Maar de toegenomen emigratie laat wel zien dat een beleid op het gebied van ruimtelijke ordening belangrijk is. Daar is nu weer enige belangstelling voor, maar tot voor kort moest je ‘verrommeling’ van het landschap maar voor lief nemen’, zegt Van Dalen.

Brain drain
Henkens: ‘Op langere termijn zie ik de emigratiegolf wel aanhouden. Het belang dat aan natuur en milieu wordt gehecht, zal alleen maar groter worden. Het wordt ook steeds gemakkelijker om te emigreren, zeker binnen Europa. Daarom is het belangrijk om voor een goed leefklimaat te zorgen – bijvoorbeeld voor een goed functionerende woningmarkt en gezondheidszorg. Anders dreigt inderdaad het gevaar dat getalenteerde mensen vertrekken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden