Weg uit de Gelukkige Stad

Fuzhou doet zijn naam, Gelukkige Stad, geen eer aan. Veel mensen zoeken het geluk elders. Maar China verlaten is nog altijd niet gemakkelijk....

Met zijn hoogbouw, glanzende hotels, winkelcentra en levensgevaarlijk rijdende auto's is de booming city Fuzhou een ode aan de smakeloosheid en een monument van audiovisuele kakofonie. Het moderne deel van de stad getuigt van de rijkdom van Taiwan, dat hier pal tegenover ligt en in Fuzhou fortuinen heeft geïnvesteerd.

Maar de oude sfeer van Fuzhou is nog niet weg. Er zijn nog oude straatjes, markten en volkswoningen. Zelfs het meest zielloze stadsdecor krijgt leven door de typisch Chinese bedrijvigheid op straat. En Fuzhou heeft een bezienswaardigheid van formaat, het tempel- en kloostercomplex bovenop een berg aan de rand van deze chaotische, voornamelijk lelijke mix van oud en nieuw. In het moderne China gaan er dertien Fuzhous in een dozijn.

Fuzhou doet zijn naam, Gelukkige Stad, geen eer aan. Veel inwoners zoeken hun geluk elders. Vanuit Fujian, de provincie waarvan Fuzhou de hoofdstad is, zwermen de mensen al sinds eeuwen over de wereld uit. Vraag aan bewoners van een willekeurige Chinatown waar zij, hun ouders of voorouders vandaan komen, en de kans is groot dat ze zeggen: uit Fujian.

Hoe komt dat? Door de armoede, zeggen ze in Fujian, en door het gebrek aan kansen voor de jeugd. Een doorsnee inwoner van Fujian heeft het inderdaad niet breed. Het loon is laag, de werkloosheid hoog. Maar er zijn wel armere gebieden in China, en daar zijn de inwoners gebleven.

'Het is een oude traditie', zegt de schrijver-schilder Zhou Chanqi, wiens 33-jarige zoon twaalf jaar geleden naar de Verenigde Staten vertrok. 'We hebben hier veel mensen en te weinig werk, en we hebben uitstekende havens. Daardoor hebben we een lange traditie van scheepvaart en communicatie met de buitenwereld.'

Het gemeentelijk museum geeft een aardig beeld over de oude internationale relaties van Fuzhou. Al ten tijde van de Han-dynastie, ruwweg van 200 vóór tot 200 na Christus, dreef de stad handel overzee. In de zevende eeuw werd het een internationale handelshaven. Nog steeds is het een van de vijf belangrijkste havens van China.

Duizend jaar geleden werd Fuzhou China's belangrijkste scheepsbouwcentrum. Het was zelfs even de hoofdstad van het hele rijk. Arabische handelaren en zeelieden, zelfs christelijke missionarissen vestigden zich in Fujian. Vanuit Fuzhou maakte China's beroemdste eunuch, de moslim Zheng He, in de eerste helft van de vijftiende eeuw zeven overzeese reizen, tot de Rode Zee toe.

Na hem hebben miljoenen mensen de kosmopolitische traditie van Fujian eer aangedaan. Meestal vertrokken ze clandestien. De keizer beschouwde emigratie als verraad aan het vaderland en zichzelf. Chinezen in den vreemde onttrokken zich immers aan zijn hemelse gezag en zouden in alle straffeloosheid tegen hem kunnen samenzweren.

Toch werd China in de negentiende eeuw 's werelds grootste kweekplaats van emigranten, maar dan wel van een speciaal soort: koelies die, vrijwillig of gedwongen, werden geronseld om op plantages, in spoorwegprojecten of mijnen de slaven te vervangen. Ronselen en transport waren een infame business van de Westerse mogendheden, die in de verdragshaven Shanghai konden doen en laten wat ze wilden.

Zo ontstonden grote Chinese gemeenschappen overal ter wereld, van Australië tot Peru, van de Verenigde Staten tot Zuidoost-Azië. Sindsdien is de stroom niet meer opgehouden. In Fujian heeft vrijwel iedereen familie of vrienden die, legaal of illegaal, naar de vetpotten zijn vertrokken in de VS, Canada, Europa, Australië, Japan of Taiwan. Zoals de zoon van Zhou Chanqi.

De 65-jarige schrijver-schilder woont in een normaal, dus tamelijk morsig, etagewoninkje in Fuzhou. Er lopen twee kleine kinderen rond: zijn kleinkinderen. Ook dat is een oude traditie, dat kinderen bij hun grootouders wonen. 'Mijn zoon en zijn vrouw werken allebei', legt Zhou uit, 'en ze verdienen nog te weinig. Alleen hun oudste kind van acht woont bij hen in New York.'

Zhou's zoon studeerde elektronica in Fuzhou. 'Dankzij zijn opleiding kreeg hij een visum voor Amerika', zegt de vader. 'Maar daar is hij van baan veranderd. Hij levert nu voedsel aan Chinese restaurants. Ik heb een visum aangevraagd om hem te bezoeken, maar dat is afgewezen, waarom snap ik niet. Hij zegt dat hij terugkomt als hij oud is.'

In het huis van mevrouw Jiang ligt een enveloppe uit Philadelphia op tafel. Ze maakt hem voor de zoveelste keer open en laat de foto zien van een lachende jongeman: 'Mijn zoon, Yan Zheng. Hij heeft hier in Fuzhou medicijnen gestudeerd. Voor zijn doctorsgraad wilde hij gaan werken in een medisch laboratorium, maar daarvoor kon hij hier niet goed terecht. In Amerika wel, daar zijn de laboratoria veel beter en heb je veel meer kans om vooruit te komen.'

Zoals zoveel andere studenten van zijn universiteit is Yan Zheng naar de Verenigde Staten gegaan. Hij zit er nu een jaar. 'De meesten komen niet terug', zegt zijn moeder, 'maar hij wel. Misschien komen de anderen ook terug als de situatie hier verbetert.' De laatste tijd is de Chinese braindrain naar de VS iets afgeremd, maar nog steeds houdt het gros van de studenten China voor altijd voor gezien.

Een visum voor Amerika is een kleinood. Heel Fujian lijkt er jacht op te maken. Ook de oude lakschilder Zheng wil er een. Zijn kleinzoon, een wetenschapsman, woont in de VS en verdient het droomsalaris van zevenduizend dollar per maand. Zelf is hij uitgenodigd door Amerikaanse musea, maar het consulaat in Kanton beantwoordt zijn visumaanvraag niet eens. Hij vraagt of het mogelijk is bij de ambassade in Peking een goed woordje voor hem te doen.

Ook de aanvragen van Zhen Dagang, de zoon van een gepensioneerde visser in Changle, zijn tot nu toe mislukt. Zijn al sinds jaren in de VS wonende schoonvader had hem uitgenodigd. Dat was zinloos, want de man had zelf nog steeds geen Amerikaanse verblijfsvergunning. 'Ik blijf het proberen', zegt Zhen, 'maar als het niet lukt, zit er niets anders op dan contact op te nemen met een slangenkop.'

De slang was in het oude China een symbool van wijsheid en macht. In sommige tempels wordt hij nog altijd vereerd. Een gestileerde slang binnen een deur is het symbool van Fujian. Slangenkoppen daarentegen zijn menselijke reptielen die jagen op menselijke prooien. Het zijn ordinaire mensenhandelaren, in dienst van onzichtbare maffiabazen.

Zhen Dagangs vader is visser in ruste Zhen Fuchun. Ze wonen in Changle ('Langdurig Geluk'), een agglomeratie aan de kust niet ver van Fuzhou die leeft van het geld dat de emigranten naar huis sturen. Aan veel huizen is te zien dat de verloren zoons en dochters goed hebben geboerd. Dat stimuleert de achterblijvers weer om hun voorbeeld te volgen. Een dochter van Zhen is vorig jaar illegaal naar New York geëmigreerd, haar vriend achterna die net als zij gebruik had gemaakt van de diensten van een slangenkop.

Voor haar oversteek, vertelt haar vader, hebben zijn eigen gezin en de naar Amerika vertrokken ouders van een schoondochter veertigduizend dollar bijeengebracht. Van hun familie, in China of overzee, moeten de emigranten-in-spe het hebben, anders moeten ze het geld lenen van de slangenkop zelf of van andere woekeraars.

'We hebben het geregeld via een slangenkop van het dorp', zegt Zhen. 'Ze ging eerst naar Peking, daar kreeg ze een vals paspoort en een vals visum, en toen nam ze het vliegtuig. In een week was alles gefikst. Als je het officieel doet, is het allemaal zo moeilijk, kijk maar naar mijn zoon.'

Veertigduizend dollar is een hoop geld, maar de ex-visser doet er niet moeilijk over, want het is een prachtinvestering. 'Met hard werken zal ze het terugbetalen en er daarna aan overhouden. Ze is serveerster in een Chinees restaurant in New York. Ze is gelukkig en ze maakt veel vrienden.'

Papieren heeft ze nog steeds niet, maar daar maakt haar vader zich niet druk om. Hij weet niets van campagnes om illegale Chinezen terug te sturen. 'Ik vertrouw erop dat de Amerikaanse regering haar zal beschermen, want ze werkt voor Amerika. En als de politie haar toch komt zoeken, zal haar familie haar verstoppen.' Naïeviteit, wishful thinking? Welnee. Het enige dat de bejaarde visser wil, is een constante dollarstroom van New York naar Changle.

Hij vertelt over het ontstaan van het vak mensenhandelaar: 'Vroeger was het een vriendendienst van mensen die teruggekomen waren uit Amerika en daar de weg wisten. Maar door de hervormingen van 1979 is de mentaliteit hier veranderd. Iedereen wil tegenwoordig geld verdienen. Daardoor zijn de slangenkoppen opgekomen. Emigratie is big business geworden.'

Jaarlijks proberen naar schatting ruim een half miljoen Chinezen uit hun land te glippen. Daarvoor schakelen ze meestal een slangenkop in, die hun reis regelt over zee, over de weg of door de lucht. Een van de grootste bendes, de triade van Fuqing, zou een jaaromzet hebben van honderdduizend mensen. De magische klank van het woord buitenland maakt de mensen van Fujian haast doof en blind voor het criminele karakter van deze business.

Ach, zeggen ze, het zal wel dat er grof aan wordt verdiend, maar de emigranten gaan zelf ook goed verdienen. Van het corrumperen van functionarissen kijkt niemand in Fujian op. Is dit niet de provincie waarin ongeveer alle autoriteiten zijn omgekocht in het grootste smokkelschandaal uit de geschiedenis van de Volksrepubliek? Goed, soms blijkt het paradijs dat de illegalen wordt voorgespiegeld te bestaan uit verkapte slavenarbeid in werkplaatsen of op het trottoir. Maar daar staan zoveel succes tegenover.

Soms gaat er met het transport iets mis. Dan sterven de illegalen van de honger in een container, of stikken ze in een tank, zoals de 58 illegalen uit Fujian die in juni de oversteek naar Dover in een Nederlandse vrachtwagen niet overleefden. Voor het eerst kwam er toen een protest: familieleden van de slachtoffers plunderden de villa's van twee leidende slangenkoppen. En voor het eerst werd de mensensmokkel erkend als een ernstig internationaal probleem, dat internationaal moet worden aangepakt.

Drie jaar geleden schakelde de 34-jarige Jiang Zhonghe een slangenkop in om weg te komen uit Yang Li, een stadje in de bergen op zeventig kilometer van Fuzhou. Hij zou naar Taiwan gaan. Voor dit kippeneindje betaalde hij een borgsom van vijfduizend yuan, toen 1250 gulden. Als de oversteek zou lukken, zou hij nog eens dertienduizend yuan moeten betalen. Dit is zijn leerzame relaas.

'We vertrokken 's nachts in een bootje met ruim twintig man. Halverwege werden we door een schip van de slangenkoppen aan boord genomen, maar toen werden we gesnapt door de Taiwanese kustwacht en teruggestuurd. In China heb ik drie dagen in de gevangenis gezeten. Mijn familie betaalde een boete van tienduizend yuan, en toen kwam ik vrij. De borgsom heb ik nooit teruggezien.

'Ik wou het daarna opnieuw proberen, maar had geen geld voor de slangenkoppen. Gelukkig kwam mijn familie een halfjaar later in het bezit van een mandenfabriek. Daar ben ik manager geworden. Het gaat me nu voor de wind. Ik zou niet meer weg willen.'

Maar als zijn zoon straks weg wil, wat dan? 'Ik zou graag zien dat mijn zoon naar de Verenigde Staten gaat, want ik ben erg ontevreden over de situatie in China.' Hoe moet hij die reis dan maken, legaal of clandestien? 'Legaal. Hoop ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden