Weg met handboek dsm-5

De Amerikaanse psychiater Allen Frances keert terug op zijn schreden en bekritiseert de overdosis aan diagnostiek en aan pillen.

Allen Frances: Terug naar normaal

Uit het Engels vertaald door Kees de Vries.


Nieuwezijds; 320 pagina's; euro 21,95.


Heb je een psychische stoornis als je twee weken na het verlies van een geliefde nog altijd last hebt van slapeloosheid, gebrek aan eetlust en somberheid? Zijn je kinderen in feite ziek als ze drie keer in de week een driftaanval hebben? En hoe zit het met de 60-jarige die vergeet waar hij zijn sleutels heeft gelaten of hoe dat stadje ook weer heet waar hij vorig jaar op vakantie was? Lijkt dat niet op een zorgwekkende aantasting van zijn cognitieve vermogens?


Het wereldwijd gehanteerde handboek voor de psychiatrie, de DSM, geeft uitsluitsel over dit soort vragen. En het uitsluitsel dat de nieuwste versie van het handboek geeft, de DSM-5 die in mei verschijnt, is in de genoemde gevallen op zijn minst verontrustend: er hoeft niet heel veel met je mis te zijn om voor een diagnose, en dus een behandeling, in aanmerking te komen.


Zijn we niet hard op weg om allerlei vormen van alledaags gedrag te medicaliseren? Het is een vraag die met aanzwellend gerucht wordt gesteld en mede wordt gevoed door de enorme hoeveelheden psychofarmaca die worden voorgeschreven aan zowel volwassenen als kinderen. Als diezelfde vraag wordt gesteld door de Amerikaanse psychiater Allen Frances, de man die verantwoordelijk was voor de samenstelling van de huidige versie van het psychiatrisch handboek (de DSM-4), lijkt het vermoeden gerechtvaardigd dat de DSM haar langste tijd als bijbel van de psychiatrie gehad heeft.


In Terug naar normaal betuigt Frances zijn spijt over de veranderingen die hij met zijn team in 1994 doorvoerde in de DSM-4. Met name de wijzigingen in de diagnoses autisme en adhd leidden tot een epidemie aan nieuwe patiënten die zij totaal niet voorzien, laat staan bedoeld hadden. Het zijn diagnoses op de vage scheidslijn tussen mensen met een psychische stoornis en de worried well, mensen met problemen die weliswaar zorgelijk kunnen zijn maar tot de normale last van het leven horen.


Een kleine verschuiving van de criteria in dit drukbevolkte grijze gebied, aldus Frances, kan enorme consequenties hebben. Debet aan die consequenties zijn belangengroeperingen als ouders, verzekeringsmaatschappijen, de rechterlijke macht, maar vooral de op grote winst beluste farmaceutische industrie. Zeker in Amerika, waar de farmaceutische industrie zich met haar agressieve marketing rechtstreeks tot het publiek mag richten, blijkt het niet zo moeilijk om mensen via tijdschriften en tv een ziekte - en de oplossing in een pillendoosje - aan te praten.


Het is uitgerekend in dit gebied van de worried well dat de DSM-5 tekeer gaat met nieuwe diagnoses. Zoals de hierboven genoemde uitbreiding van de diagnose 'depressie' voor mensen die rouwen, de Temper Regulation Disorder voor driftige kinderen en de Minor Cognitive Disorder voor de vergeetachtigheid van bejaarden.


Frances was zo verontrust over deze ontwikkeling dat hij een paar jaar geleden de rust van zijn pensioen opgaf om er bij de samenstellers van het nieuwe handboek op aan te dringen deze nieuwe diagnoses niet op te nemen. Toen hij daarmee geen succes had , besloot hij zich met Terug naar normaal tot het publiek te richten met de boodschap: laat je - letterlijk - niet gek maken.


De bottomline van Frances' goed onderbouwde en prettig leesbare betoog is: laten we de criteria voor stoornissen aanscherpen, terughoudend omspringen met het labelen van mensen, pillen alleen als laatste redmiddel voorschrijven, en de psychiatrie weer reserveren voor mensen die het werkelijk nodig hebben.


Het is een betoog met een duidelijke richtlijn. Dat geldt minder voor Borderline Times van de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter. Ook De Wachter constateert dat de maatschappij hard op weg is iedereen een ziekte-etiket op te plakken, maar hij beschrijft dit fenomeen als een aspect van een veel bredere maatschappelijke ontwikkeling. Hij heeft in zijn praktijk als therapeut een groeiend aantal borderlinepatiënten wat hem brengt tot de stelling dat onze op consumentisme, individualisme en genot gerichte maatschappij in feite zelf aan de negen DSM-criteria van de borderlinestoornis voldoet. In negen hoofdstukken beschrijft hij hoe deze criteria, van verlatingsangst, instabiele relaties en onaangepaste agressie tot impulsiviteit en zinloosheid, op de wereld van vandaag van toepassing zijn.


Bezie de wereld door een bepaalde bril, en de wereld voegt zich vanzelf naar de glazen. Dat kan een verfrissende blik opleveren, en De Wachter schrijft daartoe ook onderhoudend en erudiet genoeg, maar het kan ook doorslaan. Wanneer hij bijvoorbeeld het aanbrengen van tatoeages en de toevlucht tot euthanasie beschrijft als de maatschappelijke equivalenten van respectievelijk de neiging tot automutilatie en tot suïcide van de borderlinepatiënt, wordt de grond glibberig.


Op steviger grond staat De Wachter als het gaat om wat hij al de grootste zorg van deze tijd ervaart: het verdwijnen van de gemeenschapszin en een veilige hechting, en de alomtegenwoordigheid van de plicht om 'jezelf' te zijn en te genieten. Dat laatste wordt door De Wachter samengevat als de 'je-moet-elk-moment-genieten-want-als-je-dat-niet-doet-dan-ben-je-een-loser-maar-wellicht-komt-dat-omdat-je-ziek-bent-en-dus-moet-je-te-genezen-zijn-en-daarom-gaan-we-daar-een-pilletje-voor-maken-filosofie'.


Als richtlijn voor de toekomst biedt hij alleen de hoop die hij put uit initiatieven die hij alom ziet opbloeien en die in een socialere richting wijzen.


Het onbehagen over de doorgeslagen medicalisering van het leven van alledag wordt steeds algemener. Schrijvers als Frances en De Wachter helpen dit onbehagen onder woorden te brengen, maar het ziet ernaar uit dat het vooral de overmoed van de samenstellers van de DSM zelf is, met steeds weer meer diagnoses, die het graf graaft waar de DSM-psychiatrie uiteindelijk in zal vallen.


Dirk de Wachter: Borderline Times - Het einde van de normaliteit

Lannoo; 294 pagina's; euro 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden