Weg met die onnozele sterren

In het oktobernummer van Hollands Maandblad windt schrijver Philip Huff zich vreselijk op over Parool-recensent Arie Storm. En niet alleen hij krijgt ervan langs, de complete vaderlandse literatuurkritiek moet het ontgelden. 'De literaire recensie', aldus Huff, 'is een column geworden met sterretjes erboven, en die sterretjes vatten niet alleen het besproken boek samen, maar ook het stuk zelf, en daarmee het keizerlijk ego van de recensent: duim omhoog of omlaag.'

Beeld anp

Eerlijk gezegd vond ik Huffs tirade weinig overtuigend - al was het maar omdat uitgerekend Storm een criticus is tot wie ik me als lezer nog lekker ouderwets kan verhouden. Vindt hij een boek drie keer niks, dan valt het mij meestal mee. Prijst hij het de hemel in, dan valt het mij meestal tegen. Storm heeft een uitgesproken profiel, een hoogst particuliere smaak. Kom daar nog 'ns om in het hedendaagse land der letteren, waarin het wemelt van de brave, kleurloze recensenten.

Maar wat die sterren betreft - of 'ballen', zoals het voorheen deftige avondblad ze zo onsmakelijk noemt - heeft Huff beslist een punt. Een paar jaar geleden, als bij kartelafspraak, bleken ineens bijna alle boekenredacties tot het stelsel bekeerd (op Trouw, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland na). En hoe langer het bestaat, hoe meer de schaduwzijden ervan in het oog springen. Wie doet er eigenlijk wie een plezier mee?

Begrijpelijkerwijs hebben de meeste schrijvers er een grondige hekel aan, helemaal als de score laag uitvalt. (Lees vooral het geestige stuk dat kunstenaar Jan Hoek deze week schreef op Vice.com, over makers die net als hij ooit een éénsterrecensie kregen.) Maar hun gekrenktheden doen in dit verband niet ter zake. Net zomin als de belangen van uitgevers. Een recensie, nietwaar, dient eerst en vooral de lezer. Is er voor u en voor mij.

Welnu. Mijn animo om recensies te lezen nam sinds de invoering van het sterrensysteem navenant af. Voorheen begon ik net zo argeloos aan een lovende als aan een krakende of lauwe kritiek. Mits goed geschreven haalde ik de laatste zin moeiteloos. Nu begin ik er niet eens meer aan. Waarom zou ik m'n tijd verdoen aan een stuk over een boek dat slechts twee sterren krijgt toebedeeld? Aan een recensie van een driesterrenwerkje dat ongetwijfeld vlees noch vis zal zijn? Pas bij vier of hoger is mijn belangstelling gewekt.

En ik ben niet de enige. Literair weblog Tzum citeerde in januari 2014 de accountmanager van een grote uitgeverij, die een steekproef had gehouden onder boekverkopers. Conclusie: 'Vrijwel niemand verdiept zich in de recensies van de boeken die minder dan vier ballen of sterren krijgen.'

Dankzij dit stelsel, kortom, krijgen niet alleen titels geen kans die dat wellicht wel verdienen, boekenredacties bereiken ook nog eens precies het omgekeerde van wat ze zouden moeten willen bereiken: hun pagina's worden niet beter, maar slechter gelezen. Daarmee ondergraven ze onherroepelijk hun eigen bestaansrecht.

Afgezien daarvan is het uitdelen van sterren sowieso een onzinnig concept. Van nature ontberen zij immers de nuance die woorden probleemloos kunnen uitdrukken.

Hoezeer recensenten daarmee worstelen, bleek recentelijk in genoemd avondblad - tot liefst tweemaal toe. Op 9 september kreeg de roman De Mandibles van Lionel Shriver plotseling geen enkele classificatie. Argument: recensente Toef Jaeger wist niet wat 'zwaarder' moest wegen: de 'gedachtegang' of 'de literaire uitwerking'. Op 6 oktober tobde recensent Arjen Fortuin blijkbaar met hetzelfde dilemma. Zijn oplossing: Stefan Hertmans' roman De bekeerlinge beloonde hij met vier balletjes voor 'inhoud', twee voor 'vorm'. Zelden is de overbodigheid van het systeem treffender aangetoond.

De toenmalige ombudsvrouw van de Volkskrant wijdde in november 2013 haar rubriek aan de kwestie. Ze beaamde dat sterren voor redacties 'soms ondingen' waren, en noemde het 'een bot en simplistisch instrument'. Maar afschaffing vond ze 'geen optie'. Heel zeker wist ze dat 'niemand' terugwilde naar vroeger 'toen de lezers een hele recensie moesten doorworstelen om het oordeel van de krant te achterhalen'. Volgens haar was er alleen '(nog) geen goed alternatief'.

Dat is er wel, natuurlijk. Kom op, waarde boekenredacties. Doe 'ns dapper. Laat die onnozele sterren en ballen verdwijnen. Krijgen jullie er weer minstens één lezer bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden