Weg met de oppas, leve het mobieltje

Een recordaantal van 160 duizend kinderen heeft zich gisteren aan de Cito-toets gezet. De uitslag daarvan bepaalt voor een belangrijk deel welk vervolgonderwijs ze gaan volgen....

De Cito-toets is uitgegroeid tot een nationaal evenement. Het Jeugdjournaal opent ermee, het aantal deelnemers groeit met duizenden per jaar. Dit jaar buigt zich een recordaantal van 160 duizend kinderen drie dagen over de toets; dinsdag was de eerste dag. Aan de uitkomst wordt steeds meer belang gehecht. Het is het toegangsbewijs tot een nieuw leven: dat van de brugpieper.

'Of de kinderen hun score kennen? Nou en of', lacht Hellen Andriessen, conrector van het Amsterdams Lyceum. 'Ze wéten hoe belangrijk het is. Meestal komen ze het strookje met de uitslag zelf hier afleveren.'

Officieel is de Cito-score even belangrijk als het advies van de basisschool. In de praktijk eisen bijna alle middelbare scholen minimum Cito-scores voor toelating tot vmbo, havo en vwo. Alleen bij grensgevallen geeft het advies van de basisschool de doorslag. De achtstegroepers maken zich dus niet voor niets zo druk.

'Ik had 539.' Mieke Kortbeek (12) weet nog precies hoe hoog haar score was op de Cito-toets vorig jaar. Het is een mooie uitslag waarmee ze op het Amsterdams Lyceum automatisch tot het havo zou zijn toegelaten. Maar op het Revius in Doorn is het officieel één puntje te weinig voor de havo/vwo-brugklas. Gezien het advies van de basisschool (havo/vwo) kreeg Mieke het voordeel van de twijfel.

Zelf hoopt Mieke vurig op te klimmen naar het vwo. 'Dan kan ik uit meer studies en beroepen kiezen.'

Op basis van de Cito-toets gaat ongeveer de helft van de kinderen naar het vmbo (het fusieproduct van het voorbereidend beroepsonderwijs en de oude mavo). De andere helft gaat naar havo/vwo. Over de voorspellende waarde van de toets bestaat verschil van mening. Het Cito schat dat driekwart van de kinderen terechtkomt op het niveau dat de toets aangeeft.

De Groningse hoogleraar psychologie W. Hofstee, gespecialiseerd in beoordelingsvraagstukken, houdt het erop dat 40 tot 60 procent van de leerlingen die havo-advies krijgen dat havo-diploma halen zonder zittenblijven. Dat ligt niet aan de toets. Die is goed. Het punt is dat de Cito-toets alleen schoolkennis test. Voor een succesvolle schoolcarrière zijn doorzettingsvermogen, een goede gezondheid en sociaal-economische achtergrond net zo belangrijk.

Het zijn tegenwoordig vooral de kinderen die hun middelbare school kiezen, niet de ouders. Dat is maar goed ook, vindt Mia Veltman, brugklascoördinator van het Reviuslyceum in Doorn. 'De kinderen moeten het prettig vinden. Anders is het onbegonnen werk.'

Mieke koos uit drie middelbare scholen het Reviuslyceum. 'De ene school zat in een muf, stoffig gebouw. Op de andere school moet je heel zelfstandig werken. Dat is niets voor mij. Het Revius heeft een vrolijk, licht gebouw.'

'Kinderen zijn gevoelig voor sfeer', zegt mentor Marten Kircz van het Amsterdams Lyceum. 'Onze school is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School, een monument. Het ene kind vindt het heerlijk. Het andere gruwt ervan. Die vinden het net een crematorium.' De meeste kinderen maken volgens hem een weloverwogen schoolkeuze. 'Ze kijken vooral of het klikt met de andere leerlingen. Of ze zich thuis voelen.'

Of een vriend of vriendin naar dezelfde school gaat, is geen goede reden voor een school te kiezen. 'De kans dat je bij elkaar in de klas komt en blijft is klein. En dan is de teleurstelling heel groot', aldus de conrector van het Amsterdams Lyceum. Het Revius probeert juist kinderen die elkaar kennen bij elkaar in één klas te houden. 'We willen zoveel mogelijk kinderen uit dezelfde woonplaats in één klas. Kunnen ze's ochtends en 's middags samen terugfietsen. Dat vinden ouders belangrijk.'

Ouders kijken niet alleen naar de sfeer op school, maar ook naar de lesuitval. 'Dat staat nummer 1', zegt Hellen Andriessen van het Amsterdams Lyceum. 'Ouders willen weten wat de school doet om te voorkomen dat hun kinderen over straat gaan slenteren.'

Het Reviuslyceum in Doorn vindt dat de school de brugklassers 'flink in de watten legt'. De brugklasmentor bezoekt alle kinderen thuis, alle leerlingen hebben een mentor en er is huiswerkbegeleiding. De leiding is alert op elk dipje in de leerprestaties.

Tussen de basis- en de middelbare school zitten zes weken vakantie. Dat neemt niet weg dat het leven van de middelbare scholier er totaal anders uitziet dan dat van de basisschoolleerling. 'Vroeger was je de grootste op school', verzucht Joris Gijsberse (12). 'Nu ben je weer zo klein.'

Het zijn vooral de tweedeklassers die graag bruggetjes pesten. 'Duwen, trekken, schelden. Niet leuk', vindt Joris. De lesuitval is wel leuk, melden Joris en Mieke. 'Vorige week hadden we elke dag twee uur uitval', glimt Mieke.

Een brugklasser heeft geen oppas meer nodig. 'Ik pas wel op mezelf', bromt Joris. In plaats van een oppas, hebben Joris en Mieke een mobiele telefoon gekregen, net als veel klasgenoten. 'Dat hoort bij een grotere zelfstandigheid', vindt de vader van Mieke. 'Ze moet nu alleen naar school. Als ze 's ochtends om acht uur met een lekke band komt te staan kan ze tenminste iemand bellen.'

In het geval van Joris dient het mobieltje meer ter controle. 'Hij moet me bellen zodra hij thuis is', licht zijn moeder toe. 'Ik wil gewoon weten waar hij is.' Dat Joris 's middags uren alleen thuis is, vindt hij zelf niet erg. 'Kan ik lekker doen wat ik zelf wil. Als mijn moeder thuis is, zegt ze: Joris, ga dit eens opruimen. Joris, ga je huiswerk maken. Ik bepaal zelf wel wanneer ik huiswerk ga maken.' Zijn moeder lacht. 'Het is best moeilijk om een nieuwe balans te vinden. Ik moet hem meer vrijheid gunnen. Maar tot hoever moet je gaan?'

De moeder van Mieke heeft besloten minder te gaan werken. Ze vindt het maar niks dat haar dochter 's middags zoveel alleen thuis is. Mieke: 'Dan gaat ze me helpen met wiskunde. Daar ben ik niet zo goed in.'

Een degelijke middelbare school verdiept zich uitgebreid in de nieuwe pupillen. Er is de Cito-score. Er is het onderwijskundig rapport met gegevens over de werkhouding van het kind, de motivatie, de zelfstandigheid en de sociaal-emotionele ontwikkeling. 'Dat zijn vooral bij twijfelgevallen belangrijke indicaties of een kind het gaat redden', vindt Hellen Andriessen. Daarnaast probeert de middelbare school met de basisschool een gesprek te krijgen over de nieuwe pupillen.

'Ouders vertellen je niet alles', is de ervaring van mentor Marten Kircz. 'Terwijl het heel belangrijk is te weten of het kind ADHD heeft of dat vaderlief niet kan helpen bij het huiswerk - en of er überhaupt een vader in de buurt is.'

De werkdruk in de brugklas is groot. Op het Amsterdams Lyceum krijgen de leerlingen vier à vijf rapporten. Een rapportcijfer moet gebaseerd zijn op twee tot vier proefwerken en/of schriftelijke overhoringen. Dat is voor alle vakken bij elkaar 200 tot 250 proefwerken en schriftelijke overhoringen in een jaar tijd. Mentor en leraar Nederlands Marten Kircz schrikt even als hij de rekensom krijgt voorgelegd. 'Ja, dat klopt. Dat klopt, ja.'

De moeder van Joris vond de schoolperiode vooral tot aan de herfstvakantie erg zwaar. 'Joris was doodop. Ik dacht letterlijk: dit is mijn kind niet meer. Hij was opstandig, snel boos, chagrijnig. Het leek wel alsof hij in een klap de puberteit in geslingerd was.'

Zittenblijven komt in de brugklas niet voor. Als Mieke hoger dan een 7 gemiddeld scoort, mag ze naar de tweede van het vwo. Ze staat nu 6,9. 'Dat was op mijn laatste rapport', verbetert ze. 'Ik sta nu wel hoger dan een 7 gemiddeld.' Blijft ze bij het eindrapport onder een 7 steken dan gaat ze naar de havo. Afstromen heet dat in het voortgezet onderwijs.

Afstromen komt het vaakst voor in de brugklas van het vmbo-T (T staat voor: theoretische leerweg). Deze mavo-nieuwe stijl is veel moeilijker dan de mavo-oude stijl. Conrector Andriessen schat dat 5 tot 10 procent van deze brugklassers moet uitwijken naar een lager schooltype in het vmbo. Meestal brengt dat ook een fysieke verhuizing met zich mee naar een andere lokatie of zelfs een andere school.

In de beleving van veel ouders zit hun kind met advies vmbo-T of havo/vwo aan de goede kant van de streep. Met een vmbo-advies zit je aan de verkeerde kant. 'Ouders bedenken van alles om hun kind toch op het vmbo-T te krijgen', vertelt Mia Veltman van het Revius.

Soms lukt het, ook al is de cito-score te laag. 'We gaan altijd praten', zegt Mia Veltman. 'Soms zijn er goede redenen om een kind het voordeel van de twijfel te geven. Bijvoorbeeld als het door ziekte veel lessen op de basisschool heeft gemist.'

Vmbo-leerlingen kunnen hetzelfde eindniveau bereiken als havisten. Het vmbo geeft toegang tot het mbo. En het mbo geeft toegang tot het hbo, net als het havo. 'Op papier, ja', reageert Marten Kircz. 'Maar de praktijk ziet er heel anders uit.'

Mieke en Joris zitten aan de goede kant van de streep. Ze zijn inmiddels ervaren brugsmurfen. Op grond van hun Cito-score hebben ze 70 procent kans binnen vijf of zes jaar het havo- of vwo-diploma te halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden