Nieuws

Weg met de lesboeken, de leraren zijn aan zet: schoolbesturen lanceren eigen curriculum

Vier schoolbesturen hebben op eigen initiatief een vooruitstrevend plan voor het basisonderwijs gelanceerd: het Nederlands Kennis Curriculum. Dat vraagt om een geheel nieuwe wijze van lesgeven. ‘De leraren krijgen de vrijheid om het onderwijs zelf vorm te geven.’

Onderwijsdeskundige Daniël Muijs, die een nieuwe manier van lesgeven in het basisonderwijs voorstaat. Beeld
Onderwijsdeskundige Daniël Muijs, die een nieuwe manier van lesgeven in het basisonderwijs voorstaat.

Lesboeken kunnen de prullenbak in, de leraren zijn aan zet. Zij kunnen, aan de hand van maatschappelijk relevante thema's zelf invulling geven aan hun lessen. Hoe ze dat doen, dat mogen ze helemaal zelf weten.

Zie hier in een notendop de visie van vier schoolbesturen (Stichting Flores, Opmaat Groep, Primo Schiedam en Stichting RK Basisscholen VDMH). Donderdag lanceerden zij het Nederlands Kennis Curriculum (NKC), dat de komende tijd op vijftien scholen in pilotvorm in de praktijk wordt gebracht.

Leraren moeten de regie terugkrijgen over hun eigen lessen, vinden de schoolbesturen. De focus moet niet langer liggen op het volgen van bestaande methodes, maar op het overdragen van kennis. Daarvoor zullen de nodige handvatten aan leerkrachten worden aangereikt: een kaart per thema bijvoorbeeld, waarop staat welke voorkennis van leerlingen wordt verwacht. En suggesties voor boeken, teksten, muziek en activiteiten.

‘Maar leraren hoeven dit niet strikt op te volgen’, zegt Daniël Muijs (52). Hij is als decaan verbonden aan Academica, een gloednieuwe hogeschool in Amsterdam, waar hij deze donderdag aanwezig is om het NKC te lanceren. Later deze week zal hij weer terugvliegen naar Engeland, de thuisbasis van de Vlaming, waar hij onderzoek doet naar het verbeteren van onderwijs en het doelgericht opleiden van leerkrachten. Tot vorig jaar was hij vicedirecteur van de Engelse Onderwijsinspectie.

De timing van de vier schoolbesturen om hun plan te lanceren is opvallend: een wetenschappelijke commissie is momenteel druk bezig om in opdracht van het ministerie van Onderwijs een nieuw curriculum voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs uit te brengen. Op basis daarvan stellen de scholen hun onderwijsprogramma samen. De eerste drie adviezen zijn al uitgebracht, maar het eindadvies laat zeker nog drie tot vijf jaar op zich wachten, laat een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs desgevraagd weten.

Kan het feit dat de schoolbesturen nu het heft in eigen handen hebben genomen als vorm van stil protest worden beschouwd? ‘Dat gaat te ver', zegt Muijs, ‘maar het uitwerken van het nationale curriculum duurt lang, terwijl dit een dringend onderwerp is. We willen graag met de commissie in gesprek, in de hoop dat we het nationaal systeem zoveel mogelijk kunnen beïnvloeden.’

Waarom schiet de huidige manier van lesgeven tekort, volgens u?

‘Omdat de verwachtingen te laag liggen. Er is te weinig sprake van een doordachte kennisstructuur, die door het hele schooltraject verweven zit. In lesboeken wordt bijvoorbeeld een duidelijke lijn gegeven voor groep vijf. Maar je hebt een duidelijke lijn nodig van groep één tot en met groep acht.

‘We moeten af van het ‘eilandjesconcept’: eerst gaan we taal doen, daarna een stukje rekenen. Uit evidence-based onderzoek, waarop we ons baseren, blijkt dat mensen leren door kennis op te slaan. Door verbindingen tussen thema’s te leggen. Een voorbeeld van zo'n thema is Nederland Waterland, waarbij leerlingen leren over de waterhuishouding in Nederland. Een ander thema, Nederland in verbinding, gaat over topografie en het bestuurlijk bestel. De thema's sluiten aan bij kennis van de wereld, we willen wereldburgers opleiden.’

Het NKC gaat ervan uit dat leraren zelf hun lessen inrichten. Kunnen ze dat wel aan?

‘We willen leraren daarvoor trainen. De trainingen, die momenteel door de vier stichtingen worden uitgewerkt en in de pilot worden aangeboden, zijn gericht op kennis en achtergrond van het curriculum. Leraren moeten begrijpen hoe mensen leren, zodat ze snappen waarom het curriculum op deze manier wordt aangeboden.

‘Het is van groot belang dat we de professionaliteit van de leraar waarderen. De leraar is specialist in didactiek. We hoeven een leraar niet bij te brengen ‘hoe’ hij les moet geven. De nadruk moet komen te liggen op ‘wat’ hij de kinderen wil aanleren, wat hij wil bereiken. Uit die kennis vloeien dan de vaardigheden.’

Leraren klagen nu al over een te hoge werkdruk. Gaat dit curriculum de werkdruk niet nog meer vergroten?

‘De werkdruk is inderdaad een probleem in het vak. Maar dat komt ook omdat leraren te veel tijd kwijt zijn aan verkeerde dingen, zoals administratie. Dat is niet de fout van de leraren zelf, maar van het systeem. Als de druk op dat gebied afneemt, kunnen leraren zich weer concentreren op wat het belangrijkste is: lesgeven. De werkdruk is bovendien zowel een objectief als subjectief verschijnsel: als je plezier hebt in je werk, dan ervaar je minder werkdruk.’

U woont in Engeland. Wordt deze vorm van onderwijs daar al meer toegepast?

‘Tot een aantal jaar geleden waren scholen in Engeland nog strikt toegelegd op de nationale toetsen. Scholen leerden de leerlingen alleen de stof aan die in de nationale examens terecht kwamen. Tijdens mijn vorige baan als vicedirecteur van de Onderwijsinspectie hebben we scholen aangespoord om meer naar het curriculum te kijken. En dan specifiek naar dingen als: zit er een visie achter? Zijn de lessen logisch opgebouwd? Daar is meer aandacht voor gekomen.

‘Een gevaar is dat scholen de druk voelen om dit vraagstuk individueel op te lossen. Vandaar dat we nu met een centrale groep het NKC uitwerken, zodat het wiel niet iedere keer opnieuw uitgevonden hoeft te worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden