'Weg met de kleine weggetjes in de Tour? Nee!'

Nu zoveel (top)renners in de Tour de France zijn getroffen door de vele valpartijen, klinkt de roep om harde maatregelen. Maar minder auto's in de koers of een ander parcours zal niet leiden tot minder slachtoffers.

Beeld afp

Er zijn dit jaar in de Tour de France meer valpartijen dan voorgaande jaren; de ene na de andere renner (Bradley Wiggins, Robert Gesink, Alberto Contador, Alexander Vinokourov, Jurgen van den Broek) smakt tegen het asfalt of belandt in de berm, met als triest dieptepunt de adembenemende crash van Johnny Hoogerland.

Harde maatregelen
Nu zoveel (top)renners zijn getroffen, klinkt de roep om harde maatregelen. Als er minder renners, minder motoren en minder auto's in de Tour rijden, wordt de koers veiliger, is een veelgehoorde opvatting. Als het parcours minder over kleine kronkelende weggetjes voert, zullen er minder slachtoffers vallen.

Is dat zo? Eerst de motoren en de auto's. Natuurlijk, hoe minder voertuigen in de buurt van renners verkeren, hoe kleiner de kans dat er iets misgaat. Toch is dat niet de oplossing, want een handvol dwazen is voldoende om de koers te versjteren. Doorslaggevend is het gedrag van de bestuurder. Bestuurders dienen in wielerwedstrijden de renners altijd voorrang te verlenen.

Een motor of een auto die een renner (respectievelijk Nicki Sørensen en Johnny Hoogerland) van zijn fiets rijdt op een moment dat van hectiek geen sprake is - en er dus geen excuus is - hoort in de Tour niet thuis. Dus: laat alleen bestuurders toe die hebben bewezen dat zij zich weten te gedragen, en houd auto's (vips) en motoren die niet per se in de nabijheid van renners hoeven te verkeren ervoor, erachter of aan de kant.

Gedrag
Minder renners dan maar? 200 renners is veiliger dan 500, dat spreekt voor zich. Zeker in de eerste Tourweek wil iedereen zijn geluk proberen en voorin rijden. Daarvoor is geen plek en dus wordt er dan met ellebogen gewerkt en worden er kwakken uitgedeeld. Maar gebeurt dat minder met 150 renners in plaats van 200? Ik betwijfel het, zeker nu de sportieve en commerciële belangen van de Tour zo groot zijn. Ook hier geldt dat gedrag de doorslag geeft en niet het getal. Wielrennen is niet alleen hard en slim kunnen fietsen, het is ook: met je fiets kunnen omgaan en je gedrag aanpassen aan de omstandigheden; aan de weg, de weersomstandigheden, de concurrenten. Kortom: aan de koers. Wie daarbij de grenzen opzoekt, moet niet verbaasd zijn als het misgaat.

We herinneren ons nog de doodsangsten die renners uitstonden toen de Columbianen in de jaren tachtig hun intrede deden in het peloton. Ze konden niet sturen en waren de westerse manier van koersen niet gewend. Daardoor veroorzaakten ze veel valpartijen en werden ze naar de achterste regionen van het peloton verbannen. Ook vandaag rijden profs graag even door als zij een notoire brokkenpiloot ontwaren. Iedereen kent hun namen. Geen insider was verbaasd toen Fränk Schleck vorig jaar op een kasseistrook in de Touretappe in Noord-Frankrijk ten val kwam en de strijd moest staken. (Opvallend genoeg zijn hij en zijn broer Andy de Tour tot nog toe zonder kleerscheuren doorgekomen. Omdat zij extra opletten?)

Charmes van de Tour
Niemand wil in een afdaling in het wiel zitten van een renner die bang is of juist graag risico's neemt. Omgekeerd probeert een minder stuurvaardige renner een topdaler niet koste wat kost bij te houden: dat is vragen om problemen. Komende dagen zullen we nog wel beelden zien van dergelijke tuimelpertes, zoals de Vlamingen het zo mooi noemen. Maar we zullen hopelijk vooral zien hoe renners op hoge snelheid behendig cols afdalen, door dorpjes slingeren en natte bochten ronden. Dezelfde wegen als waar u en ik voor onze lol op fietsen, ons identificerend met de helden uit de Tour. Dat is nou juist een van de charmes van de Tour.

En dan de kleine weggetjes. Te veel is nooit goed. Maar weg ermee? Nee! Want waar gaan renners vaak onderuit? Op lange, rechte wegen met een prima overzicht. Zulke wegen wekken de suggestie van veiligheid en nodigen renners uit zich meer te ontspannen, een gesprek met elkaar aan te knopen, eens naar elkaars benen te kijken. Verminderde concentratie, en voordat je het weet, lig je op de grond. Kleine wegen dwingen renners zich te concentreren. Mits gevaarlijke verkeerssituaties wel duidelijk worden aangegeven, is daar niets mis mee.

Shit happens
En laten we niet vergeten: shit happens. Zelfs de attentste renner die kan sturen als geen ander gaat wel eens onderuit. Domme pech komt vaak genoeg voor. Tourfavoriet Alberto Contador kwam in de etappe naar Saint-Flour ten val nadat zijn stuur vast kwam te zitten onder het zadel van de Rus Vladimir Karpets. En de valpartij waarbij Vinokourov en Jurgen van den Broek werden uitgeschakeld, gebeurde op de plek waar minuten eerder Johnny Hoogerland ook al bijna ten val was gekomen. Misschien namen zij daar te veel risico, misschien was de weg daar gewoon te glad.

Pieter Evelein is oud-renner en redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden