Weg met de hemelbestormers

Politiek Het conservatisme wordt vandaag de dag zo aantrekkelijk gepresenteerd dat iedereen bij die club wil horen. Al was het maar omdat steeds meer denkers als conservatieven worden ingelijfd. Door Martin Sommer

Je hoort tegenwoordig wel dat 'we' allemaal rechts zijn geworden. Eén blik om je heen volstaat om te weten dat dat onzin is. Wat misschien dichter bij de waarheid komt, is dat 'we' tegenwoordig allemaal conservatief geworden zijn. Dat was een paar jaar geleden nog ondenkbaar en zeker in dit land bijna een vloek. Denk aan de katholieke staatsman Nolens en zijn befaamde uitspraak dat je in Nederland nog beter te boek kunt staan als dief of als brandstichter dan als conservatief.


Die angst voor conservatief te worden uitgemaakt, leefde trouwens ook over de grens, blijkt uit de bundel Revolutionair verval onder redactie van de historici Thierry Baudet en Michiel Visser. Zo vond de beroemde Zwitserse kunsthistoricus Jacob Burckhardt (1818-1897) pas na schaamtevolle jaren de moed om als conservatief uit de kast te komen.


Maar kijk aan, Baudet en Visser kregen twee jaar geleden open doekjes voor hun eerste bundel Conservatieve vooruitgang, waarin twintig denkers uit de vorige eeuw werden geportretteerd. Thierry Baudet is tegenwoordig na Heldring de tweede openlijk conservatieve columnist bij NRC Handelsblad. Revolutionair verval is, opnieuw aan de hand van een portrettengalerij van conservatieve denkers, een zoektocht naar de wortel van het conservatisme in de achttiende en de negentiende eeuw. Lees dat deel en u wilt bij die club horen, al was het maar omdat ook filosofen als Montesquieu en Hume tot het conservatisme worden gerekend - tot dusverre toch niet bepaald als herauten van de behoudzucht gezien.


Daarmee is meteen de kwetsbaarheid van het conservatisme aangeraakt. Wat is conservatisme en wie is conservatief? Gelukkig zijn Baudet en Visser weggebleven van eindeloze definitiekwesties maar ze konden die vragen toch niet negeren. Conservatisme ís niet hetzelfde als behoudzucht. Conservatisme is evenmin het tegendeel van vooruitgang. Het is moeilijker te peilen dan de ideeën waarop het zijn pijlen richt, het liberalisme met zijn vrijheidsideaal, en het socialisme met zijn gelijkheidsideaal.


Conservatisme is meer dan een leer een levenshouding. Het is meer anti-ideologie dan ideologie, meer een reactie dan een idee. Conservatisme richt zich in de eerste plaats tegen het radicalisme dat alles anders wil hebben. Vooral in dat opzicht zijn 'we' allemaal conservatief geworden, nadat er voor allerlei overmoed leergeld is betaald, van onderwijshervormingen tot Srebrenica, van Irak en Afghanistan tot de euro. Links en rechts is politieke voorzichtigheid keukenmeester geworden.


Voor conservatieven is de zondeval altijd de Franse revolutie geweest. Daar werd gebroken met al het oude, met de geleidelijkheid als veranderingsmodus, en werd gekozen vóór de grote sprong voorwaarts die in conservatieve ogen wel moest eindigen in dictatuur en bloedvergieten. Edmund Burke (1730-1797) zou je de Johannes de Doper van het conservatisme kunnen noemen. Zijn hoofdwerk Reflections on the Revolution in France (1790) was leidraad voor het denken van Nederlandse politici als Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper - allebei vertegenwoordigd met een fraaie schets. Burke moest niets hebben van volkssoevereiniteit, niets van beginselpolitiek in het algemeen. De samenleving stoelde voor Burke niet op principes maar op gewoontes. Verstandige politiek zou dan ook de gewoontes, met andere woorden de bestaande cultuur, als uitgangspunt moeten nemen.


Het meest tastbare bezwaar tegen de geest der eeuw van Burke gold het vernietigen van de maatschappelijke orde, in de vorm van gilden, adel en kerk. Wat overbleef was het individu, en als organisatieprincipe restte de allesoverheersende staat. Dat pleidooi voor traditionele verbanden vind je bij alle conservatieve denkers terug. Reeds Montesquieu (1689-1755) wilde bij de staatsinrichting rekening houden met de 'esprit général' van de plaatselijke omstandigheden en 'morele oorzaken als religie, geschiedenis, manieren, zeden en gewoonten'. Hetzelfde gold voor David Hume (1711-1776). Geen metafysica en vooral geen 'wereldomkeerders' voor Hume, maar praktische politiek die zich bezighield met concrete beleidsvragen.


Veel politieke invloed lijkt aartsvader Burke niet te hebben gehad. Dat geldt voor meer conservatieven, die, als je op hun levensbeschrijvingen afgaat, zich vooral aan elkaar vasthielden. Burke onderhield nauw contact met Samuel Johnson, die zich mag verheugen in een artikel van de bekende conservatieve psychiater Theodore Dalrymple. Burke sleet zijn bittere levensavond te midden van Franse edellieden, onder wie de schrijver Chateaubriand, die op zijn beurt de oom was van Alexis de Tocqueville, in de bundel geprofileerd door de filosoof Andreas Kinneging. Afgezien van hun persoonlijke dwarsverbanden delen de meeste conservatieven een zekere tragiek.


De individualisering van het liberalisme en het gelijkheidsideaal van het socialisme kwamen als een wals over ze heen. Ze verzetten zich daartegen, in de wetenschap dat hun ideaal nog tijdens het formuleren ervan een gepasseerd station was. Het conservatisme vindt zijn rechtvaardiging in de geschiedenis. Gezag stoelt op traditie, bijvoorbeeld religie. Maar veranderingen kun je niet meer ongedaan maken. Zowel Burckhardt als Tocqueville konden zelf niet meer in God geloven, terwijl ze eigenlijk vonden dat ze dat wel zouden moeten doen. De samenleving kon immers niet zonder God.


Zo ademt het conservatisme iets vergeefs, ofschoon het in de praktijk nogal meevalt. Tocqueville had zich neergelegd bij de overheersende gelijkheidsgedachte, en stelde zich ten doel een matigende invloed uit te oefenen. In dat opzicht heeft het conservatisme ook nu nog een boodschap, zij het niet aan de mensheid in het algemeen. Beter dan verlangen naar het beste is het vieren van gezond verstand of sound stupidity, zoals de Britse bankier en journalist Walter Bagehot (1826-1877) het uitdrukte.


Bagehot kennen we als vroeg hoofdredacteur van het blad The Economist en van zijn drie voorrechten voor een constitutioneel koning - het recht te worden geraadpleegd, het recht aan te moedigen en het recht te waarschuwen. Hij was om praktische en traditionele redenen voor het koningschap, vanwege de cake of custom zoals hij het noemde. Bagehot was vooral een pragmaticus. Voor hem was een goede politicus geen dromer of hoogvlieger, 'maar een helder denkend en beheerst doch beslist handelend leider, met veel voeling met de publieke opinie'. Je vraagt je af waarom er in Nederland nog geen conservatieve partij is die zich zo durft te noemen.


Thierry Baudet en Michiel Visser (redactie): Revolutionair verval - en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw. ****


Bert Bakker, 429 pagina's, € 19,95.


ISBN 978 90 351 3608 3.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden