Weg bezuinigd

De buitenlandcorrespondent is te duur geworden. Dus wordt hij vervangen door jonge freelancers. Is dat erg? 'Buitenlandjournalistiek heeft een gouden toekomst.'

Op de muur baant een drie keer levensgroot geprojecteerde verslaggeefster zich een weg door de bushbush van een tropisch buitenland. Op het podium ervoor zitten correspondenten, even teruggekeerd uit de nieuwswaardige uithoeken van de wereld, schouder aan schouder met hun bazen: Marcel Gelauff van het NOS Journaal, Harm Taselaar van RTL Nieuws en Frits van Exter van Vrij Nederland.


Ze bespreken de stand van zaken in de buitenlandjournalistiek, in een uitverkochte zaal in het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger, een initiatief van mediastichting Lokaalmondiaal. De ogen van de toeschouwers, jong en merendeels vrouw, staan gretig. Je ziet ze denken: ooit ben ik degene wiens avonturen op een groot scherm worden geprojecteerd, of die zich nou afspelen in Kabul, op het Rode Plein in Moskou of tussen de wolkenkrabbers van Shanghai.


Is het crisis of niet? Over buitenlandverslaggeving zijn twee verhalen te vertellen. 'Het gaat slecht met de buitenlandjournalistiek, door het slinkende budget van redacties', luidt het ene verhaal. 'De buitenlandjournalistiek gaat een gouden toekomst tegemoet door de groeiende technische mogelijkheden', is het andere geluid. Ergens daartussen ligt de werkelijkheid. Waar precies, dat wordt op het podium uitgevochten.


Minder geld, dat is een probleem voor alle vormen van journalistiek. Maar vanwege de verre reizen, exclusieve visa en andere bijzondere kosten is een artikel of item uit het buitenland een stuk kostbaarder dan de verslaglegging van een brandje in de buurt. Om de kosten te drukken, wisselden de meeste Nederlandse media de afgelopen jaren een groot deel van hun vaste correspondenten in den vreemde in voor een groeiend leger freelancers. Met camera, laptop en smartphone probeert deze vaak jonge groep journalisten verhalen uit het buitenland te slijten aan Nederlandse opdrachtgevers.


Ook de correspondenten die nog in vaste dienst zijn, merken dat de budgetten afnemen. 'Kun je even een begrotinkje sturen, vroegen ze dan, als je met een idee voor een artikel komt.' Step Vaessen, gedurende vijftien jaar NOS-correspondent in Indonesië, trekt een cynisch gezicht. 'Dan weet je al dat je verhaal er niet gaat komen. Ze wilden dat ik alles vanuit Jakarta deed.' Vijf jaar geleden stapte ze over naar Al Yazeera English, uit onvrede met het beleid van de NOS.


Geldgebrek is niet het enige probleem, vindt Vaessen. Om de koers van de buitenlandverslaggeving in Nederland te typeren, heeft ze één woord nodig: navelstaren. 'We kunnen de mensen toch niet te veel vermoeien met verhalen uit Verweggistan, denken ze op de redactie. Het is troosteloos. Latijns-Amerika en Azië komen alleen bij natuurrampen aan bod.' Bij Al Jazeera English, gefinancierd door de sjeik van Qatar, krijgt ze wel de kans en het geld om naar afgelegen gebieden te trekken om grote, diepgravende verhalen te maken.


Ook Kees Schaepman (65), oud-buitenlandverslaggever voor Vrij Nederland, mist de diepte in de buitenlandverslaggeving. 'Het is steeds meer hit and run. Ik kreeg een keer de vraag van de televisie of ik verslag wilde doen vanuit Nicaragua. Ik wist niets van dat land. Dat is niet erg, zeiden ze. We hebben alleen een hoofd en een stem nodig.'


Schaepmans grootste grief is dat het tegenwoordig allemaal zo snel moet. 'Vroeger begon ik pas aan een verhaal als ik terugkwam van een reis. Nu moet je eerste verhaal al klaar zijn als je nog in de rij staat voor de douane.'


Weinig geld en strakke deadlines zijn voor beginnend buitenlandjournalisten een gegeven. Zelfverklaard socialmedia-adept Olaf Koens (26) freelancet al vijf jaar vanuit Moskou voor persbureau GPD en inmiddels ook voor RTL Nieuws. 'Het is daar koud en vies, maar de verhalen liggen voor het oprapen.'


Koens is een voorbeeld van het correspondentschap nieuwe stijl: jong, goedkoop, gewiekst ondernemend en niet te beroerd om de snelle en pakkende verhalen te leveren die de redactie graag wil hebben.


Berichtjes maken voor het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP), dat was waar Koens in Moskou mee begon. Grootse plannen voor politieke analyses kwamen in de praktijk neer op het tikken van korte stukjes, het liefst over een rariteit. 'Vrouw vriest vast aan grenspaal, zulke berichten zijn erg gewild bij redacties.'


'Ik houd niet van dat soort journalistiek, maar als beginner grijp je elke kans met twee, drie, vier handen aan.' Inmiddels kan Koens ook grotere, doorwrochte verhalen kwijt. Hij werkt bewust voor meerdere opdrachtgevers. Hij wil zich niet binden. Dat klinkt als een luxepositie, maar wel een die Koens hard bevochten heeft. Lange tijd verdiende hij bij als barman en gidste hij Nederlandse toeristen om rond te komen.


'De tijd dat correspondenten leefden als ambassadeurs met chauffeur en een mooi huis, is definitief voorbij.' Barbara Demick, China-correspondent voor de Los Angeles Times, heeft het zelf nog meegemaakt. Demick is als een van de weinige oudere journalisten positief over de toekomst van de buitenlandjournalistiek.


Ze vindt dat ze onmisbaarder zijn dan ooit. 'Juist met de eindeloze informatiestroom via internet hebben zij de taak door al die ruis heen te prikken. Je hoort wel eens op een redactie: persbureaus zijn te duur, we halen het wel van CNN. Maar ze vergeten dat CNN zijn nieuws ook van persbureaus heeft. Uiteindelijk moet voor elk bericht een verslaggever op pad.'


En verslaggevers zijn er genoeg, merkt Demick: 'Jonge journalisten staan te trappelen om naar het buitenland te gaan. Wij betalen in Beijing stagiaires die van privéscholen komen en die vloeiend Chinees spreken zo'n 300 dollar per maand.'


Terwijl Olaf Koens zijn verhaal vertelt, verschijnen op het scherm achter hem zijn artikelen, vaak geïllustreerd met een pasfoto van Koens zelf. Vanuit de zaal stelt leeftijdsgenoot Sanne Terlingen een vraag: 'Het lijkt er soms op dat het nieuws in dienst staat van jou in plaats van jij in dienst van het nieuws, omdat overal jouw foto bij staat.'


Het antwoord van Koens: als freelancer moet je jezelf profileren. Zijn twitterberichten leiden vaak tot nieuwe opdrachten. 'Als dat het middel is om stukken te verkopen, so be it.' Vanuit de zaal klinkt de stem van correspondent Marjon van Royen (54), al jaren actief in Zuid-Amerika: 'Werkt dat echt?'


Tegenover Koens zit Koert Lindijer, al 25 jaar correspondent uit Afrika voor NRC Handelsblad en de NOS. Hij werkt zonder moderne foefjes als Twitter en Facebook. 'Ik ben niet zo op Nederland gefocust.' Vanuit standplaats Nairobi in Kenia verslaat hij heel Afrika. In vaste dienst. Freelance zou hij zijn werk niet kunnen doen. 'Als reizend correspondent heb je opdrachtgevers nodig die dat grote reisbudget bekostigen.'


Met steeds verder dalende budgetten en een grotere, snellere nieuwsstroom, lijkt de toekomst van de buitenlandjournalistiek bij freelancers te liggen. De NOS heeft elf vaste journalisten in dienst, RTL Nieuws nog maar drie. 'Vaste correspondenten behoren tot het verleden', zegt Harm Taselaar, hoofdredacteur van RTL Nieuws. 'Voor drie vaste correspondenten kan ik freelancers op de halve wereld neerzetten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.