'Wees realistisch, eis het onmogelijke' OBJECTIEVE BIOGRAFIE VAN CHE GUEVARA

'WE HEBBEN EEN goede economista (econoom) nodig die president van de Nationale Bank wil worden', laat Fidel Castro eind 1959 op een kabinetsvergadering in Havana weten....

Deze anekdote komt in bijna elk boek over Fidel Castro of Che Guevara voor en ontbreekt ook niet in Jon Lee Andersons Che Guevara - A Revolutionary Life. Terecht, want de manier waarop de legendarische guerrillastrijder tot ieders verbazing president van de Nationale Bank werd, is typerend voor de bestuurlijke chaos in de beginjaren van de Cubaanse revolutie.

Guevara vond dat hij zijn nieuwe baan best aankon, omdat een ware revolutionair tot alles in staat was. 'Wees realistisch, eis het onmogelijke', was zijn credo. Wie met een halve man en een paardenkop een dictator kon verdrijven, kan ook best president van de Nationale Bank worden, dacht de overmoedige Che in zijn enthousiasme.

Goed gekozen anekdotes zeggen vaak meer over een persoon dan honderden pagina's tekst. Che Guevara staat vol vermakelijke bijzonderheden die niet alleen de goede, maar ook de slechte karaktereigenschappen van 'de heroïsche guerrillastrijder' blootleggen.

Che's bank had een nieuw hoofdkantoor in Havana nodig. Het zou een gebouw van 32 verdiepingen worden, maar Guevara vond liften niet nodig. Hij gunde het Amerikaanse bedrijf Otis de order niet en vond bovendien dat iedereen maar gewoon trappen moest gaan lopen. 'Als ik dat met mijn astma kan, moet iedereen het toch kunnen?'

Che wilde ook maar zes toiletten in het hele gebouw. De architect had becijferd dat het er minstens twaalf moesten zijn en wees Che erop dat iedereen in het revolutionaire Cuba net zo vaak naar de wc moest als onder Batista. 'Nee, dat is niet waar', reageerde Che verontwaardigd. 'De Nieuwe Mens is tot grote offers in staat.'

Che dacht dat hij alles kon en was bereid voor zijn idealen te sterven. Hij wilde de wereld verbeteren, Cuba in een proletarisch paradijs veranderen, onrecht en uitbuiting uitbannen, een altruïstische Nieuwe Mens creëren en een einde maken aan het imperialisme van de Verenigde Staten. 'Che Guevara is de compleetste mens van onze eeuw', schreef Sartre in 1960 vol bewondering.

Anderson heeft op het juiste moment een meesterwerk afgeleverd. Che Guevara - A Revolutionary Life is de beste en objectiefste biografie over de ziekelijke Argentijnse arts die in de schaduw van Fidel Castro uitgroeide tot een bijna mythologische held.

In oktober is het dertig jaar geleden dat Che Guevara in Bolivia werd geëxecuteerd. Veel uitgevers proberen nu een graantje mee te pikken. Er zijn verzamelcd's op de markt gebracht met revolutionaire Che-liederen, er zijn vier speelfilms in de maak over het leven van Che en de Boliviaanse regering denkt dit jaar duizenden buitenlanders extra te lokken door het uitzetten van de Ruta Che. Toeristen kunnen in de voetsporen van Che treden, tot in het washok van het ziekenhuisje in Vallegrande, waar zijn lijk een paar uur lag opgebaard voordat het verdween.

De meeste boeken die tot nu toe over Che zijn geschreven, zijn hagiografieën of onvolledige pogingen de mythe Che te doorgronden. Anderson doet geen van beide. Hij heeft vijf jaar aan zijn biografie gewerkt en is erin geslaagd veel nieuwe details boven water te krijgen. Che's weduwe, oud-strijdmakkers van Che en de Cubaanse autoriteiten stelden Anderson tot nu toe ongepubliceerd materiaal ter beschikking. De auteur is daar integer mee omgegaan.

Anderson ontrafelt het turbulente leven van een legende. Che Guevara eiste het onmogelijke van zichzelf en van zijn entourage. Hij was goudeerlijk, altijd bereid een ander te helpen en wenste na de revolutie op Cuba niet te profiteren van de macht. Che bleef sober leven, terwijl de Castro's en de andere revolutionaire helden spoedig à la Animal Farm voor de verlokkingen van hun machtspositie bezweken.

Tot zijn vertrek naar Bolivia in 1966 speelde Che een sleutelrol in de Cubaanse revolutie. Guevara was Fidels belangrijkste guerrillacommandant en klankbord. Hij leidde de agrarische hervormingen, werd Cuba's belangrijkste diplomaat en was de drijvende kracht achter de breuk met Washington. Che stelde alles in het werk om de revolutie naar Afrika en Latijns Amerika te exporteren.

Alles wat Guevara deed, stond in het teken van de strijd tegen het Amerikaanse imperialisme. Che wilde in Afrika en Latijns Amerika diverse 'Vietnams' creëren en gewapenderhand een keten landen 'bevrijden' die één front zouden vormen tegen Washington. Als het moest, zou hij eigenhandig een Derde Wereldoorlog ontketenen om Washington op de knieën te krijgen.

Anderson schroomt niet de mislukkingen en negatieve kanten van Che te beschrijven. Guevara was ongeduldig, opvliegend en bikkelhard. Vermeende verraders in zijn guerrillalegertje en zeker 55 Batista-aanhangers liet hij zonder pardon executeren. Om de Amerikaanse hegemonie te breken was hij bereid tijdens de rakettencrisis de VS met kernwapens te bestoken. Hij liet Goelag-werkkampen inrichten voor afvalligen. Zijn landbouwhervormingen leidden slechts tot schaarste. Hij dacht dat het nieuwe Cuba overvloed voor alle inwoners kon creëren, maar in 1962 moest het bonnenboekje worden ingevoerd.

De door Che zo vurig bepleite industrialisatie kwam nooit van de grond. Als president van de Nationale Bank faalde hij compleet. De export van de revolutie is volledig mislukt. De invloed van de VS in Afrika en Latijns Amerika is eerder groter dan kleiner geworden. Cubanen zijn geen Nieuwe Mensen geworden. Integendeel, ze maken zich door de economische crisis in toenemende mate schuldig aan het kapitalistische gedrag dat Che zo verafschuwde.

Het spitwerk van Anderson in Havana, Latijns Amerika, Afrika en Moskou heeft geen historische onthullingen opgeleverd, maar geeft wel een plausibel antwoord op de vraag of Che naar Bolivia vertrok, omdat hij ruzie had gekregen met Fidel Castro over de koers van de revolutie.

Anderson toont overtuigend aan dat Che en Fidel steeds meer van mening begonnen te verschillen over de relatie met Moskou. Fidel leverde Cuba over aan de Sovjet-Unie, omdat hij dacht dat dat de enige manier was om zijn machtspositie en de revolutie veilig te stellen. Che liet zich echter steeds kritischer uit over Moskou. 'Als de Sovjet-Unie zo doorgaat', krabbelde hij in de kantlijn van een boek waarin Lenin zijn denkbeelden over de ontwikkeling van de economie uiteenzette, 'zal de Sovjet-Unie uiteindelijk ook kapitalistisch worden.'

Che voorzag al 25 jaar voordat Moskou de subsidie aan Havana staakte, dat Fidels volledige afhankelijkheid van de Sovjet-Unie Cuba funest zou worden. Che bepleitte tevergeefs Cuba niet uit te leveren aan Moskou. In plaats van Sovjet-hulp wilde hij een netwerk van solidariteit en economische samenwerking in Latijns Amerika opbouwen.

In Che's ogen waren de leiders in Moskou eigenlijk net zulke uitbuiters als de Amerikanen, omdat Moskou in zijn betrekkingen met Derde-Wereldlanden economisch eigenbelang liet prevaleren.

Che begon steeds meer bewondering te krijgen voor de Chinese variant van het communisme. Hij wilde de revolutie met geweld exporteren. Fidel zat veel meer op de lijn van Moskou. De Sovjet-leiders wezen Che's avonturisme af en wilden Latijns Amerika zonder geweld via de lokale communistische partijen marxistisch maken.

Che verliet Cuba niet alleen wegens politieke meningsverschillen met Fidel Castro. Hij had een hekel aan zijn duffe bureaubaan. Che was 'een gekooide leeuw' in Havana, schreef de Uruguayaanse journalist Galeano na een ontmoeting in 1964 met Guevara. Zijn hele leven was Che op pad geweest en hij moest er weer op uit om de wereld te verbeteren. Dat kon niet vanachter zijn bureau. Revoluties, was zijn heilige overtuiging, werden alleen op het slagveld tot stand gebracht.

'Schiet lafaard, je gaat slechts een mens doden', waren Che's laatste woorden tot de Boliviaanse sergeant die hem executeerde. Mijn denkbeelden zullen altijd blijven bestaan, dacht Che. Zijn overtuiging dat de wereld slechts kan worden verbeterd met gewelddadige, anti-kapitalistische revoluties vindt nergens meer navolging.

'Che wist wat hem boven het hoofd hing en bereidde zich voor op een voorbeeldige dood. Hij wist dat zijn dood een voorbeeld zou zijn voor revoluties in Latijns Amerika', zegt een anonieme Cubaanse staatsveiligheidsagent aan het einde van Andersons biografie. 'Wij hadden liever gehad dat hij nog leefde, maar zijn dood heeft ons ontzettend geholpen. Het is onwaarschijnlijk dat wij dezelfde revolutionaire solidariteit hadden gekregen als Che niet was gestorven, zoals hij is gestorven.'

Art van Iperen

Jon Lee Anderson: Che Guevara - A Revolutionary Life.

Bantam Press, import Van Ditmar; 814 pagina's; ¿ 91,25.

ISBN 0 593 03403 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden