Opinie

'Wees niet bang voor PVV en breek heilige huisjes ontwikkelingshulp af'

Dat de PVV helemaal niets ziet in ontwikkelingshulp, wil niet zeggen dat alle kritiek op de hulp dan maar ingeslikt moet worden, uit vrees de PVV in de kaart te spelen. Er kunnen best wet heilige huisjes omver, betoogt Kees Koonings.

Onderzoek van een zieke baby in de Aberdeen Clinic and Fistula Centre in de Sierraleoonse hoofdstad Freetown. Beeld ANP

Sinds ik scholier was in de jaren zeventig heb ik sympathie gehad voor ontwikkelingssamenwerking. Als student was ik er trots op dat Nederland één van de rijke landen was die relatief het meest besteedden aan 'hulp'. In die tijd was Nederland een zogeheten progressieve donor. Nu hebben de rechtspopulisten van de PVV en de neoconservatieven binnen de VVD de aanval op de ontwikkelingssamenwerking geopend. In de schaduw van bezuinigingen die hun weerga niet kennen is het bovendien twijfelachtig dat een meerderheid van de Nederlanders nog steeds vindt dat het miljardenbudget voor Ontwikkelingssamenwerking ontzien moet worden.

De 'sector' reageert defensief en houdt krampachtig vast aan de onschendbaarheid van het ontwikkelingsbudget: 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product, wil Nederland haar internationale verplichtingen blijven nakomen en haar internationale reputatie overeind houden.

Dat stelt me voor een dilemma. Wat moet ik daar als ouwerwetse linkse jongen van vinden? Natuurlijk, ik ben nog steeds voorstander van internationale samenwerking die kan bijdragen aan een rechtvaardiger wereld. Wie is dat niet? Maar ik heb ook gezien dat de ontwikkelingssamenwerking als sector worstelt met het bereiken van doelstellingen en het leveren van zichtbare kwaliteit. Dat heeft met van alles en nog wat te maken. De materie is ingewikkeld en de wereld is weerbarstig. Mijn leermeesters Dirk Kruijt en Menno Vellinga schreven al in de jaren tachtig dat 'in de ontwikkelingshulp de gulden geen daalder waard is'.

De prachtigste principes
De sector blinkt uit in het formuleren van de prachtigste principes waar niemand zich aan kan of mag houden en gaat prat op resultaten die niemand echt kan aantonen, alle welbedoelde inspanningen ten spijt. Inmiddels is de officiële ontwikkelingshulp wereldwijd nog maar een fractie van de totale geldstromen: ze verbleekt bij de omvang van wapenuitgaven, handel, investeringen en geldzendingen door migranten. De Chinezen lopen ons links en rechts voorbij, hebben maling aan de nobele principes van het verlichte Westen, en worden in de voormalige Derde Wereld met open armen ontvangen.

Ik kan mijn ogen niet sluiten voor deze nieuwe realiteit. Eigenlijk zou ontwikkelingssamenwerking opnieuw uitgevonden moeten worden. Ik meen dat de aanval van de PVV op de ontwikkelingssamenwerking deze herbezinning niet in de weg mag staan, ja, zelfs urgenter maakt dan ooit. De PVV wil stoppen met ontwikkelingssamenwerking (met uitzondering van noodhulp).

Geen greintje visie
Maar de PVV lijkt niet te worden gedreven door kritiek op de kwaliteit en effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking. Nee, hulp aan minderbedeelden op deze wereld moet van de PVV een vrije keuze van de individuele particulier zijn. Verder past alleen maar het Nederlands eigenbelang (wat dat ook moge zijn) en moeten wij en zij het hebben van handel. Daar zit geen greintje visie achter maar het biedt wel politieke vuurpijlen waar de sector en haar sympathisanten in het huidige klimaat geen antwoord op hebben. Het is juist daarom nodig dat de ontwikkelingssamenwerking over haar eigen schaduw heenstapt.

Het ontbreekt daarvoor niet aan denkbeelden. De wetenschap (de 'internationale ontwikkelingsstudies') zindert al jaren van innovatieve ideeën en diepgravende debatten. Wat we missen zijn pogingen om die in het openbare debat te brengen. We zijn te bang om daarmee de schreeuwlelijks van de PVV in de kaart te spelen. Maar we moeten dit debat niet door Wilders laten gijzelen..

Heilige huisjes
Makkelijker gezegd dan gedaan. Laat ik daarom enkele heilige huisjes noemen die een progressieve herwaardering van internationale samenwerking in de weg staan:

1. We moeten af van het begrip ODA, Official Development Assistance. Dat zijn uitgaven die aan bepaalde criteria van 'hulpzuiverheid' voldoen. Deze criteria dateren uit de jaren zeventig en zijn niet meer van deze tijd. Het is al lang niet meer zo (en het is waarschijnlijk nooit zo geweest) dat ontwikkeling afhangt van giften en zachte leningen van goedwillende donoren. Internationale ontwikkeling, samenwerking en solidariteit kunnen en moeten op allerlei manieren worden ingevuld: eerlijke(r) handel, diplomatie, mensenrechten, vrede en veiligheid, duurzaamheid, noodhulp, enzovoorts. Het is onzinnig om daar het keurslijf van de definitie van ODA omheen te snoeren. De sector wijst op het gevaar dat loslaten van ODA het budget voor ontwikkelingssamenwerking verder vervuilt. Ik vind dit geen relevant maar een contraproductief argument.

2. Het dogma van de '0,7 procent' moet worden opgegeven. De internationale afspraak van rijke landen om tenminste 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product aan ontwikkelingshulp te besteden was gekoppeld aan de definitie van hulp als ODA maar is eigenlijk ongeschikt als graadmeter voor de kwaliteit en kwantiteit van de inspanningen voor internationale samenwerking van een land. Het is ook niet beslissend voor de internationale reputatie van een donor. Landen als de VS, Engeland, Duitsland, Zwitserland en Japan hebben de 0,7 procent nooit gehaald en hebben nooit last gehad van internationale reputatieschade op dit terrein.

3. De omvang van het autonome, vrij besteedbare budget van de staatssecretaris (of liever weer: minister) voor Ontwikkelingssamenwerking is niet beslissend voor de kwaliteit van onze inspanning. Zinnige inzet voor internationale solidariteit vereist niet een boel geld maar politiek geloofwaardige aanwezigheid, medeverantwoordelijkheid en afstemming van de internationale activiteiten van de hele Nederlandse overheid. Daar is geen vierenhalf miljard voor nodig.

4. Stop met roepen dat 'armoedebestrijding' hoofddoel van de Nederlandse (of internationale) ontwikkelingssamenwerking moet zijn. Begrijp me niet verkeerd, dit is geen pleidooi tegen armoedebestrijding. Ik wil alleen maar zeggen dat internationale ontwikkelingssamenwerking grotendeels irrelevant is voor het verminderen van inkomensarmoede. Hiermee geeft de ontwikkelingssamenwerking zichzelf een onmogelijke taak en wil zij zich waarmaken met resultaten die zij nooit kan claimen. De oplossing voor deze Catch 22 werd binnen de sector gezocht in het 'multidimensionaal' verklaren van armoede: armoede is niet alleen te weinig inkomen, maar ook gebrekkige gezondheid, kennis, vrijheid, rechten, participatie, geloof, hoop en liefde. Theoretisch gezien niks mis mee, maar in de praktijk van de ontwikkelingshulp leidt het niet zelden tot de misvatting dat armoede 'alles' is waardoor je ook niet meer hoeft uit te leggen welke keuzes je maakt. Dan verdient toch de voorkeur om beredeneerd te investeren in dingen die wél tastbaar en realistisch zijn.

Kees Koonings is hoogleraar Brazilië Studies aan de Universiteit van Amsterdam en universitair hoofddocent Latijns Amerika Studies en Ontwikkelingsstudies aan de Universiteit Utrecht.

 
Begrijp me niet verkeerd, dit is geen pleidooi tegen armoedebestrijding. Ik wil alleen maar zeggen dat internationale ontwikkelingssamenwerking grotendeels irrelevant is voor het verminderen van inkomensarmoede.
 
De sector blinkt uit in het formuleren van de prachtigste principes waar niemand zich aan kan of mag houden en gaat prat op resultaten die niemand echt kan aantonen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden