Weer een beetje mens

In Nederland is plaats voor 300 junks om gedwongen af te kicken: in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam. Steeds harder klinkt de roep om uitbreiding....

Door Femke Deen

Anderhalf jaar geleden stapte Fred, gewapend met een grote schroevendraaier, een platenzaak binnen, stopte dertig cd's in zijn tas en zei tegen de verkoper: ''pak me maar op''. 'De winkelier wilde eerst dat ik de cd's terugzette', vertelt Fred. 'Maar ik zei: ''Bel de politie, anders ga ik steken.'' Ik wilde hier naartoe.'

'Hier' is de afdeling voor gedwongen afkicken in de Bijlmerbajes, ofwel de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden (SOV) de Schans. Op dit moment zitten 57 mannen in de Schans. Allemaal zijn ze door de rechter veroordeeld tot twee jaar SOV. Het zijn zware jongens: een jaar of twintig verslaafd, geroutineerde criminelen en doorgewinterde gevangenisklanten.

Zoals Fred, veertig jaar oud, negentien jaar verslaafd. Kort blond haar, onrustige ogen, oogverblindend witte nikes. Hij zwierf door Europa, was een tijdlang hooligan in Engeland. Om aan geld voor heroïne te komen, ripte hij winkels. 'Ik ben een junk, maar ik heb nooit oude vrouwtjes beroofd en nooit vrienden bestolen. Ik vond het prachtig om over de daken te lopen en in te breken.'

Gedwongen afkicken is voor deze groep zwaarverslaafden de ultieme remedie: - alles is met hen al geprobeerd. Neem Marcel - 'uit een bekende criminele familie, ik zeg niet welke' - 46 jaar oud en 24 jaar verslaafd. Hij doorliep alle afkickprogramma's en therapieën, sommige meer dan eens. Alles bij elkaar spendeerde hij zeker tien jaar van zijn leven achter de tralies. Marcel kun je dus niet zoveel wijsmaken. 'Zo'n agoog, hoe kan die mij iets nieuws vertellen? Ik weet precies waar ze op aan proberen te sturen.'

Toch, het verschil tussen de Schans en al die andere afkickprojecten merkt Marcel maar al te goed. Vroeger liep hij gewoon weg, als de behoefte aan drugs te groot werd. Dat kan nu niet. De vijf verdiepingen van de Schans ogen van binnen weliswaar totaal anders dan de rest van de troosteloze Bijlmerbajes - de muren zijn in rustgevende pasteltinten geschilderd, in de gloednieuwe fitnessruimte klinkt Guns N' Roses. Maar zeker het eerste half jaar blijven de deuren onverbiddelijk op slot. 'De sfeer is harder', zegt Marcel. 'De bewaarders zijn hier niet om op te voeden, maar om te straffen.'

In Nederland is plaats voor 300 junks om gedwongen af te kicken: in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam. Die plekken zijn niet allemaal gevuld. Toch klinkt nu al, en steeds harder, de roep om uitbreiding. Het demissionaire kabinet-Balkenende, gemeenten en politie kijken met grote interesse naar de maatregel. De SOV zien zij als dé oplossing voor de voortdurende overlast die een harde kern van langdurig verslaafden veroorzaakt.

Het is niet moeilijk te bedenken waarom dat enthousiasme zo ongebreideld is, zegt Paul Guldenaar, directeur van de Schans. 'Gedurende twee jaar zijn deze junks van de straat. Dat merken de politie en de gemeenten direct, in het straatbeeld én in het teruglopen van de criminaliteit. Per verslaafde scheelt dat de gemeenschap zo'n 500 tot 700 euro per dag aan schade. In dat opzicht is het nu al een succes.'

Guldenaar kan daarom wel begrijpen dat de gemeente Amsterdam vraagt om honderd extra plaatsen. Maar de verwachtingen van zowel de politiek als de maatschappij zijn te hooggespannen, vreest de locatiedirecteur. 'Daar maak ik me zorgen over. Op dit moment kunnen we nog helemaal niet zeggen of de maatregel succesvol is.'

Want pas als de SOV-er gedurende een jaar na het afronden van het tweejarige programma niet in aanraking komt met justitie, is hij 'geslaagd'. De eerste begon in juli 2001. Guldenaar: 'Pas in de zomer van 2004 zijn de allereerste resultaten bekend. Wil je echt wetenschappelijk onderzoek doen naar terugvalkans en intenties, dan duurt dat nog langer.'

Er speelt meer mee, zegt Rob Bovens, directeur verslavingsreclassering van GGZ Nederland. De eerste resultaten zullen een te rooskleurig beeld geven, vreest hij. SOV-er Marcel, de oudgediende, zegt het zo: 'Ze hebben de besten onder de rotsten binnengehaald. Diegenen die nog een geheugen hebben, en een gevoelsleven.' Bovens: 'De eerste SOV-ers zijn bijna allemaal gemotiveerde verslaafden; junks die al een tijd wilden stoppen. Die hebben zich laten veroordelen tot de maatregel. De ongemotiveerden stromen nu pas binnen.'

Fred is één van diegenen die hier bewust voor kozen. Je moet wíllen afkicken, anders lukt het nooit, daarvan is hij overtuigd. 'Ik heb nooit eerder willen stoppen. De afgelopen vijf jaar was het bajes in, bajes uit, maar ik haalde het spul gewoon de gevangenis binnen. Het maakte me niet uit of ze me in de isoleer stopten. Daar kun je geen drugs binnensmokkelen? Dat zeg jíj. Ik had zo mijn manieren.

'Ik ben hele periodes kwijt, mensen op straat spraken me aan als oude bekenden terwijl ik ze nog nooit had gezien. Daar flipte ik van. Op het laatst liep ik totaal dwaas in een ochtendjas over straat. Ik raakte mijn vriendin kwijt, en mijn huis. Anderhalf jaar geleden besloot ik: ik wil stoppen. Dat moment komt maar één keer in je leven.'

Motivatie is essentieel wil een poging tot afkicken lukken, erkent SOV-directeur Guldenaar. 'Maar motivatie kun je kweken. In de eerste periode komen ze tot rust, maken we weer een beetje mens van ze. Vervolgens proberen we ze over de streep te trekken.' Het daadwerkelijke afkicken gebeurt in de eerste zes tot negen maanden, de rest van de tijd worden de SOV-ers voorbereid op hun terugkeer in de maatschappij.

Het is vrijdagmiddag, een SOV-er met een grote weekendtas loopt, gebukt tegen de regen, het pad af van de Bijlmerbajes naar metrostation Spaklerweg. Hij gaat met weekendverlof. Een recht voorbehouden aan diegenen die al verder zijn in het programma. Als ze het programma goed doorlopen, mogen ze na een tijd ook buiten de gevangenis werken. Slapen doen ze nog wel in de Schans.

Twee keer greep iemand die vrijheid aan om te weg te lopen, vertelt Guldenaar. 'Eén jongen belde een dag later op of hij weer terug mocht komen.' De aandrang om weg te lopen is niet groot, aldus de directeur: 'Ze weten dat hun naam onmiddellijk op de telex van de politie verschijnt, en bij het eerstvolgende vergrijp dat ze plegen moeten ze hun straf gewoon uitzitten.'

De SOV-ers kunnen computercursussen volgen in de bibliotheek. In de fitnessruimte werken de ex-junks aan de wederopbouw van hun verwoeste lichamen. Er zijn twee plekken waar de SOV-ers weer leren wat werken is - simpele arbeid om mee te beginnen, zoals het plakken van prijsstickers op pakjes krulspelden. De meesten zijn al vanaf jonge leeftijd verslaafd, werken is nieuw voor hen.

Groepsgesprekken en vrijetijdsbegeleiding moeten ervoor zorgen dat de bewoner het sobere leven ook na twee jaar volhoudt. Tenminste, als de SOV-er daarmee instemt. Guldenaar: 'We mogen niemand dwingen. De dwang zit puur in het opleggen van de maatregel. Een SOV-er mag alle behandeling weigeren.'

Dat gebeurt, weet Guldenaar uit ervaring. 'In de Schans zit één weigeraar. Lichamelijk is hij inmiddels afgekickt, hij zit op een drugsvrije afdeling. Maar hij is zich niet bewust van zijn verslaving en zijn criminele gedrag, hij leert niet zich te beheersen. De kans is heel groot dat hij na twee jaar weer terugvalt in zijn oude gewoonten.'

Die twee jaar moet hij wel gewoon uitzitten, op een afdeling met een zogeheten 'sober regime'. Het is dit aspect van de maatregel dat de meeste weerstand oproept. Juristen menen dat er sprake is van rechtsongelijkheid. Junks plegen bijna altijd kleine vergrijpen. 'In feite zit iemand dus twee jaar vast voor het stelen van een pak suiker of drie flesjes bier', zegt Rob Bovens van GGZ.

Uitbreiding van gedwongen afkicken is niet meer tegen te houden, denkt Bovens. 'De politieke partijen kunnen niet meer terug, ze hebben er een te groot punt van gemaakt. De druk vanuit de steden is te groot. Maar waarom zouden we uitbreiden terwijl we niet eens weten of het werkt?'

Directeur Guldenaar kan alleen zeggen dat het goed gaat met de SOV-ers die nu in de Schans zitten. 'Die jongens veranderen enorm. Je zou ze moeten zien als ze binnenkomen.' Toch wil Guldenaar voorzichtig zijn. De eersten werken inmiddels buiten. Dat gaat goed, zegt de directeur. 'Maar de omgeving is nog erg beschermd. Het wordt pas lastig als ze voor hun eigen dagbesteding moeten zorgen. Dan slaat de verveling toe en groeit de behoefte aan drugs.'

15 tot 20 Procent van hen zal uiteindelijk slagen, denkt hij. 'Dat is nog heel hoog. In de reguliere verslavingszorg is het slagingspercentage 6 procent.'

SOV-er Fred hoort bij die 15 procent, dat weet hij zeker. Een tijdlang zat hij slecht in zijn vel. Hij wilde weliswaar zelf dat de maatregel hem werd opgelegd. Maar het programma ('van acht uur 's ochtends tot acht uur 's avonds alleen maar verplichtingen') is hem toch zwaar gevallen. Meerdere keren werd hij uit het programma geplaatst. 'Dan moet je een tijdje je zonden overdenken en een slijmbrief schrijven om weer mee te mogen doen. Ze willen hier dat je positief denkt, maar dat is moeilijk tegen de tralies aan.'

Nu ziet Fred het weer helemaal zitten. Over een paar weken mag hij waarschijnlijk naar buiten om te werken. Hij is al eerder naar buiten geweest, één keer zelfs naar Ajax. 'Vandaag kwam een vriend van vroeger op bezoek. Hij zei: ''Fred, je bent er weer.'' Op mijn 21ste verjaardag rookte ik voor het eerst heroïne, en ik ben er nooit meer mee opgehouden. Als ik hier straks uit kom, ben ik 21 jaar en één dag oud. De tussenliggende negentien jaar heb ik niet geleefd. Niet echt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden