Wéér dat schot op de paal

IN DE REEKS Sport in Beeld zond de NOS deze week een documentaire uit met de lengte van een voetbalwedstrijd over Argentina 1978....

De documentaire had ook in 1981 gemaakt kunnen zijn, of in 1991. In geen enkel opzicht wierp het programma een nieuw licht op een toernooi dat de afgelopen jaren zo'n aparte dimensie heeft gekregen.

Bram & Freek, de beschermende manchet om de pols van René van de Kerkhof en het gekrakeel daarover voor het begin van de finale, het schot van Rensenbrink op de paal en dat was het weer, beste kijker. Oude koek in een nieuwe verpakking was het, nog steeds redelijk van smaak, maar niet bijzonder en bovendien geroutineerd en volgens een verouderd recept gemaakt.

De makers slaagden er bijvoorbeeld in de naam van Jorge Zorreguieta niet een keer te noemen, een knappe prestatie omdat ze daarmee de discussie die enkele maanden geleden woedde volledig negeerden.

In het kort: Argentinië bereikte de finale na Peru hoogstwaarschijnlijk te hebben omgekocht, met twee scheepsladingen graan. (Het maandblad Johan schreef er in januari een mooi verhaal over.)

En wie was ten tijde van die gebeurtenis staatssecretaris op het Argentijnse ministerie van Landbouw? En wie stond er tijdens de prijsuitreiking pal naast dictator Videla? Zorreguieta.

Als dat niet saillant is, is niets saillant, maar in de documentaire wordt slechts de Argentijnse aanvaller Mario Kempes om een reactie naar mogelijke omkoping gevraagd. Niets van waar, zegt hij, 'maar als we tien keer hadden moeten scoren, hadden we dat ook gedaan.' De interviewer laat het er verder maar bij.

In het begin van de documentaire werd de politieke situatie in Argentinië kort aangesneden. Jan Zwartkruis, de bondscoach die voor het toernooi Ernst Happel als supervisor boven zich kreeg aangesteld, zet de toon met een paar opmerkingen over de pogingen van Freek de Jonge en Bram Vermeulen om Nederland tot een boycot te dwingen.

Ach, zegt Zwartkruis, 'overal is wel wat aan de hand.' De actie Bloed aan de paal van Bram en Freek wordt door de oud-militair (dat verklaart wellicht iets) met ingehouden woede omschreven als een 'bijzonder lage daad. Daar hebben ze Oranje echt niet mee geholpen.'

De bal als oogklep, we hebben het vaker gezien.

Nee, dan liever doelman Jan Jongbloed die voor het toernooi werd uitgenodigd voor een radio-discussie met Freek de Jonge. Jongbloed weigerde omdat hij zich bij voorbaat verliezer waande: 'Want hij had gelijk.'

Maar een mooi WK was het natuurlijk wel, dat van 1978.

In een paar stukjes die naar aanleiding van de documentaire verschenen, werd het een 'vergeten WK' genoemd. Dat is onzin. Argentinië '78 is dankzij de prestatie van het Nederlands elftal niet meer vergeten dan Mexico '70 of Spanje '82, integendeel zelfs. Slechts tegen West-Duitsland '74 moet het toernooi het in het collectieve geheugen afleggen, om begrijpelijke redenen.

In 1974 had Nederland wereldkampioen moeten worden. In 1978 werd niets verwacht van de ploeg zonder Cruijff en Van Hanegem en dreigde uitschakeling in de eerste ronde. 'Ik heb er gewoon geen zin in', zei Cruijff in de NOS-documentaire schaamteloos.

Van Hanegem was bevreesd dat Happel hem niet zou opstellen en werd overmand door emoties in een prachtig gesprek met Kees Jansma. (Kees, kon alsjeblieft snel terug naar de publieke omroep!).

Toevallig kocht ik vorige week voor fl 4,75 het boek Argentinien Fussball Welt Meisterschaft 1978. Twee Duitse internationals, Klaus Fischer en Uli Hoeness, verbonden er hun naam aan.

Het is zo'n snel in elkaar gezet plaatje/praatje boek, met onder meer portretjes van alle spelers. Zo kom je te weten dat Arie Haan voluit Arend Haan heet. Reinier Lambertus van de Kerkhof staat naast Wilhelmus Antonius van de Kerkhof, vlak boven Hugo Hermanus Hovenkamp en Henricus Lubse.

Ook intrigerend: Rudolf Josef Krol.

Maar geen ploeg natuurlijk die kans maakte op de wereldtitel, en niet erg kleurrijk bovendien, met al die brave PSV'ers. Vanwege de lange haren van Kempes, de blauw-witte shirts en de combinatie van techniek en hardheid koos ik al snel partij voor Argentinië.

Zoals zovele Nederlanders deed de nederlaag in de finale van Oranje me niet veel. Sommige dingen zijn nu eenmaal onvermijdelijk. Juist omdat de nederlaag in 1974 te vermijden was, was de pijn zo intens. (Bovendien was ik toen pas vijftien, dat scheelt ook.)

Bij nader inzien hielp de documentaire van de NOS mij wel aan een nieuw, verbeterd inzicht. Robert Pieter Rensenbrink was een formidabele voetballer, beter nog dan ik me herinnerde, tien keer beter dan bijvoorbeeld Marc Overmars en vijf keer beter dan Phillip Cocu.

Alleen de strafschoppen al van Rensenbrink! Schijnbaar achteloos scoorde hij met penalty's tegen Iran (2), Schotland en Oostenrijk. Rensenbrink nam strafschoppen zoals strafschoppen genomen moeten worden, hard (maar niet te hard), secuur, onhoudbaar.

Vooral dankzij hem bleef Oranje indertijd op de been. In Argentinië toonde hij bijna een kwart eeuw geleden zijn formidabele techniek, superieur en gracieus, als een synthese van Cruijff en Keizer.

Het is daarom een bijzonder tragische onvolkomendheid van de geschiedenis dat de naam van Rensenbrink tegenwoordig alleen nog maar verbonden is aan een schot op de paal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden