Wéér buiten de boot

De impressionisten hebben de kunstgeschiedenis opengebroken, zo is ook te lezen in de catalogus bij de tentoonstelling 'Miracle de la couleur' in de Kunsthal....

Misschien is geen kunstvorm vaker tentoongesteld, gereproduceerd en bejubeld door busladingen fotograferende toeristen dan het impressionisme. De tentoonstellingen staan uiteraard garant voor hoge bezoekcijfers, maar wat te doen met de begeleidende catalogi? Alles lijkt gezegd.

De tentoonstellingsmakers beweren echter altijd weer iets te kunnen toevoegen. Bij de nieuwe tentoonstelling in de Kunsthal Impressionisme: Miracle de la couleur. Meesterwerken uit de Foudation Corboud is de claim dat 'niet eerder' het hele ontwikkelingsparcours werd getoond - van de school van Barbizon tot de fauvisten. In de catalogus lezen we stukjes waarin juichend wordt gesteld hoe de impressionisten de kunstgeschiedenis openbraken, hoe de lijn loopt van Monet langs Van Gogh tot de nieuwe vormen van de twintigste eeuw. Ofwel: we zien hier 'het ontstaan van de moderne kunst'.

Toch heeft deze catalogus iets 'eigens'. Er spreekt een verontwaardiging uit over het Nederlandse museale verzamelbeleid van de afgelopen 135 jaar. Juist dat 'ontstaan van de moderne kunst' zou elk zichzelf respecterend museum in zijn vaste collectie moeten hebben, is de stelling. In Nederland blijkt dat niet te zijn gebeurd. In twee artikelen, een korte mijmering door John Leighton, directeur van het Van Gogh museum, en een receptiegeschiedenis van het impressionisme in Nederland door Kunsthal-conservator Benno Tempel, wordt een beeld geschetst van tekortschietende museumdirecteuren en een falende overheid.

De verontwaardiging is groot. Er zijn te veel lacunes in de nationale museale collectie om de lijn van impressionisme naar post-impressionisme sprankelend te tonen, vindt Leighton. We hebben geen Degas, en wat we verder hebben, is 'bescheiden, braaf en pretentieloos'.

En de kunstwereld doet er niets aan. Vroeger niet, en nu niet. 'Alarmerend', noemt Benno Tempel het gedrag van Rudi Fuchs in 1994, die een bruikleen van de familie Koenigs, Bar in de Folies-Bergère (Manet, 1881), liet schieten. 'Schaamteloos' is zijn reactie op de afwijzing van Aad Nuis, staatssecretaris van Cultuur, die in 1995 weigerde serieus in te gaan op de vraagprijs van diezelfde familie Koenigs voor het Landschap bij Aix (Cézanne, 1895). Een schilderij dat viel onder de Wet Behoud Cultuurbezit. Maar omdat Nuis slechts een schijntje bood, mocht het van de rechter openbaar verkocht worden, met het risico dat het naar het buitenland zou verdwijnen. (Wat uiteindelijk niet gebeurde, dankzij ingrijpen van een Nederlandse particuliere koper.)

De artikelen lezen als een pleidooi voor een steviger verzamelbeleid in Nederland, en dat heeft wel wat. Tempel betoogt dat negatieve opvattingen over de impressionisten al eind negentiende eeuw een slecht verzamelklimaat creëerden. Recensenten en kunstenaars smaalden, particuliere kopers schrokken terug. Als klap op de vuurpijl besloot de overheid dat rijksmusea zich op oude kunst moesten toeleggen en de lokale gemeentemusea op eigentijdse kunst. Een reden, aldus Tempel, 'dat van internationaal verzamelbeleid weinig terechtkwam'.

Alleen dankzij de inspanningen van particulieren als Helene Kröller-Möller kon de ontwikkeling van de moderne kunst nog in musea worden getoond. Pas na 1945, toen bruiklenen werden teruggetrokken, gingen de grote musea zelf aankopen. Maar vanaf de jaren zestig ging het weer mis: de directeuren richtten zich nu te eenzijdig op eigentijdse kunst, en het impressionisme viel wéér buiten de boot.

Maar, aldus Leighton en Tempel, er is hoop. Leighton looft de Sponsorloterij, die eindelijk grotere aankopen mogelijk maakt. Tempel roept de particuliere verzamelaars op tot actie.

Hun invalshoek is zonder twijfel zinvol voor deze catalogus. De expositie is immers te danken aan één verzamelaar en toont dus weer eens hun invloed. Gérard Corboud schonk zijn flinke collectie in eeuwigdurende bruikleen aan het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen. De Kunsthal mocht het even lenen.

Maar juist met zo'n aanleiding is het jammer dat het onderwerp nauwelijks is uitgewerkt. Dat er geen bredere schets is gemaakt van de oorzaken van de matige waardering voor het impressionisme en het verzamelbeleid van negentiende eeuwse kunst in Nederland. Nu gaan slechts twee van de vijf artikelen over de receptie en het verzamelen - en dan nog oppervlakkig. De andere pikken weer eens een detail van 'het ontstaan van de moderne kunst'.

Deze catalogus houdt daardoor toch nog het probleem van de meeste tentoonstellingscatalogi. Het hele budget gaat naar de kleurenafbeeldingen, inhoudelijk is er geen samenhang. Zo'n catalogus staat te weinig op zichzelf, te weinig om echt iets toe te voegen aan een blijkbaar toch nog niet uitgekauwd onderwerp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.