Weemoed in Ljubljana

In Slovenië doet de techo het goed, is een striptijdschrift bekroond, en boekt een eens zo subversieve galerie successen met buitenlandse kunst....

Van een vlotte babbel kun je Jernej Marusic niet betichten. De Sloveense technomuzikant begint elk antwoord met een krakend 'I don't know. . .', dat in het beste geval wordt gevolgd door vijf coherente zinnen. Een moeizaam gesprek, kortom, daar laat in de middag op een terras in Ljubljana. En dat terwijl het de bedoeling was dat Jernej verbanden zou leggen tussen de baanbrekende Sloveense subcultuur van de jaren tachtig en de bejubelde technoscene van nu.

Wellicht is het gebrek aan eloquentie tekenend voor de veranderde situatie in Slovenië. Voorheen werden filosofie en theorie overal bij gesleept. Maar welke jonge artiest bekommert zich in dit postideologische tijdperk nou nog om Het Woord, als Geluid de universele taal is.

Luister naar zijn cd Idei lahesna, en je hoort een totaal andere Jernej. Onder de naam Octex maakt hij fijnzinnige elektronische muziek, waarover de makers van het Duitse webmagazine Techno Online zo enthousiast waren dat zij het nummer Deflection uitriepen tot single van de week.

Jernej put uit het kille minimalisme van 'Detroit' en 'Berlijn'. Maar hij geeft de klanken een zachte gloed, waardoor een geluid ontstaat dat het best valt te typeren als nachtelijke weemoed. 'Misschien is er een relatie met Ljubljana', peinst hij. 'De stad is mijn inspiratiebron. Als ik 's avonds door het centrum loop, en het is mistig, verbeeld ik me dat ik muziek hoor. Als ik mijn nummers componeer, stel ik me zo'n wandeling voor, met diffuus licht en weinig mensen.'

De betovering van de hoofdstad Ljubljana is vergelijkbaar met die van Praag, een samenspel van klimaat, architectuur en historie. Maar dan kleinschaliger en lieflijker; de rivier is smaller en het kasteel torent minder onheilspellend boven de stad uit. Ljubljana is het stedelijk equivalent van zachtmoedig. De bijna halve eeuw dat het Joegoslavische communisme hier de economie en cultuur dicteerde, lijkt volledig uitgewist. Slechts een handvol betonnen wolkenkrabbers en het protserige cultuurpaleis Cankar Centrum herinneren aan die periode. Afzichtelijk, oordeelt Jernej. 'Het zijn vooral buitenlanders die erdoor gefascineerd zijn.'

Jernej was dertien toen Slovenië onafhankelijk werd. Dat was in 1991. Van de tiendaagse oorlog waarmee de afscheiding van Joegoslavië gepaard ging, merkte hij weinig. In de hoofdstad was water, elektriciteit en eten. Een keer moest hij vanwege een luchtalarm naar de schuilkelder. Daarna jaagden hij en zijn makkers oude mensen de stuipen op het lijf door keihard op hun skateboards door de straten te racen. 'Ze maakten eenzelfde geluid als de vliegtuigen.'

De korte onafhankelijkheidsstrijd van Slovenië met zijn twee miljoen inwoners vormde de opmaat tot de jarenlange, Joegoslavische oorlogen met het beleg van Sarajevo en de bloedbaden in Bosnië als ijkpunten van wreedheid. In Slovenië bekeken ze dit geweld met een mengeling van afschuw en afstandelijkheid. 'Ja, we volgden dat wel, maar na een paar jaar vervaagt je interesse.'

Het Sloveense vizier is sinds de onafhankelijkheid strak op het Westen gericht, net als voor de Eerste Wereldoorlog, toen het gebied eeuwenlang deel uitmaakte van het Habsburgse rijk. De homogeniserende werking van het consumentenkapitalisme met zijn McDonald's, Dolce & Gabana en dance is gretig omarmd.

Het onafhankelijkheidsjaar 1991 functioneert daarbij als trechter, waarin alles is gestort wat niet paste bij de geografische, ideologische en culturele heroriëntatie van Slovenië. Het residu is een bloeiende cultuur waarin jonge kunstenaars zich opgetogen schikken naar de globale stromingen. En met succes.

Zo is er het bekroonde striptijdschrift Stripburger, dat in talloze landen wordt gedistribueerd, waaronder Nederland, België en de Verenigde Staten. Stripburger toert dit jaar als tentoonstelling door Europa: Hongarije, Frankrijk, Italië, Kroatië, Duitsland en Portugal. En de ooit zo subversieve Galerie Skuc heeft de laatste jaren bovenmatig veel aandacht voor buitenlandse kunst, en staat op beurzen in Moskou, Basel en Berlijn.

Ook de techno loopt lekker. Jernej en dj Umek zijn ver buiten Slovenië beroemd, terwijl Random Logic een prijs van Radio France Inter heeft gekregen voor het album Numrebs.

En dan heb je de metaalslagers en vuurspuwers van The Stroj. Die speelden dit jaar op uitnodiging van de BBC in Leeds op het Millenniumplein. Eerder waren ze ook op de Expo in Hannover te zien. In sommige kringen wordt deze 'urban tribe' beschouwd als de voortzetting van de spirit van de jaren tachtig. Bandleider Primoz Oberzan vindt dat te veel eer. 'Toen ging het niet alleen om muzikanten, maar om een hele beweging, compleet met een filosofie. Het ging om de combinatie van schilderkunst, performance, muziek, boeken.' Licht spijtig voegt hij toe: 'Dat was een totaal uniek Sloveens fenomeen.'

Het begon in 1977, in juli om precies te zijn. Toen las Gregor Tomc, destijds werkloos, nu een 50-jarige professor sociologie aan de Universiteit van Ljubljana, in Newsweek een verhaal over punk. 'Ik dacht: dit is het! Ik trommelde wat vrienden op om een band op te richten. Daarna ging ik naar Londen om bands te zien en platen te kopen.'

Twee maanden later maakte Pankrti (The Bastards) zijn debuut in Ljubljana. Op de posters stond: 'Het eerste bankconcern achter het IJzeren Gordijn'. Tomc: 'We zaten hier toen in de periode van Stalinisme met een menselijk gezicht. Het land was verrot.'

De autoriteiten negeerden punk. Rock-'n'-roll vormde in hun ogen geen bedreiging. Maar Pankrti, met zijn politieke, Sloveense teksten, bleek een gasbel aan frustratie en energie te hebben aangeboord. Van de debuut-lp Boredom gingen er tienduizenden over de toonbank. Galerie Skuc was bereid de platen uit te brengen, Radio Student ze te draaien, en het tijdschrift Mladina erover te schrijven. Ljubljana werd de punkhoofdstad van Oost-Europa, met een 'Johnny Rottenplein', waar de rebelse jeugd rondhing.

Punk was een volledige breuk met het verleden. Punks waren niet geïnteresseerd in de officiële politiek. Het socialisme van Tito had allang afgedaan. 'Dat was voor oude gecorrumpeerde mensen', zegt Tomc. 'Wij wilden een autonome ruimte creëren, waar je naar muziek kon luisteren, fanzines kon maken en met beeldmateriaal kon werken.'

Onder het communisme was het uitgaansleven van de stad de nek omgedraaid. De intellectuelen en kunstenaars kwamen samen in de bar van Union Hotel, en als die om tien uur sloot, gingen ze naar het treinstation om verder te praten. Het klinkt paradoxaal, maar het gebrek aan culturele ruimte was voor Ljubljana een zegen. Iedereen was op elkaar aangewezen, de energie werd gekanaliseerd. Een optreden van Pankrti was geen popconcert, maar een happening waar alle onaangepasten op af kwamen: de punks, de experimentele kunstenaars, filosofen, postmarxisten, milieuactivisten, homo's, feministen. 'Het was de onderdrukking die iedereen verenigde. Sommigen brachten de theorie mee - filosofie had een rijke geschiedenis in Slovenië', zegt de 51-jarige professor filosofie Lev Kreft, in de jaren tachtig activist en dit jaar kandidaat voor de presidentsverkiezingen die Janez Drnovsek afgelopen zondag won.

Met name de verguisde psychoanalytische school van de Fransman Jacques Lacan kreeg veel aanhang, met de Sloveense filosoof Slavoj Zizek als boegbeeld en stuwende kracht. Zizek legde filosofische verbanden tussen het totalitaire systeem, onderbewuste verlangens en de punkexplosie.

Hij kreeg zijn materiaal op een presenteerblaadje aangeboden toen in 1980 de band Laibach van zich deed spreken. Laibach - de oude Duitse naam voor Ljubljana - werkte met industriële klanken en totalitaire beelden, die waren ontleend aan Russische avant-gardisten als Malevitsj (zijn Zwarte Kruis werd de basis voor het Laibach-logo), maar ook aan het Derde Rijk, het communisme, Sloveens nationalisme en zelfs Schotse Blut und Boden.

De optredens van Laibach waren hyperrealistische simulaties van dictatoriale rituelen, compleet met uniformen, filmbeelden, industrieel geratel, samples en Wagneriaanse klankscheuten. De band presenteerde zich als autoritaire staat. De interviews waren akelig perfecte weergaven van het totalitaire discours dat zich sinds Stalin en Hitler had ontwikkeld, eerder manifesten dan antwoorden. Dit alles zonder een zweem van ironie. De tactiek van over-identificatie, noemde Zizek het.

Tegenstanders beschuldigden de band van heulen met nationalistisch fascisme, voorstanders betoogden dat Laibach door die over-identificatie en ambiguïteit de totalitaire structuren juist blootlegde en ondermijnde. Laibach en een groep gelijkgestemde kunstenaars, die zich in 1983 verenigden in het collectief Neue Slowenische Kunst (NSK), brachten discussies op gang, zetten mensen aan het denken en hielden de autoriteiten een spiegel voor.

De band kreeg in Slovenië een speelverbod opgelegd, maar boekte opmerkelijke buitenlandse successen en werd de beroemdste band van Joegoslavië. 'In het begin dachten we: o, weer een punkgroep', herinnert professor Kreft zich. 'Maar al snel werden ze een must, moest je alles van hen weten. We gingen allemaal naar hun concerten.'

'De autoriteiten herkenden zichzelf op een beangstigende manier', zegt Kreft. 'De NSK-leden waren de katalysator. Zij gaven de beweging momentum. Iedereen discussieerde erover, ook de Partijleden en zelfs de minister van Cultuur. Je was voor of tegen.'

Eind jaren tachtig had NSK bereikt wat ze wilde: het verfoeide systeem stortte ineen. En daarmee versnipperde de beweging en werd zij krachteloos. 'Het werd moeilijk voor Laibach en NSK een nieuwe strategie te bepalen', zegt Kreft. 'Ze maakten een cd rond Het Kapitaal, daarna een over de Oost-West-verhoudingen en nog een over de Kerk. Maar als je denkt de globale situatie met dezelfde middelen te kunnen aanpakken als de nationale, heb je het mis. Hun rol is veranderd. Ze zijn nu kunstenaars.'

De alternatieve scene van Ljubljana is inmiddels zoals overal in West-Europa, een allegaartje van subculturen, met een grote keuze aan plekken, en politiek ongevaarlijk. 'Kunst blijft natuurlijk een symbolische provocatie', zegt socioloog Tomc. 'En in ex-Joegoslavië was de afgelopen jaren zoveel echte provocatie dat jonge mensen weinig behoefte hebben aan die symbolische variant. Ze willen gewoon even wegzakken in techno-escapisme. Dat is een heel menselijke reactie.'

Een restant van de geest van de jaren tachtig waart nog in Metalkova Stad, de kazerne die het Joegoslavische leger in 1991 verliet en die vervolgens werd gekraakt. Hier, op loopafstand van het centrum van Ljubljana, huizen clubs en galeries. Het oogt sterk anachronistisch, met felle graffiti, half afgebroken muren, rotzooi. 'Fight junk, not punk', maant een spreuk op een gebouw aan de overkant. Naast Metalkova is de standplaats van de methadonbus.

Het regent, maar de sfeer is goed. In Club Gromka zit een jongen met een fietszadeldekje op zijn hoofd als een geflipte Beck gitaar te spelen. Vijftig meter verderop is de Gala Hala club voor goths, punks, metalfans en hardcore techno dj's. Aan de overkant daarvan dendert de homodisco.

In het inmiddels gelegaliseerde Gebouw Zes werken de jongens en meisjes van Stripburger aan nieuwe boeken. Hier is ook het kantoor van Galerie Skuc. Links op de begane grond is de studio van Laibach, waar ook Jernej's cd is gemixt. Dj Umek sleutelt er aan loops en beats. Samen met ideoloog Ivan Novak en avant-gardist Dejan Knez werkt hij aan het nieuwe album van Laibach - al zes jaar in de maak.

In de tussentijd heeft het Duitse Rammstein grote commerciële successen geboekt met hetzelfde concept. 'Ja, men zegt dat Rammstein alles van ons gejat heeft, dat het Laibach-klonen zijn', beaamt Knez. Hij glimlacht. 'Maar Rammstein is gewoon rock-'n'-rol. Ken je het boek Oxford History of Western Art? Het begint met de oude Grieken en eindigt met Laibach en NSK. Kijk, dát is belangrijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden