Weekers werd te voorzichtig

Er waren woensdagavond weinig aanwijzingen dat er een politiek requiem zou volgen. Maar in het heetst van de strijd verloor Weekers het van zichzelf.

Hij zal ze zelf niet graag terugzien op tv; de finale tien seconden die de carrière en de val van Frans Weekers zo perfect illustreren. Wanhopig bladerend in zijn papieren probeert hij een onmogelijke vraag - 'Hoeveel mensen wachten op de een of andere toeslag op de een of andere manier?' - van zijn eeuwige kwelgeest, CDA'er Pieter Omtzigt, te beantwoorden, onmachtig over de situatie.


'Ja voorzitter, de... ik, ik, ik moet... euh, ik, ik heb.. euh, dat nu even op dit uur dag dagelijks heb ik dat... euh, niet paraat.'


Eerder op die fatale woensdagavond zijn er weinig aanwijzingen dat Weekers niet in het zadel blijft. Minister Dijsselbloem van Financiën geeft goedgeluimd een borrel in het Haagse café Schlemmer, minister-president Mark Rutte doet een politiek café in Hoogeveen en D66-leider Alexander Pechtold is al in zijn woonplaats Wageningen.


Maar dan verkruimelt het debat over de problemen bij 'zijn' Belastingdienst in Weekers' handen. Politiek topoverleg volgt. Alle fractievoorzitters - coalitie, Meest Geliefde Oppositie en harde oppositie - praten eerst afzonderlijk en later gezamenlijk over een motie van wantrouwen. Op weg naar Den Haag belt Pechtold een paar keer met VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Die krijgt een steeds somberder beeld en belt met Rutte. Die vertrekt meteen uit Hoogeveen en zet koers naar het Torentje.


Nog voordat de premier daar is, belt hij Weekers: 'Ik denk niet dat het er goed voor staat, Frans.' De staatssecretaris antwoordt: 'Dat denk ik ook, Mark. Geef me tien minuten.' Kort daarop zegt Weekers tegen Rutte dat hij zijn ontslagverklaring gaat voorlezen in de Tweede Kamer.


In één opzicht bleef Weekers tot op de laatste avond trouw aan zichzelf en de tactiek waarin hij geloofde. Toen hij in 2010 de Belastingdienst onder zijn hoede nam, stelde hij zich erop in dat de Tweede Kamer de dienst ziet als een geoliede machine, te allen tijde in staat om 17 miljoen Nederlanders te bedienen. Hij wist dat hij zich in het parlement vooral zou moeten verantwoorden voor de enkele keren dat het mis gaat. Zeker nadat hij het al enkele malen moeilijk had gehad, richtte hij zijn hele strategie dan ook op het voorkomen van fouten.


Het werd een nederlagenstrategie. Want natuurlijk gaat het voortdurend mis. Een foutenmarge van 0,1 procent, dan gaat het al om meer dan tienduizend belastingbetalers. Dat zijn er al genoeg om de Kamer opgewonden te maken. Want wie zegt dat die groep niet exemplarisch is voor de rest?


'De Kamer moet geen onmogelijke dingen vragen', zouden onverstoorbare partijgenoten als Henk Kamp of Ivo Opstelten in zulke gevallen vermanend zeggen. 'En verder beloof ik dat alles in orde komt.'


Weekers voelde zich daar niet zelfverzekerd genoeg voor en bewoog met de Kamer mee. Daarom stopte hij onlangs de betaling van toeslagen aan ruim 100 duizend mensen veel eerder dan nodig. Hij vreesde de toorn van de Kamer als hij niet krachtdadig genoeg zou optreden tegen een potentiële tweede Bulgarenfraude - de affaire die hem eerder al aan de rand van het ravijn bracht.


Zo maakte een overdaad aan voorzichtigheid Frans Weekers tot een man die niet meer kon winnen. Dat kan nog best lang goed gaan, als iemand gezag heeft in het parlement. Maar tot op de laatste avond bleef Weekers zich verliezen in het naar de zin maken van alle Kamerleden.


Zelfs de 'constructieve' oppositiepartijen ChristenUnie en SGP konden het niet meer aanzien. D66 zegde eerder het vertrouwen in Weekers al op. De goedbedoelde suggestie van Weekers' coalitiepartner PvdA om voortaan elke week verslag uit te brengen , plaatste de staatssecretaris de facto onder curatele. 'Het was een reddingsboei van beton', zoals een de van de fractievoorzitters woensdagnacht zei. Weekers deed geen poging meer om 'm te grijpen.


MOGELIJKE OPVOLGERS

Sander Dekker

De huidige staatssecretaris op Onderwijs werd geprezen voor zijn behandeling van de examenfraude in Rotterdam en de verdediging van de omroepfusies. De jonge VVD'er (geboren in 1975) wordt gezien als een goede communicator. Met alle problemen bij de Belastingdienst kan Financiën zo iemand goed gebruiken. Een pre is dat hij wethouder van financiën was, in Den Haag.


Paul de Krom

Deze oudgediende was van 2003 tot 2010 Kamerlid en werd daarna staatssecretaris (Sociale Zaken) in het eerste kabinet-Rutte. Een uitnodiging voor een tweede termijn zat er niet in. Misschien omdat hij niet zo geliefd was bij de PvdA. Tijdens Rutte I werd door critici de term 'kromspraak' gebezigd, doelend op de geharnaste verdediging van De Krom van plannen met de bijstand en de WW. De Krom is interim-directeur bij het ministerie van Economische Zaken.


Eric Wiebes

De dark horse van het kwartet, nu succesvol wethouder van verkeer in Amsterdam. Tackelde daar (vooralsnog) problemen met de ict-infrastructuur en kreeg veel bijval voor zijn pleidooi de snorscooters van het fietspad te weren. Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur) benoemde hem onlangs als lid van een adviescommissie voor de toekomst van het spoor. Zijn naam zou al langer op het lijstje van de VVD-top staan. Met zijn liberale profiel zit het wel goed: hij pleitte vorig jaar om de helft van de sociale huurwoningen in Amsterdam te verkopen.


Mark Harbers

Een kanshebber, alleen al omdat hij de financieel specialist is van de VVD-fractie. Dat kan ook een nadeel zijn, want voor hem zelf is er misschien geen goede vervanger. En het gebeurt zelden dat een Kamerlid tussentijds promoveert tot bewindspersoon. Ook Harbers was al eens wethouder, in Rotterdam, zijn portefeuille: economie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden