Weekenddokter

Hans Veeken is huisarts in Amsterdam en doet regelmatig dienst bij de huisartsenposten. 'Mijnheer, ze moet een spuit hebben.'..

De nachtdienst loopt ten einde, de telefoon rinkelt. 'Mijnheer, mijn vrouw heeft astma en ze is weer kortademig. Ze krijgt altijd van de huisarts een injectie en die helpt goed, komt u even de injectie geven?'

Dat is nog eens een heldere hulpvraag, maar toch wil ik de vrouw spreken voor wat meer informatie.

'Mijnheer', zegt de man, 'ik zeg u net: ze heeft astma en ze kan echt niet aan de telefoon komen. Denkt u dat ik voor niets bel? Komt u maar die injectie geven.'

Ik voel verzet opborrelen, niet alleen bij de echtgenoot maar ook bij mijzelf. 'Heeft ze koorts', vraag ik, 'gebruikt ze andere medicijnen?' De man onderbreekt me: 'U kunt beter uw werk doen, u moet alleen die injectie komen geven.'

We rijden naar de nieuwbouwwijk. De man doet open en wijst mij zonder woorden de trap op. Een jonge vrouw zit kortademig op het bed. Ik onderzoek even de borst, duidelijk astma. 'Mag ik haar medicijnen zien?', vraag ik. Hij overhandigt een pufje met een langwerkend bronchusverwijdend medicijn. Ik besluit om haar eerst een sneller werkend medicijn, salbutamol, te geven. En wel met een voorzetkamer, een soort toeter waar het medicijn in verneveld wordt, zodat ze het rustig in kan ademen.

'Mijnheer, ze moet een spuit hebben', zegt de man. 'Pufjes helpen niet, daarvan krijgt ze vreselijke infecties in de keel.' Ik besluit toch de salbutamol te proberen. Het blijft immers mijn verantwoordelijkheid. Ik zie mijzelf al deze zaak voor de tuchtraad verdedigen: 'Ja, de echtgenoot zei: geef maar een injectie en dan komt het goed.'

De vrouw ademt met een diepe teug lucht uit de voorzetkamer en begint meteen heftig te hoesten, ze slaat de voorzetkamer dramatisch uit mijn handen. De hond begint te blaffen en de paniek is compleet. 'Ziet u wel, ziet u wel', zegt de man. 'Ze moet een spuit.'

Er zijn van die momenten dat je eenvoudigweg van protocollen moet afwijken om iets te bereiken. Injecties maken op veel mensen nog steeds meer indruk dan pillen. In gedachten overweeg ik zelfs de man een spuit te geven.

'Bert', zeg ik tegen de chauffeur, 'zoek even een ampul terbutaline.' Bert worstelt en kan geen terbutaline vinden, uiteindelijk haalt hij toch een ampul uit de koffer. De letters zijn zo klein dat ik eerst mijn bril moet zoeken om de ampul te kunnen controleren. En ook het openbreken van de ampul, dat je zusters op de televisie altijd in soepele beweging ziet doen, lukt niet.

Tot mijn schrik zie ik dat de vrouw, mogelijk door het hoesten, kortademiger is geworden. Dat wordt niets met die injectie en ik wil een ambulance bellen. Het verhaal van een collega, die een jonge astmapatient voor zijn ogen zag overlijden, staat mij nog goed bij. De echtgenoot wordt nu t boos. 'Ik ga mijn eigen huisarts bellen, wat is dit voor werk. Eprik en ze is beter.' Maar de telefoonlijn is bezet. Hij kiest eieren voor zijn geld en wacht af wat ik ga doen.

Ik maak de terbutalinespuit klaar en zie dat de vrouw rustiger wordt. Was het ook iets psychisch dat meespeelde? Ik geef haar de injectie in de bil. De situatie ziet er weer beheersbaar uit. Ik draag de man op om, als de kortademigheid toeneemt, zijn eigen arts te bellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden