Wedren naar de wolken

Tal van Aziatische leiders zijn ervan overtuigd dat hun continent klaar is om het leiderschap in de wereld over te nemen....

Het Hilton-hotel in hartje Hongkong speelde tot voor kort een hoofdrol in het society-leven. Wie gezien wilde worden, sloeg geen galadiner over. Bij liefdadigheidsbals reden de limousines af en aan.

De eigenaar, het onroerend-goedconglomeraat Hutchison Whampoa, hechtte zoveel waarde aan dit hotel, dat het in 1993 een opknapbeurt van 25 miljoen gulden kreeg. Bouwvakkers kruiden maar liefst zeventig ton beton naar buiten om ruimte te maken voor een grote hal van wit Italiaans marmer en een waterval van trappen. Een nieuwe oprijlaan creëerde meer manoeuvreerruimte voor de Rolls Royces. Op de feestelijke heropening ontbrak geen Old Hiltonian.

Maar het feestgedruis was nauwelijks verstomd, of James Smith, de Schotse hoteldirecteur, kreeg te horen dat het Hilton werd gesloopt. Hij kon zijn oren nauwelijks geloven. Maar uit degelijk rekenwerk van tycoon Li Ka-shing, eigenaar van Hutchison en vermoedelijk de rijkste man van Hongkong, was gebleken dat een kantoortoren met winkels veel winstgevender kon zijn dan een sjiek hotel.

Niet dat het Hilton het slecht deed. De winst was vorig jaar nog ruim veertig miljoen gulden. En Li moest naast het weggegooide geld van de verbouwing ook nog een slordige tweehonderd miljoen gulden op tafel leggen, als afkoopsom van het beheerscontract met Ladbroke PLC, dat nog tot 2004 doorliep.

De vooruitzichten van de kantoortoren zijn evenwel zo goed dat Li het tijdelijke verlies graag voor lief neemt. En zo ging het Hilton deze zomer dicht. Het gebouw, 26 verdiepingen hoog, staat nu ingepakt in blauw-wit plastic, klaar voor de sloop. Vorige week onthulde Hutchison dat de nieuwe wolkenkrabber 300 meter hoog wordt en een kantooroppervlakte van ruim honderdduizend vierkante meter zal krijgen. De huidige huurprijs ligt rond de drieduizend gulden de vierkante meter per jaar.

Het kan Li niet zoveel schelen dat de prijzen voor onroerend goed, met name die voor kantoren, onder druk staan. Zelfs met een daling blijven de winsten fenomenaal. James Smith heeft daarom ook begrip voor de magnaat: 'Ik was natuurlijk liever met het hotel doorgegaan, maar ik denk dat dit onvermijdelijk was.' Ook de Old Hiltonians, merendeels plaatselijke zakenlieden, vinden Li's beslissing verstandig.

Het grootste risico was niet eens de huurprijs, maar de toestemming van de regering om flink hoog te mogen bouwen. Die wist Albert Chow, directeur van een van Li's werkmaatschappijen, te verkrijgen met de belofte een minuscuul stadsparkje naast de wolkenkrabber te situeren.

'De hoogte van onze toren is niets bijzonders voor Hongkong', zegt Chow. 'Als de grond zo duur is, loont het om de lucht in te gaan.'

De huren in de centra van Hongkong, Tokyo en Bombay zijn de hoogste ter wereld. Een kantoor in die steden brengt al gauw vier keer meer op dan in Manhattan en drie keer meer dan in Parijs, heeft het internationale makelaarskantoor Richard Ellis uitgerekend. Ook in andere grote Aziatische steden valt veel geld te verdienen met flatbouw.

Hongkong is rijk geworden van het onroerend goed. Afgezien van een korte crisis in het begin van de jaren tachtig zijn de huren na de Tweede Wereldoorlog astronomisch gestegen. Het ene na het andere karakteristieke bouwwerk moest het veld ruimen voor hoogbouw. Beleggingsdeskundigen schatten dat de winst van het Hongkongse bedrijfsleven voor meer dan de helft afkomstig is uit onroerend goed.

Ook elders in de regio gaat de economische groei zo hard, dat de vraag naar woon- en werkruimte niet valt bij te benen. Het gevolg is dat heel Azië een bouwput lijkt. En de winsten zijn zo hoog dat steeds reusachtiger bouwprojecten tot de mogelijkheden behoren. 'De toekomst ligt hier in Azië en wij bouwen voor de toekomst', zegt Chow.

In het Westen hebben projectontwikkelaars in de jaren tachtig lelijk hun vingers gebrand aan megalomane bouwwerken. Donald Trump ging ten onder in New York. De Canadese projectontwikkelaar Olympia & York vertilde zich in Londen aan de Docklands. Grote gebouwen hebben veel prestige. Maar uit de recente verkoop van het Rockefeller Center in New York blijkt hoe moeilijk het is, ze winstgevend te maken.

Met Aziatische huren is dat makkelijker. In dit werelddeel is een wedren begonnen om de titel 'hoogste wolkenkrabber ter wereld'. Sinds 1973 is dat de verlieslijdende Sears-toren in Chicago. Maar eind dit jaar bereiken in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur de twee Petronas-torens hun hoogste punt: 446 meter, drie meer dan Chicago's pronkstuk. Dat is hoog genoeg om Asia Plaza in Taiwan (425 meter) en de Jin Mao Toren in Shanghai (420 meter) voor te blijven.

Maar in 1997 komt de Chongqing Toren in de Zuidwest-Chinese stad Chongqing gereed, en die wordt ruim 450 meter hoog. Daarbij blijft het niet, want afgelopen zomer onthulde het Hongkongse onroerend-goedbedrijf Chinachem dat de geplande Nina-toren niet 460 meter wordt, maar veel meer, om echt de hoogste in de wereld te zijn. De exacte lengte wordt geheim gehouden om de concurrentie voor te blijven, maar makelaars in Hongkong gaan ervan uit dat Chinachem ruim boven de 500 meter zal uitkomen.

Hongkong stampt als geen andere stad in de wereld wolkenkrabbers uit de grond. Spraakmakend is de doorzichtige constructie van de Hongkong & Shanghai Bank. Architect Sir Norman Foster, bekend van het Centre Pompidou en Lloyd's in Londen, mocht 1,75 miljard gulden spenderen, een recordbedrag. De Chinese Amerikaan I.M. Pei (die onder meer de piramide van het Louvre heeft ontworpen) bouwde een 366 meter hoge glazen toren uit driehoeken voor de Bank of China, die bij oplevering het hoogste gebouw van Azië was. Maar in 1993 al ging deze titel naar de puntige, zilver-gouden toren van het kantorencomlex Central Plaza (374 meter).

Nu is Azië klaar om het westen naar de kroon te steken. De economieën groeien overal hard. Na Japan en de vier tijgers (Hongkong, Singapore, Taiwan en Zuid-Korea), boeken Thailand, Indonesië, Maleisië en de communistische rivalen China en Vietnam grote economische successen. Zelfs de Filipijnen, lange tijd de zwakke broeder van de regio, gaat het nu voor de wind.

Eind vorige maand schreef de Wereldbank in een rapport dat de Aziatische landen goed op koers liggen voor jarenlange economische groei. De enige bedreiging is dat er niet voldoende wordt geïnvesteerd in de infrastructuur. Daarvoor moeten gigantische bedragen worden uitgetrokken. De bank schat dat wel drieduizend miljard gulden nodig is voor wegen, spoorlijnen, energiecentrales, telecommunicatie, waterleiding en riolering.

Aan Maleisië is die boodschap welbesteed. Uitgerekend dit 20 miljoen inwoners tellende land grossiert in megaprojecten. Snelwegen, vliegvelden en spoorlijnen worden allemaal tegelijk aangelegd. In het dunbevolkte Sarawak, het oostelijke deel van het land, is de bouw begonnen van een waterkrachtcentrale van zes miljard gulden. Voor een spiksplinternieuw regeringscentrum ten zuiden van Kuala Lumpur heeft de regering acht miljard gulden uitgetrokken.

Het centrum van de hoofdstad is een van de grootste bouwplaatsen ter wereld. In hoog tempo worden wel tien wolkenkrabbers opgetrokken, met als bekroning het Petronas-complex, dat ruim drie miljard gulden kost. De twee identieke torens, op 160 meter hoogte met elkaar verbonden via 's wereld hoogste loopbrug, worden het nieuwe hoofdkantoor van de staatsoliemaatschappij. Ze zijn ontworpen door de Argentijns-Amerikaanse architect Cesar Pelli, die Canary Wharf in de Londense Docklands op zijn naam heeft staan.

Premier Mahathir Mohamad, alom gezien als de grote man achter het economische succes, heeft zich persoonlijk met de bouw bemoeid. Hij wil met dit project gestalte geven aan Maleisiës economische succes en Aziës opkomst. Critici van de grootschaligheid doet hij af als jaloers, kleinzielig en Westers.

Mahathir heeft zichzelf op de eerste rij geplaatst in het groeiende koor van Aziatische leiders die geloven dat het Westen wegzinkt in decadente lethargie. Azië staat klaar om het leiderschap in de wereld over te nemen.

Deze maand verschijnt bij de Japanse uitgeverij Kodansa het boek The Voices of Asia, waarin Mahathir en het Japanse oud-parlementslid Ishiharo Shintaro de vooruitzichten voor de komende eeuw bespreken. In het boek, dat al eerder in het Japans uitkwam, onderstrepen de twee de economische en culturele kracht van Azië. Westerse kritiek op protectie en andere concurrentievervalsing noemen zij hypocriet, voorkomend uit angst om de suprematie in de wereld te verliezen.

Mahathir schrijft dat de Aziatische beschaving veel ouder is dan de westerse, en bestrijdt de opvatting dat welvaart bij uitstek is voortgebracht door het christendom. Het misplaatste superioriteitsgevoel van het Westen komt volgens hem voort uit racisme. En kritiek op de ontwikkelingsmethoden verwerpt hij: 'Gebruikte het Westen geen kinderarbeid om te industrialiseren? Werden vrouwen niet als tweerangsburgers behandeld? Werd het milieu niet vernietigd? De fog in het oude Londen was in feite fabrieksrook die het hele jaar over de stad hing.'

Shintaro is heel radicaal: 'Aziës problemen zijn welbeschouwd de kleine pijnscheutjes van de machtige Olympische atleet die klaar is om het goud te winnen. Het Westen heeft daarentegen de moeilijkheden van de atleet die uit vorm is, zijn beste tijd heeft gehad en naar de zijlijn moet strompelen.'

Hij vertelt het verhaal van de Britse koloniaal in China die op straat iedere Chinees binnen bereik sloeg met zijn wandelstok, omdat koelies beter werden van een 'culturele roede'. Toen premier Major in 1991 in Peking de mensenrechten aansneed, haalde secretaris-generaal Jiang Zemin deze anekdote op. Hij herinnerde zijn gast ook fijntjes aan het bord dat in de jaren twintig en dertig bij de toegang tot de Internationale Concessie in Shanghai stond: 'Verboden Toegang voor Honden en Chinezen'. Major veranderde van onderwerp.

Shintaro ontzegt westerlingen het recht hun waarden op te dringen aan Azië. Mahathir, gelovig mohammedaan, denkt dat het Westen moreel degenereert: eenoudergezinnen, incest, homoseksualiteit, egoïsme, geldzucht, onbeperkt hedonisme en drugsmisbruik. 'Welnu, dit zijn de tekenen van een aanstaande ineenstorting.'

Hij prijst de Oostaziatische maatschappij, die bij het behalen van economische successen haar waarden, tradities en godsdienst heeft behouden. De premier signaleert dat ook sommige islamitische maatschappijen het spoor bijster zijn, omdat ze beheerst worden door fanatici. 'Het is enkel een kwestie van tijd voordat de ware islamitische deugden weer bovenkomen: souplesse en matiging.'

Mahathir kwam in 1981 aan de macht. Zijn economische succes bracht hem dit jaar in april een monsteroverwinning in de verkiezingen. Maar critici zijn bang dat het economische wonder ophoudt als alle mega-projecten eind deze eeuw zijn voltooid.

Niet dat Maleisië aan de schulden zal bezwijken, zoals de Latijns-Amerikaanse reuzen in de jaren tachtig. De spaarzin is net als elders in de regio heel hoog, en het land weet veel buitenlandse investeerders aan zich te binden. Het tekort op de begroting blijft onder de zeven procent, wat economische deskundigen heel redelijk vinden.

Wat ze onredelijk vinden, is het overmoedige Petronas-project. 'Het lijdt geen twijfel dat die torens in Kuala Lumpur er komen, want Mahathir wil het Westen de loef afsteken. Maar Petronas heeft zo'n groot gebouw helemaal niet nodig', meent Stephen Weller, een investeringsbankier in Hongkong die veel zaken doet met Maleisië.

Mahathir heeft zijn megalomane trekjes. De premier dacht met enkele versoepelingen voor buitenlandse bankiers de rol van Hongkong als financieel centrum van de regio over te nemen. Hij stuurde Anwar Ibrahim, zijn minister van Financiën, in augustus naar Hongkong om bankiers en effectenhandelaren over te halen vóór juli 1997 hun kapitaal veilig onder te brengen in Kuala Lumpur. Tot dusver zonder resultaat.

Makelaars geloven dat de Petronastoren niet de enige is die zijn bestaan dankt aan overmoed. In potentie zijn de opbrengsten in steden als Hongkong, Peking en Shanghai wel hoger, maar wolkenkrabbers zijn duur in bouwkosten en in onderhoud.

De Ninatoren in Hongkong geldt als een prestigeproject bij uitstek. Hij is genoemd naar Nina Wang, directeur van het schatrijke Chinachem. Mevrouw Wang staat staat bij makelaars bekend als gierig. Veel van haar panden hebben achterstallig onderhoud, maar ze verdient wel geld als water.

Wang wil met een op het Chrysler-gebouw in New York lijkend ontwerp haar verdwenen man Teddy eren, die in 1990 werd ontvoerd en naar alle waarschijnlijkheid is vermoord. Bijna drie jaar is er gewerkt aan bouwonderzoek. Ingenieurs die ervaring hebben met olieboringen in de Noordzee, kwamen met een bouwmethode waarbij de toren relatief makkelijk hoger gemaakt kan worden. Zo dicht onder de hemel zullen mensen boven in de toren regelmatig ander weer hebben dan de gewone sterveling beneden. Wolkenvelden kunnen zich rond de honderdste verdieping samenpakken.

Nina Wang probeert met haar statussymbool het vertrouwen in Hongkong op te peppen. Veel zakenlieden vrezen dat het na de overdracht aan China snel bergafwaarts zal gaan met de stad en dat de onroerend-goedmarkt net zo achteruit holt als in Tokyo. Daar zijn de huren sinds 1990, het begin van de recessie, aan het dalen.

Maar die waren dan ook zo astronomisch, dat iedereen zat te wachten op de speld die de ballon doorprikte, vertelt Stephen Brown van het onderzoeksbureau HG-Asia. In Hongkong zijn de prijzen iets gedaald, vergeleken met vorig jaar. Maar de vraag blijft onverminderd groter dan het aanbod. Brown gelooft dat onroerend goed een uitstekende belegging blijft en dat er nog meer grote projecten komen.

De bouw van het omstreden vliegveld Chek Lap Kok in zee (kosten 30 miljard gulden) werkt als een magneet op projectontwikkelaars. De wijken rond de stations aan de spoorlijn ernaartoe worden verrijkt met winkelcentra en torenflats. Ook de Ninatoren komt aan het water in Kowloon langs het snelle spoor.

Maar of die lang de hoogste wolkenkrabber in de wereld blijft, is de vraag. In Tokyo bestaan plannen voor de 'Millennium-toren' van ruim 700 meter, ontworpen door Sir Norman Foster. Die zou in het jaar 2000 opgeleverd moeten worden. Zo'n hoogte halen zelfs Chinachems ingenieurs met hun olieboorplatformtechniek niet. Zij troosten zich met de gedachte dat de bouw pas kan beginnen als de Japanse economie weer aantrekt. Het einde van die recessie is wel al verscheidene keren aangekondigd, maar tot op heden uitgebleven. Wie weet, komt de Millennium-toren nooit verder dan de tekentafel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden