Wederopleving van Nederlands oudste loop

Ooit was de Pim Mulier-loop in Haarlem, de oudste atletiekwedstrijd op de weg, een belangrijke sportieve gebeurtenis. In de jaren tachtig was de loop een wedstrijd voor trimmers geworden, maar de laatste jaren lijkt daar weer verandering in te komen: 'Er zullen volgende week vast wel wat Oosteuropese broodlopers komen....

ZIJN NAAM IS Kipsubai Koskei. Hij is een van de tientallen Kenianen die hardlopend voor geld door Europa reizen, om op die manier voor een boerderijtje te sparen. De 47-jarige Koskei won vorig jaar de 54ste aflevering van de Pim Mulier-loop in Velsen en kreeg daarvoor naast zijn 250 gulden startgeld nog eens eenzelfde bedrag, omdat hij het parcoursrecord brak.

Dat laatste was ook de voornaamste reden dat hij aan het vertrek kwam, want heel moeilijk om zijn startgeld te verdubbelen was het niet. Koskei hoefde slechts in recordtijd de oudste loop van Nederland af te leggen. Een relatief eenvoudige opdracht, omdat er al lange tijd geen toplopers meer bij de bijna zestig jaar oude Pim Mulier-loop waren verschenen.

Die toplopers zijn trouwens nog steeds dun gezaaid. Koskei eindigde vrij simpel vier minuten voor de volgende loper, Cees van Dommelen. Toch is het de bedoeling dat de 46:27 minuten, waarin de Keniaan in 1994 de vijftien kilometer aflegde, het begin zijn van de wederopleving van niet alleen de oudste, maar wat lang geleden de belangrijkste loop van Nederland was.

Volgende week zondag wordt hij voor de 55-ste keer sinds 1937 gehouden. De organisatie van de klassieker heeft met hulp van sponsors het budget met een paar duizend gulden kunnen verhogen. Er worden geen startgelden meer betaald, maar met wat Oosteuropese lopers, die opeens kunnen opdagen, hoopt men toch opnieuw een scherpe winnaarstijd te krijgen, zowel bij de mannen als bij de vrouwen.

Wedstrijdorganisator Huber Stoop: 'Koskei is beschikbaar, maar ik weet niet of hij komt. Ik heb hem gesproken bij de marathon in Berlijn, maar hij moet nu alleen voor het prijzengeld lopen. Dat maakt het voor ons een stuk lastiger. Die Afrikaanse jongens kunnen overal in Europa terecht. Dan moet je maar net het lucratiefst voor ze zijn. Maar er zullen vast wel wat Oosteuropese broodlopers komen. Vaak zijn dat Polen. Als die in een weekeinde twee wedstrijden winnen, hebben ze een maandsalaris verdiend en als ze parcoursrecords breken, twee maandsalarissen.'

En als het met buitenlanders niet lukt, dan moet het maar van de Nederlanders komen. De winnaar van de honderd kilometer van Winschoten, Gerrit van Rotterdam, komt aan het vertrek, evenals de aftrainende Gerard Nijboer.

Zij vormen niet meer, of zijn nog niet de echte top, maar het is al een hele verbetering ten opzichte van de lopers die er de laatste jaren aan het vertrek stonden. Want de historische loop was danig in de versukkeling geraakt. Met een dieptepunt in de jaren tachtig toen honderd vertrekkers, voornamelijk trimmers, op de startlijst stonden van wat niet meer dan een regionale atletiekwedstrijd was geworden.

Dat was voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog wel anders geweest. Toen was de KNAU zelf nog bij de wedstrijd betrokken, kwam de AVRO-radio verslag doen en keken hoge militairen, burgemeesters en commissarissen van de koningin welwillend toe hoe die dekselse atleten hun beste beentje voorzetten.

Het was ook de tijd dat de inmiddels bejaarde Pim Mulier zelf het startschot kwam lossen. Een handeling die als een geweldige eer werd ervaren, want de naam Pim Mulier was in die dagen nog een begrip. Iedereen wist wie hij was en wat zijn betekenis voor de Nederlandse sport was geweest.

Een van de winnaars uit die jaren was Frits de Ruijter, destijds een bekend hardloper, deelnemer aan de Olympische Spelen en veertien keer kampioen van Nederland op de achthonderd en vijftienhonderd meter. Hij liet via het gedenkboek dat vorig jaar bij de 54ste editie van de Mulier-loop verscheen, weten: 'Toen ik in 1942 de naar hem genoemde wedstrijd won, werd ik door hem gefeliciteerd. Pim Mulier gaf mij een hand. Ik voelde mij zo vereerd, dat die hand tot vandaag de dag nagloeit.'

Frits de Ruijter kreeg in de oorlogsjaren de felicitaties van een goedgeklede krasse bejaarde man met bolhoed, die ruim zestig jaar eerder in 1878 op het nabijgelegen landgoed Rooswijck in Velsen de eerste officiële atletiekwedstrijd in Nederland had gewonnen en daarvoor als prijs twee bierpullen met zilveren deksels had gekregen van de eigenaar van het landgoed.

Na die eerste loop kreeg in het daaropvolgende decennia de Nederlandse sportwereld vorm. Pim Mulier richtte onder meer de (Koninklijke) Nederlandse Voetbal Bond op, de (Koninklijke) Nederlandse Atletiek Unie, de Internationale Schaats Unie, de Elfstedentocht, de Vierdaagse van Nijmegen en nog veel meer. Bij elkaar zo veel, dat er op de rouwkaart bij zijn overlijden op 12 april 1954 een selectie uit de eerbetonen moest worden gemaakt. Pim Mulier werd 89 jaar.

Zelden is iemand die tijdens zijn leven zo veel is gehuldigd, na zijn dood zo snel vergeten. Een straatnaam, een stadion, een voetbalclub, dat is het wel zo'n beetje. Voor een belangrijk deel is de vergetelheid Muliers eigen schuld geweest. De man die vrijwel alle buitensporten in Nederland introduceerde, werd na de Eerste Wereldoorlog, toen de sport ook onder het arbeidersvolk aan zijn opmars begon, een reactionaire excentriekeling, die graag op zijn eigen voortreffelijkheden wees.

Tot in de jaren veertig waren sporters en sportbestuurders nog te eerbiedig om hem te negeren, maar toen hij er eenmaal niet meer was, werd zijn naam nog maar nauwelijks genoemd. Zo verzandde ook de Pim Mulier-loop na Muliers dood in een regionale gebeurtenis, met overigens soms nog wel eens een bekende naam op de deelnemerslijst: Jan Keesoom, Piet van Alphen, Gerard Terbroke, Rob Druppers of Hans Koeleman.

Sinds vorig jaar is de weg terug naar het nationale circuit met de Keniaan Koskei weer ingeslagen. Mede-organisator Ruud Porck: 'Vraag niet hoe, maar de Mulier-loop is, ondanks alles, toch altijd blijven bestaan. Om hem weer terug aan de top te krijgen, is moeilijk. Op de eeuwigdurende wisselbeker kunnen geen namen meer worden bijgeschreven. Die is vol. Maar een neef van Pim Mulier, W. J. H. graaf Van Limburg Stirum, Pim III, heeft een nieuwe beschikbaar gesteld, zodat we weer een halve eeuw vooruit kunnen.'

Gijs Zandbergen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden