Wederopbouw VN kan nu al beginnen

De wereld kan niet zonder internationale rechtsorde. Bas de Gaay Fortman, Willem van Genugten en Jan Pronk doen daarom een voorstel voor de wederopbouw van de Verenigde Naties....

De opvatting dat de Verenigde Naties 'dood' zijn (Richard Perle) is niet nieuw. Voor doctrinaire aanhangers van peace enforcement (vrede desnoods door gewelddadige rechtshandhaving) had de organisatie al afgedaan nadat zij in 1956 de Sovjet-bezetting van Hongarije niet had kunnen voorkomen noch ongedaan had kunnen maken. Tibet, Tsjechoslowakije, Oost-Timor zijn slechts enkele van de vele teleurstellingen die zouden volgen. Wat nu treft in de zaak Irak is dat juist degenen die de VN dood verklaren, zich beroepen op het 'idealistische' peace enforcement concept.

Saddam Hussein belichaamt een groot dilemma, zoals Blair het Lagerhuis terecht voorhield, maar in zulke dilemma's tussen mensenrechten, democratie en ontwapening enerzijds en internationale veiligheid anderzijds, is de balans tot nu toe veelal doorgeslagen naar het laatste. En zo hadden de 51 staten die op 24 oktober 1945 in San Francisco het Handvest van de VN ondertekenden, het wellicht ook bedoeld: een realistischer opzet dan het 'softe' Pact van de Volkenbond. Maar dat het bij de huidige VN-impasse simpelweg zou gaan om een nieuw vredesidealisme, uitgedragen door de VS en hun Coalition of the Willing, tegenover het realisme van de oprichters gelooft niemand. De afgelopen jaren hebben de VS duidelijk gemaakt dat zij alleen met de VN meedoen wanneer hun belangen daarmee zijn gediend. Het recente passeren van de V-raad ten aanzien van Irak past in dit rijtje. Hoe te reageren?

De eerste optie is aangegeven door secretaris-generaal Annan: lopen, struikelen, vallen en dan weer opstaan. Gewoon doorgaan dus en bij elke nieuwe teleurstelling over het unipolaire machtsspel van de VS die realiteit aanvaarden en gedogen. Zo'n VN zonder visie en klare beginselen en met een kreupele V-raad betekent een gevaarlijke koers.

De tweede optie is internationale veiligheid nu maar over te laten aan de enig overgebleven supermacht en haar gelegenheidscoalities. Een gedogen van de Pax Americana dus. Ook dat is een koers die leidt tot de dood van de VN, omdat deze het einde betekent van de eens in consensus overeengekomen orde. Niet minder gevaarlijk dus.

De derde optie is reconstructie en revitalisering van de VN mét de VS. Het lijkt ons de enig begaanbare weg. Een volkerenorganisatie waaraan de VS niet meedoen, is niet levensvatbaar. Want wie de belangrijkste politieke, economische en militaire macht negeert en ook voor de toekomst accepteert dat deze buiten de organisatie om kan doen wat haar goeddunkt, werkt in de richting van twee elkaar beconcurrerende volkerenorganisaties: een machteloze onder leiding van de secretaris-generaal van de VN en een onrechtmatige onder leiding van de president van de VS.

Problematisch is nu dat de tijd nog niet rijp lijkt te zijn voor een nadenken over een naoorlogse VN, met de VS aan boord. Allen die zich recent tegenover de VS hebben opgesteld of die tegen Bush hebben gedemonstreerd, verkeren niet bepaald in de stemming alvast na te gaan welke concessies na de Irak-oorlog aan de VS zullen moeten worden gedaan om te voorkomen dat zij zich nog verder afscheiden. Dit vraagt om een ingewikkelde agenda. Uitgangspunt moet zijn: waar was het bij de VN ook al weer om begonnen? Om internationale veiligheid inderdaad, maar die was ten zeerste verbonden met handhaving van de rechten van de mens en verhoging van de levensstandaard van alle wereldburgers, onder meer door technische en economische bijstand.

De achtergrond ligt in de 'Vier Vrijheden' die president Roosevelt al in januari 1941 onder woorden bracht als de pijlers van de naoorlogse rechtsorde: de vrijheid van meningsuiting en godsdienst, en het recht gevrijwaard te zijn van vrees (oorlogen) en gebrek. Deze vrijheden zijn terug te vinden in de Preambule van het Handvest van de VN en in de gehele structuur van de organisatie. Bij pogingen tot revitalisering en reconstructie van de VN is het zaak dit brede mandaat voor ogen te houden en van daaruit na te denken over de toekomst.

Actueel is allereerst de godsdienstvrijheid. Wat treft in het tijdperk van ná 11 september is het onvermogen onderscheid te maken tussen het mogen beleven van de eigen godsdienst en het beoefenen daarvan op een wijze die de vrijheden van anderen, inclusief hun godsdienstbeleving, met voeten treedt. Natuurlijk gaat het dan niet om de islam of enige andere godsdienst als zodanig, maar om misbruik daarvan ter rechtvaardiging van de afschuwelijkste misdaden.

In de tweede plaats, en nog steeds in lijn met Roosevelts vier vrijheden, vraagt de internationale veiligheidsagenda prioriteit voor het recht op een minimale voorziening in de basisbehoeften. Voor wie de ogen niet gesloten heeft, is immers duidelijk dat de huidige wereldmisère in belangrijke mate wordt bepaald door de grote verschillen tussen arm en rijk. Terwijl onder de mondialiseringstrend de toezegging werd geschoven dat iedereen zou meeprofiteren van de economische groei, is de realiteit dat voor zeer vele wereldburgers artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (iedereen heeft recht op een redelijk niveau van welstand) niet van toepassing lijkt.

In de derde plaats is duidelijk dat de VN kampen met een groot gebrek aan democratische legitimatie. Daarbij gaat het om drie zaken: aanvaardbare uitgangspunten, aanvaardbare processen van besluitvorming en aanvaardbare uitkomsten. Dit geldt voor aan de VN gelieerde instanties zoals de WTO, maar ook voor het instituut zelf. Vooral de wijze van besluitvorming wekt bij velen de indruk dat de organisatie doet wat zij wil zonder dat correcties van onderop mogelijk zijn. De VN zullen een vorm moeten vinden voor een fatsoenlijke omgang met de (mondiale) burgermaatschappij (civil society), willen zij niet door grote delen van de wereldbevolking worden afgeschreven als irrelevant. Dit vraagt om een andere manier van internationale politiek bedrijven, veeleer gericht op het overtuigen van bevolkingen dan op het instandhouden van geo & politieke evenwichten; een politiek ook die zich meer richt op de echte grote bedreigingen zoals het gebrek aan water dan op uiterlijke verschijningsvormen van macht zoals het bezit van kernwapens.

Binnen een dergelijk op negatieve én positieve vrede gericht kader zou een bijzondere rol voor de VS in het internationale veiligheidsbeleid eerder kunnen worden aanvaard dan nu het geval is. Die rol zal dan wel geplaatst moeten zijn in een volkenrechtelijk kader waarin de beginselen van het Handvest aangaande collectief geweld zijn herijkt, met behoud aloude rechtsbeginselen als dat van de proportionaliteit: ook gerechtvaardige belangen mogen nooit worden nagestreefd met middelen die onevenredige schade toebrengen aan derden die buiten het eigenlijke conflict staan.

Voor wie de agenda over de hervorming van de VN zo inricht, is duidelijk dat het thans gaat om veel meer dan internationale veiligheid in engere zin. Niet louter een revisie van de V-raad en een discussie over het geweldsverbod staan op de agenda, maar ook de vraag welke fundamentele taken aan de VN toevallen om te verzekeren dat de basis aan veel conflicten ontvalt. Al het andere is dweilen met de kraan open.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden