Wederom mooiste verliezer van toernooi

Oranje maakte opnieuw aanspraak op onbestaande titel...

Lausanne De mooiste verliezer zijn telt niet in de sport. Het Nederlands elftal maakte opnieuw aanspraak op een onbestaande titel. Op zijn beste momenten werkte Oranje geestverruimend, in de verloren kwartfinale tegen de Russen bijna geestdodend.

In 1974, 1978, 1992, 1994, 1998 en 2000 was het Nederlands elftal het mooiste team op een eindronde, of anders betrokken bij wedstrijden met eeuwigheidswaarde. De inspanningen leverden alleen geen zilverwerk op, zoals Marco van Basten zondag het behalen van een prijs noemde.

Dat imago past bij Nederland: mooi, ruimtelijk, aanvallend voetbal, zonder eindzege. ‘We hebben pas één keer een toernooi gewonnen’, benadrukte de aftredende bondscoach.

Na 2000 raakte het imago wat bezoedeld. In 2002 deed Oranje niet mee aan het WK. In 2004 was er gedoe om bondscoach Advocaat, één monumentale, verloren wedstrijd tegen Tsjechië, én een leegloper tegen Portugal in de halve finale.

In 2006 verpestte een schoppartij tegen Portugal de mooie cijfers in de groepsfase, die waren behaald met gortdroog voetbal en drie doelpunten, de productie van een heel toernooi.

Tijdens Euro 2008 is Nederland ook na de kwartfinales de vaakst scorende ploeg, met tien doelpunten, waarvan slechts twee uit spelhervattingen. Het elftal was betrokken bij twee prachtige groepsduels en bij een van de twee kwartfinales die niet stierlijk vervelend waren.

Telkens flitsen ze weer voorbij in de overzichten op televisie: dat ongelooflijke doelpunt van Robben tegen Frankrijk, en zijn reactie alsof hij dagelijks zo scoort. Het schot van Sneijder in hetzelfde duel, als zijn been een soort boog is die de bal wegzwiept en via de onderkant van de lat in het doel slaat.

Laten het dan uitschieters zijn van een elftal dat in vier jaar bijna voortdurend twijfel opriep. Laat het geluk een handje hebben geholpen. Wat maakt dat uit, als we alle tactische theorieën over voetbal als wiskunde even loslaten: op twee avonden bestond magisch realisme, avonden waarop Oranje won van de inderdaad niet meer zo indrukwekkende WK-finalisten van 2006, Italië en Frankrijk.

Van Basten gaf zondag geen antwoord op de vraag of het jammer is dat hij eigenlijk de spelers miste om het voetbal te laten zien dat hem voor ogen stond. Hij had geen echte buitenspelers, zodat hij een half jaar voor het einde van vier jaar contract eindelijk het systeem wijzigde.

Hij had geen geweldige verdedigers met opbouwende kwaliteiten. Geen middenvelders als Davids of Wouters, geen spits als hijzelf.

Een vergelijking met de ploeg van 1988 doemde telkens op, omdat het precies twintig jaar geleden is dat Nederland zijn enige prijs won. Op vrijwel elke positie was Nederland toen beter. Neem alleen het verdedigingscentrum: Koeman en Rijkaard toen, Ooijer en Mathijsen nu. Verdere toelichting is overbodig.

Nederland overschat zichzelf graag. Pavljoesjenko, een schitterende spits, is echt niet veel minder dan Van Nistelrooij. Alleen: Van Nistelrooij voetbalt in het schijnsel van Real Madrid, Pavljoesjenko achter de coulissen bij Spartak Moskou.

Van Basten restte weinig anders dan telkens over de teamprestatie te spreken, over het werk dat is gedaan. Hij ontweek een écht antwoord over de kwaliteit van zijn elftal. Hij leek even op de man die op de vraag over de schoonheid van een vrouw antwoordt dat ze mooie oorbellen draagt.

Van Basten zei te hopen dat het enthousiasme dat is losgemaakt in de groepsduels blijvend is. Zijn vriend Johan Cruijff, met wie hij na een periode van stilzwijgen weer praatte op een terrasje aan het Meer van Genève, zei dat Nederland in elk geval weer op de kaart is gezet als voetballand.

Die opmerking benadert de waarheid, ondanks de domper van de uitschakeling die vragen genoeg openlaat, zoals die over het schrikbarende verval in fitheid.

Maar wat heeft bijvoorbeeld wereldkampioen Italië voetballend Europa nagelaten tijdens Euro 2008?

Niets dus. Drie doelpunten. Een kopbal na een hoekschop, een strafschop, een van richting veranderde vrije trap. Plus verdachtmakingen richting Nederland, dat wel zou verliezen van Roemenië om de Italianen uit het toernooi te stoten.

De Spanjaarden en de Russen, elftallen met lef en technisch vermogen, ontmoeten elkaar in de ene halve finale, donderdag in Wenen. De andere wedstrijd, woensdag in Basel, gaat tussen de teams van de ijzeren wil, de Duitsers en de Turken, hoewel die ook wel aardig voetballen soms.

Turkije heeft in vier duels in totaal negen minuten op voorsprong gestaan. Het is bijna ongelooflijk. Het is de overtreffende trap van resultaatvoetbal.

Ter vergelijking: Nederland koesterde 180 minuten een voorsprong. Maar dat telt niet op het scorebord van het voetbal. Dat telt alleen in de geest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden