Wederkerigheid slaat om in vernedering

VERZORGINGSSTAAT Het 'wederkerigheidsdenken' van dit kabinet en sommige lokale bestuurders lijkt een schaamlap voor bezuinigingen en verlangt terug naar een voorbije tijd.

Van mensen die een uitkering of andere vorm van ondersteuning krijgen, wordt op voorspraak van het ministerie van Sociale Zaken een 'maatschappelijke tegenprestatie' verwacht. Van de gemeente Emmen - waar een rolstoeler in het buurtcentrum belastingformulieren mag invullen - tot de gemeente Rotterdam - waar wethouder Marco Florijn (PvdA) mensen met een bijstandsuitkering tewerkstelt in de Westlandse kassen.


Dit typeert een actuele tendens in het denken over de verzorgingsstaat: de overtuiging dat de vraag niet is wat de overheid voor jou kan betekenen, maar wat jij zelf (terug) kunt doen - of zelfs moet doen. Even actueel is de neiging potentieel vernederend beleid te drenken in zalvende termen als 'wederkerigheid'.


De verzorgingsstaat, zo luidt de redenering van vertegenwoordigers van de haarlemmerolie 'zelfredzaamheid', heeft mensen te passief gemaakt om voor zichzelf en elkaar te zorgen. Het is weer tijd voor een Grote Samenleving die de plaats van de Grote Overheid inneemt.


Er valt veel te zeggen voor een bescheidener rol voor de overheid met haar gulzige bestuurlijke neigingen. Maar het naïeve 'wederkerigheidsdenken' lijkt vooral een schaamlap voor bezuinigingen en verlangt terug naar een tijd die achter ons ligt.


'Vroeger', zo lijkt het nostalgisch argument, 'keken mensen tenminste nog naar elkaar om'. Vroeger, toen de dorpen nog door middel van karrensporen met elkaar in verbinding stonden. Maar die sociale structuur bestaat niet meer en kan niet zomaar worden hersteld omwille van het instrumentele profijt.


Niettemin kan activerend beleid soms bijdragen aan het welzijn van burgers. Maar er is een andere kant aan dezelfde medaille. 'Iemand die in een rolstoel zit, kan ouderen gezelschap houden', stelt de gemeente Emmen (Ten eerste, 7 april). Veel van de activiteiten die onder het mom van 'tegenprestatie' worden terugverwacht, ontlenen hun betekenis juist aan spontaniteit en oprechtheid. Een helpende hand laat zich niet dwingen door de ijzeren hand van de staat. Niet in de laatste plaats omdat geen oudere zit te wachten op een obligaat praatje dat vanwege uitkeringsbehoud wordt gevoerd.


Echte wederkerigheid laat zich niet dwingen en bestaat bij de gratie van gelijkwaardigheid. Die is in het activeringsdenken ver te zoeken. Zó ver, dat het risico bestaat dat de ambitie 'iedereen mee te laten doen' omslaat in vernedering.


Ten eerste omdat in het activeringsbeleid een eenzijdige, op economisch nut gebaseerde moraal heerst. Omdat van sociale risico's steeds vaker wordt verondersteld dat ze van persoonlijke makelij zijn - 'u zult zelf wel een rommeltje van uw leven hebben gemaakt' - is een zorgvrager bij voorbaat verdacht. Dat geldt eens te meer voor de bijstandsgerechtigde die in de ogen van veel 'wederkerigheidsdenkers' geen bijdrage levert aan de samenleving en voornamelijk geld kost.


Een tweede risico op vernedering is de neiging systeemdoelen boven individuele doelen te stellen. De bijstandswet biedt allang de mogelijkheid individuele burgers die frauderen of onvoldoende solliciteren achter de broek te zitten en zo nodig hun uitkering te ontnemen. Voor het kabinet en wethouder Florijn is dat kennelijk nog niet genoeg. Zij vinden dat er te veel naar de voorkeuren van individuen wordt geluisterd. Is dat zo? Vaak niet.


Het is de overheid er vooral om te doen de kosten voor bijstand te beperken. Dit maakt dat de reïntegratiemarkt zich richt op de groep die de meeste kans heeft op terugkeer naar werk. Het is dan even ironisch als kleinerend om een opinieklimaat te scheppen waarin de institutioneel afgeschreven cliënten als nietsnutten worden weggezet.


Ten derde zou activerend beleid erop gericht zijn de regie over het eigen leven te herstellen. Het is zeer de vraag of voorstellen als die van Florijn dit voor ogen hebben. Vrijwilligerswerk kan waardevol zijn voor het herwinnen van respect en zelfvertrouwen. Maar het helpt niet als dit in een sfeer gebeurt van maatschappelijke rancune en disciplinering: 'Laat die profiteurs nu eindelijk ook eens wat doen.' Dat heeft met zelfbeschikking niets te maken.


WILLEM TROMMEL is hoogleraar beleidswetenschap. JURRE VAN DEN BERG is hoogleraar bestuurswetenschap. Beiden zijn als onderzoeker verbonden aan de VU Amsterdam.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.