Reportage

'We zullen nooit zo close zijn als een moeder en zoon'

Toen Zahra's zoon 18 maanden oud was, werd hij door zijn vader ontvoerd in Iran. Nu is hij 17. 'Ik dacht: als we eenmaal weer bij elkaar zijn, is alles goed.'

Beeld Adriaan van der Ploeg

Op een nacht droomde de Iraans-Nederlandse Zahra Pars dat ze de luier van haar zoontje verschoonde en toen ze zich omdraaide, stond hij naast haar als volwassen man. Ze werd wakker met tranen in haar ogen. Dit was precies wat haar was overkomen. Ze raakte haar zoon Aryan kwijt toen hij anderhalf was. Haar echtgenoot ontvoerde hem tijdens een vakantie in Iran, hun beider geboorteland dat ze voor het eerst sinds lange tijd bezochten. Ze kreeg Aryan terug op zijn 13de, toen hij zes weken bij haar in Den Haag mocht logeren. Een volwassen man was hij toen nog niet, maar toch al iemand, een persoon die zij nauwelijks kende.

Sinds dit jaar woont Aryan in Toronto, 17 is hij intussen. In Iran had hij in militaire dienst gemoeten, in Canada ontsnapt hij daaraan. Hij wil de middelbare school afmaken en daarna hotelmanagement studeren. Moeder en zoon bellen twee keer in de week en bespreken dan de kwesties waar hij tegenaan loopt. Hij is opgegroeid bij zijn vader in Iran, hij kent de westerse wereld niet. Hij woont voor het eerst op zichzelf. Er is veel om aan te wennen. 'Het is af en toe wat veel voor mij', zei hij laatst tegen haar. 'Koop een dagboek en schrijf alles op', adviseerde ze hem. Zo proberen ze de voorbije jaren te overbruggen.

Zahra Pars (44) - blond golvend haar, strakke, korte jurk - zet koffie in de keuken van haar Haagse huis. Ze vertelt wat haar moeder soms tegen haar zegt: 'Het lijkt wel of jij vier, vijf levens hebt geleid.' Het is sinds kort allemaal te lezen in het boek De kamer van mijn zoon, waarin journaliste Katja Meertens het verhaal van Pars optekende. Haar hele leven komt aan de orde, te beginnen bij haar jeugd in Iran, maar centraal staat de verdwijning van haar zoon, op 8 maart 2000.

Ze vertelt erover in haar woonkamer, waar twee banken en een piano staan en op de grond tapijten over elkaar heen liggen. Met dit boek, legt ze uit, wil ze haar zoon háár waarheid vertellen. Van zijn vader heeft hij jaren te horen gekregen dat zijn moeder hem in Iran heeft achtergelaten omdat ze niet van hem hield en dat ze hem in stukjes wilde hakken. 'Hij was zo smerig bezig', zegt ze. Ze wilde bewijzen dat ze juist verschrikkelijk veel van haar zoon houdt. 'Hij heeft er recht op te weten hoeveel liefde ik voor hem voel.'

Later zal Aryan zich vanuit Toronto in het gesprek mengen, maar het is nu nog te vroeg om te bellen. Ze laat een foto van hem zien op haar telefoon, waarop hij naast haar staat ergens in Nederland: een lachende jongeman met zwart haar die minstens een kop groter is dan zij. Aan de muur hangt een oudere foto van hen samen, tijdens een van de spaarzame keren dat ze hem in Iran kon bezoeken: zij met hoofddoek naast een veel kleiner, neutraal kijkend jochie.

Zahra Pars thuis in Den HaagBeeld Adriaan van der Ploeg

Verdwenen in Teheran

Het drama begint in 1996 als ze op een huwelijksfeest in Nederland de Iraanse Canadees Mehran ontmoet. Zahra, haar ouders en twee broers zijn vijf jaar eerder in Nederland komen wonen omdat Iran voor haar vader te gevaarlijk is. Hij heeft als hoge militair gediend onder de sjah, de westers georiënteerde leider vóór de islamitische machtsovername. Hij heeft twee jaar in de gevangenis gezeten en zijn toekomst is onzeker.

De jonge Zahra is een aantal keren verliefd geweest, maar elke keer stuit een relatie op problemen bij de wederzijdse ouders. Met Mehran is dat anders: haar ouders duwen haar juist in zijn richting. Ze houdt niet van Mehran en toch trouwt ze in 1997 met hem omdat haar ouders hem een geschikte kandidaat vinden. Mehran zal de vader worden van hun zoon Aryan.

Nog steeds noemt ze het 'ondenkbaar' dat ze tegen haar ouders zou ingaan. Haar moeder vernederlandste wel iets en had haar misschien met een man van haar eigen keuze willen laten trouwen, voor haar vader was dat uitgesloten. Alleen al bij de gedachte aan bijvoorbeeld een neuspiercing zei hij: 'Als je die neemt, ben je niet meer welkom bij ons.' Zijn standpunt was: 'Wij zijn Iraans en we blijven Iraans' - en dus maakte hij uit met wie zij moest trouwen.

Het huwelijk met de 'geschikte kandidaat' is vanaf het begin een mislukking. Mehran is gek op haar, maar zij blijft niets voor hem voelen, omdat ze hem lui vindt en hij enorm aan zijn moeder hangt. Als ze besluiten een bank, auto of huis te kopen, zegt hij een dag later dat hij er 'toch even over wil nadenken'. Steevast blijkt dan dat zijn moeder de bank, de auto of het huis niet ziet zitten. Zo gaat het met alles. Zijn moeders wil is wet en wat zijn echtgenote vindt, doet er niet toe.

Ze wonen korte tijd in Canada en daarna in Nederland, waar Aryan in 1998 wordt geboren. Haar onvrede loopt hoog op, maar in 2000 komt Mehran met een plan: tijdens een vakantie in Iran zullen ze hun huwelijk een tweede kans geven. Zahra stemt in. Ze logeren in Teheran bij Mehrans zus, die op een dag voorstelt dat zij tweeën een dagje gaan winkelen. Als de twee vrouwen terugkomen, zijn Mehran en Aryan vertrokken, net als hun koffers.

In de dagen erna zal ze huilen, schreeuwen en nauwelijks slapen, maar als tot haar doordringt dat haar zoon is ontvoerd, raadt haar vader haar vanuit Nederland aan zo snel mogelijk weg te gaan uit Iran. Een Iraanse man kan zijn vrouw verbieden het land te verlaten - in dat geval zou de situatie nog ernstiger zijn. In haar eentje vliegt ze terug.

Haar ontreddering zal jaren duren. 'Vanaf het moment dat mijn zoon van me is afgenomen, heb ik geen leven gehad. Niets had betekenis voor mij, het was alsof de helft van mijn lichaam er niet meer was', zegt Pars. Later zal ze horen dat Mehrans ouders hem onder druk hebben gezet. 'Óf je kiest voor ons óf je kiest voor die vrouw', hebben ze gezegd.

Speuren naar Aryan

Tot Aryans 8ste jaar zal ze hem nog drie keer kort zien. Bijna een jaar na de ontvoering stuurt ze een motorrijder achter Mehran aan als die zijn zus in Teheran heeft bezocht. Zo komt ze erachter dat haar zoon, Mehran én zijn ouders samen in een huis in Qazvin wonen, een stad zo'n 160 kilometer ten noordwesten van Teheran. Ze vindt haar zoon in een crèche, maar de dag erna brengt Mehran haar naar het politiebureau, waar hij erop toeziet dat ze in de cel belandt. In Iran valt een zoon vanaf zijn 2de jaar onder de wettelijke verantwoordelijkheid van de vader, zij als moeder heeft niets te vertellen.

Het lukt haar daarna via de Iraanse rechter een bezoekregeling af te dwingen, maar het eerste bezoek is meteen het laatste. Als haar zoon haar ziet, is hij doodsbang voor haar. Ze beseft dat hij tegen haar is opgezet. Dit wil ze hem niet aandoen; ze vertrekt. Maar het betekent ook dat ze het spoor van haar zoon kwijtraakt, omdat Mehran na elke ontmoeting met haar onmiddellijk verhuist.

Ze schakelt instanties in als het Rode Kruis, Amnesty International en Unicef, schrijft brieven aan Tweede Kamerleden en neemt contact op met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Niemand kan iets doen, omdat Iran geen verdragsland van Nederland is. Uiteindelijk achterhaalt het TROS-programma Vermist het nieuwe adres. In 2004 leidt het tot een ontmoeting met haar zoon, waarbij zelfs presentator Jaap Jongbloed constateert dat Mehran 'ziek' is. Ook al is hij allang van Pars gescheiden en opnieuw getrouwd, nog steeds zit hij aan haar alsof ze zijn vrouw is. Pars walgt van hem maar kan weinig doen, uit angst dat ze haar zoon helemaal nooit meer mag zien.

Tussen Aryans 8ste en 12de jaar is er geen enkele ontmoeting. Tegenover haar vader oppert ze een aantal keren dat deze echtgenoot toch niet zo'n goede keuze is geweest. Maar haar vader staat niet open voor het verwijt. 'Op dat moment dacht ik dat Mehran het beste voor jou was', zegt hij - verder wil hij het er niet over hebben. Pars: 'Onze relatie is afstandelijk. Als Iraans meisje wil je wel een goede band met je vader, maar die is er niet. Meer vrouwen hebben dat.'

Pars trouwt opnieuw, met een Iraniër uit Nijmegen. Met hem krijgt ze dochter Arezou, die nu 8 is. Ook van deze tweede echtgenoot scheidt ze. Hoe leuk hij in het begin ook leek, net als Mehran houdt hij meer rekening met de wensen van zijn familie dan met die van haar en hij is bazig. Pars schudt haar hoofd. 'Mijn echtgenoten waren allebei net zo Iraans als mijn vader.'

Het is de opvoeding, denkt ze. 'Iraanse vrouwen offeren zich enorm op voor hun zonen en dat blijven ze hun leven lang doen. Ze maken van hun zonen prinsjes en zo houden ze dit gedrag zelf in stand.' Het is volgens haar ook een kwestie van cultuur, waarin machogedrag normaal is. 'Iraanse mannen huilen niet. Ze zijn altijd stoer.' Bovendien geeft het streng islamitische Iran mannen alle macht. 'Voor sommigen is het moeilijk van die macht geen misbruik te maken.'

Ze wil uiteraard niet zeggen dat alle Iraanse mannen in staat zijn hun kinderen te ontvoeren. Zo probeert haar tweede ex-man juist te voorkomen dat hun dochter de dupe wordt van hun scheiding. En er is meer goed nieuws: in Iran beginnen de verhoudingen bij de jongere generatie te veranderen. Steeds meer mannen en vrouwen werken allebei en doen samen het huishouden. 'Er is sprake van een doorbraak.'

Angst en verwarring

In Toronto is intussen de ochtend aangebroken en maakt Aryan zich klaar om naar school te gaan. Tussen de bedrijven door zal hij praten over het boek van zijn moeder. Pars legt haar telefoon op tafel, met de luidspreker aan. Even later meldt zich een keurige jongensstem, die zegt dat hij het boek nog niet heeft gelezen, ook al omdat het is geschreven in het Nederlands dat hij niet beheerst. Maar hij vindt het mooi dat het er is: 'Ik weet wat er met mijn moeder is gebeurd en het maakt mij verdrietig. Het is geen gewone geschiedenis.' Wel heeft hij te maken met twee kanten van het verhaal en hij wil niet kiezen. 'Mijn vader zegt dat mijn moeder mij niet goed heeft behandeld en mijn moeder zegt dat over mijn vader.'

Kan hij zich herinneren dat hij zijn moeder voor het eerst zag in Iran? 'Ja, dat was een ervaring. Vanuit het niets stond ze voor me en zei: 'Hallo, ik ben je moeder.' Dat was vreemd, maar ze was heel lief.' Toch miste hij haar niet. 'Ik had een stiefmoeder die niet slecht was en dus dacht ik nooit: ik heb geen moeder.' Hij vindt het moeilijk voor zijn moeder om te zeggen, maar hij had een gelukkige jeugd.

Hij weet nog goed dat hij op zijn 13de naar Nederland mocht. Waarom zijn vader dat ineens goed vond, weet hij niet. Het jaar ervoor had hij zijn moeder voor het eerst sinds vier jaar weer gezien en dat was hem goed bevallen. 'We hadden veel lol, we gingen uit eten en we speelden. Er veranderde iets in onze relatie, ik vond het erg leuk met haar. Dus toen mocht ik naar Nederland.'

Haar zoon Aryan in Canada, waar hij sinds kort woontBeeld Walter Willems

Volgens zijn moeder was er nog iets. Mehran vertelde haar dat hun zoon rond die tijd constant vragen over haar stelde en dat hij geen antwoorden meer had. 'Waarom mag ik mijn moeder niet zien?', vroeg hij. Mehran was bang zijn zoon kwijt te raken. Hij betuigde tegenover haar zelfs spijt voor wat hij haar had aangedaan. Aryan kent deze versie van de gebeurtenissen niet, hij herinnert zich alleen dat zijn vader blij voor hem was dat hij naar Nederland ging. 'Hij vertelde het aan iedereen.'

Die eerste keer bij zijn moeder vond hij 'een beetje moeilijk'. Het is waar dat zijn vader hem altijd bang voor haar had gemaakt, maar van die angst was hij af zodra hij haar beter leerde kennen. Het probleem was de verwarring waarin hij terechtkwam. Hij wist dat deze vrouw zijn echte moeder was, maar 'mama' kon hij niet tegen haar zeggen. Ze gedroeg zich ook anders dan de Iraanse vrouwen die hij kende, ze was opener en directer. Ze zei bijvoorbeeld dat hij de tafel moest afruimen en, nog vernederender: waar anderen bij waren.

Pars heeft het gesprek tot dusver onbewogen aangehoord. Dat verandert bij de vraag wie Aryan nu als zijn moeder ziet: zijn moeder of stiefmoeder. 'Dat kan ik niet zeggen. Ik hou evenveel van ze. Als je je hele leven met iemand samenleeft en die persoon is goed voor je, kun je niet ineens zeggen: ik wil niets meer van je weten. Maar ik ben blij dat ik mijn echte moeder nu makkelijker kan ontmoeten.' Pars huilt als ze het hoort.

Afgelopen zomer, voor hij vertrok naar Canada, was hij opnieuw bij haar in Den Haag. 'Toen heb ik veel van haar geleerd. Ze heeft me verteld over de cultuurverschillen tussen Iran en de westerse wereld, hoe ik mijn studie moet aanpakken en werk kan vinden. Als er nu iets is dat ik niet snap, bel ik haar meteen.'

Eindelijk: 'Mama'

Als Aryan naar school moet en het gesprek stopt, vertelt Pars over de verhouding met haar zoon. Zolang ze hem niet mocht zien, dacht ze: 'Als we weer bij elkaar zijn, is alles goed.' Maar zo ging het niet. De eerste keer dat hij in Den Haag was, vond hij haar soms onredelijk en zij ontdekte trekjes van Mehran in hem, zeg maar: het verwendeprinsjesgedrag. 'Ik vond het afschuwelijk om te zien.' Ze lacht: 'Ja, Iraanse mannen, hè?'

Ze heeft geaccepteerd dat zij en Aryan nooit zo close worden als een moeder en kind die samen opgroeien. 'Wij hebben die weg niet bewandeld. Wij kennen elkaar niet goed en hebben last van cultuurverschillen. Maar ik wil hem toch nog een beetje opvoeden. Ik ben zijn moeder, als ik het niet doe, krijgt hij problemen in de westerse maatschappij. Dan gaat een vreemde iets van zijn gedrag zeggen, dat komt veel harder aan dan van mij.'

Langzamerhand begint er iets te veranderen. Toen ze hem aanraadde een dagboek te kopen zodat hij zijn emoties daarin kan uiten, zei hij: 'Mama, je geeft me altijd de beste adviezen.' Het gaf haar zo'n blij gevoel - natuurlijk ook om dat ene woordje. Mama.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden